By Watchman Nee Preface



Dovnload 433.4 Kb.
Pagina16/34
Datum22.07.2016
Grootte433.4 Kb.
1   ...   12   13   14   15   16   17   18   19   ...   34

CHAPTER IV


How To Know Man

TO KNOW MAN is vital to a worker. When someone comes to us, we must discern his spiritual condition, his nature, and the extent of his spiritual progress. We must determine whether he has said what is really in his heart and how much he has left unsaid. Further, we should perceive his characteristics, whether he is hard or humble, whether his humility is true or false. Our effectiveness in service is closely related to our discernment of man’s spiritual condition. If God’s Spirit enables us through our spirit to know the condition of the person before us, we can then impart the appropriate word.

In the Gospels we find that whenever men came to our Lord, He always had the right word. This is a marvelous thing. The Lord did not talk to the Samaritan woman about new birth, nor did he tell Nicodemus of living water. The truth of the new birth was for Nicodemus, while the truth of the living water was for the Samaritan woman. How appropriate they were. Those who had not followed Him were invited to come; but those who desired to follow Him were invited to bear the cross. To one who volunteered, He spoke of counting the cost; while to one who lingered, He said “Let the dead bury their dead.” Our Lord’s words were most appropriate, for He knew all men. Our Lord knew whether they came as earnest seekers or merely to spy on Him; and what He said to them was always right to the point. May God be merciful to us that we also may learn from Him how to know man so that we may be effective in dealing with people.

Without such imparted knowledge, a brother can only handle souls by his own understanding. If he has a special feeling on a certain day, he will speak to everybody according to that feeling, no matter who it is that comes. If he has a favorite subject, he speaks on it to all who come to him. How can such work be effective? No physician can use the same prescription for all his patients. Alas, some who serve God have only one prescription. Though they cannot first diagnose people’s sicknesses, they are trying to cure them. In spite of their ignorance of man’s complexities and their lack of insight into man’s spiritual condition, none the less they seem to be quite ready to treat every ailment. How foolish to have only one spiritual prescription, yet try to meet every kind of spiritual disease!

Have you imagined that it is the dull who cannot discern, and only the clever who can? No, in this work the clever and the dull are equally excluded. You cannot use your (independent) mind or feeling to discern people. No matter how keen your mind, you cannot penetrate the depth of man and reveal his condition.

After meeting a soul, each worker must first discern what that individual’s real need is before God. Often you cannot depend on what he says. Though he may correctly insist that he has a “headache,” this may be only a symptom of a deeper condition whose roots are to be found elsewhere. Just because he feels warm does not necessarily mean he has a “high fever.” He is likely to tell you many things which have no bearing on his case. A “sick person” seldom understands his real trouble; so he needs you to diagnose for him and offer the means of cure. You may want him to tell you his need, but he is prone to be mistaken. Only a trained diagnostician who is skilled in recognizing spiritual ailments, can discern the “patient’s” real need. In every diagnosis you must have certainty. One who is merely subjective is sure to afflict people with imaginative illnesses, stubbornly insisting that this or that is what ails them.

Sometimes we may discover that the particular trouble is beyond our ability to help. Do not be so foolish as to assume you can cope with every situation and help all. For those whom you can help, you should spend and be spent. When you cannot be of help, you should tell the Lord, “This is beyond my ability; I cannot discern this disease. I haven’t learned this yet. O Lord, be merciful.” We should never think we can handle all the spiritual work or try to monopolize it. Here is our chance to see the supply of the different members of the Body. If you feel a certain brother or sister can handle the trouble, seek him out and say, “This is beyond my measure; perhaps this is in your jurisdiction.” In this way of working together in the Body, we learn to act relatedly, not independently.

We must emphasize it again: every worker must learn before the Lord how to know man. How many lives are spoiled after passing through the hands of eager brothers who have not learned, but vainly give subjective views to meet objective needs! People are not necessarily afflicted with ailments that we imagine they have. Our responsibility is to discern their true spiritual condition. If we have not first been a partaker of spiritual understanding how can we hope to help the rest of God’s children?

HOOFDSTUK IV

Hoe kennen wij de mens?

Het is van doorslaggevend belang dat iedere werker de mens leert “kennen”.

Als iemand bij ons komt, moeten wij zijn geestelijke gesteldheid, zijn aard en de mate waarin hij geestelijk gegroeid is, kunnen onderscheiden. Wij moeten kunnen vaststellen of dat wat hij gezegd heeft werkelijk uit zijn hart kwam en hoeveel hij niet heeft uitgesproken. Verder moeten wij letten op zijn karaktereigenschappen - of hij bijvoorbeeld hard is of nederig en of zijn nederigheid echt is of gemaakt. De doeltreffendheid van onze bediening hangt nauw samen met ons inzicht in iemands geestelijke gesteldheid. Als Gods Geest ons door middel van onze geest in staat stelt de gesteldheid van de persoon, die wij voor ons hebben, te doorzien, dan hebben wij ook het juiste woord voor hem. In de evangeliën vinden wij dat de Heer altijd en overal het juiste woord had als de mensen tot Hem kwamen. Dit is een groot wonder. De Heer sprak met de Samaritaanse vrouw niet over wedergeboorte en Hij zei tot Nicodemus niets over het levende water. De waarheid van de wedergeboorte was voor Nicodemus, terwijl de waarheid van het levende water voor de Samaritaanse vrouw was. Beide waarheden waren precies voor de juiste situatie. Zij die Hem niet volgden, werden genodigd om te komen, maar degenen die Hem wilden volgen, werden genodigd om het kruis te dragen. Tegen iemand die zich vrijwillig kwam aanbieden, zei Hij dat hij de kosten moest berekenen en tegen iemand die weifelde, sprak Hij: “Laat de doden hun doden begraven”. De woorden van de Heer waren altijd op hun plaats, want Hij kénde alle mensen. Onze Heer wist of zij als ernstig zoekenden kwamen of alleen met de bedoeling Hem te bespioneren en wat zij te horen kregen, was altijd precies ter zake. Moge God ons genade geven, dat ook wij van Hem mogen leren de mens te kennen, zodat wij doeltreffend kunnen optreden in ons contact met de ander.

Een broeder die deze kennis niet heeft verworven, kan alleen maar volgens zijn eigen opvattingen met zielen omgaan. Als hij op een dag in een bepaalde stemming is, zal hij met iedereen - het doet er niet toe wie - vanuit dat gevoel spreken. Als hij een lievelingsonderwerp heeft, praat hij daar met alle mensen over die bij hem komen. Hoe kan zoiets doeltreffend werken? Er bestaat geen enkele dokter die al zijn patiënten hetzelfde voorschrijft. Maar sommige werkers voor God hebben helaas vaak maar één recept. Hoewel ze de diagnose van iemands ziekte niet kunnen stellen, proberen ze toch hem te genezen. Zij realiseren zich niet hoe gecompliceerd de mens wel is en missen het juiste inzicht in zijn geestelijke gesteldheid. Toch staan zij dadelijk klaar om iedere kwaal te behandelen. Wat een dwaasheid om maar één geestelijk recept te hebben en dat voor elke geestelijke ziekte te willen toepassen!

Of dacht u soms dat alleen domme mensen niet kunnen onderscheiden en knappe mensen wel? Neen, in dit werk worden zowel de knappen als de dommen op gelijke wijze uitgeschakeld. U kunt uw verstand of uw gevoel (als ze zelfstandig optreden) niet gebruiken om de mens te leren kennen. Al bent u nog zo scherpzinnig, toch zult u nooit de diepten van de mens kunnen doorgronden om zijn toestand aan het licht te brengen. Iedere werker die een ontmoeting heeft met iemand, moet eerst onderkennen waaruit de werkelijke nood van die persoon voor God bestaat. Vaak kunt u niet afgaan op wat hij zegt. Hoewel hij terecht kan volhouden dat hij “hoofdpijn” heeft, is dit misschien slechts een symptoom van iets dat veel dieper ligt en waarvan de oorzaak ergens anders gezocht moet worden. Het enkele feit dat iemand het warm heeft, behoeft niet noodzakelijkerwijs te betekenen dat hij “hoge koorts” heeft. Hij zal u misschien heel veel dingen vertellen die niets met de zaak te maken hebben.

Iemand die “ziek” is begrijpt zelden zijn werkelijke probleem. Daarom heeft hij u nodig om dit voor hem vast te stellen en hem de geneesmiddelen voor te schrijven. Misschien hebt u wel liever dat hij u zelf zijn nood vertelt, maar hij kan er gemakkelijk naast zijn. Slechts een geoefend “dokter”, die bedreven is in het onderkennen van geestelijke kwalen, kan de werkelijke diagnose van de “patiënt” stellen. U moet zekerheid hebben over iedere diagnose.

Iemand die alleen maar subjectief gericht is zal bijna zeker de mensen denkbeeldige kwalen aanpraten en koppig volhouden dat ze dit of dat schelen.

Soms zullen wij ontdekken dat een bepaald probleem boven ons vermogen ligt.


Bega dan niet de dwaasheid om te denken dat u iedere situatie het hoofd kunt bieden en dat u alle mensen helpen kunt. U moet zich inzetten en laten inzetten voor diegenen die u wél helpen kunt. En als u het niet kunt, moet u tot de Heer zeggen: “Dit is boven mijn vermogen. Deze ziekte kan ik niet onderkennen; dit heb ik nog niet geleerd. Wees genadig, o Heer”. Wij moeten nooit denken dat wij ieder geestelijk werk aankunnen of veronderstellen dat wij de enige zijn om het te doen. Hier kunnen wij juist gaan ontdekken dat verschillende leden van het Lichaam ter beschikking staan. Als u denkt dat een bepaalde broeder of zuster raad weet met een bepaald probleem, ga er dan naar toe en zeg: “Hiertoe ben ik niet bij machte; misschien ligt het in uw vermogen”. Als wij op die manier samenwerken in het Lichaam, leren wij gezamenlijk op te treden en niet zelfstandig te handelen. Wij moeten opnieuw de nadruk op het volgende leggen: iedere werker moet voor het aangezicht van God de mens leren kénnen. Wat blijkt er aan veel mensenlevens schade toegebracht te zijn nadat vele goedwillende broeders zich ermee bemoeid hebben; broeders, die het inzicht niet hadden, maar die vergeefs een subjectief oordeel hebben gegeven over objectieve noden! Wij moeten de mensen geen kwalen aanpraten die ze volgens óns hebben. Onze verantwoordelijkheid ligt hierin dat wij hun ware geestelijke gesteldheid onderscheiden. Als wij niet eerst geestelijk onderscheidingsvermogen hebben gekregen, hoe kunnen wij dan verwachten, dat wij de andere kinderen Gods kunnen helpen?



1   ...   12   13   14   15   16   17   18   19   ...   34


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina