By Watchman Nee Preface



Dovnload 433.4 Kb.
Pagina28/34
Datum22.07.2016
Grootte433.4 Kb.
1   ...   24   25   26   27   28   29   30   31   ...   34

Chapter VIII

What Impression Do We Give?


WHETHER WE CAN do the Lord’s work depends not so much on our words or actions, but rather on what comes forth from us. We are not able to edify others if we say one thing and emit from our lives another thing, if we act one way and live another way. What emanates from us is an important consideration.

We often say that our impression of a certain person is good or bad. How do we receive such an impression? It is not just from his words, nor even from his actions. A mysterious something expresses itself while he is speaking or acting. It is this which gives us the impression.

What others sense in us is our most outstanding feature. If our mind has never been dealt with and is undisciplined, naturally we shall use our mind to contact people, and they will be struck by its forcefulness. Or if we possess an inordinate affection, if we are overly warm or cold, others will take note of this in their impression of us. Whatever our strongest characteristic is, it invariably will stand out and impress others. We may be able to control our speech or action, but we are unable to restrain that which expresses our nature. What we are, we cannot but reveal.

II Kings 4 recounts how the Shunammite received Elisha. “And it came to pass on a day that Elisha passed to Shunem, where was a wealthy woman, and she constrained him to eat bread. And so it was, that as oft as he passed by, he turned in thither to eat bread. And she said to her husband, Behold now, I perceive that this is a holy man of God, who passes by us continually.” Note that Elisha preached no sermon, worked no miracle. He merely dropped in and ate whenever he was passing that way. By the way he ate, the woman recognized him as a holy man of God. This was the impression Elisha gave to others.

We should ask ourselves, what impression do I give to others? How often we have emphasized the need for our outward man to be broken. If this brokenness is not accomplished, others meet the impact of our outward man. Whenever we are in their presence they are made uncomfortable by our self-love, or pride, or obstinacy, or cleverness, or eloquence. Perhaps the impression we leave is a favorable one, but is God being satisfied? Will such an impression meet the church’s need? If God is not satisfied, and the church is not helped, any impression we leave is for naught.

Beloved, God’s full intention requires that our spirit be released. It is imperative for the growth of the church. How urgent, then, that our outward man be broken! Without this breaking our spirit cannot come forth, and the impression we leave with others will not be a spiritual one.

Suppose a brother is speaking on the Holy Spirit. Though his subject is the Holy Spirit, his words, his attitudes, and his illustrations are full of himself. Perhaps without knowing why, the audience inwardly suffers while listening to him. His mouth is full of the Holy Spirit, yet the impression he leaves with his listeners is of himself. What is the spiritual value of such empty talk? None.

Rather than stressing teaching, let us place more emphasis on what it is that comes forth from us. God is not watching to see if our teaching becomes deeper; He wants to lay hold of us as individuals. If our nature is not properly dealt with, we may give forth so-called spiritual teaching, but there is no spiritual impartation. How tragic when we merely impress the outward man yet do not impart something of a life impression to the inward man!

Again and again God arranges our circumstances to break us in our strong point. You may be stricken once, twice, but still the third blow must come. God will not let you go. He will not stay His hand until He has broken that prominent feature in you.

What the Holy Spirit accomplishes when we are being disciplined is totally different from what happens when we are hearing a message. A message we hear may often remain in our mind for several months, possibly even years, before its truth will become operative in us. Thus the hearing often precedes the real entering into life. However, through the disciplining of the Holy Spirit, we more quickly see the truth and thus possess it. How strange that we grasp mere knowledge through a message much faster than we learn reality through discipline! Once we hear, we remember. But we may be disciplined ten times and still wonder why. The day discipline accomplishes its purpose is the day you really “see” the truth and enter into its reality. So the work of the Holy Spirit is to break you down on the one hand and to build you up on the other. Thus your heart will say: “Thanks be unto the Lord. Now I know that His disciplining hand upon me for these past five or ten years has been just to break this strong point in me.”


HOOFDSTUK VIII

Welke indruk geven wij?


Of wij het werk des Heren kunnen doen, hangt niet zozeer af van onze woorden of daden, maar veel meer van wat uit ons voortkomt. Wij kunnen anderen niet opbouwen als wij het ene zeggen, maar door onze wijze van doen iets anders laten zien, als wij op de ene manier handelen, maar op de andere manier leven. Wij moeten daarom goed letten op datgene wat uit ons voortkomt.

Wij zeggen dikwijls dat onze indruk van deze of gene goed of slecht is. Hoe komen wij daartoe? Het is niet alleen het gevolg van zijn woorden en ook niet van zijn daden. Er gaat iets ondefinieerbaars van hem uit als hij spreekt of handelt en dat geeft ons die indruk.

Wat anderen van ons opmerken, is datgene wat ons het meest typeert. Wanneer er nog nooit met ons verstand is afgerekend en het geen tuchtiging heeft gekend, zullen wij van nature ons verstand gebruiken als wij in contact treden met andere mensen en zij zullen getroffen worden door de kracht ervan. Of als wij een meer dan gewone toegenegenheid bezitten, als wij abnormaal warm of koud zijn, zullen anderen dit opmerken in de indruk die zij van ons krijgen.

Het is zeker dat onze sterkste karaktertrek, welke die ook is, naar buiten zal treden en indruk zal maken op anderen. Wij kunnen ons wel beheersen in ons spreken of handelen, maar wij zijn niet in staat om de indruk die wij van nature maken te verbergen. Wij móeten openbaar maken wat wij zijn.

2 Koningen 4 vertelt hoe de Sunamietische vrouw Elisa ontving. “Op zekere dag begaf Elisa zich naar Sunem. Daar woonde een welgestelde vrouw, die bij hem aandrong dat hij zou blijven eten. En zo vaak hij op zijn doorreis daar kwam, ging hij er heen om te eten. En zij zei tot haar man: Zie toch, ik weet dat het een heilige man Gods is, die altijd bij ons aankomt”. Let er eens op hoe Elisa geen preek hield en ook geen wonder deed. Telkens als hij voorbij kwam, ging hij daar alleen maar aan om te eten. Maar door de manier waarop hij at, herkende de vrouw in hem een heilige man Gods. Dit was de indruk die Elisa op andere mensen maakte.

Wij moeten ons afvragen welke indruk wij op anderen maken. Hoe dikwijls hebben wij er nu al de nadruk op gelegd dat onze uitwendige mens verbroken moet worden. Wanneer dit niet gebeurd is, worden anderen telkens met onze uitwendige mens geconfronteerd. Telkens als wij bij hen zijn, maken wij het hun moeilijk door onze eigenliefde, trots, koppigheid of doordat wij zo knap of welsprekend zijn. Misschien laten wij wel een goede indruk achter, maar is God daar tevreden mee? Zal de Gemeente iets hebben aan zo’n indruk? Als God niet bevredigd wordt en de Gemeente niet gediend, heeft geen enkele indruk die wij achterlaten enige waarde. Geliefden, Gods volle doel eist dat onze geest wordt vrijgemaakt. Dat is nodig voor de groei van de Gemeente. Hoe dringend noodzakelijk is het dan dat onze uitwendige mens verbroken wordt!

Zonder dit verbroken-zijn kan onze geest niet naar buiten treden en zal de indruk die wij bij anderen achterlaten geen geestelijke indruk zijn.

Stel dat een broeder over de Heilige Geest spreekt. Hoewel het onderwerp van zijn spreken de Heilige Geest is, zijn zijn woorden, zijn houding en de voorbeelden die hij geeft vol van zichzelf. Zijn toehoorders lijden innerlijk terwijl ze naar hem luisteren, al weten ze misschien niet eens waarom. Zijn mond is vol van de Heilige Geest, maar de indruk die hij op zijn luisteraars maakt, is van hemzelf. Wat is dan de geestelijke waarde van zulke holle woorden? Geen enkele immers.

Liever dan de nadruk leggen op onderricht, zullen wij aandacht schenken aan datgene wat uit ons voortkomt. God slaat ons niet gade om te zien of wij een dieper onderricht brengen; Hij wil beslag leggen op ons als individu. Als er niet op afdoende wijze met onze eigen natuur afgerekend is, kunnen wij misschien wel een zogenaamde geestelijke boodschap brengen, maar in werkelijkheid heeft die geen geestelijke zeggingskracht. Wat is het tragisch als wij alleen maar indruk maken op de uitwendige mens en geen enkele levende indruk meedelen aan de inwendige mens!

Steeds opnieuw bepaalt God onze omstandigheden zo dat wij in ons sterke punt worden verbroken. Misschien bent u al één of tweemaal getuchtigd, maar de derde slag moet nog komen. God laat u niet gaan. Hij neemt Zijn hand pas terug als Hij die eigenschap van u, die altijd zo opvalt, verbroken heeft.

Dat wat de Heilige Geest tot stand brengt als wij getuchtigd worden, is iets geheel anders dan dat wat gebeurt als wij naar een boodschap luisteren. Het kan verschillende maanden, ja soms wel jaren duren voordat de waarheid van zulk een boodschap in ons begint te werken. Wij horen iets dus dikwijls eerst voordat het door gaat dringen in ons leven. Maar door de tuchtiging van de Heilige Geest zien wij de waarheid sneller in en maken ons die eigen. Wat is het eigenlijk vreemd dat wij veel vlugger louter kennis vergaren door een boodschap, dan dat wij de werkelijkheid leren kennen door tuchtiging! Als wij iets éénmaal horen, onthouden wij dat, maar wij kunnen wel tien maal getuchtigd worden en ons dan nog steeds afvragen waaróm. De dag waarop de tuchtiging tot zijn doel komt, is de dag waarop u echt de waarheid “ziet” en binnengaat in de werkelijkheid ervan. Het werk van de Heilige Geest is dus enerzijds om u af te breken en anderzijds om u op te bouwen. Dan zal uw hart zeggen: “De Heer zij gedankt. Nu weet ik dat Zijn tuchtigende hand de afgelopen vijf of tien jaar op mij is geweest enkel om dit sterke punt in mij te verbreken.



1   ...   24   25   26   27   28   29   30   31   ...   34


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina