By Watchman Nee Preface



Dovnload 433.4 Kb.
Pagina3/34
Datum22.07.2016
Grootte433.4 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   34

Chapter I

The Importance of Brokenness


ANYONE who serves God will discover sooner or later that the great hindrance to his work is not others but himself. He will discover that his outward man and his inward man are not in harmony, for both are tending toward opposite directions. He will also sense the inability of his outward man to submit to the spirit’s control, thus rendering him incapable of obeying God’s highest commands. He will quickly detect that the greatest difficulty lies in his outward man, for it hinders him from using his spirit.

Many of God’s servants are not able to do even the most elementary works. Ordinarily they should be enabled by the exercise of their spirit to know God’s word, to discern the spiritual condition of another, to send forth God’s messages under anointing and to receive God’s revelations. Yet due to the distractions of the outward man, their spirit does not seem to function properly. It is basically because their outward man has never been dealt with. For this reason revival, zeal, pleading and activity are but a waste of tune. As we shall see, there is just one basic dealing which can enable man to be useful before God: brokenness.


HOOFDSTUK I

Het belang van verbrokenheid

Ieder die God dient, zal vroeg of laat ontdekken dat de grootste belemmering voor zijn werk niet in anderen ligt maar in zichzelf. Hij zal ontdekken dat zijn uiterlijke mens niet in harmonie is met zijn innerlijke mens, omdat beiden zich naar een andere richting uitstrekken. Ook zal hij bemerken dat zijn uiterlijke mens hem in de weg staat om zich te onderwerpen aan de leiding van de Geest. Daardoor kán hij niet gehoorzamen aan Gods hoogste geboden. Hij zal al gauw tot de ontdekking komen dat de grootste moeilijkheid gelegen is in zijn uiterlijke mens, daar deze hem verhindert zijn geest te gebruiken.


Heel veel dienstknechten van God kunnen zelfs het meest elementaire niet doen. Het zou normaal zijn als zij door de oefening van hun geest in staat zouden zijn Gods Woord te kennen, de geestelijke toestand van een ander te onderscheiden, onder de zalving van Gods Geest een boodschap van God door te geven en Gods openbaringen te ontvangen. Maar doordat de uiterlijke mens telkens wordt afgeleid is het alsof hun geest niet goed kan functioneren. In diepste wezen komt dit doordat er nooit radicaal met hun uiterlijke mens is afgerekend, waardoor veel geestelijk streven, ijver, ernst en activiteit slechts tijdverspilling zijn. Zoals wij zullen zien is er maar één manier waarop de mens bruikbaar gemaakt kan worden voor God en dat is verbrokenheid.

The Inward Man and the Outward Man


Notice how the Bible divides man into two parts: “For I delight in the law of God according to the inward man” (Rom. 7:22). Our inward man delights in the Law of God. “. . . To be strengthened with power by his Spirit in the inner man” (Eph. 3:16). And Paul also tells us, “But if indeed our outward man is consumed, yet the inward is renewed day by day” (2 Cor. 4:16).

When God comes to indwell us by His Spirit, life and power, He comes into our spirit which we are calling the inward man. Outside of this inward man is the soul wherein function our thoughts, emotions and will. The outermost man is our physical body. Thus we will speak of the inward man as the spirit, the outer man as the soul and the outermost man as the body. We must never forget that our inward man is the human spirit where God dwells, where His Spirit mingles with our spirit. Just as we are dressed in clothes, so our inward man “wears” an outward man: the spirit “wears” the soul. And similarly, the spirit and soul “wear” the body. It is quite evident that men are generally more conscious of the outer and outermost man, and they hardly recognize or understand their spirit at all.


We must know that he who can work for God is the one whose inward man can be released. The basic difficulty of a servant of God lies in the failure of the inward man to break through the outward man. Therefore we must recognize before God that the first difficulty to our work is not in others but in ourselves. Our spirit seems to he wrapped in a covering so that it cannot easily break forth. If we have never learned how to release our inward man by breaking through the outward man, we are not able to serve. Nothing can so hinder us as this outward man. Whether our works are fruitful or not depends upon whether our outward man leas been broken by the Lord so that the inward man can pass through that brokenness and come forth. This is the basic problem. The Lord wants to break our outward man in order that the inward man may have a way out. When the inward man is released, both unbelievers and Christians will be blessed.


De inwendige mens en de uitwendige mens

Wij zien hoe de Bijbel een scheidslijn trekt die dwars door de mens heengaat: “Want naar de inwendige mens verlustig ik mij in de wet Gods” (Rom 7:22).

Onze inwendige mens verheugt zich in de wet van God: “...met kracht gesterkt te worden door Zijn Geest in de inwendige mens” (Ef 3:16). En Paulus zegt ons ook: “...maar al vervalt ook onze uiterlijke mens, nochtans wordt de innerlijke van dag tot dag vernieuwd” (2 Ko 4:16).

Als God door Zijn Geest, Zijn leven en Zijn kracht woning bij ons maakt, komt Hij in onze geest, die wij de innerlijke of inwendige mens zullen noemen.

Rondom deze inwendige mens is de ziel en daar spelen zich onze gedachten, gevoelens en wil af. De buitenkant van de mens is ons fysieke lichaam. Wij zullen daarom nu spreken van de inwendige mens als de geest, van de uitwendige mens als de ziel en van de buitenkant van de mens als het lichaam.

Wij moeten nooit vergeten dat de inwendige mens de menselijke geest is waar God woont, waar Zijn Geest zich aansluit op onze geest. Net zoals wij kleren aan hebben “draagt” onze inwendige mens een uitwendige mens: de geest “draagt” de ziel. En op gelijke wijze “dragen” de geest en de ziel het lichaam. Het is duidelijk dat de mensen zich over het algemeen meer bewust zijn van hun uiterlijke mens en van hun buitenkant, dan dat zij zich van hun geest bewust zijn of die begrijpen.

Het moet ons duidelijk worden dat alleen hij, wiens inwendige mens is vrijgemaakt, in de dienst van God kan staan. Eigenlijk zouden wij de diepste kern van de moeilijkheden van een dienstknecht van God dus kunnen terugvoeren tot het onvermogen van de inwendige mens om door de uitwendige mens heen baan te breken. Daarom moeten wij voor God tot de erkenning komen dat de voornaamste moeilijkheid voor ons werk niet bij anderen ligt, maar bij onszelf. Onze geest zit als het ware in een omhulsel, waaruit hij niet gemakkelijk te voorschijn kan komen. Wij zijn niet tot dienen in staat als wij niet geleerd hebben hoe onze inwendige mens vrijgemaakt kan worden door de uitwendige mens te laten verbreken. Niets kan ons zo in de weg staan als deze uitwendige mens.

Het al of niet vruchtbaar zijn van ons werk hangt er van af of onze uitwendige mens door die verbrokenheid heen kan treden en zich kan openbaren.

Dit is het grondprobleem. De Heer wil onze uitwendige mens breken, opdat de inwendige mens een weg naar buiten heeft. Als de inwendige mens vrijgemaakt is zullen zowel ongelovigen als christenen gezegend worden.



1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   34


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina