By Watchman Nee Preface



Dovnload 433.4 Kb.
Pagina22/34
Datum22.07.2016
Grootte433.4 Kb.
1   ...   18   19   20   21   22   23   24   25   ...   34

Breaking: God’s Way of Working


Let us now proceed to consider how the breaking of the outward man will affect our reading of God’s word, our being ministers of His word, and our preaching the gospel.

Verbreken - de manier waarop God werkt

Laten wij nu vervolgens eens zien welke invloed het verbreken van de uitwendige mens op ons heeft bij het lezen van Gods Woord, bij de bediening van het Woord en bij het prediken van het Evangelie.


(1) Reading the Bible: It is beyond question that what we are determines what we get out of the Bible. How often man in his conceit relies on his unrenewed and confused mind to read the Bible. The fruit is nothing but his own thought. He does not touch the spirit of the Holy Scriptures. It we expect to meet the Lord in His word, our thoughts must first be broken by God. We may think highly of our cleverness, but to God it is a great obstacle. It can never lead us into God’s thought.

There are at least two basic requirements for reading the Bible: first, our thought must enter into the thought of the Bible; and second, our spirit must enter into the spirit of the Bible. You must think as the writer, whether Paul, Peter or John, when he is writing God’s word. Your thought must begin where his thought begins, and develop as his develops. You must be able to reason as he reasons and to exhort as he exhorts. In other words, your thought must be geared to his thought. This will allow the Spirit to give you the precise meaning of the Scriptures.

Think of a person coming to the Bible with his mind already set. He reads the Bible to get support for his preconceived doctrines. How tragic! An experienced person, after hearing such a one speak for five or ten minutes, can discern whether the speaker is using the Bible for his own ends or if his thought has entered into the thought of the Bible. There is a difference in realm here. One may stand up and give a pleasing, seemingly scriptural message, but actually his thought is contradictory to the thought of the Bible. Or we may hear someone preach whose thought expresses the thought of the Bible and is therefore harmonious and united with it. Though this condition should be the norm, not all reach it. To unite our thought with the thought of the Bible, we need to have the outward man broken. Do not think our Bible reading is poor because of a lack of instruction. The defect is rather in us because our thoughts have not been subdued by God. So to be broken is to cease from our own activities and from our subjective thinking, and gradually to begin to touch the mind of the Lord and follow the trend of thought of the Bible. Not until the outward man is broken, can we enter into the thought of God’s word.

Now while this is important, we have yet to mention the primary matter. The Bible is more than words, ideas and thoughts. The most outstanding feature of the Bible is that God’s Spirit is released through this Book. When a writer, whether Peter, John, Matthew or Mark, is inspired by the Holy Spirit, his renewed mind follows the inspired thought and his spirit is released with the Holy Spirit. The world cannot understand that there is a spirit in God’s word, and that that spirit can be released just as it is manifested in prophetic ministry. Today if you are listening to a prophetic message, you will realize that there is a mystical something other than word and thought present. This you can clearly sense, and may well call it the spirit in God’s word.


There is not only thought in the Bible; the spirit itself comes forth. Thus, it is only when your spirit can come out and touch the spirit of the Bible that you can understand what the Bible says. To illustrate, let us think of a naughty boy who deliberately breaks a neighbor’s window. The neighbor comes out and gives him quite a tongue-lashing. When the boy’s mother learns of the mischief, she also rebukes him severely. But somehow there is a difference in spirit between the two scoldings. The one is ill-tempered, given in an angry spirit; the other expresses love, hope, and training, This is just a simple example. The Spirit who inspires the writing of the Scriptures is the eternal Spirit, ever present in the Bible. If our outward man has been broken, our spirit is released and can touch that Spirit who inspires the Scriptures. Otherwise, the Bible will remain as a dead book in our hands.


(1) Het lezen van de Bijbel: Het is buiten twijfel dat onze geestelijke gesteldheid bepalend is voor dat wat wij uit het Woord verstaan. Hoe vaak vertrouwt een mens in zijn eigendunk niet op zijn niet-vernieuwde en verwarde verstand bij het lezen van de Bijbel. De vrucht daarvan is niet anders dan zijn eigen gedachten. Hij komt niet in aanraking met de geest van Gods Woord.

Als wij er op uit zijn om de Heer in Zijn Woord te ontmoeten, moeten onze gedachten eerst door God verbroken worden. Misschien hebben wij een hoge dunk van ons heldere verstand, maar voor God is het een grote belemmering. Het kan ons nooit binnenleiden in Gods gedachten.

Er zijn minstens twee fundamentele vereisten om de Bijbel te lezen. Allereerst moeten wij ons met onze gedachten verplaatsen in de gedachten van de Bijbel en ten tweede moet onze geest zich verplaatsen in de geest van de Bijbel. U moet net zo denken als de schrijver - of het nu Paulus, Petrus of Johannes is - toen hij het Woord aan het schrijven was. U moet met uw gedachten beginnen waar zijn gedachten beginnen en die ontwikkelen zoals hij dat doet.

U moet net zo kunnen redeneren als hij redeneert en vermanen zoals hij vermaant. Met andere woorden: uw gedachten moeten hetzelfde spoor houden als zijn gedachten. Hierdoor stelt u de Geest in staat u de juiste betekenis van het Woord mee te delen.



Neem bijvoorbeeld eens iemand die de Bijbel gaat lezen en het allemaal al precies weet. Dan leest hij de Bijbel om daarmee aan zijn vooropgezette leerstellingen kracht bij te zetten. Wat is dat een treurige zaak! Als iemand met ervaring zoiets vijf of tien minuten aanhoort, kan hij onderscheiden of de spreker de Bijbel voor zijn eigen doeleinden gebruikt of dat hij zich heeft ingeleefd in de bijbelse gedachten. Hier komen wij ineens in een heel andere sfeer. Het kan zijn dat iemand opstaat om een goede, schijnbaar schriftuurlijke boodschap door te geven, maar in werkelijkheid is zijn denken in tegenspraak met het bijbelse denken. Maar wij kunnen ook iemand horen prediken, wiens woorden de gedachten van de Bijbel uitdrukken en dan is er harmonie en eensgezindheid. Hoewel deze laatste situatie regel behoorde te zijn, komen velen daar niet aan toe. Als wij ons denken één willen maken met het bijbelse denken, moet onze uitwendige mens verbroken zijn. Denkt u vooral niet dat ons bijbellezen zo weinig oplevert wegens onvoldoende onderricht. De fout ligt bij ons, omdat onze gedachten zich niet onderwerpen aan God. Dus verbroken zijn betekent het einde van onze eigen activiteit en van ons eigen subjectief denken, om geleidelijk de gedachten van God te gaan onderkennen en de bijbelse gedachtengang te volgen. Pas wanneer onze uitwendige mens verbroken is, kunnen wij ons verplaatsen in de gedachten van Gods Woord.

Hoe belangrijk dit op zichzelf ook is, er is toch iets dat van nog groter belang is. De Bijbel is meer dan alleen maar woorden, denkbeelden of gedachten. Wat de Bijbel in het bijzonder kenmerkt is het feit dat Gods Geest door dit Boek wordt vrijgemaakt. Als een van de schrijvers, bijvoorbeeld Petrus, Johannes, Mattheüs of Marcus, door de Heilige Geest wordt geïnspireerd, volgt zijn verlicht verstand deze inspiratie en dan komt zijn geest samen met de Heilige Geest vrij. De wereld kan niet verstaan dat er een geest spreekt uit Gods Woord en dat die geest zich op dezelfde wijze kan openbaren als bij een profetische bediening. Als u luistert naar een profetische boodschap, zult u beseffen dat er een verborgenheid in is, die dieper ligt dan de uitgesproken woorden of gedachten. U kunt dit duidelijk merken en wij zullen het de geest noemen van Gods Woord. De Bijbel bevat niet alleen maar gedachten, maar de Geest Zelf wordt openbaar. Daarom kunt u pas verstaan wat de Bijbel zegt als uw geest naar buiten kan treden en in contact kan komen met de geest van de Bijbel. Om een voorbeeld te gebruiken kunnen wij denken aan een ondeugende jongen, die moedwillig een ruit bij de buren breekt. De buurman komt naar buiten en gaat danig tegen hem te keer. Als zijn moeder hoort wat hij heeft uitgehaald, krijgt hij ook van haar een ernstige uitbrander. Maar op de een of andere manier is er een hemelsbreed verschil tussen die twee standjes. Het ene standje wordt geërgerd en boos gegeven, terwijl het andere uitdrukking geeft aan liefde en hoop, als onderdeel van de opvoeding. Dit is maar een eenvoudig voorbeeld. De Geest die het schrijven van de Schrift inspireerde, is de eeuwige Geest, die steeds in de Bijbel aanwezig is. Als onze uitwendige mens verbroken is, wordt onze geest vrijgemaakt en kan deze in contact treden met die Geest die de Schrift inspireert. Als dit niet gebeurt, zal de Bijbel in onze handen slechts een dood boek blijven.


(2) Ministry of the Word: God desires that we understand His word, for this is the starting point of spiritual service. He is equally anxious to put His word as a burden in our spirit so that we may use it to minister to the church. In Acts 6:4 we read, “But we will give ourselves up to prayer and the ministry of the word.” “Ministry” means serving. So the ministry of the word means serving people with the word of God. In ministry what is our difficulty that we fail to release the word within us? Often one may be heavily burdened with a word which he feels he must communicate to the brethren. However, as he stands to speak sentence after sentence, the inner burden remains as heavy as ever. Even after an hour has passed, there is no sense of relief, and finally he must leave as heavily burdened as when he came. Why? It is because his outward man has not been broken. Instead of being a help, the soul faculties become an obstacle to the inward man.

Yet once the outward man is broken, utterance is no longer a problem. One can then think of appropriate words to express his inner feeling. Through release, the inner burden is lightened. This is the way to minister God’s word to the church. So we repeat: the outward man is the greatest hindrance to the ministry of the word of God.

Many have the erroneous notion that clever people are best able to be used. How wrong! No matter how clever you are, the outward can never substitute for the inward man. Only after the outward man is broken can the inward find adequate thought and appropriate words. The shell of the outward man must be smashed by God. The more it is shattered, the more the life in the spirit is released. As long as this shell remains intact, the burden in the spirit cannot be released nor can God’s life and power flow from you to the church. It is mostly through the ministry of God’s word that His life and power are supplied. Unless your inward man is released, people can only hear your voice; they cannot touch life. You may have a word to give, but others fail to receive; you have no means of utterance.

The difficulty is that the life within fails to flow out. There is a word of God going on within, yet it cannot be manifested because of the obstacle without. God does not have a free way in you.



(2) Het bedienen van het Woord: God wil dat wij Zijn Woord verstaan, want hier ligt het begin van alle geestelijk werk. Hij wil eveneens Zijn Woord als een last op ons hart leggen, zodat wij het kunnen gebruiken om de Gemeente te dienen. In Handelingen 6:4 lezen wij: “Maar wij zullen ons houden aan het gebed en de bediening van het woord”. Met “bediening” wordt dienstbetoon bedoeld en dus betekent de bediening van het Woord dat wij de mensen dienen met het Woord van God. Hoe komt het dat wij in die bediening vaak niet in staat zijn om het woord dat wij in ons hebben vrij te maken? Dikwijls kan iemand een woord op het hart hebben en voelen dat het aan de broeders moet worden doorgegeven. Maar als hij daar dan staat en de ene zin na de andere uitspreekt, blijft die last nog steeds even zwaar. Zelfs na geruime tijd voelt hij zich niet bevrijd en tenslotte moet hij heengaan met dezelfde last die hij had toen hij kwam. Hoe komt dit dan? Dit komt omdat zijn uitwendige mens niet verbroken is. In plaats dat onze zielsvermogens een hulp zijn, staan zij de inwendige mens in de weg.

Maar als de uitwendige mens eenmaal verbroken is, is dit probleem van zich niet kunnen uiten niet langer aan de orde. Dan kan iemand de juiste woorden bedenken en aldus uitdrukking geven aan zijn innerlijke gevoelens. Doordat er een uitingsmogelijkheid is, wordt de last minder zwaar. Op deze wijze moet Gods Woord aan de Gemeente bediend worden. En daarom herhalen wij: de uitwendige mens is de grootste belemmering voor de bediening van het Woord. Velen hebben het idee dat knappe mensen het best gebruikt zouden kunnen worden.

Maar dat is absoluut verkeerd! Al bent u nog zo knap, nóóit kan de uitwendige mens de plaats innemen van de inwendige mens. Pas nadát de uitwendige mens verbroken is, kan de inwendige mens op de juiste gedachten en woorden komen.

De harde schaal van de uitwendige mens moet door God volkomen verbroken worden. Naar de mate waarin dit gebeurd is, kan het leven van de geest eruit vloeien. Zolang deze schaal heel blijft, kan de last in de geest geen uitweg vinden en ook Gods leven en Gods kracht kunnen dan niet door u heen tot de Gemeente stromen. Het is immers in hoofdzaak door de bediening van het Woord dat Gods leven en kracht aan de Gemeente toebedeeld worden. Als uw inwendige mens niet is vrijgemaakt, zullen de mensen alleen uw stem kunnen horen, maar zij krijgen geen contact met waarachtig leven. U hebt dan misschien wel een woord om door te geven, maar anderen kunnen het leven niet ontvangen, want u hebt geen middel om dit leven te uiten.

De moeilijkheid is dus dat het leven dat binnenin is er niet uit kan vloeien.

U hebt innerlijk wel een woord, maar u kunt het niet uiten. Innerlijk gaat Gods werk wel door, maar het kan niet openbaar worden omdat de uitwendige mens het geheel omsluit. God heeft geen vrije baan door u heen.



(3) Preaching the Gospel: There is a common misconception that people believe the gospel because they have been either mentally convinced of the doctrinal correctness or emotionally stirred by its appeal. In actual fact, those who respond to the gospel for either of these two reasons do not last long. Intellect and emotion need to be reached, but these alone are insufficient. Mind may reach mind and emotion may reach emotion, but salvation probes much deeper. Spirit must touch spirit. Only when the spirit of the preacher blossoms forth and shines do sinners fall down and capitulate to God. This is the proper spirit necessary in preaching the gospel.

A miner greatly used by God wrote a book called Seen and Heard, in which he relates his experiences in preaching the gospel. We were deeply touched in reading this book. Though just an ordinary brother, neither highly educated nor especially gifted, he offered himself wholly to the Lord and was mightily used by Him. One thing characterized him: He was a broken man; his spirit was pure. While in a meeting listening to a preacher, he was so burdened for souls that he asked the preacher for permission to speak. He went to the pulpit, but no words came. His inner man so burned with a passion for souls that his tears gushed forth in torrents. In all, he managed to utter just a few incoherent sentences. Yet God’s Spirit filled that meeting place; people were convicted of their sins and their lost estate. Here was a young man who was broken, he had few words, but when his spirit came forth people were mightily moved. In reading his autobiography we recognize that here was one whose spirit was wholly released. He was the instrument for saving many in his lifetime.

This is the way to preach the gospel. Whenever you see someone who is unsaved, you sense you should give him the gospel. You must allow your spirit to be released. To preach the gospel is purely a matter of having the outward man broken so that the inward man can flow forth and touch others. When your spirit touches another’s spirit, God’s Spirit quickens that spirit which is in darkness so that one may be wonderfully saved. However, if your spirit is bound by the outward man, God has no outlet in you and the gospel is blocked. This is why we focus so much attention on the dealing with the outward man. If we lack that dealing, we are powerless to win souls, though we may have all the doctrines memorized. Salvation comes when our spirit touches another’s spirit. Then that soul cannot but prostrate himself at God’s feet. Oh Beloved, when our spirit is truly released, souls will surely be saved.

Once people are saved, God does not want them to wait before dealing with sins, to wait more years before consecration, and to wait still longer before answering the call to really follow the Lord. As soon as people believe, they should immediately turn from their sins, wholly consecrate themselves to the Lord, and break the power of mammon. Their story should be like those recorded in the Gospels and in the Acts. For the gospel to have its fullest effect in man, the Lord must have a way in the lives of the messengers of the gospel.

In these years we have been wholly convinced the Lord is working toward recovery. The gospel of grace and the gospel of the kingdom must be joined together. In the Gospels, these two are never separated. Only in later years does it seem that those who have heard the gospel of grace know little or nothing of the gospel of the kingdom. Thus the two have been separated. But the time now is ripe for them to be united, so that people are thoroughly saved, forsaking everything and wholly consecrating themselves to the Lord.

Let us bow our heads before the Lord and acknowledge that the gospel must be fully preached and its messengers be fully dealt with. For the gospel to enter into men we must allow God to be manifested through us. As the effective preaching of the gospel requires more power, so the messengers of the gospel must pay a higher price. We must put everything on the altar. Let us pray thus: “Lord, I put my all on the altar. Find a way through me that the church may also find in me a way. I would not be one who blocks Thee and blocks the church.”

The Lord Jesus never restricted God in any way. For nearly two thousand years God has been working in the church towards the day when the church will no longer restrict Him. As Christ fully manifests God, so shall it be with the church. Step by step God is instructing and dealing with His children; again and again we sense His hand upon us. So shall it be until that day when the church is indeed the full manifestation of God. Today let us turn to the Lord and confess: “Lord, we are ashamed. We have delayed Thy work; we have hindered Thy life; we have blocked the spread of the gospel; and we have limited Thy power.” Individually in our hearts let us commit ourselves to Him afresh, saying: “Lord, I put my all on the altar, that Thou mayest get a way in me.”

If we expect the effectiveness of the gospel to be fully recovered, consecration must be thorough. We must consecrate ourselves to God even like those in the early church. May God have an outlet through us.



(3) Het prediken van het Evangelie: Er bestaat een algemeen verbreid misverstand dat mensen het evangelie geloven óf omdat zij met hun verstand van de leerstellige juistheid overtuigd zijn, óf omdat het een beroep heeft gedaan op hun gevoelsleven. Het is echter een feit dat degenen, die om een van deze twee redenen aan het evangelie gehoor geven, meestal niet lang standhouden.

Natuurlijk moeten verstand en gevoel erbij betrokken worden, maar dit alleen is niet genoeg. Verstand kan aangesproken worden door verstand en gevoel door gevoel, maar verlossing dringt dieper door. Het is iemands geest die de geest van een ander moet aanraken. Alleen wanneer de geest van een spreker als levend water uitvloeit en lichtend uitstraalt, vallen zondaars neer om zich aan God over te geven. Dit is de ware geest die nodig is om het evangelie te prediken. Een mijnwerker die veel door God gebruikt werd, schreef eens een boek, dat de titel had: “Gezien en Gehoord”. Daarin vertelt hij zijn ervaringen bij het prediken van het evangelie. Wij werden diep getroffen toen wij dit boek lazen. Hoewel hij maar een heel eenvoudige broeder was - niet erg ontwikkeld of begaafd - stelde hij zich geheel ten dienste van de Heer en werd op machtige wijze door Hem gebruikt. Er was één ding, dat hem typeerde: hij was een verbroken mens met een zuivere geest. Toen hij eens in een samenkomst naar een prediker zat te luisteren, kreeg hij zo’n last voor zielen, dat hij die prediker toestemming vroeg om te mogen spreken. Hij beklom het podium, maar er kwamen geen woorden. Zijn innerlijke mens werd zo verteerd door een passie voor zielen dat de tranen langs zijn wangen stroomden. Al met al slaagde hij er slechts in om enkele onsamenhangende zinnen uit te spreken.

Toch vervulde Gods Geest die plaats van samenkomst; er werden mensen overtuigd van hun zonden en hun verloren toestand. Hier stond een jonge man, die verbroken was - hij had maar een paar woorden, maar toen zijn geest openbaar werd, werden de mensen op een machtige wijze bewogen. Toen wij zijn autobiografie lazen, onderkenden wij dat dit iemand was wiens geest volledig was vrijgemaakt. Hij was het instrument waardoor velen gedurende zijn leven werden gered.

Dit is de manier om het evangelie te prediken. Telkens als u iemand ontmoet die niet behouden is, wordt u gedrongen hem het evangelie te brengen. U moet uw geest gelegenheid geven zich vrij te uiten. Het prediken van het evangelie is in wezen een kwestie van een verbroken uitwendige mens, zodat de inwendige mens naar buiten kan stromen en anderen kan aanraken. Wanneer uw geest die van een ander aanraakt, maakt God die geest die in duisternis verkeerde levend, waardoor die persoon op wonderheerlijke wijze gered kan worden. Maar als uw geest door de uitwendige mens gebonden is, kan God geen uitweg door u vinden en wordt het evangelie tegengehouden. Dat is ook de reden waarom wij ons zo sterk bezighouden met onze uitwendige mens. Als daar iets mee gebeurt, zijn wij onmachtig om zielen te winnen, al kennen wij misschien alle leerstellingen uit ons hoofd. Er is pas sprake van verlossing als onze geest die van een ander aanraakt. Dan kan die ziel niet anders doen dan zich diep voor God verootmoedigen. O geliefden, als onze geest werkelijk vrijgemaakt is, zullen er zeker zielen worden behouden. Het is niet Gods bedoeling dat mensen die eenmaal behouden zijn, nog wachten om met hun vroegere zonden af te rekenen. Hij wil ook niet dat ze eerst nog jaren laten voorbijgaan voordat zij zich toewijden aan de Heer en dat zij dan nog langer wachten voordat zij ingaan op Gods roepstem om Hem werkelijk te volgen. Zodra mensen tot geloof komen, moeten zij zich onmiddellijk afkeren van hun zonden, zich geheel toewijden aan de Heer en de macht van de mammon laten verbreken. Hun geschiedenis moet gelijk zijn aan wat wij lezen in de evangeliën en de Handelingen. Om het evangelie weer in zijn volle heerlijkheid te kunnen herstellen, moet de Heer een baan hebben in de levens van de boodschappers van het evangelie.

In deze jaren zijn wij er absoluut van overtuigd geraakt dat de Heer bezig is naar een herstel toe te werken. Het evangelie van genade en het evangelie van het Koninkrijk moeten samengaan. In de evangeliën worden deze beide nooit gescheiden. Pas in latere jaren schijnt het dat degenen die het evangelie van genade gehoord hebben, weinig of niets afweten van het evangelie van het Koninkrijk. Daardoor zijn die twee van elkaar gescheiden. Maar de tijd is er rijp voor dat zij weer verenigd worden, zodat mensen volkomen behouden worden, alles opgeven en zich volledig aan de Heer toewijden.

Laten wij ons hoofd buigen voor Gods aangezicht en erkennen dat het evangelie en de boodschappers daarvan op een ander plan moeten komen. Als wij willen dat het evangelie ingang zal vinden bij de mensen moeten wij God toestaan Zich door ons heen te openbaren. Als er meer kracht vereist wordt om het evangelie doeltreffend te prediken, dan zullen de boodschappers van dat evangelie een hogere prijs moeten betalen. Wij moeten alles op het altaar leggen.

Laten wij daarom bidden: “Heer, ik leg mijzelf geheel op het altaar. Baant U een weg in mij, opdat ook de Gemeente een weg in mij moge vinden. Laat mij niet een belemmering zijn voor U en voor de Gemeente”.

De Heer Jezus heeft God nooit op enigerlei wijze aan banden gelegd. Bijna tweeduizend jaar lang is God bezig om naar die dag toe te werken, waarop de Gemeente Zijn macht niet langer zal beperken. Evenals Christus God ten volle openbaart, zal ook de Gemeente dit doen. Stap voor stap onderricht God Zijn kinderen en is met ze bezig; telkens weer voelen wij hoe Zijn hand op ons rust. En zo zal het zijn tot op de dag dat de Gemeente inderdaad de volle openbaring Gods is. Laten wij ons dan op dit ogenblik tot de Heer wenden en belijden: “Heer, wij staan beschaamd. Wij hebben Uw werk opgehouden, wij zijn een belemmering geweest voor uw leven, wij hebben de voortgang van het evangelie in de weg gestaan en wij hebben Uw almacht aan banden gelegd”. En laat ieder in zijn eigen hart zich persoonlijk opnieuw aan Hem overgeven en zeggen: “Heer, ik leg mijn al op het altaar, opdat ik een kanaal voor U mag zijn”. Als wij willen dat het evangelie volledig hersteld zal worden, moeten wij ons volkomen toewijden aan God, zoals dat plaats vond in de eerste Gemeente, want om het evangelie te herstellen moet ook de toewijding hersteld worden. Zowel het een als het ander moet grondig gebeuren. Dat God een uitweg moge vinden door ons heen.




1   ...   18   19   20   21   22   23   24   25   ...   34


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina