By Watchman Nee Preface



Dovnload 433.4 Kb.
Pagina12/34
Datum22.07.2016
Grootte433.4 Kb.
1   ...   8   9   10   11   12   13   14   15   ...   34

The Dividing of the Outward and the Inward Man


When the outward man is broken, outside things will be kept outside, and the inward man will live before God continuously. The trouble with many is that their outward man and inward man are joined together, so what influences the outward influences the inward. Through the merciful working of God the outward man and inward man must be separated. Then what affects the outward will not be able to reach the inward. Though the outward man may be engaged in conversation, the inward man is fellowshipping with God. The outward may be burdened with listening to the clatter of dishes, yet the inward abides in God. One is able to carry on activities, to contact the world with the outer man, nevertheless the inner man remains unaffected because he still lives before God.

Consider an example or two. A certain brother is working on the road. If his outer and inner man have been divided, the latter will not be disturbed by outside things. He can labor in his outward man, while at the same time he is inwardly worshipping God. Or consider a parent: his outward man may be laughing and playing with his little child. Suddenly a certain spiritual need arises. He can at once meet the situation with his inward man, for he has never been absent from the presence of God. So it is important for us to realize that the dividing of the outward and inward man has a most decisive effect upon one’s work and life. Only thus is one able to labor without distraction.

We can describe believers as either “single” or “dual” persons. With some their inner and outer man are one; with others the two have been separated. As long as one is a “single” person, he must summon his whole being into his work or into his prayer. In working he leaves God behind. In praying later, he must turn away from his work. Because his outward man has not been broken, he is forced to launch out and retreat. The “dual” person, on the other hand, is able to work with his outward man while his inward man remains constantly before God. Whenever the need arises, his inward man can break forth and manifest itself before others. He enjoys the unbroken presence of God. Let us ask ourselves, Am I a “single” or a “dual” person? Whether the outward man is divided from the inward does make all the difference.

If through the mercy of God you have experienced this dividing, then while you are working or are outwardly active, you know there is a man in you who remains calm. Though the outward man is engaged in external things, these will not penetrate into the inward man.

Here is the wondrous secret! Knowing the presence of God is through the dividing of these two. Brother Lawrence seemed to be busily occupied with kitchen work, yet within him there was another man standing before God and enjoying undisturbed communion with Him. Such an inner division will keep our reactions free from the contamination of flesh and blood.

In conclusion, let us remember that the ability to use our spirit depends upon the two-fold work of God: the breaking of the outward man and the dividing of spirit and soul, that is, the separating of our inward man from the outward. Only after God has carried out both of these processes in our lives are we able to exercise our spirit. The outward man is broken through the discipline of the Holy Spirit; it is divided front the inward man by the revelation of the Holy Spirit (Heb. 4:12).


Het scheiden van de uitwendige van de inwendige mens

Als de uitwendige mens verbroken is, zullen de dingen van buitenaf ook buiten blijven en de inwendige mens zal voortdurend voor Gods aangezicht leven. Bij velen is het probleem dat hun uitwendige en inwendige mens zo één zijn, dat alles wat hun uitwendige mens beroert ook de inwendige mens beïnvloedt. Door het genade werk van God moeten de uitwendige en inwendige mens gescheiden worden. Dan zal datgene wat de uitwendige mens raakt niet meer de inwendige mens kunnen bereiken. Als bijvoorbeeld de uitwendige mens in gesprek gewikkeld is, kan de inwendige mens toch gemeenschap hebben met God. De uitwendige mens wordt misschien gehinderd door gerammel van vaatwerk, terwijl de inwendige mens in God blijft. Men kan met de uitwendige mens actief zijn en in contact staan met de buitenwereld, terwijl de inwendige mens onberoerd blijft omdat hij steeds voor Gods aangezicht leeft.

Laten wij nog twee voorbeelden nemen. Er is een broeder aan een weg aan het werk. Als zijn uitwendige en inwendige mens gescheiden zijn, zal deze laatste niet gehinderd worden door dingen van buitenaf. Hij kan met zijn uitwendige mens aan het werk zijn, maar innerlijk kan hij tegelijkertijd God aanbidden.

Of neem een vader. Zijn uitwendige mens kan lachend aan het spelen zijn met zijn kindje, maar dan rijst er plotseling een bepaalde geestelijke nood en direct kan hij met zijn inwendige mens de situatie tegemoettreden, want hij is nooit uit de nabijheid van God weggeweest. Daarom is het zo belangrijk dat wij beseffen dat het scheiden van de uitwendige en de inwendige mens zo beslissend is voor iemands werk en leven. Het is alleen op deze wijze mogelijk te arbeiden zonder afgeleid te worden.

Wij kunnen de gelovigen omschrijven als “enkele” of als “dubbele” mensen. Bij sommigen vormen hun inwendige en hun uitwendige mens een eenheid; bij anderen zijn die twee gescheiden. Zolang hij nog een “enkele” mens is, moet hij zich geheel en al voor zijn werk inzetten óf voor zijn gebed. Als hij aan het werk is zet hij God terzijde en wanneer hij daarna bidt moet hij zijn werk opzij zetten. Omdat zijn uitwendige mens niet verbroken is móet hij wel telkens naar buiten treden en zich weer terugtrekken. De “dubbele” mens daarentegen kan met zijn uitwendige mens aan het werk zijn, terwijl zijn inwendige mens voortdurend voor Gods aangezicht blijft. Doet er zich een nood voor, dan kan zijn inwendige mens altijd naar buiten treden en zich aan anderen manifesteren. Hij geniet ononderbroken Gods tegenwoordigheid. Laten wij onszelf afvragen of wij een “enkele” of een “dubbele” mens zijn. Het maakt inderdaad álles uit of de uitwendige mens gescheiden is van de inwendige mens.

Als u door Gods genade deze scheiding ervaren hebt, dan weet u, dat u innerlijk altijd kalm blijft ook al bent u aan het werk of wordt u van buitenaf ergens door bezig gehouden. De uitwendige mens kan dan betrokken zijn bij de dingen van buitenaf, maar deze zullen de inwendige mens niet raken.

Hierin ligt het wonderlijke geheim! Wij kunnen de nabijheid van God alleen maar kennen als deze twee gescheiden zijn. Het leek of broeder Lawrence druk bezig was in de keuken maar innerlijk stond er iemand anders voor Gods aangezicht en de gemeenschap met Hem ging ongestoord verder. Een dergelijke innerlijke scheiding zal onze reacties vrijwaren voor de besmetting van vlees en bloed.

Laten wij de zaak nu samenvatten. Wij kunnen onze geest slechts gebruiken door een tweeledig werk van God, namelijk het verbreken van onze uitwendige mens en het scheiden van geest en ziel. Dit laatste is hetzelfde als het scheiden van de inwendige mens en de uitwendige mens. Pas wanneer God dit tweeledig werk in ons leven heeft voltooid, zijn wij in staat onze geest te gebruiken.

De uitwendige mens wordt verbroken door de tuchtiging van de Heilige Geest.

Hij wordt afgescheiden van de inwendige mens door de openbaring van de Heilige Geest (Hebreeën 4:12)



1   ...   8   9   10   11   12   13   14   15   ...   34


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina