Buitengebied Leudal-west



Dovnload 215.65 Kb.
Pagina4/5
Datum22.07.2016
Grootte215.65 Kb.
1   2   3   4   5

Recreatie, toerisme en cultuurhistorie:

  • het gebruik van Velterbrug beperken tot fietsers, voetgangers en agrarisch bestemmings­verkeer;

  • het opstellen en uitvoeren van een onderhoudsplan voor de wandelpaden en fietsroutes in natuurgebieden;

  • het plaatsen van hartbewakingsapparaten (AED’s) op enkele drukke knooppunten binnen recreatieve routes (bijv. parkeerplaatsen);

  • het opstellen van een onderhoudsplan voor karakteristieke en historische gebouwen (kapellen en boerderijen) en elementen (bijv. Ellerschans);

  • uitvoering van het plan voor het grensmonument WO-I;

  • het herstel van de poel Hermewieër met een was- en bleekplaats alsmede een beschutte drenkplaats voor het wild, in overleg met de eigenaar/pachter;

  • het herstel van het oorspronkelijke voetpad (“drees”) tussen de Hoongerbrûggekapel en Hunsel, met een brug over de Uffelse beek; dit pad sluit ook aan op een onlangs in ere hersteld oud pad langs “Bosser” (het “kasteel” van Ittervoort) naar Ittervoort.


Overig:

  • inventarisatie van knelpunten in het buitengebied voor digitale bereikbaarheid (netwerken en mobiele telefonie).

BIJLAGEN



bijlage 1 : samenstelling werkgroep Buitengebied Leudal-west

LLTB afd. De Winning5 Anja Hansen-Smolenaars Haler

idem Theo Kranen Ell

idem George Nijskens Hunsel

idem Willie Verstappen Hunsel

Natuurmonumenten Harry Suilen Swartbroek

Wildbeheer Eenheid Gert-Jan van de Geijn Haler

Toerist. Wandelroutes John Klerkx Haler-Uffelse

Waterschap Peel en Maasvallei Leen Oosterom Venlo

Milieufederatie Limburg Anke Lodder / Toine Wuts Roermond

Recreatie-ondernemers Jan Strous Ell

bewoners buitengebied Jhon van Velen Ell

idem Geert Camp Hunsel
voorzitter Ed Meijer Urmond

secretaris Geer Heuyerjans Baexem

coördinator Ger Verdonschot Sittard

Vaste toehoorders vanuit de Dorpsraden van Ell, Haler, Hunsel, Ittervoort en Neeritter


Gekozen is voor een onafhankelijke voorzitter en secretaris, tevens inhoudelijk ondersteuner, beiden evenals de projectleider DOP aangetrokken via de Stichting Vitaal Kapitaal Limburg.
bijlage 2 : plannen, nota’s en notities
Provinciaal Omgevingsplan Limburg (2006, provincie Limburg)
Reconstructieplan Noord- en Midden-Limburg (2004/2006, provincie Limburg)
Landschapsontwikkelingsplan “Tuin van Limburg” (2005, Taken Landschapsplanning)
Bestemmingsplan Buitengebied Hunsel (1998, gemeente Hunsel)
Gebiedsanalyse voormalige gemeente Hunsel, ten behoeve van het opstellen van een dorpsontwikkelingsprogramma” (2007, Thiemo Schuurmann)
Toekomstvisie “Land- en tuinbouw: dé economische motor van het buitengebied” (2006, LLTB-­afdeling “de Winning Limburg)
Tijd voor invulling landbouwontwikkelingsgebieden (2008, LLTB)
Sturing geven aan Intensieve Veehouderij (2007, Milieufederatie Limburg)
Samen werken voor een mooier Limburg (2007, Limburgse Natuur- en Milieu­organisaties)
Zuinig op Ruimte: verrommeling van Limburg in beeld (2007, Milieufederatie Limburg)
nota Uniformering beleid bestemmingsplan buitengebied Leudal 2007 (2007, gemeente Leudal)
Kwaliteitsprogramma landelijk gebied: nieuw ruimtelijk beleid voor het buitengebied gebaseerd op ontwikkelingsplanologie (2006, gemeente Nederweert)
Functies in het buitengebied (2008, LLTB/de Winning, recreatieondernemers en Milieufederatie)
Natuur en Historisch Park Uffelse (2008, WTW/WTA)
Wanjele in Hunsel (2007, Heemkundevereniging Hunsel)

bijlage 3 : bestemmingsplan buitengebied gemeente Hunsel 1998
Algemene beschrijving in hoofdlijnen
Inleiding

Hier wordt in hoofdlijnen beschreven op welke wijze met het plan de doeleinden worden nagestreefd die zijn toegekend aan de gronden binnen het plangebied. Allereerst wordt ingegaan op de hoofddoelstellingen van het plan. Aanvullend zijn sectoraal gerichte doelstellingen geformuleerd welke dienen te passen binnen de hoofddoelstellingen als ook binnen de, bij de afzonderlijke bestemmingen omschreven, nadere detailleringen daarvan.


Hoofddoelstellingen

Het beleid voor het buitengebied van de gemeente Hunsel is gericht op het handhaven en ontwikkelen van een duurzame agrarische productiefunctie en het behoud en/of herstel van de ruimtelijke en functionele karakteristiek van het plangebied. Alle maatregelen ten aanzien van het gebruik van gronden en gebouwen en het oprichten van bouwwerken zullen in hoofdzaak hierop gericht zijn. Plaatselijk zullen genoemde functies zich kunnen versterken, terwijl elders een evenwichtige integratie wordt nagestreefd. Recreatief medegebruik wordt, rekening houdend met de bovengenoemde belangen, gestimuleerd. Om nieuwe bebouwingsinvloeden zo veel mogelijk te vermijden worden niet in het buitengebied thuishorende activiteiten geweerd.


Bepalend voor een duurzame agrarische productiefunctie zijn de volgende elementen:

  • de erkenning dat het begrip duurzaamheid zowel een milieuaspect als een sociaal-economisch aspect omvat;

  • het van daaruit streven naar een optimaal agrarisch gebruik zowel uit markttechnisch oogpunt als uit een oogpunt van algemene milieukwaliteit (integratie);

  • er wordt geacht voldaan te worden aan de algemene milieukwaliteit indien de agrarische productieprocessen het fysieke milieu als natuurlijke hulpbron niet (onomkeerbaar)aantasten;

  • uitgangspunt is een rendabele agrarische bedrijfsvoering, leidende tot een redelijke levensstandaard en werkomstandigheden;

  • het vervullen van een belangrijke functie met betrekking tot het beheer van het landschap.

Het lopende landinrichtingsproject ("Land van Thorn") en de uitwerking van de Ecologische Hoofdstructuur van het Natuurbeleidsplan worden gezien als belangrijke instrumenten om de veelzijdige waarden van het buitengebied te behouden en te verbeteren. Ondersteuning zal worden gegeven aan de realisering van genoemde projecten.

De genoemde beleidsmatige ontwikkelingsmogelijkheden dienen plaats te vinden binnen de ruimtelijke en functionele karakteristieken van het buitengebied (visueel-landschappelijk, natuur en cultuurhistorisch). De ruimtelijke samenhang en de karakteristieken worden behouden. Ontwikkelingen zullen zo mogelijk versterkend dan wel passend zijn binnen deze karakteristiek. De ruimtelijke opbouw en samenhang zijn uitvoerig beschreven in de Paraplunota. Genoemde nota zal mede worden aangewend bij beleidsafwegingen in het kader van de uitvoering en handhaving van dit plan.
De ruimtelijke en functionele karakteristiek van het buitengebied van Hunsel bestaat in hoofdlijnen uit:


  • het natuurgebied Heijkersbroek, Ellburg en Heioord, alsmede uitlopers van het natuurgebied Vijverbroek in België en enkele verspreid in het gebied voorkomende kleinere natuurgebiedjes;

  • de beekdalen van de Uffelsebeek, Langven, Tungelroyse beek en Itterbeek;

  • de oud-bouwlandgebieden rondom de woonkernen Ell, Hunsel, Neeritter en Ittervoort en de gebieden rondom de Martenshof, ter weerszijden van de Uffelsestraat, Smidstraat en ten noorden van de Beekstraat;

  • de landschappelijk open agrarische gebieden ten westen van de Brandvenstraat tot de Laagstraat, bij de Isidoorstraat en ten zuiden van de Kanaalstraat;

  • het weidevogelgebied bij de Laagstraat en de Isidoorstraat;

  • de in het gehele gebied voorkomende kleine landschapselementen zoals: bospercelen, houtwallen, bomenrijen, poelen, steilranden en heggen.

Deze elementen zijn met uitzondering van de natuurgebieden aangegeven op de kaart ruimtelijke en functionele karakteristiek.
Sectorale doelstellingen
Landbouw

Teneinde het duurzame behoud van de hoofdfunctie landbouw in Hunsel te kunnen garanderen wordt, rekening houdend met de niet-agrarische belangen, in ieder geval hoge prioriteit toegekend aan de instandhouding van de agrarische sector en het bieden van ontwikkelingsmogelijkheden ten behoeve van economisch rendabele vormen van de landbouw met name wordt hierbij gedacht aan die agrarische productierichtingen die kenmerkend zijn voor de gemeentelijke agrarische structuur, zijnde de rundveehouderij, opengrondstuinbouw en intensieve veehouderij.

Onder verder ontwikkelen dient tevens te worden verstaan vernieuwing en heroriëntatie van de landbouw met daardoor een mogelijke verbreding van het economisch draagvlak. Particuliere initiatieven zullen daarbij worden gesteund. Binnen de agrarische bouwkavels is plaats voor nieuwe bedrijfsgebouwen en andere voorzieningen, daarbuiten is dit slechts in beperkte mate het geval.

Er is geen sprake van een vrij-vestigingsrecht. Nieuw- en hervestiging van agrarische bedrijven kan, alleen via een wijziging van het plan en onder voorwaarden, plaatsvinden. Waar mogelijk zal medewerking worden verleend aan het verplaatsen van agrarische bedrijven, welke door hun ligging in verband met milieuaspecten geen ontwikkelingsmogelijkheden meer hebben.

De landbouw zal in verband met de landschappelijke en natuurlijke belangen te maken krijgen met een aantal gebruiksbeperkingen. Zo zullen nieuwe agrarische bedrijven zich niet mogen vestigen in de beekdalen en zullen ze voldoende afstand in acht moeten nemen tot bos- en natuurgebieden teneinde de uitwisselingsfunctie niet te verstoren. Ook zal de landbouw een bijdrage dienen te leveren aan het verbeteren van de milieukwaliteit en het behoud en/of het herstel van de landschapswaarden. Daar tegenover biedt het plan het agrarisch bedrijf mogelijkheden de bestaansbasis te verbreden met verblijfsrecreatieve voorzieningen ondermeer door het plaatsen van kampeereenheden en de verkoop van eigen producten in eigen beheer en streekeigen agrarische producten.

Actief beheer van het landschap door de agrariërs bijvoorbeeld in de vorm van beheersovereenkomsten in het kader van de Relatienota zal zoveel mogelijk gestimuleerd worden.


Natuur

Actuele en potentiële natuurwaarden worden duurzaam veiliggesteld en waar mogelijk versterkt. Het streven is er op gericht om te komen tot een goed functionerende ecologische infrastructuur. De aangewezen Relatienota-gronden zullen voor onomkeerbare ontwikkelingen worden behoed.

De agrarische gronden aan de rand van de in het ecologisch raamwerk gelegen natuurgebieden zijn in verband met de uitwisselingsfunctie van belang voor met name de fauna. Gestreefd zal worden om deze randzones te vrijwaren van ontwikkelingen die de uitwisselingsfunctie nadelig beïnvloeden. Daarom zal onder meer de vestiging van nieuwe agrarische bedrijven nabij de bos- en natuurgebieden zoveel mogelijk worden vermeden.
De beekdalen

De beekdalen vormen, aanvullend op de bossen een belangrijke en kwetsbare schakel in het ecologisch raamwerk. Plaatselijk zal op vrijwillige basis het agrarisch gebruik door de inzet van reservaatgronden worden stopgezet. Vestiging van nieuwe agrarische bedrijven wordt niet toegestaan omdat deze een onevenredige aantasting van de natuurwaarden tot gevolg hebben en de beekdalen ook uit een visueel landschappelijk oogpunt kwetsbaar zijn. Gestreefd wordt naar het behoud en de toename van het areaal grasland en het behoud van de vochtige/natte milieucondities, door het tegengaan van een verlaging van het grondwaterpeil.


Weidevogelgebied

Het op de kaart Ruimtelijke en Functionele Karakteristiek aangegeven weidevogelgebied vervult een belangrijke functie als broed- en foerageergebied voor weidevogels, daarom zijn in beginsel geen activiteiten toegestaan, welke kunnen leiden tot een onevenredige aantasting van de broed- en foerageerfunctie voor weidevogels.

Gestreefd wordt naar het behoud van de aanwezige en een ontwikkeling van nieuwe graslanden. Gestreefd wordt voorts, middels overeenkomsten het leefmilieu voor de weidevogels te handhaven en zo mogelijk te verbeteren. Vestiging van nieuwe agrarische bedrijven wordt voor deze gebieden niet toelaatbaar geacht.
Landschap

Het streven is erop gericht om te komen tot een gevarieerde landschappelijke opbouw. De zorg zal zich dan ook nadrukkelijk richten op het behoud van de verspreid voorkomende kleinere landschapselementen, welke ook van groot belang zijn als toevluchtsoord en verbindingselement voor veel planten en dieren.

Het verwijderen van erfbeplanting, noodzakelijk voor het vergroten van kavels is toelaatbaar.

Gestreefd zal worden naar het aanbrengen van erfbeplantingen rond of op agrarische kavels, voor zover deze niet aanwezig is dan wel verwijderd is in verband met een vergroting van de kavel, zodat een overgang tussen agrarische bebouwing en landschap plaatsvindt.

Er wordt gestreefd naar het behoud van de openheid van de op de kaart Ruimtelijke en Functionele karakteristiek nader als "landschappelijk open agrarisch gebied" aangeduide gebieden. Bebouwing zal in deze gebieden zoveel mogelijk worden geweerd, tenzij het vanuit bedrijfseconomisch dan wel organisatorisch opzicht noodzakelijk is en de landschappelijke openheid niet onevenredig wordt aangetast.

Ook het aanbrengen van beplanting mag aan het open karakter geen afbreuk doen.


Cultuurhistorie

Doelstelling is het cultuurerfgoed duurzaam veilig te stellen.

De cultuurhistorische waarden van de binnen het op de kaart ruimtelijke en functionele karakteristiek als "oud bouwlandgebied" nader aangeduide gronden moeten worden behouden en versterkt. Dit betekent dat de karakteristieke kenmerken waartoe wordt gerekend de landschappelijke openheid van de velden dan wel de beslotenheid van het kampenlandschap, de bolle ligging, de steilranden en de cultuurhistorisch belangrijke onverharde wegen niet mogen worden aangetast en dat met betrekking tot agrarische bebouwing in deze gebieden een terughoudend beleid wordt gevoerd.

Noodzakelijke vestiging van nieuwe en vergroting van bestaande bedrijven moeten zorgvuldig worden ingepast in het bestaande bebouwingspatroon.

Bescherming van het reliëf en van het ontsluitingspatroon van cultuurhistorisch waardevolle onverharde wegen wordt voorgestaan.

Voor zover het waardevolle beschermde monumenten betreft kan een vrijstelling worden verleend voor een functiewijziging onder de voorwaarde dat behalve het behoud en het herstel van het complex, ook de schaal, de sfeer en het karakter met zijn omgeving bewaard blijft.

Archeologische waarden mogen door het uitvoeren van werken en/of werkzaamheden niet in onevenredige mate worden geschaad.
Milieu

Binnen de sturingsmogelijkheden van het bestemmingsplan zal er naar gestreefd worden de milieubelasting in het plangebied binnen aanvaardbare normen te houden dan wel te brengen. Speciale aandacht gaat uit naar de overgangszones van de bos- en natuurgebieden en de woongebieden.

De nadruk bij de milieubescherming zal komen te liggen bij de sectorale milieuwetgeving (o.a. Provinciale milieuverordening, Wet milieubeheer, Wet geluidhinder e.d.).

In het kader van de "Vervolg-bijdrageregeling ontwikkeling gemeentelijk Milieubeleid (VOGM) zal prioriteit worden gegeven aan het tegengaan dan wel voorkomen van een aantasting van de milieubeschermingsgebieden en de ecologische hoofdstructuur.

In het gebied grenzend aan de bestemmingen "Agrarische doeleinden, bouwperceel A(b)" zijn binnen de stankcirkels van agrarische bedrijven in principe geen milieugevoelige functies toegestaan.

Hiermede wordt beoogd onnodige beperkingen voor de agrarische bedrijfsvoering te voorkomen en een goed woon- en verblijfsmilieu te bewerkstelligen. De stankcirkels worden bepaald op basis van de geldende afstandsnormen. Nadere regeling vindt plaats in het kader van de milieuwetgeving.


Recreatie

Recreatief medegebruik is een belangrijke functie in het buitengebied van Hunsel naast de landbouw en de natuur.

Het recreatief medegebruik van het buitengebied zoals wandelen, fietsen, vissen en paardrijden zal rekening houdend met de agrarische en natuurwaarden worden bevorderd.

Handhaving en verdere ontwikkeling van gemarkeerde recreatieve routes met hieraan te koppelen kleinschalige routeondersteunende voorzieningen als parkeer- en picknickplaatsen, rust-, uitzicht- en informatiepunten zijn toegestaan.

Het kamperen bij de boer wordt als een aanvulling op het recreatieve voorzieningenpakket gezien. Alleen bij agrarische bedrijven met een bouwkavel is het kleinschalig kamperen toegestaan.

Eventueel toekomstige uitbreidingen van recreatieve voorzieningen met een intensief gebruikskarakter zullen nadrukkelijk afgestemd dienen te worden op de draagkracht van natuur en landschap en tevens op de agrarische belangen.


Wonen

Niet bedrijfsmatig gebonden bewoning is in beginsel niet toegestaan in het buitengebied. De bestaande burgerwoningen zijn evenwel positief bestemd en krijgen een beperkte uitbreidingsmogelijkheid.


Verkeer en vervoer

De bestaande wegen en paden zullen worden behouden. Er wordt naar gestreefd het ontsluitingsstelsel te doen gebruiken door bestemmingsgericht verkeer. Wegen welke geen bovenlokale of locale verbindingsfunctie hebben zullen in principe gereserveerd worden voor bedienend- en langzaam verkeer (vnl. landbouw en extensieve recreatie). Ten behoeve van het extensief recreatief medegebruik van het buitengebied wordt veel waarde gehecht aan een goed (onderhouden) stelsel van wandel- fiets- en ruiterpaden.

De aanwezige ondergrondse transportleidingen worden in hun functioneren veiliggesteld.
Waterhuishouding

De gemeente Hunsel ondersteunt het streven om waar mogelijk de beken vrij te laten meanderen binnen de daarvoor aangewezen gebieden; bebouwing en infrastructuur mogen daarbij geen gevaar lopen. Nieuwe agrarische bedrijven in de beekdalen worden uitgesloten. Gestreefd wordt naar ontwikkeling van waardevolle oever- en watervegetaties.

Naast de in dit bestemmingsplan opgenomen bepalingen voor de watergangen geldt ook de keur voor de waterschappen.

bijlage 4 : Landschapsontwikkelingsplan “Tuin van Limburg”
Projectthema’s en beschrijving sleutelprojecten in Leudal-west6

Getrapte opbouw uitvoeringstraject

Uit een groslijst van ruim 50 projectvoorstellen zijn zeven projectthema’s opgesteld. Deze projectthema’s betreffen in principe het gehele plangebied. De projectthema’s zijn de kapstok waaraan -als voorbeeld- concrete en lokale uitwerkingen zijn gehangen; de zogenaamde sleutelprojecten. De sleutelprojecten zijn ruimtelijk min of meer gelijkmatig verdeeld over het plangebied en zijn integraal van opzet. Elk sleutelproject is opgebouwd uit een aantal kleinere, afzonderlijk te nemen actiepunten.

Het uitvoeringstraject is opgebouwd uit drie trappen:

projectthema plangebied + doelgroepgerichte planvorming

sleutelproject locatie + integrale planvorming

actiepunten concrete maatregelen

Om te zorgen dat het uitvoeringstraject goed loopt is vooral geld en doorzettingsvermogen nodig. Gemeenten, provincie, waterschap en overige (semi-)overheden kunnen gezamenlijk ervoor zorgen dat regelgeving en subsidies afgestemd worden op vragen en ontwikkelingen. Er is duidelijk behoefte aan een centraal aanspreekpunt voor alles wat te maken heeft met het buitengebied.

Belangrijkste eerste stap daartoe is het aanstellen van een landschapscoördinator (project­thema 1). De coördinator ondersteunt tijdens het voortraject van een project en beheert een gemeentelijk groenfonds. Vooral particulieren worden hiermee over een drempel geholpen. Andere taken zijn: het participeren in overleg met betrekking tot regelgeving en subsidiëring van ontwikkelingen in het buitengebied, het geven van voorlichting aan overheden en bevolking, het helpen bij landschappelijke en ecologische inpassing van initiatieven in of aan de rand van het buitengebied en het stimuleren van particulier initiatief.


Projectthema

De volgende projectthema’s zijn onderscheiden:



  1. door de tuin geleid: de landschapscoördinator als spin in het web

  2. groene wegen, bonte bermen: versterken van beplantingsstructuren en het uitbreiden van ecologisch bermbeheer op gemeentegrond

  3. buiten-gewoon wonen: beplantingen op particuliere grond in samenhang met (nieuwe) woningen in het buitengebied

  4. stromenland: beekdalontwikkeling ter verbetering van waterhuishouding, ecologische uitwisseling en leesbaar landschap

  5. natuur in beweging: vergroting van ecologische uitwisseling tussen natuurgebieden

  6. tastbare tijd: cultuurhistorische ensembles in stedelijke uitloopgebied worden integraal hersteld en nieuwe functies toegekend

  7. beleefbaar landschap: recreatieve ontsluiting gaat samen met een verbetering van landschapsstructuren

De projectthema’s worden in de volgende paragrafen nader toegelicht aan de hand van de volgende rubrieken:





projectthema

doel en aanleiding

sleutelproject

waar te beginnen?

actiepunten

opsomming van concrete maatregelen

resultaat

wat merken we ervan?

werkwijze

hoe wordt het project aangepakt?

actoren

trekker en betrokkenen

planning

prioriteit en tijdspad

kosten en financiering

globale raming, mogelijke subsidies, geldbronnen


Sleutelproject

Voor het slagen van het LOP is het spoedig opstarten van concrete uitwerkingen van bovengenoemde projectthema’s wezenlijk. Voor elk projectteam is daarom een sleutelproject opgesteld. Het zijn integrale projecten, die gelijktijdig meerdere knelpunten oplossen en kansen benutten. Het resultaat is meer dan de som der delen. En bovenal: het resultaat van de projecten moet maximaal beleefbaar zijn: zichtbaar, bruikbaar, bereikbaar en toegankelijk. Bij voorkeur liggen dergelijke projecten daarom in de uitloopgebieden van de kernen. Ze dienen als katalysator in het ontwikkelingsgericht denken over het landschap in de komende 10 jaar en dienen als voorbeeld voor verdere uitvoering van de projectthema’s.

Bij voorkeur worden de sleutelprojecten binnen een korte tijdspanne volledig uitgevoerd, dat wil zeggen op alle actiepunten. Bij ontoereikende middelen of andere tegenwerking is uitvoeren van een deel van de actiepunten echter altijd zinvol. Men werkt dan namelijk stukje bij beetje aan een duidelijk omschreven einddoel.

Aan de hand van een aantal kenmerken worden de sleutelprojecten langs een aantal maatlatten gelegd:




* laag ** gemiddeld *** hoog

prioriteit

hoe essentieel is het project binnen het uitvoeringstraject?

kosten

wat zijn globaal de netto uitvoeringskosten?

financiële mogelijkheden

is inzet subsidies, fondsen en andere bronnen mogelijk?

complexiteit

hoe hoog is de organisatiegraad?

impact functies

hoeveel functies worden positief beïnvloed?

zichtbaarheid

wat merken we ervan?

doorlooptijd

hoe


Actiepunten

Een set van actiepunten, nodig voor de uitvoering van een sleutelproject, dus niet voor het gehele projectthema. Deze lijst is bedoeld als denkkader en pretendeert niet volledig te zijn.

De lijst geeft een beeld van wat er zoal bij de uitvoering van een sleutelproject komt kijken.



1   2   3   4   5


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina