By Watchman Nee Preface



Dovnload 433.4 Kb.
Pagina13/34
Datum22.07.2016
Grootte433.4 Kb.
1   ...   9   10   11   12   13   14   15   16   ...   34

CHAPTER III

Recognizing “the Thing In Hand”

LET ME FIRST explain our topic. Suppose a father asks his son to do a certain thing. The son answers, “Right now I have something in my hand; as soon as I finish it I will do what you order.” “The thing in hand” is the thing which the son is doing prior to his father’s orders. Immediately we recognize that we all have those “things in our hands” which hinder us in our walk with God. It might be anything, a good, important or seemingly necessary thing, which preoccupies us and diverts our attention. As long as the outward man remains unbroken, we shall most likely find our hands full of things. Our outward man has its own religious interests, appetites, concerns and labors. So when the Spirit of God moves in our spirit, our outward man cannot answer God’s call. Thus it is the “thing in hand” which blocks the way to spiritual usefulness.

HOOFDSTUK III

Herkennen wat wij “om handen” hebben

Laat mij eerst ons thema nader verklaren. Stel dat een vader zijn zoon opdraagt iets te doen. De zoon antwoordt: “Ik heb net iets om handen. Zodra ik daarmee klaar ben zal ik doen wat u vraagt”. Iets “om handen” hebben slaat op datgene waarmee de zoon bezig was vóórdat zijn vader hem wat vroeg. Wij moeten direct toegeven dat wij allemaal iets “om handen” hebben, wat een belemmering blijkt in onze wandel met God. Datgene wat ons in beslag neemt en onze aandacht afleidt, kan uit van alles bestaan en het kan goed, belangrijk en ogenschijnlijk heel noodzakelijk zijn. Zolang onze uitwendige mens onverbroken blijft, zullen wij altijd wel onze handen vol hebben met zulke dingen.

Onze uitwendige mens houdt er zijn eigen godsdienstige smaak, belangstelling en bezigheden op na. Daarom kan onze uitwendige mens Gods roepstem niet beantwoorden als Gods Geest onze geest aanraakt. Op die manier staat datgene wat wij “om handen” hebben onze geestelijke bruikbaarheid in de weg.

The Limited Strength Of The Outward Man


Our human strength is limited. If a brother can only carry fifty pounds, and you want him to take an additional ten, he simply cannot do it. He is a limited person, unable to do unlimited work. The fifty pounds he is already carrying is “the thing in hand”. As the physical strength of our outermost man is limited, so it is with the strength of our outward man.

Many, not realizing this principle, carelessly spend the strength of their outward man. If, for example, one lavished all his love upon his parents, he would have no strength left for loving his brothers, not to mention others. In thus exhausting his (soul) strength, there is nothing left to direct to others.

So it is with our mental strength. If one’s attention is focused on a certain matter, and he exhausts all his time in thinking about it, he will have no strength to think of other matters. In His word, God has explained our problem: “The law of the Spirit of life in Christ Jesus has set me free from the law of sin and of death” (Rom. 8:2). But why is this law of the Spirit of life ineffectual in certain people’ Again we read: “The righteous requirement of the law should be fulfilled in us who walk . . . according to Spirit” (Rom. 8:4). In other words, the law of the Spirit of life works effectively only for those who are spiritual, that is, those who mind the things of the Spirit. Who are these? Those who do not mind the things of the flesh. The word “mind” in verse 5 can also be translated “to be intent upon, to be attentive to.” For instance, a mother is going out and she leaves her baby in the care of a friend. To take care of the baby means to be attentive to him. When you are entrusted with the care of a baby, you dare not be distracted to do other things. Similarly, only those who are not intent on carnal things can be attentive to spiritual things. Those who are intent upon spiritual things come under the force of the law of the Holy Spirit. Our mental strength is limited. If we exhaust it on the things of the flesh, we shall find ourselves mentally inadequate for the things of the Spirit.

We realize, then, that just as our physical strength is limited, so is it with the soul strength of our outward man. As long as we have “things in hand” we cannot do God’s work. According to the number of things in hand, strength for serving God decreases or increases. Hence the thing in hand becomes indeed a hindrance, and no small one.

Again, one may have many things in hand emotionally: such as varied and conflicting likes or dislikes, inclinations or expectations. All these pull with a magnetic attraction. With so many things in hand, when God asks a person for his affection he cannot respond, for he has already used up all his emotion. If he has exhausted a two-day supply of emotional resources, it will be that long before he can adequately feel and speak again. Thus when emotion is wasted on lesser things it cannot be used unrestrictedly for God.

Then there is someone manifesting an iron will, a strong personality whose volitional powers seem unlimited. Yet in the things of God he seems unable to make up his mind; how often the strongest person will waver in his decisions before God. Why is this? Before we answer let us consider another who is full of ideas. Though he never seems at a loss conceiving new schemes, when it comes to discerning the will of God in spiritual things he is utterly void of light. Why is this so?


While the outward man is so weighed down with the things in hand and is so exhausted, there is little strength left for any spiritual exercise. It is needful, then, to see the limited strength of the outer man. Even though it is broken there must be a wisdom in using this strength. How necessary, then, to have “empty hands”!

De beperkt kracht van de uitwendige mens


Onze menselijke kracht is beperkt. Als een broeder niet meer dan vijftig pond kan dragen en u wilt er nog eens tien pond bij doen, dan is hem dat eenvoudig onmogelijk. Er zijn grenzen aan zijn kunnen en hij kan geen ongelimiteerd werk verrichten. Die vijftig pond die hij al draagt, heeft hij “om handen”.

En net zoals de fysieke kracht van onze buitenste mens (het lichaam) begrensd is, zo staat het ook met de kracht van onze uitwendige mens (de ziel).

Velen houden geen rekening met dit principe en gaan zorgeloos om met de kracht van hun uitwendige mens. Als iemand bijvoorbeeld al zijn liefde aan zijn ouders schenkt, dan heeft hij niets meer over om zijn broeders lief te hebben, laat staan anderen. Als hij op die wijze zijn “zielekracht” uitput, blijft er niets meer over voor anderen. Zo is het ook met de kracht van ons denkvermogen. Als iemand zijn aandacht op een bepaald onderwerp richt en al zijn tijd geeft om daarover na te denken, zal hij geen kracht meer hebben voor iets anders. God heeft ons dit probleem in Zijn Woord verklaard: “De wet van de Geest des levens heeft mij in Christus Jezus vrij gemaakt van de wet der zonde en des doods” (Rom 8:2). Maar hoe komt het dan, dat deze wet van de Geest des levens voor sommige mensen niet van kracht is? Wij lezen verder: “...opdat de eis der wet vervuld zou worden in ons, die wandelen naar de Geest” (Rom 8:4). Met andere woorden, de wet van de Geest des levens is alleen voor hen van kracht die geestelijk zijn; dat zijn diegenen die de gezindheid van de Geest hebben. Wie worden daaronder verstaan? Diegenen die niet de gezindheid van het vlees hebben. Met “gezindheid” wordt bedoeld “gericht zijn op”, “letten op”. Zo gaat bijvoorbeeld een moeder uit en laat haar baby over aan de zorg van een vriendin. Op dat kindje passen betekent dat zij er op moet letten. Als aan u de zorg voor een baby is toevertrouwd, mag u zich niet door andere dingen laten afleiden. Op dezelfde wijze kunnen alleen diegenen die niet letten op vleselijke dingen gericht zijn op geestelijke dingen. Zij die zich daarop richten komen onder de beheersing van de wet van de Heilige Geest. Onze verstandelijke vermogens zijn maar beperkt.

Als wij die geheel gebruiken voor de dingen van het vlees, zullen wij merken dat er geen plaats meer over is voor de dingen van de Geest.

Dan gaan wij beseffen dat de zielekracht van onze uitwendige mens beperkt is net zoals onze fysieke kracht. Zolang wij iets “om handen” hebben kunnen wij niet Gods werk doen. Naarmate wij veel of weinig “om handen” hebben, neemt ons vermogen om God te dienen af of toe. En zo wordt datgene waarmee wij zelf bezig zijn inderdaad een verhindering en bepaald geen geringe!

Op soortgelijke wijze kunnen wij ook in ons gevoelsleven van alles om handen hebben. Wat gaat er een magnetische aantrekkingskracht uit van al die verschillende tegenstrijdige sympathieën, genegenheden en verwachtingen. Als God hem om genegenheid vraagt, kan hij daar niet op ingaan. Doordat hij zoveel om handen heeft zijn al zijn gevoelens al verbruikt. Wanneer hij in één keer zijn gevoelens uitput, die hij voor twee dagen heeft, zal het even lang duren voor hij weer op de juiste wijze kan voelen en spreken. Als onze gevoelens dus aan geringere dingen worden verspild, kunnen zij niet in onbeperkte mate door God worden gebruikt.

Dan is er bijvoorbeeld iemand met een ijzeren wil, krachtige persoonlijkheid wiens wilskracht wel onbeperkt lijkt. Toch is het alsof hij - als het om de dingen van God gaat - niet tot een besluit kan komen. Wat weifelt zelfs de sterkste persoon vaak hierin. Hoe komt dit? Voordat wij daar antwoord op geven, zullen wij eerst nog eens iemand anders bezien, die boordevol ideeën zit. Hij schijnt nooit in verlegenheid te zitten als het er om gaat nieuwe plannen te bedenken. Maar als hij in geestelijke dingen de wil van God moet onderscheiden, heeft hij daar absoluut geen licht over. Hoe komt dit toch?

Als de uitwendige mens zo uitgeput raakt door alles wat hij “om handen” heeft en daarover gebogen gaat, blijft er maar weinig kracht over voor een taak, waarbij zijn geest wordt ingeschakeld. Daarom is het zo nodig dat wij inzien hoe beperkt de kracht van de uitwendige mens is. Zelfs al is deze verbroken, dan nog is er wijsheid nodig om deze kracht te gebruiken. Daarom is het zo noodzakelijk “lege handen”!


1   ...   9   10   11   12   13   14   15   16   ...   34


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina