By Watchman Nee Preface



Dovnload 433.4 Kb.
Pagina21/34
Datum22.07.2016
Grootte433.4 Kb.
1   ...   17   18   19   20   21   22   23   24   ...   34

CHAPTER V

The Church and God’s Work

IF WE REALLY UNDERSTAND the nature of God’s work, we shall readily admit that the outward man is truly a formidable hindrance. It is true to say that God is much restricted by man. The people of God should know the ultimate purpose of the church and also the interrelationships among the church, God’s power, and God’s work.

HOOFDSTUK V

De Gemeente en het werk van God

Als wij werkelijk iets verstaan van de aard van Gods werk, zullen wij direct toegeven dat de uitwendige mens een enorme sta-in-de-weg is. Wij kunnen naar waarheid zeggen dat God in Zijn werk zeer beperkt wordt door de mens. Gods volk behoort te weten wat Hij uiteindelijk met de Gemeente vóór heeft en behoort ook bekend te zijn met het onderlinge verband tussen de Gemeente, de kracht van God en het werk van God.


God’s Manifestation and God’s Restriction


There came a time when God committed Himself to human form, in the person of Jesus of Nazareth. Before the Word became flesh, God’s fullness knew no bounds. However, once the incarnation became a reality, His work and His power were limited to this flesh. Will this Man, Christ Jesus, restrict or manifest God. We are shown by the Bible that, far from limiting God, He has wonderfully manifested God’s fullness. The fullness of God is the fullness of this flesh.

In our day God commits Himself to the church. His power and His work are in the church. Just as in the Gospels we find all God’s work given to the Son, so today God has entrusted all His works to the church and will not act apart from it. From the Day of Pentecost up to the present, God’s work has been carried out through the church. Think of the church’s trememdous responsibility. God’s committal to the church is like His committal previously to one Man, Christ, without reservation or restriction. But the church may restrict God’s work or limit His manifestation.

Jesus of Nazareth is God Himself. His whole being from within to without is to reveal God. His emotions reflect God’s emotions; His thoughts reveal God’s thoughts. While on this earth He could say; “Not that I should do My will, but the will of Him that has sent Me . . . . The Son can do nothing of Himself save whatever He sees the Father doing . . . For I have not spoken from Myself, but the Father who sent Me has Himself given Me commandment what I should say and what I should speak” (John 6:38; 5:19; 12:49). Here we see a Man to whom God is committed. He is the Word that became flesh. He is God becoming man. He is perfect. When the day came that God desired to distribute His life to men, that Man could declare: “. . . The grain of wheat falling into the ground . . . if it die . . . bears much fruit” (John 12:24). Thus God has chosen the church to be His vessel today, the vessel of His speaking, for the manifestation of His power and of His working.

The basic teaching of the Gospels is the presence of God in one Man, while that of the Epistles is God in the church. May our eyes be opened to the glorious fact: God formerly dwelt in the Man Jesus Christ, but now God is only in the church, not in any other thing.

When this light dawns on us, we will spontaneously lift up our eyes to heaven saying, “O, God! How much we have hindered Thee!” In Christ, the Almighty God was still almighty without suffering any restriction or straitening. What God expects today is that this same power may remain intact as He resides in the church. He should be as free in manifesting Himself in the church as He was in Christ. Any restriction or disability in the church will invariably limit God. This is a most serious thing; we do not mention it lightly. The hindrance in each of us constitutes a hindrance to God.

Why is the discipline of the Holy Spirit so important? Why is the dividing of spirit and soul so urgent? It is because God must have a way through us. Let no one think that we are only interested in individual spiritual experience. Our concern is God’s way and His work. Is God free to work through our lives? Unless we are dealt with and broken through discipline, we shall restrict God. Without the breaking of the outward man, the church cannot be a channel for God.

Gods openbaring en Gods beperking


Er brak een tijd aan dat God Zich verbond aan een mens - in de persoon van Jezus van Nazareth. Voordat het Woord vlees geworden was, kende Gods volheid geen grenzen. Toen de vleeswording echter eenmaal werkelijkheid was geworden, werden Zijn werk en Zijn macht tot dit vlees “beperkt”. Zal deze Mens, Jezus Christus, nu God beperken of openbaren? De Bijbel laat ons zien dat dit eerste niet het geval is geweest - verre van dat - maar dat Hij in plaats daarvan op heerlijke wijze Gods volheid heeft geopenbaard. De volheid van God is de volheid in dit vlees. In onze dagen verbindt God Zich aan de Gemeente.

Zijn macht en Zijn werk zijn in de Gemeente te vinden. Zoals wij in de evangeliën vinden dat het gehele werk Gods aan de Zoon gegeven is, zo heeft God nu al Zijn werken aan de Gemeente toevertrouwd en handelt daar niet los van.

Vanaf de Pinksterdag tot op heden is Gods werk door de Gemeente heen uitgevoerd. Wat een geweldige verantwoordelijkheid voor die Gemeente! God vertrouwt Zich aan haar toe zoals Hij Zich eerder toevertrouwde aan één Mens, Jezus Christus - zonder enig voorbehoud of enige beperking. Maar andersom kan wel de Gemeente Gods werk beperken of Zijn openbaring begrenzen.

Jezus van Nazareth is God zelf. Zijn gehele wezen is innerlijk en uiterlijk ertoe bestemd om God te openbaren. Zijn gevoelens geven Gods gevoelens weer; Zijn gedachten maken Gods gedachten openbaar. Toen Hij op aarde was, kon Hij zeggen: “Niet om Mijn wil te doen, maar de wil van Hem die Mij gezonden heeft ... de Zoon kan niets doen van Zichzelf of Hij moet het de Vader zien doen ... want Ik heb niet uit Mijzelf gesproken, maar de Vader die Mij heeft gezonden, heeft Mij Zelf een gebod gegeven, wat Ik zeggen en spreken moet” (Joh 6:38, 5:19, 12:49). Hier zien wij een mens aan wie God Zich heeft toevertrouwd. Hij is het Woord dat vlees geworden is. Hij is God die mens werd. Hij is volmaakt. Toen de dag aanbrak waarop God wilde dat Hij Zijn leven zou meedelen aan de mensheid, kon die Mens verklaren: “... de graankorrel die in de aarde valt ... indien zij sterft, brengt zij veel vrucht voort” (Joh 12:24).

En zo heeft God nú de Gemeente uitverkoren om Zijn instrument te zijn waarvan Hij Zich bedienen kan om te spreken en om Zijn macht en werk te openbaren.

In de evangeliën komt Gods tegenwoordigheid tot uitdrukking in een Mens, terwijl de brieven de nadruk leggen op de tegenwoordigheid van God in de Gemeente. O, dat onze ogen mogen opengaan voor dit heerlijke feit: vroeger woonde God in de Mens Jezus Christus, maar nu woont God in de Gemeente - alleen in de Gemeente en niet in enige andere organisatie.


Als dit licht bij ons doorbreekt, zullen wij vanzelf onze ogen opheffen naar de hemel en zeggen: “O God! Wat hebben wij U in de weg gestaan!”. De almachtige God kon in Christus Zijn volle almacht openbaren zonder dat Hij in iets beperkt of tegengehouden werd. Wat God vandaag verwacht, is dat deze zelfde macht even onbeperkt blijft nu Hij woning heeft gemaakt in de Gemeente, met andere woorden, God moet Zich in de Gemeente even vrij kunnen openbaren als in Christus. Iedere beperking of ieder onvermogen in de Gemeente zal onvermijdelijk Gods macht beperken. Dit is een hoogst ernstige zaak waaraan wij zeker niet lichtvaardig voorbij mogen gaan. Een verhindering in één van ons betekent een verhindering voor God. Waarom is de tuchtiging van de Heilige Geest zo belangrijk? Waarom is de scheiding van geest en ziel zo dringend nodig? Omdat God Zich door ons moet kunnen openbaren. Laat toch niemand denken dat wij alleen maar belangstelling hebben in persoonlijke geestelijke ervaring. Het gaat ons om Gods weg en Zijn werk. Kan God Zich in onze levens vrij openbaren? Als wij niet onder handen zijn genomen en door tuchtiging verbroken zijn, zullen wij God beperken. Als de uitwendige mens niet verbroken is, kan de Gemeente geen kanaal zijn voor God.


1   ...   17   18   19   20   21   22   23   24   ...   34


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina