By Watchman Nee Preface



Dovnload 433.4 Kb.
Pagina29/34
Datum22.07.2016
Grootte433.4 Kb.
1   ...   26   27   28   29   30   31   32   33   34

The Amazing Work of Slaying through Enlightenment


Having considered the disciplinary working of the Holy Spirit, now let us see how He employs another means to deal with our outward man. Besides discipline there will be enlightenment. Sometimes these two are used simultaneously, sometimes alternately. At times the discipline is shown in circumstances aimed at leveling our outstanding feature: at other times God graciously shines upon us to enlighten us. The flesh, as we know, lives hidden in darkness. Many works of the flesh are allowed to exist because they are not recognized by us as such. Once His light reveals the flesh to us we tremble, not daring to move.

We have especially observed this at times when the church is rich in the word of God. When the ministry of His word is strong and there is no lack of prophetic ministry, light breaks out clear and strong. In such light you come to realize that even your condemnation of your pride is itself pride. In fact, your very talking against your pride is boastful. Thus, as soon as you see pride in the light you are sure to say, “Alas! So this is pride, how abhorrent and unclean it is!” Pride seen in the light of revelation differs completely from the pride talked about so glibly. Enlightenment exposes the true condition. Immediately it dawns upon you that you are ten thousand times worse than any of your preconceived notions of yourself. Right then your pride, your self, your flesh wither away and die with no hope of survival.

Whatever is revealed “in the light” is slain by it. This is most marvelous. We are not first enlightened and then, with the passage of time, gradually brought into death. Rather we fall down instantaneously at the coming of light. As the Holy Spirit reveals, we are dealt with. Revelation, then, includes both seeing and slaying. It is God’s unique way of dealing. Once the uncleanness is really exposed, it cannot remain. Therefore light both reveals and slays.

This being slain by the light is one of the most needful Christian experiences. Paul did not rush to the roadside and kneel down when the light shone upon him. He fell to the ground. Though naturally capable and self-confident, he reacted to the light by falling down somewhat perplexed, yet inwardly exposed. How effectual was this light which struck him to the ground! Let us note that this happened all at once. We might assume that God first enlightens our understanding and then leaves us to work it out. That is not God’s way.

God always shows us how hateful and polluted we are, and our immediate response is: “Alas! What a wretch I am, so unclean, so despicable!” For God to reveal our true self is to fall down as dead. Once a proud person has been truly enlightened, he cannot so much as make an attempt to be proud anymore. The effect of that enlightenment will have its mark upon him all his days.

On the other hand, this time of enlightenment is also the time for believing, not for asking, but for bowing low. God follows the same principle in saving us as He does in working in us afterwards. When the radiancy of the gospel shines upon us, we do not pray: “Lord, I beseech Thee to be my Savior.” To pray thus, even for days, would bring no assurance of salvation. We simply say: “Lord, I receive Thee as my Savior.” Instantly salvation happens! In like manner, in God’s subsequent working, as soon as light comes upon us we should immediately prostrate ourselves under His light and tell the Lord: “Lord, I accept Thy sentence. I agree with Thy judgment.” This will prepare us for more light.

In that hour of unveiling, even noble deeds, performed in His name and in love to Him, will somehow lose their luster. In every highest purpose you will detect the meanest inclination. What you considered as wholly for God now appears to be riddled with self. Alas! Self seems to permeate every vestige of your being, robbing God of glory.

To us it has seemed there is no depth which man himself cannot plumb! Yet it takes God’s revelation to expose man’s real condition. God will not stop until He lays us bare that we may see ourselves. At first He alone knows us, for we are always bare and naked before Him. But once God has disclosed to us the thoughts and intents of our heart, we are then laid bare before ourselves. How shall we ever lift up our head again? Leniency with ourselves becomes a thing of the past. Though we used to think we were better than others, now we know what we really are, and we are ashamed to show ourselves. We search in vain for a word adequate to describe our uncleanness and despicableness. Our shame weighs upon us, as though we bore the shame of the whole world. Like job we fall before the Lord and repent of ourselves: “I abhor myself and repent in dust and ashes. Surely I am beyond healing.”

Such enlightenment, such self-abhorrence, such shame and humiliation, such repentance delivers us from the bondage of long years. When the Lord enlightens, He delivers. Enlightenment is deliverance, and seeing is freedom. Only thus does our flesh cease to operate, and our outward shell is broken.


De wonderlijke wijze waarop God iemand klein krijgt door verlichting

Nadat wij nagedacht hebben over de tuchtigende wijze waarop de Heilige Geest werkt, willen wij nu gaan zien hoe Hij nog een ander middel gebruikt om met onze inwendige mens af te rekenen. Behalve tuchtiging is er ook verlichting.

Nu eens worden deze gelijktijdig gebruikt en dan weer afwisselend. Er zijn tijden dat de tuchtiging gebruikt wordt om datgene wat op de voorgrond treedt bij ons af te vlakken en andere keren schijnt het licht van Gods genade op ons om ons te verlichten. Zoals wij wel weten is ons vlees in duisternis verborgen. Veel werken van het vlees kunnen blijven bestaan omdat ze door ons niet als zodanig worden onderkend. Maar wanneer Zijn licht eenmaal het vlees aan ons openbaart, beven wij en zijn niet in staat ons te verroeren.

Dit is vooral duidelijk geworden in tijden waarin de Gemeente rijk is aan het Woord van God. Als de bediening van het Woord krachtig is en de profetische bediening niet ontbreekt, breekt het licht helder en krachtig door. In dat licht gaat u beseffen dat zelfs de veroordeling van uw eigen hoogmoed op zichzelf trots is, ja zelfs het weerspreken daarvan is grootspraak. Maar zodra u uw hoogmoed in het licht gebracht ziet, zult u stellig zeggen: “Ach! Dit is dus hoogmoed - en wat is dit afschuwelijk en onrein!”. Hoogmoed die gezien wordt in het licht van openbaring is volkomen anders dan die waarover wij zo gemakkelijk spreken. Door verlichting wordt de ware toestand blootgelegd. Er gaat u ogenblikkelijk een licht op, dat u tienduizend maal slechter bent dan alle voorstellingen die u vroeger van uzelf had. Als dát gebeurt, verkwijnen uw hoogmoed uw eigen ik en uw vlees en worden in de dood gebracht zonder hoop op herleving. Alles wat openbaar wordt “in het licht”, wordt er dodelijk door getroffen. Dit is een groot wonder. Wij worden niet eerst verlicht om dan na verloop van tijd geleidelijk in de dood gebracht te worden.

Het is eerder zo dat wij op hetzelfde ogenblik, dat het licht komt, neervallen. Zodra de Heilige Geest zich openbaart, wordt er met ons afgerekend.

Openbaring sluit dus zowel het zien als het ter dood gebracht worden in. Deze handelwijze van God is uniek. Wanneer de onreinheid eenmaal aan het licht gekomen is, kan die niet langer blijven bestaan. Daarom brengt licht zowel openbaring als een dodelijk treffen.

Het is uiterst noodzakelijk dat wij deze dodelijke werking van het licht hebben ondervonden. Paulus liep niet snel naar de kant van de weg om neer te knielen toen het licht hem bestraalde. Hij viel neer op de grond. Met al zijn natuurlijke capaciteiten en zelfvertrouwen reageerde hij op het licht door ter aarde te vallen. Hij voelde zich verslagen, maar werd toch innerlijk verlicht. Wat een uitwerking had dat licht dat hem tegen de grond sloeg! Let er op dat dit alles op hetzelfde ogenblik gebeurde. Wij zouden kunnen veronderstellen dat God eerst ons verstand verlicht en het dan aan ons overlaat om het uit te werken. Maar zo werkt God niet. God laat ons altijd zien hoe weerzinwekkend en verdorven wij zijn en dan is onze onmiddellijke reactie: “Ik, ellendig mens - wat ben ik onrein en verachtelijk!”. Want als God openbaart wie wij in werkelijkheid zijn, vallen wij als dood neer. Als een hoogmoedig mens eenmaal waarachtig verlicht is, zal hij het niet meer wagen om trots te zijn. De uitwerking van die verlichting heeft voor altijd zijn stempel op hem gedrukt.

Aan de andere kant is deze tijd van verlichting tevens de tijd van geloven niet van vragen, maar van diep neerbuigen. Volgens hetzelfde principe waardoor God ons heeft behouden, werkt Hij ook naderhand in ons. Wanneer het evangelie ons bestraalt, bidden wij niet: “Heer, ik smeek U om mijn Heiland te zijn”. Zo zouden wij dagenlang kunnen bidden en het zou ons niet de zekerheid van onze verlossing geven. Daarom zeggen wij eenvoudig: “Heer, ik neem U als mijn Heiland aan”. En onmiddellijk is de verlossing ons deel! En zo gaat God ook nadien in ons te werk. Zodra Zijn licht ons beschijnt, zullen wij ons voor Hem buigen onder dat licht en de Heer zeggen: “Heer ik aanvaard Uw vonnis. Ik stem in met Uw oordeel”. Dat zal ons toebereiden om méér licht te ontvangen. In dat ontdekkende uur zullen zelfs onze goede daden, die wij in Zijn naam en uit liefde tot Hem verricht hebben, ergens hun glans verliezen.

Bij de meest verheven bedoeling zult u altijd wel een lage bijbedoeling kunnen ontdekken. Wat u geheel voor God dacht te doen, blijkt doorweven te zijn met het eigen ik. Het lijkt helaas wel alsof iedere vezel van ons bestaan doordrongen is van het eigen ik, waardoor wij God van Zijn heerlijkheid beroven.

De mens denkt wel eens dat er geen diepte is die hij niet kan peilen! Maar toch is er een openbaring van God voor nodig om onze werkelijke toestand bloot te leggen. God zal niet ophouden voordat hij ons aan onszelf ontdekt heeft. Eerst kende alleen Hij ons, want alle dingen van ons liggen altijd open en ontbloot voor Hem. Maar als God ons eenmaal de overleggingen en gedachten van ons hart heeft laten zien, ligt alles ook open en ontbloot voor onszelf. Hoe kunnen wij ooit ons hoofd weer opheffen? Toegeeflijkheid tegenover onszelf is er voortaan niet meer bij. Hoewel wij altijd gedacht hebben dat wij beter waren dan anderen weten wij nu hoe wij in werkelijkheid zijn en wij schamen ons om dat aan anderen te tonen. Tevergeefs zoeken wij naar woorden om onze onreinheid en verachtelijkheid te kunnen beschrijven. Wij zijn beschaamd en dat drukt ons neer alsof wij de schande van de gehele wereld droegen. Net als Job, vallen wij voor de Heer neer om boete te doen en zeggen: “Ik heb een afkeer van mijzelf en doe boete in stof en as. Aan mij valt stellig niets op te knappen”. Doordat wij zo verlicht worden en een afkeer van onszelf krijgen, doordat wij ons zo gaan schamen en vernederen en berouw hebben, worden wij bevrijd van een jarenlange slavernij. Wanneer de Heer verlicht, maakt Hij ook vrij. Verlichting is vrijmaking en zien is vrijheid alleen op deze wijze wordt aan de werking van ons vlees een halt toegeroepen en wordt onze buitenschaal verbroken.




1   ...   26   27   28   29   30   31   32   33   34


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina