Bureau 533e vergadering – 14 februari 2007



Dovnload 32.88 Kb.
Datum22.07.2016
Grootte32.88 Kb.



NL


Europees Economisch en Sociaal Comité


Punt 4 c)


BUREAU

533e vergadering – 14 februari 2007

_____________





Betreft:

Agendapunt 4 c)




Actieplan 2007 ter intensivering van de samenwerking tussen het EESC en de Sociaal-Economische Raden uit de EU



VOOR BESLUIT

Het EESC werkt al diverse jaren structureel samen met de 21 Sociaal-Economische Raden of soortgelijke instellingen die er in de EU bestaan. De laatste tijd heeft deze samenwerking zich duidelijk ontwikkeld. Zij uit zich in gezamenlijke initiatieven in een bilateraal kader, of in gemeenschappelijke activiteiten die ontplooid worden binnen het netwerk dat het EESC en de SER's hebben gevormd. Zowel bij de gezamenlijke initiatieven als het opzetten van het netwerk heeft het EESC als drijvende kracht gefungeerd door acties inzake thema's van wederzijds belang voor te stellen, aan te sturen en te coördineren.


Conform de richtsnoeren van de voorzitter wordt voorgesteld om de samenwerking uit te breiden, omdat deze er in belangrijke mate toe kan bijdragen de participatiedemocratie te bevorderen en de strategische prioriteiten van de EU onder de aandacht te brengen en ten uitvoer te leggen. Ook biedt de samenwerking het EESC de kans om zichtbaarder te worden en meer invloed te krijgen, met name bij de overige Europese instellingen en Europese maatschappelijke organisaties en hun netwerken.
Uitgaande van de stand van zaken en van wat er is bereikt, wordt in deze nota voorgesteld hoe een actieplan om de samenwerking te intensiveren er in grote lijnen zou kunnen uitzien.
Doel van dit plan is de bestaande banden met de SER's aan te halen, het EESC bekender te maken en bij te dragen tot de oprichting van SER's of soortgelijke instellingen in de lidstaten waar deze vorm van vertegenwoordiging van het maatschappelijk middenveld nog steeds niet (of niet meer) bestaat.

1.Bilaterale samenwerking tussen EESC en SER's




1.1Wat er is gedaan

Dat het EESC dynamische relaties onderhoudt met de SER's in de EU blijkt vooral uit de samenwerkingsactiviteiten die tijdens ieder EU-Raadsvoorzitterschap worden ontwikkeld, de ontmoetingen tussen bureaus en afdelingen van EESC en nationale SER's, en het sluiten van een samenwerkingsovereenkomst met een SER.


Op initiatief van het EESC wordt met de SER van het land dat het EU-Raadsvoorzitterschap bekleedt een decentrale gezamenlijke conferentie georganiseerd. De eerste in deze reeks was de Conferentie van Lissabon in het voorjaar van 2000 (waar de Lissabonstrategie is gelanceerd). Sindsdien zijn er conferenties gehouden in Parijs in 2000 ("Nieuwe kennis, nieuwe arbeidsplaatsen - Effecten van de nieuwe technologieën"), in Brussel in 2001 ("Europese sociale modellen: convergentie of co-existentie?"), in Madrid in 2002 (Tweede bijeenkomst van de maatschappelijke organisaties van Europa, Latijns-Amerika en het Caribisch gebied), in Thessaloniki in 2003 ("Consumentenbeleid en de uitbreiding van de EU"), in Rome in 2003 ("Rol van het maatschappelijk middenveld in het Euromediterrane beleid na de uitbreiding"), in Dublin in 2004 ("Rol van het maatschappelijk middenveld bij het moderniseren van netwerkdiensten"), in Den Haag in 2004 ("Europese arbeidsverhoudingen"), in Luxemburg in 2005 ("Lissabonstrategie"), in Wenen in 2006 ("De participatiedemocratie: uitdagingen in een grotere EU") en onlangs in 2006 in Helsinki ("De mobiliteit van werknemers in de Lissabonagenda").


Voorts zijn er op verzoek van SER's conferenties georganiseerd, bijv. in 2005 met de Belgische Centrale Raad voor het Bedrijfsleven ("De Lissabonstrategie: drijvende kracht achter markthervormingen in netwerkindustrieën") en in 2006 met de SER van Hongarije ("Hoe kan worden bevorderd dat de lidstaten de Lissabonstrategie meer als hun eigen verantwoordelijkheid gaan zien (ownership): heeft het maatschappelijk middenveld wel genoeg inspraak?") en de SER van Griekenland ("De rol van de instellingen voor civiele en sociale dialoog bij het EU-toetredingsproces en de toepassing van de Lissabonstrategie").





  • Er hebben vele ontmoetingen tussen EESC-bureau en -afdelingen en hun tegenhangers bij de nationale SER's plaatsgevonden. Deze ontmoetingen tonen aan dat er sprake is van een open en permanente dialoog en dragen ertoe bij dat de EESC-werkzaamheden meer effect sorteren en de door de SER's van de lidstaten ontplooide initiatieven een Europees tintje krijgen.




  • Tot slot bestaat er tussen het EESC en de Franse SER sinds 2001 een bilaterale samenwerkingsovereenkomst, waardoor de wisselwerking tussen de werkzaamheden van beide instellingen kon worden bevorderd en er tal van gezamenlijke initiatieven op touw kon worden gezet (regelmatige, uitvoerige verstrekking van informatie over de activiteiten van het EESC en de overige instellingen; conferenties, bijeenkomsten van diverse aard). Deze goede samenwerking heeft ook een gunstig effect gehad op het werk van het EESC binnen de AICESIS.



1.2Vooruitzichten





  • Op het niveau van het voorzitterschap zou in nauwe samenwerking met de betrokken leden een "SER-tournee" in de EU kunnen worden gehouden. Hierdoor zou het mogelijk worden om van geval tot geval nieuwe gebieden aan te duiden waar gemeenschappelijke belangstelling voor bestaat en om tot nieuwe bilaterale samenwerkingsmaatregelen te komen. In deze tournee zou de spits kunnen worden afgebeten door de SER van Spanje.

In dit verband zij erop gewezen dat de meeste SER's werkorganen hebben die Europese vraagstukken horizontaal behandelen. Op basis hiervan is het denkbaar om samen te werken aan het opstellen van parallelle adviezen over gezamenlijke prioritaire thema's, met name in het kader van het voorzitterschap van de Unie. Voorgesteld wordt om na te gaan hoe dit in de praktijk zijn beslag zou kunnen krijgen. In het bijzonder moet daarbij gelet worden op de inachtneming van de autonomie en de werkwijze van elke instelling die belast is met het opstellen van adviezen voor de eigen institutionele partners.




  • Het is de bedoeling gezamenlijke conferenties te houden met de SER's van de komende Raadsvoorzitters Portugal (tweede helft 2007) en Slovenië (eerste helft 2008). De te behandelen thema's moeten in onderling overleg worden gekozen, waarbij zou kunnen worden uitgegaan van de prioriteiten van het desbetreffende voorzitterschap en/of van verkennende adviezen die op verzoek van deze toekomstige Raadsvoorzitters zijn opgesteld.




  • Tevens bestaat het voornemen om met de SER van Bulgarije samen te werken om het in 2006 in gang gezette gedachtevormingsproces over de Balkan te verdiepen (conferentie bij het EESC in het voorjaar, samenwerking met de Griekse SER in december).




  • Om voor continuïteit ten aanzien van de programma's van de achtereenvolgende Raadsvoorzitters te blijven zorgen, zouden de SER's van de twee toekomstige Raadsvoorzitters ook bij een dergelijke operatie kunnen worden betrokken.



2.Multilaterale samenwerking tussen EESC en SER's




2.1Wat er is gedaan





  • In 2001 heeft het EESC besloten tot nauwe samenwerking m.b.t. de discussie over de toekomst van de Unie die in het kader van de Europese Conventie op gang is gekomen. Tijdens de EESC-zitting van september 2001 hebben de SER-voorzitters hierover van gedachten gewisseld. Sindsdien zijn de SER's regelmatig geïnformeerd over het verloop van de werkzaamheden van de Conventie en over de voorstellen van het EESC. SER-vertegenwoordigers hebben aan de EESC-zitting van mei 2004 deelgenomen om voor een follow-up te zorgen.




  • Sinds 2000 vinden er jaarlijkse bijeenkomsten van de voorzitters en secretarissen-generaal van de SER's en het EESC plaats. Deze zijn uitgegroeid tot belangrijke trefpunten om overleg te plegen en werkzaamheden te sturen. Er wordt doorgaans gediscussieerd over een of meer thema's van gemeenschappelijk belang die verband houden met de Europese agenda (Helsinki 2001: "Vergrijzing"; Dublin 2002: "De open coördinatiemethode"; Madrid 2003: "Uitbreiding, grondwetsverdrag, sociaal overleg"; Luxemburg 2004: "Tussentijdse herziening van de Lissabonstrategie"; Parijs 2005: "Het vertrouwen in het Europese integratieproces herstellen door een echte dialoog met het maatschappelijk middenveld aan te gaan"; Lissabon 2006: "De uitdaging van de diversiteit en de integratie in Europa").

Aan het eind van deze ontmoetingen worden gemeenschappelijke verklaringen opgesteld ten behoeve van de hoogste verantwoordelijken van de Europese en nationale instellingen.




  • De meest innovatieve ontwikkeling in de voorbije jaren was echter het opzetten van een interactief netwerk tussen het EESC en de SER's voor de tenuitvoerlegging van de Lissabonstrategie. Conform het mandaat dat de Europese Raad van maart 2005 aan het EESC heeft verleend, zijn er bij het Comité verschillende vergaderingen met SER-vertegenwoordigers gehouden om aan de hand van hun eigen bijdragen en die van het EESC een samenvattend verslag op te stellen, dat vervolgens is voorgelegd aan Europese Raad van maart 2006. Deze operatie is een succes gebleken. Nu de Europese Raad het EESC-mandaat voor de periode 2006-2008 heeft verlengd, worden de werkzaamheden van het uit EESC en SER's bestaande netwerk op veel ambitieuzere wijze voortgezet door de horizontale Lissabongroep, die een synthese moet maken, en door vier werkgroepen (innovatie, energie, MKB en arbeidsmarktintegratie van kansarmen). Uit de diverse vergaderingen die vanaf het begin zijn gehouden, blijkt dat de vertegenwoordigers van de meeste SER's er belangstelling voor hebben om de handen ineen te slaan in het kader van een nieuwe vorm van interactieve, participerende samenwerking. De voorbereiding van het nieuwe verslag biedt de kans om deze samenwerking aanzienlijk te intensiveren.




    • Andere samenwerkingsverbanden zijn in het kader van Euromed tot stand gebracht op basis van het mandaat dat met de Verklaring van Barcelona is verleend. Zo organiseert het EESC ieder jaar samen met een nationale SER een topontmoeting die steevast uitmondt in een gemeenschappelijke verklaring (Valencia 2005; Ljubljana 2006; Athene 2007).




    • De tweejaarlijkse conferenties die het EESC organiseert vormen eveneens gelegenheden om met de SER's te overleggen en van gedachten te wisselen over onderwerpen van gemeenschappelijk belang (zoals de conferentie in september 2006 "Europa beleven: een nieuwe uitdaging voor de samenleving").




  • Multilaterale samenwerking heeft ook betrekking op informatie. In dit verband zij gewezen op:

a) CESlink, een gemeenschappelijke startpagina op internet waartoe in 2000 in onderling overleg is besloten. In 2005 is in Parijs een ontwikkelingsplan opgesteld. De CESlink-correspondenten komen regelmatig bijeen en het netwerk functioneert naar tevredenheid. Structuur en presentatie van CESlink zijn onlangs in een nieuw jasje gestoken. Voorts is CESlink aangevuld met een gegevensbank. Het biedt aldus de mogelijkheid om kennis te nemen van de verschillende werkzaamheden en activiteiten van iedere SER en om thema's van wederzijds belang op een rij te zetten.


b) de elektronische nieuwsbrief die sinds 2003 maandelijks aan de SER's wordt verstuurd. Hierin worden de voornaamste EESC-activiteiten belicht en wordt een overzicht gegeven van de adviezen die het heeft uitgebracht.

2.2Vooruitzichten

De dialoog tussen het EESC en de SER's doet zich steeds meer gelden als een middel om de adviezen en werkzaamheden van deze instellingen in de schijnwerpers te zetten. Bovendien kan het EESC hiermee voor een extra meerwaarde zorgen in het Europese besluitvormingsproces.


In het licht bestaan er verschillende plannen:


  • er zou meer kunnen worden overlegd met personen die zowel lid zijn van het EESC als van de SER van hun land;




  • het is de bedoeling dat er tijdens de zitting van 11 en 12 juli 2007 een debat over de toekomst van Europa wordt gehouden waaraan door de SER-voorzitters wordt deelgenomen en waarbij ook de voorzitter van de Europese Commissie aanwezig zal zijn. Ook andere hooggeplaatste vertegenwoordigers van de Europese instellingen zouden hiervoor kunnen worden uitgenodigd. Wellicht zal het debat kunnen uitmonden in een slotverklaring van de voorzitters van de SER's en het EESC;




  • het netwerk zal zich gaan bezighouden met een nieuw thema. De Europese Raad van juni 2006 heeft het EESC namelijk aangespoord om zich te buigen over duurzame ontwikkeling. Hiertoe heeft het EESC een Waarnemingspost opgericht. Ter zake kan worden overwogen om met de SER's op vrijwillige basis een gemeenschappelijke activiteit te ontplooien, met name om voorbeelden van geslaagde methoden (good practices) in kaart te brengen;




  • er moet worden nagedacht over het organiseren en ontwikkelen van de betrekkingen tussen het EESC en de nationale SER's. Tijdens de vergadering van de voorzitters en secretarissen-generaal van het EESC en de SER's die door de Portugese SER in november 2006 in Lissabon is georganiseerd, heeft de voorzitter van de Portugese SER de wens uitgesproken om de betrekkingen tussen het EESC en de nationale SER's te formaliseren, en is afgesproken om hier werk van te maken. Het is goed om hierover na te denken, omdat het aantal bi- en multilaterale samenwerkingsinitiatieven in Europa groeit en ook AICESIS zich steeds verder ontwikkelt. Het is dus zaak om met het oog op de vergadering van secretarissen-generaal die de Hongaarse SER in mei 2007 in Boedapest zal organiseren, na te gaan welke voorstellen er kunnen worden ingediend om de betrekkingen tussen het EESC en de nationale SER's te vestigen op gemeenschappelijke grondslagen die door iedereen worden onderschreven;




  • de bijdrage van het EESC aan de volgende vergadering van voorzitters en secretarissen-generaal in 2007 (die op uitnodiging van de Hongaarse SER wordt gehouden) moet actief worden voorbereid. Deze vergadering zal vooral in het teken staan van "Menselijke aspecten van innovatie" (ondernemerschap) en zou moeten leiden tot de goedkeuring van een slotverklaring van de voorzitters en secretarissen-generaal in november 2007.

Daarnaast zal tijdens deze vergadering het verslag over diensten van algemeen belang worden gepresenteerd dat momenteel door de SER's van Frankrijk en Luxemburg wordt voorbereid met het oog op het Franse voorzitterschap van de Raad van de EU in het tweede halfjaar van 2008.



3.EESC-maatregelen m.b.t. de oprichting van SER's in alle lidstaten

Het EESC heeft zich in zijn optreden altijd sterk gemaakt voor de oprichting van SER's of soortgelijke instellingen in de lidstaten waar maatschappelijke organisaties hiervoor pleiten. Het moedigt de overheden hiertoe aan. Deze inspanningen zouden in de toekomst nog kunnen worden opgevoerd.


Er zijn nog zes EU-landen zonder SER: Cyprus, Denemarken, Duitsland, Letland, het Verenigd Koninkrijk en Zweden.

3.1Wat er is gedaan





  • Het EESC heeft ertoe bijgedragen dat er in zowel Bulgarije als Roemenië een SER is opgericht;




  • Regelmatig zijn er acties gehouden om de oprichting van SER's te bevorderen. Zo werken het EESC en de Franse SER samen om overleg op te starten tussen het maatschappelijk middenveld van Frankrijk en Duitsland.

In het kader van dit gezamenlijke initiatief is er in november 2002 bij het Comité een colloquium gehouden over "Het maatschappelijk middenveld in Duitsland, Frankrijk en Europa" en in 2003 een Berlijn een ontmoeting met als thema "De participatiedemocratie: deelname van sociaal-economische en maatschappelijke actoren aan de besluitvorming door de overheid". Aan deze bijeenkomsten is deelgenomen door leden van het EESC en van de Franse SER en de Duitse sociaal-economische partners. Vanwege het bilaterale karakter van het initiatief heeft het EESC zich teruggetrokken en gaat de Franse SER alleen door met het bevorderen van deze dialoog.




  • Er zijn openbare debatten georganiseerd, zoals het debat dat ter gelegenheid van een buitengewone bureauvergadering tijdens het Britse voorzitterschap in Edinburgh (november 2005) is gehouden met vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties uit Schotland (Scottish Civic Forum).



3.2Vooruitzichten





  • Het EESC kan als bruggenhoofd dienen voor landen die geen SER hebben, met name door EESC-leden uit deze landen een rol te geven. Door met de leden van gedachten te wisselen kunnen de bestaande concrete mogelijkheden op korte termijn in kaart worden gebracht en kunnen er prioriteiten worden vastgelegd. Vervolgens kan er op basis hiervan meer stelselmatige actie worden ondernomen (voorlichtings- en promotieactiviteiten, contacten op verschillende niveaus). De initiatieven van het Duitse voorzitterschap kunnen ook in dit licht worden gezien.

Daarnaast zou het goed zijn om te stimuleren dat er in deze landen nader te bepalen ontmoetingen met maatschappelijke organisaties worden gehouden over gezamenlijk vast te stellen thema's.




  • Ook zijn er decentrale initiatieven (bijv. hoorzittingen) denkbaar in het kader van de werkzaamheden rond de Lissabonstrategie. Tot nu toe zijn er dergelijke initiatieven gepland in Duitsland en Zweden.




  • Het EESC zou nationale ambtenaren uit landen die overwegen om een SER op te zetten een opleidingsstage kunnen aanbieden; omgekeerd zouden EESC-ambtenaren in deze landen stage kunnen lopen.




  • Deze mogelijkheden kunnen pas gerealiseerd worden als de EESC-leden uit de landen zonder SER of soortgelijke instelling zich er krachtig voor inzetten.

De voorzitter zou daarom graag zien dat de volgende maatregelen, die aansluiten bij zijn werkprogramma, concreet gestalte krijgen:




  • oprichting van een SER in Cyprus;




  • intensivering van de betrekkingen tussen het EESC en de Baltische landen, in het bijzonder Letland, dat nog geen SER heeft;




  • intensivering van de betrekkingen tussen het EESC en de Zweedse maatschappelijke organisaties door in mei 2007 in Stockholm een rondetafelbijeenkomst of forum te houden (deelname van de Zweedse EESC-leden uit de drie groepen – bilaterale ontmoetingen met de meest representatieve lokale organisaties).




Het bureau wordt verzocht om:

  • de richtsnoeren uit het actieplan voor 2007 goed te keuren;

  • het secretariaat op te dragen om het bureau bijtijds concrete voorstellen te doen en in februari 2008 verslag uit te brengen.

_____________

R/CESE 171/2007 rev. pt. ac) fr/WR/ij .../...




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina