Bundel met liedjes, moppen, versjes en gedichten



Dovnload 72.25 Kb.
Datum22.07.2016
Grootte72.25 Kb.










Bundel met liedjes, moppen, versjes en gedichten

Dit is bundel waarin je verschillende liedjes, moppen, versjes en gedichten rond het thema ‘de boerderij’ terugvindt. Deze zijn allemaal bruikbaar in de tweede graad. Dit is een bundel waar je als leerkracht zelf mee aan de slag kunt.


1Liedjes


De meeste liedjes van de werkbundel zijn bekende liedjes die wel iemand kent uit een leerkrachtenteam. Daarnaast wil ik de website: <http://pabo.feo.hvu.nl/muziek/ alle_liedjes_uit%20Eigenwijs.htm> vermelden. Op deze site kan je de muzikale versies van de liedjes Eigenwijs vinden. Bij elk lied staan ook de noten. Zo kunnen de liedjes ook op gitaar, piano of blokfluit gespeeld worden.

Eindtermen bij de liedjesbundel:

2.1 De leerlingen kunnen muziek beluisteren en ervaren, muzikale impressies opdoen uit de geluidsomgeving met aandacht voor enkele kenmerken van de muziek: klank, functie, …


2.4 De leerlingen kunnen genieten van zingen en musiceren en dit gebruiken als impuls voor nieuwe muzikale spelideeën of aanverwante expressiewijzen.

6.3 De leerlingen kunnen genieten van het muzische handelen waardoor hun expressiemogelijkheiden verruimen.



Zangavond en muziekquiz

Op het domein van huize Radeske is een kampvuurplaats voorzien. De liedjes zijn een ideale basis om aan het kampvuur een zangavond te organiseren. Daarbij kan ook een soort muziekquiz georganiseerd worden. Naast liedjes die in groep gezongen worden, kunnen er verschillende zang-, muziek en andere rondes worden uitgevoerd.


Mogelijke activiteiten voor de quiz :
→ Een stop-de-band-ronde

→ Laat muziekfragmenten of liedjes horen uit musicals of disneyfilms. De leerlingen moeten de titel van de film en een dier dat de hoofdrol in de film speelt, opschrijven.


Vb: ‘Diep in de zee!’. De kleine zeemeermin. Hoofdrol = Sebastiaan de krab en botje de vis.
‘Car wash van missy Eliot’. Shark tale / haaiensnaaier. Hoofdrol= haai

→ Populaire dansen uitvoeren zoals de plopdans, vogeltjesdans, …

→ Uitbeeldronde: Bekende dieren uitbeelden, zoals: olifant – kikker - …
→ Boerderijgeluiden: De leerlingen moeten de geluiden herkennen en het dier opschrijven.
→ De zoekronde: Welke dieren komen er voor in deze prenten?
Deze prenten kun je heel gemakkelijk maken met het programma paint.

(paard en koe) (varken, haan en geit) (poes, varken, bok en paard)


2Versjes en gedichten


Ook de versjes en gedichten die in deze bundel te vinden zijn, gaan over het thema boerderijdieren. Het is niet de bedoeling dat je de leerlingen een gedicht uit het hoofd laat leren, maar wel dat je op een creatieve manier werkt met deze gedichten.

Sommige gedichten of versjes zijn al iets ouder, maar daarom niet minder mooi. De kans bestaat dat in deze gedichten moeilijkere en minder gebruikte woorden staan. Neem als leerkracht de tijd om deze woorden aan de kinderen uit te leggen.



Eindtermen Nederlands + kerndoel:

3.5 De leerlingen kunnen (verwerkingsniveau=structureren) de informatie ordenen die


voorkomt in voor hen bestemde verhalen, kinderromans, dialogen, gedichten, kindertijdschriften en jeugdencyclopedieën.

→ De leerlingen kunnen genieten van taal en gedichten.



Mogelijke activiteiten:

→ De leerlingen kiezen een gedicht in groep. Één iemand zal het gedicht voorlezen en de anderen beelden het gedicht uit in een toneel. Deze voorstelling wordt telkens besproken. Was het duidelijk welke dieren ze waren? Waarom was het zo goed? Waarom was het iets minder?

→ Elke leerling kiest een gedicht dat hem het meeste aanspreekt. Ze maken er een tekening bij. Die hang je op aan de gedichtenmuur. Daarna gaan de leerlingen in groepjes op zoek naar welke gedicht op de tekening uitgebeeld staat.

3Moppen


Zet in de refter een moppentrommel waaruit elke maaltijd een mop wordt voorgelezen. Spreek op voorhand af dat het na de mop tijd is om rustig te eten. Zo heb je op een speelse manier regels gesteld aan tafel. Geef de kinderen ook de kans om zelf nieuwe moppen (met het thema boerderij/platteland) in de moppentrommel te steken.






Net zoals elk dier een eigen geluid maakt, kunnen jullie dat ook!!



Zing samen een liedje over de dieren van de boerderij.





























    Dit is een nieuwe versie op het lied: “En de boom staat op de bergen”


































































In gedichten en versjes rijmen we vrij

over de dieren van de boerderij!







    De kip die geen ei wou leggen

    Er was eens een kip die geen eitjes wou leggen,

    en iedereen had daar wel wat op te zeggen.

    “Boe!” loeiden de koeien, “eet gras net als wij.

    Dan leg je vanavond gewoon weer een ei.”

    “Tok! Tok!” zie de kip, “nee, dat kan ik niet doen.

    Dan worden mijn eitjes vast allemaal groen.”

    “Hihihi!” brieste het paard, “draaf eens fijn in galop.

    Dan houd je met leggen beslist nooit meer op.”

    “Tok! Tok!” zei de kip, “nee, dat is niks voor mij.

    Ik krijg van al dat draven een steek in mijn zij.”

    “Grrr!” knorden de varkens, “wij weten het, heus.

    Wroet fijn, net als wij, in het zand met je neus.”

    “Tok! Tok!” zei de kip en ze schudde van nee.

    “Een kip heeft een snavel, daar wroet ze niet mee.”

    “Ku-ke-lu-ku!” riep de haan in het hok.

    “Je moet eens een avondje heel vroeg op stok!”

    “Tok! Tok!” zei de kip, “nee, wat jullie ook zeggen;

    ik heb echt geen zin om een eitje te leggen.”

    “Miauw!” zei de kat en de hond zei: “Woef! Waf!

    Met een kip die niet legt, loopt het altijd slecht af!”

    En ze hadden gelijk, want wat zei de boerin:

    “Wat hoor ik? Heb jij in het leggen geen zin?

    Een kip die niet legt, tja, daar heb ik niks aan.

    Daar maak vanavond fijn kippensoep van!”

    Wat schrok die kip toen de boerin dat zei.

    Onmiddellijk legde ze een knots van een ei!

    Liesbet Rong













Een kuikentje
Eerst zat je in een eitje

daarbinnen was het klaar.

Toen groeide je een tijdje

‘krak’ deed de eierschaal.


Je stapte uit het dopje

en keek eens om je heen.

Je schudde met je kopje

daar stond je nu. Alleen!


Je hebt een zacht geel lijfje,

da’s helemaal van dons.

En als je wilt dan blijf je

gezellig wat bij ons.



L. Smulders
Ezeltje

Ver van de paarden die draven en springen,

ver van de schapen die duwen en dringen,

ginds in het weiland, heel stil en gedwee,

daar staat de ezel. En doet niet mee.
Ver van de ganzen die veel te hard kwaken,

ver van de waakhond die ruzie wil maken,

ginds achteraan, in de zomerse wei,

daar staat de ezel. En hoort er niet bij.


Laat hem maar mijmeren, laat hem maar dromen.

Ezeltjes zijn ook van zó ver gekomen…

Andere dieren, die maken zich druk.

Maar ezeltjes hebben hun eigen geluk. Harriet Laurey



    Slaapliedje

    Het schaap heeft slaap,

    de koe is moe,

    het varken doet

    zijn oogjes toe.

    Het paard kijkt over

    ’t prikkeldraad

    en denkt: Het is ontzettend laat.

    De kip zegt zacht

    nog één keer: Tok.

    En ach, dan slaapt ze

    op haar stok.

    De boer kruipt ook

    het bed maar in,

    lekker dicht

    bij zijn boerin.





    Willem Wilmink



    Gansje Kwikkelkwak

    Ik ben gansje Kwikkelkwak,

    de eerste in het zwemmersvak.

    In de plas of op het gras

    altijd even flink te pas.

    Ik ben gansje Kwikkelkwak,

    kijk eens naar mijn pluimenpak;

    wit als sneeuw, als zijde zacht,

    wie heeft zulke mooie vacht?

    Ik ben gansje Kwikkelkwak,

    ’k heb een huisje met een dak.

    Elke dag, kort na de noen,

    ga ik daar mijn dutje doen.

    __________________________



    Naar de stad…

    Voor de haan te kraaien zat

    trok boer Krelis naar de stad.

    …………………………………

    Wat is hij daar gaan kopen?

    Een paard dat niet kan lopen,

    een koetje op twee poten,

    een kleine en een grote;

    een zwijntje zonder oren

    en ’t haantje van de toren.

    Dan wou hij nog een wagen

    om ’t al te kunnen dragen.

    …………………………………

    Of de boer is thuis gekomen

    heb ik nooit of nooit vernomen.


  • Boerinnetje!

    “Boerinnetje! Boerinnetje!

    Je stap zo vlug voorbij?”

    “Ik ga de koetjes melken

    die loeien in de wei.”

    “Boerinnetje! Boerinnetje!

    Wat heb je toch een haast.”

    “De zwijntjes hebben honger,

    ze knorren reeds hiernaast.”

    “Boerinnetje! Boerinnetje!

    Je loopt alweer met spoed.”

    “Ik moet mijn eitjes rapen,

    mijn kippen leggen goed.”

    “Boerinnetje! Boerinnetje!

    Hoor hoe je kindje schreit.”

    “Ga jij zijn papje geven,

    jij bent een flinke meid.”



    Zwijntje Zwik

    Knorre – knorre – knik!

    Hier is Zwijntje Zwik.

    ’t Is zo trots omdat zijn staart steeds zijn dubbele krul bewaart.

    Knorre – knorre – knik!

    ’t Zwijntje lacht zich dik.



    Het jonge haantje

    Vuurstaart was het jongste haantje

    uit het nest van Kokkedij.

    Hij begon alreeds te kraaien

    pas gekropen uit het ei.

    In de rij wou hij niet lopen,

    dat was voor een haan te min.

    Ruzie stoken, slaan en pikken

    waren spelen naar zijn zin.

    Als de kippen gingen slapen

    vluchtte hij tot op het dak,

    en vertelde dat hij ’s avonds

    met de maan en de sterren sprak.

    Nooit was Vuurstaart echt tevreden,

    hij wou, als de torenhaan,

    immer draaien, immer keren

    en wel nooit naar bedje gaan.

    Koddedij hield van haar Vuurstaart,

    ’t was de mooiste uit haar nest.

    “Kom mijn jongen,” zei ze troostend,

    “blijf bij ons, ’t is voor je best.”

    Nimmer, nimmer wou hij eten

    van het lekker kippenvoer;

    hij at liever boterhammen

    aan de tafel van de boer.


  • De spin Sebastiaan Annie M.G. Schmidt
    Dit is de spin Sebastiaan
    Het is niet goed met hem gegaan

    Luister!

    Hij zei tot alle and're spinnen:


    Vreemd ik weet niet wat ik heb,
    maar ik krijg zo'n drang van binnen
    tot het weven van een web.

    Zeiden alle and're spinnen:


    O, Sebastiaan, nee Sebastiaan
    kom, Sebastiaan, laat dat nou,
    wou je aan een web beginnen
    in die vreselijke kou??

    Zei Sebastiaan tot de spinnen:


    't web hoeft niet zo groot te zijn,
    't hoeft niet buiten, 't kan ook binnen
    ergens achter een gordijn

    Zeiden alle and're spinnen:


    O, Sebastiaan, nee Sebastiaan,
    toe, Sebastiaan, toom je in!
    Het is zò gevaarlijk binnen,
    zò gevaarlijk voor een spin.

    Zei Sebastiaan eigenzinnig:


    Nee, de drang is mij te groot.
    Zeiden alle and'ren innig:
    Sebastiaan, dit wordt je dood!

    O, o, o, Sebastiaan...


    Het is niet goed met hem gegaan...

    Door het raam klom hij naar binnen.


    Eigenzinnig! En niet bang!
    Zeiden alle and're spinnen:
    Kijk, daar gaat hij met zijn drang!

    Na een poosje werd toen even


    dit berichtje doorgegeven:

    Binnen werd een moord gepleegd.
    Sebastiaan is opgeveegd.




    De koe

    Boe boe.

    Ik ben de koe

    en graas maar toe.

    Gras eet ik graag.

    Ik vul gestaag

    mijn eerste maag.

    Dan vlij ik mij

    zacht in de wei.

    Nu kauw ik pas

    het malse gras.

    Herkauw het weer

    een tweede keer.

    Dan sta ’k weer op

    en buk mijn kop.

    Zo graas ik voort

    steeds onverstoord.

    Vier magen vol

    mijn lijf staat bol.

    Dan ben ik moe.

    Ik rust wat uit

    en loei nu luid:

    Boe boe!

    Ik ben de koe!

    Boe boe!

    Hok

    Mensen wonen in huizen,

    koeien staan op stal.

    In een garage gaat de auto,

    het tuinhuis bergt jouw bal.

    Indianen leven in tenten.

    De neger slaapt in een hut.

    Een eskimo heeft een iglo,

    de zwerver rust in een put.

    Nu laat ik jou eens raden!

    Wat stop je in een hok?

    Een dier, je kent het zeker:

    de hond, de duif, de bok?

    M’n konijn

    M’n konijn zit te snuffelen

    Ik wil het graag knuffelen

    Hij knabbelt aan ’t hooi

    Zo vind ik hem mooi

    Spierwit is z’n vacht

    ‘k aai hem heel zacht

    Z’n neus wipt op en neer

    ‘k vind dat grappig telkens weer

    Ik hou zoveel van m’n konijn zonder hem…

    Zou’k véél verdrietiger zijn.

    Dieter Schokens, Dilbeek (9 jaar)





    Moeder Geit

    Moeder geit in de geitenwol

    Wat heb je toch steeds je handen vol.

    Dat is maar kruiden plukken

    en bij het beekje bukken.

    De kleine geitjes wassen

    En heel goed op ze passen,

    zodat de wolf ze niet pakt,

    zodat de beer ze niet pakt,

    zodat de slimme Rein Vos

    ze niet meelokt in het bos.

    Teun de Vries
    De stier
    Hier is de stier, is de stier!

    Met geweld kom ’k gesneld door het veld.

    Tot de strijd ben ik altijd bereid.

    O, dat rood maakt mij boos, maakt mij dol, daardoor sla ik van woede op hol.

    Kijk niet op, kijk niet op met mijn kop.

    ’k Ren vooruit in een woeste galop.

    ’k Stoot mijn puntige hoorns omhoog.

    Wat ik raak gaat omhoog in een boog.

    Je verzetten, dat helpt je geen zier,

    want ik ben de stier, ben de stier.



    Melken

    Een boer in de wolken

    heeft zijn schaapjes gemolken.

    Schaapjes van wolken

    met de handen gemolken.

    Één voor één,

    tot ook het laatste verdween.

    Zo heeft een boer in de wolken

    op een zomerse dag

    de hele hemel leeggemolken.



    Het jaloerse lammetje

    Mèèèè, mèèèè! Blaat lammetje Wittekop.

    Mèèèè, waarom til je mij niet op?

    Waarom alleen mijn zusje?

    Ben ik niet mooi soms, of niet lief?

    Toe, pak me even alsjeblieft,

    dan geef ik jou ’n kusje.

    Mèèè, mèèè!

    Foei, Wittekop! Zegt Willemijn, je hoeft toch niet jaloers te zijn!

    Schei uit met dat gemekker!

    Maar als je nu niet langer zeurt

    dan kom jij strakjes aan de beurt

    en knuffel ik jou lekker.

    Het lammetje snuffelt aan de takjes

    en vraagt zich af: Wanneer is strakjes?






Lachen en gieren

om de moppen van de boerderijdieren!





    De dieren zijn weggelopen

    De koeien van boer Jansen zijn alweer uit de wei weggelopen. dus zegt de boer tegen zijn knecht: "Ga een bord schrijven waarop staat: NIET MEER UIT DE WEI WEGLOPEN!!" "Maar dat kunnen koeien toch niet lezen?" vraagt de knecht.

    "Nou en? Dan schrijf je het toch gewoon in koeienletters?!"

    De duif en de koe

    Er was eens een koe en een duif.


    De duif zei: “Roekoedekoe!”
    En weet je wat de koe zei? Roeduifdeduif!

    Een koe

    Waarom mag een koe niet mee naar een voetbalwedstrijd?


    Antwoord: Omdat die dan steeds BOE!!!! gaat roepen.

    Koeien in bad

    Twee koeien zaten in het bad.

    De eerste koe zegt tegen de andere: “Lekker badje hé?!”

    Waarop de andere koe antwoordt: “Ja, een heel goed badje!

    Maar ik heb een probleem! Ik krijg men zwarte vlekken er niet af”




Een stadsjongen gaat jagen
Een jongeman uit de stad bezoekt zijn oom en tante op de boerderij.
De eerste paar dagen laat de oom zijn neef zien wat er zoal op en
rond een boerderij gebeurt, maar op een gegeven moment heeft de boer
geen interessante 'stof' meer. Plotseling krijgt hij een idee:
"Waarom neem je niet één van mijn geweren en een paar honden mee.
Dan kun je lekker gaan jagen in het bos." De neef vindt het een goed
idee en gaat enthousiast naar het bos. Een paar uur later komt hij
weer terug. "En? Hoe vond je het?" vraagt de boer. "Geweldig!"
antwoordt de neef, "Hebben jullie nog meer honden?"
Stekelschaap

Wat krijg je als je een schaap met een stekelvarken kruist?


Antwoord: Een dier dat zijn eigen trui kan breien.
Eieren leggen

Waarom leggen kippen eieren?


Als ze ze gooien, vallen ze kapot.
Het ding van een kip

Het is een heel klein huisje fijn

Waarin geen deuren of vensters zijn

Toch groeit daarbinnen vlees en been

En wat dat is, dat weet niet één.

Ra ra, wat is het???

(een ei)

Bronnenlijst
Liedjes:

Jeugd & Gezondheid (1999). Zing met ons… . Jeugddienst van de Christelijke mutualiteit.



    Haverkort, F., van der Lei, R., Noordam, L. (1999). Eigen-wijs. Utrecht: Hoonte Bosch en Keuning.


Gedichtjes en versjes:

De Roeck, W. (2007). Boerderijklassen. Gemeentelijke basisschool Schelle, pag.61.



    Van Coillie, J. (2000). De dichter is een tovenaar. Uitgeverij Altiora Averbode.

Dols, K. (2005). Op boerderijklassen in de “Vierhoekshoeve”.Vrije basisschool Reet – Terhaegen: De Wingerd.

Dols, K. (1999). Op boerderijklas in de “Vierhoekshoeve” GIJZENZELE. Vrije basisschool Reet – Terhaegen: De Wingerd.

Kerseboom, R. (1977). Van aap tot schapen. Kinderpoëzie. Van In.

De Bilt (1978). Kinderversjes. Cantecleer.



    Internet:

    KLJ Antwerpen. Weidekriebels (spreekwoorden, gezegdes en gedichten).

    < http://www.klj.be/bestanden/Spreekwoorden%20gezegdes%20gedichten.pdf >

    Zita. De spin Sebastiaan.



    < http://gedichtenbank.ge.funpic.org/gedichten/sebastiaan.html >

    Op deze site staan gedichten die door iedereen kunnen ingezonden worden. Al die gedichten zijn geordend in verschillende categorieën en thema’s.




Mopjes:

    KLJ Antwerpen. Weidekriebels (spreekwoorden, gezegdes en gedichten).

    < http://www.klj.be/bestanden/Spreekwoorden%20gezegdes%20gedichten.pdf >

1001 moppen! Goed voor uren lachplezier.

< http://www.1001moppen.be/ >

Op de site vind je verschillende moppen verdeelt onder een aantal categorieën.


Afbeelding

    KLJ Antwerpen. Weidekriebels (illustraties).

    < http://www.klj.be/bestanden/illustraties.pdf >

    Tot slot

    Daar kwam een boer met een kind

    en ’t vertelselke begint.

    Daar kwam een boer met een kalf

    en ’t vertelselke is half.

    Daar kwam een boer met een fluit



en ’t vertelselke is uit.







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina