By Watchman Nee Preface



Dovnload 433.4 Kb.
Pagina19/34
Datum22.07.2016
Grootte433.4 Kb.
1   ...   15   16   17   18   19   20   21   22   ...   34

Our Own Preparation for Knowing Man


Let us now consider our part in knowing man. The disciplinary measures the Holy Spirit takes with us are God,given lessons by which, in one thing after another, we are broken. It takes many breakings in many areas of our lives for us to attain to a place of usefulness. When we say we can touch another through the spirit, it does not mean that we can similarly touch all individuals nor that we can discern another’s spiritual condition in totality. It is simply that in the particular thing where we have been disciplined by the Holy Spirit and broken by the Lord, we can touch another. If in a particular thing we have not been broken by the Lord, we can in no wise supply that need to our brother. At that very point our spirit is insensitive and impotent.

This is an invariable spiritual fact! Our spirit is released according to the degree of our brokenness. The one who has accepted the most discipline is the one who can best serve. The more one is broken, the more sensitive he is. The more loss one has suffered, the more he has to give. Wherever we desire to save ourselves, in that very thing we become spiritually useless. Whenever we preserve and excuse ourselves, at that point we are deprived of spiritual sensitivity and supply. Let no one imagine he can be effective and disregard this basic principle.

Only those who have learned can serve. You may learn ten years’ lessons’ in one year or take twenty or thirty years to learn one year’s lessons. Any delay in learning means a delay in serving. If God has put a desire in your heart to serve Him, you should understand what is involved. The way of service lies in brokenness, in accepting the discipline of the Holy Spirit. The measure of your service is determined by the degree of discipline and brokenness. Be assured that human emotion or cleverness cannot help. How much you really possess is based upon how much God has wrought in your life. Therefore, the more you are dealt with, the keener is your perception of man. The more you are disciplined by the Holy Spirit, the more readily your spirit can touch another.

It is very important to remember that while God’s Spirit is given to us believers once for all, we in our spirit must go on learning throughout life. Thus the more we learn, the more we can discern. It is a source of grief to us that so many brothers and sisters in the Lord do not know how to exercise spiritual discernment. Too many fail to differentiate between what is of the Lord and what is of human nature. Only as we have experienced the Lord’s strict dealing with us in a certain matter can we quickly detect even the initial sprouting in others. We do not need to wait for its fruit. We can discern long before harvest time. So our spiritual sensitivity is gradually gained through experiencing God’s hand upon us. For example, someone may mentally condemn pride, yes, even preach against it, yet not sense the sinfulness of pride in his own spirit. Thus when pride appears in his brother, his spirit is not distressed; it may even be sympathetic. Then the day comes when God’s Spirit so works in his life that he really sees what pride is. He is dealt with by God, and his pride is consumed. Though his preaching against pride may sound the same as before, yet now every time a spirit of pride appears in his brother, he senses its ugliness and is distressed. What he has learned and seen from God enables him to sense and to be distressed. (“Distress” most suitably describes such an inward sensitivity.) Now that he recognizes this ailment, he can serve his brother. Once he was attacked by the same affliction; now he is cured. (This does not imply that he should claim complete deliverance, simply that he knows some measure of cure.) This is how we come to spiritual knowledge.


Spiritual sensitivity comes about only through many dealings. Are we really profited if we preserve ourselves? “For whosoever shall save his life shall lose it.” We must ask the Lord not to withdraw His hand from us. How tragic not to recognize what the Lord is doing. We may even be unwittingly resisting His hand. The absence of spiritual understanding is due to the lack of spiritual learning. Therefore, let us realize that the more we are dealt with, the more we shall know men and things, and the more we can supply others’ needs. There is no other way to enlarge the sphere of service; we must broaden the scope of our experiences.

En nu onze eigen voorbereiding


Hoe moeten wij nu de mens leren kennen? De tuchtmaatregelen die de Heilige Geest ons oplegt, zijn door God gegeven lessen, waardoor wij verbroken worden, dan in het één en dan in het ander. Er moet in ons heel wat verbroken worden op vele terreinen van ons leven voordat wij ergens van nut kunnen zijn. Als wij zeggen dat wij contact kunnen hebben met iemand door de geest, dan houdt dit nog niet in dat wij dat nu met alle mensen hebben en ook niet dat wij iemands geestelijke gesteldheid in zijn geheel kunnen onderscheiden.

Het wil alleen maar zeggen dat wij op dat bepaalde terrein, waar wij door de Heilige Geest getuchtigd zijn en door de Heer verbroken, de ander kunnen aanraken. Als wij in iets niet door de Heer verbroken zijn, kunnen wij op geen enkele wijze in die nood van onze broeder voorzien. Juist op dát punt is onze geest ongevoelig en machteloos.

Dit is een vaststaand geestelijk feit! Onze geest wordt slechts vrijgemaakt naar de mate van onze verbrokenheid. Hij die de tucht in diepste wezen aanvaard heeft, is ook degene die het beste kan dienen. Naar de mate waarin iemand zichzelf verloren heeft, heeft hij te geven. Wanneer wij onszelf in iets trachten te ontzien, worden wij juist daarin geestelijk onbruikbaar.

Waar wij onszelf willen ontzien en sparen, worden wij geestelijk ongevoelig en hebben niets te geven. Laat niemand zich inbeelden dat zijn dienst iets kan uitwerken als hij dit grondprincipe negeert. Alleen degenen die hebben willen leren, kunnen dienen. Het kan zijn dat u de lessen van tien jaar in één jaar leert, maar u kunt ook twintig of dertig jaar doen over de les van één jaar. Iedere vertraging in het leren betekent een vertraging in het dienen. Als God een verlangen in uw hart gelegd heeft om Hem te dienen, moet u goed begrijpen wat dat inhoudt. De weg tot dienstbetoon ligt in verbrokenheid, in het aanvaarden van de tuchtiging van de Heilige Geest.

De mate van uw dienstbaarheid wordt bepaald door de mate van tucht en verbrokenheid. U kunt er van op aan dat menselijke gevoelens of bekwaamheid hier niet kunnen helpen. Wat u in werkelijkheid bezit, is gebaseerd op datgene wat God in uw leven heeft kunnen uitwerken. En daarom, naar mate u meer onder handen bent genomen, naar die mate kunt u iemand scherper waarnemen. Hoe meer u onder de tucht van de Heilige Geest hebt gestaan, hoe gemakkelijker zal uw geest de geest van een ander kunnen aanraken.

Het is van zeer groot belang om te bedenken dat onze geest ons leven lang moet blijven leren, hoewel Gods Geest eens en voor altijd aan de gelovige is gegeven. Hoe meer wij dus leren, hoe meer wij kunnen onderscheiden. Het is voor ons een bron van verdriet dat zo veel broeders en zusters in de Heer hun geestelijk onderscheidingsvermogen niet weten te gebruiken. De meesten kunnen niet onderscheiden wat van de Heer is en wat van de mens. Alleen als wij zelf de strenge hand van de Heer ervaren hebben in een bepaald geval, kunnen wij dit bij de allereerste uiting in een ander ontdekken. Wij behoeven niet op de vrucht ervan te wachten. Lang vóór de oogsttijd kunnen wij het al onderkennen. Zo neemt onze geestelijke gevoeligheid langzamerhand toe door de ervaring van Gods hand op ons. Iemand kan bijvoorbeeld met zijn verstand trots veroordelen, zelfs ook in zijn prediking, terwijl hij toch de zondigheid van de trots in zijn eigen geest niet opmerkt. Wanneer die trots dan in zijn broeder tot uiting komt, zal zijn geest daardoor niet bedroefd worden, maar er misschien juist sympathiek tegenover staan. En dan komt de dag dat Gods Geest zo in zijn leven werkt, dat hij werkelijk ziet wat trots is. Hij wordt door God onder handen genomen en zijn trots wordt als door vuur verteerd.

Misschien luiden zijn woorden, waarmee hij de trots bestrijdt, nog net zo als vroeger. Maar telkens wanneer er zich nu een geest van trots openbaart in zijn broeder, wordt hij diep getroffen door de lelijkheid daarvan en voelt hij zich bedroefd. Wat hij van God geleerd en gezien heeft, maakt dat hij het kan opmerken en in zijn geest bedroefd kan zijn. (“Bedroefd” is de aangewezen term om een dergelijk innerlijk gevoelig-zijn aan te duiden). Nu hij weet wat zijn broeder scheelt, kan hij hem helpen. Eerst had hij dezelfde aanvechtingen, maar nu is hij genezen, zelfs al heeft hij die genezing nog maar ten dele ervaren. Zo komen wij tot geestelijk inzicht.

Wij worden geestelijk pas gevoelig door vele beproevingen heen. Hebben wij er werkelijk baat bij als wij onszelf sparen? “Want een ieder die zijn leven wil behouden, zal het verliezen”. Wij moeten de Heer vragen Zijn hand niet van ons af te trekken. Wat is het tragisch als wij niet onderkennen wat de Heer doet. Wij kunnen zelfs zonder het ons bewust te zijn Zijn hand weerstaan. Als er geen geestelijk begrip is, komt dat doordat de geestelijke lessen niet geleerd zijn. Laten wij daarom goed beseffen dat naar de mate waarin wij onder handen worden genomen, wij de mensen en dingen zullen leren kennen en aan de noden van anderen tegemoet kunnen komen. Er bestaat geen andere manier om tot een ruimere bediening te komen: wij moeten goedvinden dat God ons op ieder gebied omvormt.



1   ...   15   16   17   18   19   20   21   22   ...   34


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina