Buitengebied Leudal-west



Dovnload 215.65 Kb.
Pagina5/5
Datum22.07.2016
Grootte215.65 Kb.
1   2   3   4   5

Thema 2 : Groene wegen, bonte bermen (gemeentelijk)
Projectthema

Beplantingen op gemeentegrond zoals weg- en singelbeplantingen zijn meestal sterk bepalend voor het landschap. Doordat het gemeentelijke eigendom vaak een beperkt oppervlak heeft en dit ook benut moet worden voor kabels en leidingen is het op veel plaatsen echter lastig om gemeentelijke beplantingen aan te brengen of in stand te houden. Hierdoor ontbreekt momenteel beplanting op plaatsen waar deze vanuit de ruimtelijke structuur wel zeer wenselijk zou zijn. Ook het hiermee samenhangende ecologisch bermbeheer komt onvoldoende van de grond.

Hier ligt een belangrijke gemeentelijke taak: gemeentelijke eigendommen, kansen en knelpunten worden in kaart gebracht, gronden worden aangekocht of geruild. Dat alles ter voorbereiding van het aanbrengen van beplanting. Doelen zijn: markante structuren en overhoeken beplanten; bebouwingsranden en uitloopgebieden een kwaliteitsimpuls geven en natuur versterken door bermen ecologisch te beheren en lokale recreatieve/ecologische verbindingen aan te leggen.


  • inventarisatie landschapselementen en eigendom

  • beplantingsstructuur

  • ecologisch beheer

  • kwaliteitsimpuls dorpsranden

  • kleine landschapselementen


Sleutelproject gebied Uffelse

Vanwege de grote inspanning die vereist is en vanwege het integrale en complexe karakter van het project, is het verstandig om in een beperkt gebied een pilot te starten. Het gebied rond Uffelse is daarvoor zeer geschikt: er zijn te beplanten wegen, waterlopen en relicten uit het vroegere kampenlandschap aanwezig.

De eerste stap is een effectieve inventarisatiemethode te ontwikkelen, die uiteindelijk voor de gehele Tuin kan worden benut. Rond de Uffelse beek liggen veel secundaire wegen en watergangen in een oost-west-richting die in aanmerking komen voor beplanting. Beplanten van dergelijke structuren heeft een groot effect, te meer omdat de structuren een abiotische basis hebben en omdat er onlangs door waterschap en particulieren projecten zijn gestart die ten goede komen aan het landschapsbeeld. Het gebied is bovendien al favoriet bij wandelaars en fietsers. Het is een voormalig kampenlandschap dat gekenmerkt word door verspreide bebouwing en een hoge dichtheid aan landschapselementen. In aansluiting met het nog gave en zeer kleinschalige Heioord bestaat hier de mogelijkheid een samenhangende landschappelijke identiteit te bereiken.
Actiepunten


  • inventarisatie kle (aardkunde, groen, water, cultuurhistorie)

  • inventarisatie eigendommen gemeente en andere (semi)overheden

  • aankoop grond langs waterlopen t.b.v. aanplant, minimaal 2 m breed (2 km)

  • onderzoek vergoedingensysteem grondeigenaren

  • aanplant singels (2 km)

  • aanleg houtwallen (1 km)

  • aanplant bomenrijen langs wegen (8 km)

  • verbetering kwaliteit bebouwingsrand (3 km)

  • overstappen naar ecologisch bermbeheer (maaien en afvoeren) (20 km)




Prioriteit

**

Kosten

*

Financiële mogelijkheden

*

Complexiteit

*

Impact functies

**

Zichtbaarheid

***

Doorlooptijd

*


Resultaat

Door optimale benutting van gemeentelijke eigendommen krijgt het landschap meer structuur. Het al of niet aanplanten van bermen en overhoeken, alsmede de keuze van het sortiment, hebben als doel ieder gebied een eigen identiteit te geven. Deze identiteit wordt beter beleefbaar door een grotere dichtheid aan recreatieve routes. Een heel belangrijk neveneffect is de voorbeeldfunctie die uitgaat van een dergelijk beplantingsproject. Het geeft een duidelijk signaal naar de bevolking dat een nieuwe strategie in de houding ten opzichte van het landschap is ingeluid: het LOP is uitvoeringsgericht.


Werkwijze

Het project betreft in chronologische volgorde:



  1. inventariseren van beplantingselementen en eigendommen

  2. vaststellen van kansen en knelpunten en het maken van afspraken

  3. uitvoeringsgereed ontwerp maken voor zover van toepassing geïntegreerd in DorpsOntwikkelingsProgramma’s

  4. aankoop/ruil gronden

  5. treffen van regelingen met derden, bijv. “recht op oeverpad” bij het Waterschap

  6. inrichting, voornamelijk bestaande uit aanplant houtige gewassen

  7. overstappen naar ecologisch beheer.


Actoren

Het sleutelproject ligt binnen de gemeente Hunsel; deze is trekker van het project. Mogelijke betrokkenen zijn behalve uiteraard de particuliere grondeigenaren, het IKL, de Bomenstichting, Waterschap, Dorpsraden, Wildbeheereenheden en de LLTB-afdeling.


Planning

Dit is bij voorkeur het eerste project dat onder leiding van een landschapscoördinator wordt opgestart. De voorbereiding gebeurt in voorjaar 2006, de uitvoering vanaf najaar 2006, afhankelijk van de eigendomsprocedures. Na de evaluatie kan het project vervolgens voor alle gemeentes van de Tuin van Limburg worden uitgebreid.


Kosten en financiering

Omdat het project grotendeels binnen eigen gronden plaatsvindt zijn de kosten beperkt. Kosten van de inventarisatiefase kunnen worden ondergebracht bij de bestemmingsplannen buitengebied. Mogelijkheden van financiering vanuit Europese subsidieregelingen voor wat betreft het voortraject moeten worden onderzocht.



Thema 3 : Buiten-gewoon wonen (particulier groen)
Projectthema

De vervlakking van het landschap is voor een groot deel een sluipend proces: beplantingselementen verdwijnen maar er komt te weinig terug op grond van particulieren (burgers, agrariërs). Hier is een extra stimulans nodig. Particulier groen wordt bevorderd door het ontwikkelen van een pakket aan laagdrempelige landschapselementen en bijbehorende overeenkomsten, erfbeplantingprojecten en kleinschalige rood-voor-groen projecten. Het mes snijdt aan twee kanten: enerzijds wordt voorzien in een behoefte aan betaalbaar buiten wonen en anderzijds wordt gewerkt aan een fraaier landschapsbeeld.

kleinschalig rood-voor-groen

erfbeplanting

structuren accentueren

lokale wandelmogelijkheden vergroten


Sleutelproject

Ruisende korenvelden omzoomd door bronsgroen hout. Tegenwoordig kom je deze idylle nog maar spaarzaam tegen. Er liggen in de Tuin nog enkele redelijk herkenbare veldgebieden. Het Halerveld is nog “leeg” en kan deze Limburgse identiteit nog teruggeven worden. Door aan de veldrand losse bebouwing toe te laten, geflankeerd door flinke partijen opgaand groen (“kleinschalig rood voor groen”) wordt het veld weer herkenbaar. Tezamen met het herstellen van kleine landschapselementen en erfbeplanting wordt op veel fronten aan een leesbaar landschap gewerkt. Een landschapscoördinator zorgt voor opstarten, toetsen en bijsturen om een sterke eenheid in de veldrandzone te garanderen.


Actiepunten

  • aanplant eenzijdige bomenrij langs weg rond veld (4 km)

  • aankoop 10m brede grondstrook ontbrekende stuk (400 m)

  • aanleg houtwal (400 m)

  • aanleg voetpad (400 m)

  • aanleg en onderhoud akkerrand(400x5m)

  • herstel veldweg (700 m)

  • aanplant hagen langs binnenzijde weg (2 km)

  • instrument ontwikkelen voor kleinschalig rood-voor-groen

  • belangstellenden voor bouwen/wonen in dergelijke zones benaderen

  • locaties rood-voor-groen zoeken binnen veldrandzone (kaart1)

  • integrale ontwerpen voor bouwen en beplanten begeleiden

  • compenserend groen aanleggen

  • erfbeplantingproject voor bestaande erven (circa 10)




Prioriteit

**

Kosten

***

Financiële mogelijkheden

****

Complexiteit

***

impact functies

**

Zichtbaarheid

***

Doorlooptijd

***


Resultaat

In algemene zin wordt het gebied rond het Halerveld groener. De landschappelijke verschillen op en rond het Halerveld worden groter: de randen worden dichter door toegevoegde bebouwing en beplanting, terwijl het veld open blijft. Er ontstaat een verscheidenheid binnen een eenheid aan beeld. Door kleine kortsluitingen en herstelde veldwegen verbetert de recreatieve routestructuur.


Werkwijze

Na aankoop van de benodigde stroken grond wordt de structuur van het Halerveld door middel van een beplantingsplan “vastgelegd”. Vervolgens is het nodig een instrument te ontwikkelingen met betrekking tot kleinschalig-rood-voor-groen. In het bestemmingsplan en in gemeentelijke en provinciale regelgeving worden mogelijkheden voor rood-voor-groen projecten een kader gegeven. Initiatiefnemers met affiniteit voor buiten-bouwen worden benaderd ter invulling van dergelijke projecten. Vanaf het begin wordt interdisciplinair gewerkt: architect, landschapsarchitect en ecoloog geven gezamenlijk de rood-voor-groen projecten gestalte. Hiermee waarborgt men een werkelijke kwaliteitswinst voor natuur en landschap. Tenslotte kan tezamen met initiatiefnemers gezocht worden naar de meest geëigende locaties. Uitvoering van de bebouwing en groen is zodanig dat er een verscheidenheid wordt bereikt, maar tegelijkertijd een visueel-ruimtelijke eenheid ontstaat.

Dit project hangt nauw samen met de verbetering van de beplantingstructuur, waarvan het sleutelproject in Leudal-west ligt (projectthema 2). Verdichting van het kampenlandschap rond het Halerveld maakt beleving van het open veld immers groter.

Bezien moet worden of bermen langs herstelde paden verbreed kunnen worden, zodat voldoende ruimte ontstaat voor akkerbeheer en bloemrijke ruigten op de overgang naar houtige opstanden. Dit heeft de voorkeur boven akkerrandbeheer vanwege de hogere duurzaamheid.


Actoren

De landschapscoördinator is hier de belangrijkste trekker, vooral in de verkennende fase. Betrokkenen zijn de gemeente Leudal en de provincie Limburg, MCMP, IKL, Limburgs Erf, particulieren, architect, landschapsarchitect, grondeigenaren.


Planning

Vanaf 2006 kan gestart worden met het versterken van de aanwezige structuur: wegbeplantingen en erfbeplantingen. Voor het werkelijke rood-voor-groen traject wordt zo spoedig mogelijk gewerkt aan het instrumentarium. Gedurende de planperiode van het LOP kunnen vervolgens, na voldoende geïnteresseerden verzameld te hebben, kleinschalige rood-voor-groen projecten rond het veld worden gerealiseerd. In navolging kan voor vergelijkbare veldrandzones elders binnen het plangebied eveneens de ruimte worden gegeven aan deze vorm van buiten-wonen.


Kosten en financiering

De gemeentelijke onderdelen moeten worden voorgefinancierd, bijvoorbeeld vanuit het landschapsfonds. Voor de planvorming van het gehele sleutelproject kan een beroep worden gedaan op Belvedère en de Reconstructie. Erfbeplantingprojecten en de aanleg van kleine landschapselementen zijn kostenneutraal. Het rood-voor-groen bedruipt zichzelf.


bijlage 5 : Natuur Historisch Park Uffelse
Het grondgebied van de voormalige gemeente Hunsel met de kernen Ell, Haler-Uffelse, Hunsel, Ittervoort en Neeritter heeft een rijke historie en cultuur. Zeker als daarbij ook het gebied gerekend wordt dat door de grensafscheiding in 1843 Belgisch grondgebied werd. Door zijn afzonderlijke en unieke ligging heeft dit gebied nog veel van zijn historie, zijn karakter en gevarieerd landschap behouden.

Om dit unieke karakter en de historische waarde van het gebied ook voor de toekomst te bewaren is het plan Natuur Historisch park Uffelse ontstaan. Juist omdat in deze hoek van de oude gemeente Hunsel nog een aantal cultuur historische elementen goed zichtbaar is of eenvoudig weer zichtbaar gemaakt kan worden.


Doel:

1 . Het behoud en het zichtbaar maken van de natuurhistorische en cultuurhistorische waarden, elementen en ontwikkelingen die bepalend zijn geweest voor dit gebied. Hierbij gaat het zowel om verleden, heden als toekomst;

2. Bevordering van de (stille) recreatiemogelijkheden voor streekbewoners en toeristen, mede als compensatie voor de teloorgegane werkgelegenheid in de agrarische sector. In dat verband is de gunstige ligging tussen twee belangrijke maar zeer verschillende recreatiegebieden, namelijk het Maasplassengebied en het Kempenland dat zich uitstrekt tussen Weert, Stramproy en Maaseik, relevant.
Het gebied:

Hoewel gesproken wordt van een park impliceert dit niet dat een deel van een gebied met een hek wordt afgezet. Integendeel, bewust wordt gekozen voor een groter gebied waar verschillende activiteiten mogelijk zijn, waar kenmerkende gebouwen staan, waar sprake is van afwisselende natuur, en dat zou kunnen lopen van Bruggerhof in Hunsel, het gebied rond de Uffelse beek inclusief het gebouwencomplex rond de Uffelse watermolen, de omliggende natuurgebieden bij de molen en rond de forellenvijver Heioord, het Diepven doorlopend op Belgisch gebied richting het voormalige grenskantoor in Kessenich, kasteel Borgitter en Neeritter. Activiteiten en bezienswaardigheden worden op een boeiende manier met elkaar verbonden.


De inrichting van het park:

Bewust wordt gekozen voor een groter gebied dat door zijn inrichting, natuur, historische en moderne agrarische gebouwen, recreatieve en infrastructurele voorzieningen - bestaand en gepland - reeds het nodige te bieden heeft zonder dat zware investeringen noodzakelijk zijn. Het beoogde gebied is goed te voet, per fiets, met paard en wagen, huifkar te doorkruisen.

Waar mogelijk zullen diverse landschappelijke elementen worden teruggebracht. Een voorbeeld hiervan is het terugbrengen van een stukje grensafscheiding uit wereldoorlog I (als grensmonument). Diverse elementen zoals houtwallen, hagen zullen in ere worden hersteld. Waar wenselijk zullen bordjes worden geplaatst met achtergrondinformatie. De wandel en informatiegids Wanjele in Hunsel bevat al veel bruikbare achtergrondinformatie voor geïnteresseerden.

De bedoeling is dat voor jong en oud op actieve manier iets te beleven valt. Binnen het gebied krijgt de recreant met uiteenlopende zaken te maken, waarmee hij desgewenst zelf ook actief aan de slag kan.


Activiteiten:

Gedacht wordt aan diverse akkertjes met landbouwgewassen zoals deze honderd jaar en langer geleden op de kleine gemengde bedrijven in deze regio gangbaar waren. Percelen grasland voor bewerking, afgerasterd met houtwallen (heggen). Perceeltjes gewassen, zoals rogge, spelt, haver, gerst, boekweit, koolzaad, vlas, aardperen etc. Voedergewassen als: spurrie, klaver, knollengroen, lupinen, voederbieten, koolraap.

Daarnaast moderne teelten zoals die thans worden verbouwd, zoals: maïs, suikerbieten, asperges, venkel, worteltjes, diverse koolsoorten, uien, bloembollen en bloemen. Oud en nieuw naast elkaar om de ontwikkeling zichtbaar te maken.

Verder een hoogstamboomgaard met diverse soorten appels, peren, kersen, noten, pruimen, kastanjes etc. Daar tegenover laagstam- moderne fruitgewassen. Bessensoorten: rode, zwarte, witte bessen, kruisbessen, bosbessen etc. Diverse bomen, struiken, heesters en sierheesters, alles voorzien van naambordjes.

De grote visvijvers van forellenvijver Heioord zijn in het plan opgenomen, evenals enkele poelen en vennen.

Onderkomens voor dieren, zoals pluimveerassen. Broedende vogels en kippen, eventueel met kuiken, goed zichtbaar in hun natuurlijke stek. Hokken voor kleinvee zoals konijnen, cavia's geiten, schapen en ezels. Een grote duiventil met volk, grote volière met inheemse vogelsoorten. Varkenshokken met diverse rassen (en jong vee). Al dan niet gecombineerd met een kinderboerderij.


Een of meerdere locaties ingericht als museum met allerhande ouderwetse gereedschappen, werktuigen.

Een loods met oude landbouwwerktuigen, karren, wagens en machines. Gebruik makend van de diverse particuliere verzamelingen en waar mogelijk in nauwe samenwerking met Eynderhoof.

Een locatie met een groot leslokaal waarin op moderne wijze uitleg gegeven wordt over leven, werken, gewassen en dieren. Of waar oude ambachten worden gedemonstreerd. Dit educatief gedeelte is zeer belangrijk voor de kennis van het agrarisch leven zoals dat vroeger plaats vond. Het dient voor het onderwijs toegankelijk te zijn en kan zodoende een goede bijdrage leveren aan de heemkunde en de geschiedenis van het platteland. Ook een locatie waar streekproducten worden verkocht hoort tot de opties.
In het plan zijn verscheidene bestaande horecafaciliteiten opgenomen. De beschikbare faciliteiten worden toereikend geacht.

Voor de historische activiteiten wordt aansluiting gezocht bij boeren bedrijven “in ruste”. Genoemde activiteiten daar zijn primair educatief. Bewoners van die bedrijven worden actief ondersteund door vrijwilligers en recreanten. Hetzelfde geldt voor huisvlijt als vlaaien bakken, jam, wijn, stroop en vele andere zaken die als huisvlijt vroeger en nu tot stand kwamen.

Voor het overige wordt aansluiting gezocht bij operationele bedrijven. Hierbij zal gekeken worden of openstelling voor het publiek op bepaalde momenten mogelijk is. Om de bedrijfsvoering niet onnodig te verstoren zal waar nodig en mogelijk worden gewerkt met “gidsen”.

Bij de uitwerking van de plannen voor het Natuur Historische Park Uffelse zal worden geanticipeerd op diverse andere plannen in het gebied zoals de herinrichting van de Uffelse beek en het gebied bij de Uffelse molen, de Uffelse molen als regionaal ontmoetingscentrum, de plannen voor een museum in het voormalig grenskantoor Kessenich (uit plan de Maashoorn van de gemeente Kinrooi, Weert, Leudal en Maasgouw), het oorlogsmonument WO-I, en de uitbreidingsplannen rond de forellenvijver Heioord.


Actoren:

Het plan staat of valt met de bereidheid van bewoners en vrijwilligers om aan deze activiteiten - vaak in en rond het eigen huis - met enige regelmaat te willen meewerken.

Daarnaast is actieve medewerking nodige van allerlei organisaties aan zowel Nederlandse als Belgische zijde. De gemeenten Leudal en Kinrooi vervullen in samenwerking met de provincies een sleutelrol. Daarnaast is actieve medewerking gewenst van allerlei natuur- en milieuorganisaties, heemkundeverenigingen, Waterschap, organisaties voor toerisme en recreatie, particuliere grondbezitters, verzamelaars van historische materialen, en pomologieverenigingen.
Initiatiefnemers:

Het plan wordt in eerste instantie handen en voeten gegeven door de Werkgroep Toeristische Wandelpaden Hunsel (WTW). Het is de bedoeling om het initiatief na de aanloop­fase over te dragen aan een nieuw te vormen werkgroep annex stichting in oprichting.


Werkgroep Toeristische Wandelpaden Hunsel (WTW)

maart 2008



1 voor de samenstelling van de werkgroep wordt verwezen naar bijlage 1


2 dankbaar is gebruik gemaakt van de “Gebiedsanalyse voormalige gemeente Hunsel, ten behoeve van het opstellen van een dorpsontwikkelingsprogramma” (2007, Thiemo Schuurmann)

3 het betreft: perspectiefvolle landbouw, behoud en ontwikkeling van de natuurkwaliteit, behoud en versterking van de landschapskwaliteit, veerkrachtige watersysteem en duurzaam grondgebruik, structuurversterking van recreatie en toerisme, sociale vitaliteit en leefbaarheid, en stad-land relaties.


4 Voor Leudal-west gaat het hier om: bosuitbreiding (programmabeheer), kleine landschapselementen (o.a. IKL), erfbeplanting (Limburgs Erf), aanvullende natuurontwikkeling (Rood voor Groen), versterking beslotenheid (kleinschalig Rood voor Groen), versterking openheid (Ruimte voor Ruimte), versterking openheid (Ruimte voor Ruimte met nieuwbouw elders), en akkerflora en -faunarandbeheer (aanvullende regeling).

5 Op 21 januari 2008 heeft de LLTB-afdeling de Winning besloten tot voorlopige opschorting van haar deelname aan de werkgroep. Het afdelingsbestuur is van mening dat de in de werkgroep behandelde onderwerpen in het kader van het nieuwe buitengebiedplan op gemeentelijk niveau behandeld moeten worden en niet op dorpsniveau. De afdeling is wel bereid tot medewerking aan de door de werkgroep aan te dragen concrete en uitvoerbare projecten die kansen bieden voor de land- en tuinbouw.

6 deze bijlage is een bewerking van hoofdstuk 5 van het Landschapsontwikkelingsplan “Tuin van Limburg” (2005)



1   2   3   4   5


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina