Caleidoscoop 5: Kwaad bloed? Op zoek naar de oorsprong van het kwaad



Dovnload 122.03 Kb.
Datum26.08.2016
Grootte122.03 Kb.

Caleidoscoop 5: Kwaad bloed? Op zoek naar de oorsprong van het kwaad (Handboek p. 8-21)




TERREINDOEL(EN):
3.4.1. Omgaan met grenzen

3.4.1.1. de vraagstelling bespreken die groeit in en uit grenservaring

3.4.1.2. opsporen in de evangeliën hoe en van waaruit Jezus omgaat met mensen die lijden

3.4.1.3. Jezus' staan in zijn grenservaring bespreken

3.4.1.4. aangeven hoe christenen omgaan met lijden en kwaad

3.4.1.5. weergeven wat christenen verstaan onder 'hoop' en 'opstanding'

3.4.1.6. aangeven hoe God en Jezus omgaan met zondaars, zonde en kwaad
3.4.2. Bemind worden en liefhebben

3.4.2.4. vanuit de bijbel het elkaar beminnen - met een voorkeurliefde voor de arme- als een roeping verduidelijken

3.4.2.6. verschillende gestalten van liefde bespreken als roeping en gave (als Godsgave = genade)

3.4.2.7.de gangbare opvattingen over relaties kritisch confronteren met evangelische grondhoudingen


3.4.3. Levensbeschouwing en ethiek

3.4.3.1. aantonen dat een levensbeschouwing het ethisch denken en handelen beïnvloedt

3.4.3.2. de bronnen van Jezus’ ethisch denken en handelen opsporen

3.4.3.3.de oriënterende en evaluerende functie van het geweten verwoorden

3.4.3.4.in ethische kwesties benaderingen opsporen vanuit de bijbelse en kerkelijke traditie





EXTRA TOELICHTING WERKWIJZE:
Deze lessenreeks werd exemplarisch uitgewerkt via de vijfstappenmethode van Caleidoscoop. Het is mogelijk om de verschillende stappen in een andere volgorde toe te passen, naargelang de beginsituatie van de klasgroepen, het tijdsbestek, de beoogde doelstellingen…






TERREIN-DOELEN




LEERINHOUD




WERKVORMEN/MEDIA/ORGANISATIE




Lesbegin







3.4.1.1.


3.4.1.3.

3.4.1.6.


3.4.3.1.


Kleurenkaart: Afbeeldingen
► Achtergrondinformatie: handleiding p. 2-14.


  1. Zwerfafval



  1. Verkeersagressie



  1. Hooliganisme




  1. Tsjernobyl



  1. De terroristische aanslagen van 11/09


  1. De Shoah



  1. De kruisdraging






  • Blikopener:

Denkoefening rond drie vragen m.b.t. het kwaad aan heel wijs persoon. Deze vragen kunnen eventueel worden opgetekend en als leidraad worden gebruikt doorheen het thema.







  1. Beschrijving en (historische) duiding:

Lln verwoorden wat ze zien op foto’s en beschrijven welke ervaringen deze bij hen oproepen. Ze proberen ze bovendien historisch te situeren.




  1. Categorisering van afbeeldingen:

Lln brengen eigen voorbeelden aan (eventueel aan bord) en verdelen deze in verschillende categorieën van kwaad. De lln kunnen ook een foto meebrengen van thuis.


►In de handleiding staan schema’s van mogelijke onderverdelingen (p. 2-4)


  1. Groepstaak rond vormen van verruwing

Lln worden onverdeeld in groepen waarbij elk groepje een van de vormen van verruwing behandelt. Hier zijn verschillende werkvormen mogelijk:

- interview met mensen a.d.h.v. gerichte vraagstelling waarbij naar hun mening wordt gepolst.

- krantenknipsels

- zelfgemaakte fotoreportage waarbij men vormen van verruwing zoals misplaatste graffiti op foto vastlegt.
In het werkje kan gerapporteerd worden waarom men de aangehaalde voorbeelden als

verruwing bestempelt, wat de gevolgen zijn en hoe men deze verruwing zelf zou bestrijden.




  1. Bespreking foto per foto

De leerkracht overloopt alle foto’s en heeft achtergrondinformatie en brengt dialoog a.d.h.v. levensbeschouwelijke vragen:
Mogelijke begeleidende vragen:


  1. -Waarom is zwerfaval een vorm van kwaad? Is zwerfafval wel een kwaad?

- Wat is de verhouding tussen mens en natuur, en hoe ver gaat de verantwoordelijkheid van de mens voor de natuur?

- Is zwerfaval een kwaad dat nog door de vingers kan gezien worden, omdat het niet zo erg is als andere vormen van kwaad of is het een kwaad dat heel ernstig genomen dient te worden?

- Ligt de ernst van zwerfafval vooral in het feit dat het een aantasting is van de Schepping of in het feit dat het kosten voortbrengt voor de gemeenschap en daardoor een soort van diefstal is?

- Draagt een vuil straatbeeld bij tot het onveiligheidsgevoel dat heerst bij mensen?




  1. - Gaat het hier om een modern gegeven of is het iets van alle tijden?

- Werken de verstedelijking en de groter wordende anonimiteit verkeersagressie in de hand?

- Heeft verkeersagressie te maken met het onvermogen van mensen om zich te verontschuldigen en met de neiging om de ander steeds als de slechte en zichzelf als de goede te zien?

- Ligt de oplossing voor verkeersagressie eerder in het wegnemen van factoren als stress en vermoeidheid, of in het meer attent maken van mensen voor het appel dat van anderen kan uitgaan of zijn het vooral repressieve maatregelen die het probleem kunnen oplossen?


  1. - Kunnen we hooligans wilde beesten noemen of zijn het eerder doodgewone mensen die een uitlaatklep zoeken voor hun agressie en die daar eigenlijk geen kwaad mee doen?

- Zullen gevoelens van agressie, waarmee iedereen wel eens te kampen heeft, automatisch op een agressieve manier worden geuit?

- Is het hooliganisme misschien een manier waarop mensen trachten om te gaan met een bestaan dat zij als zinloos ervaren?

- Wat is de diepste reden waarom mensen hooligan worden?


  1. - Is het een mens wel toegestaan om zo zorgeloos en nonchalant met de natuur om te springen?

- Eén van de meest pijnlijke vragen is waarschijnlijk of er nog toekomst is voor de mensen die in het radioactief besmette gebied wonen. Is het trouwens nog verantwoord om kinderen te krijgen, wanneer men weet dat er een grote kans is dat ze zullen lijden?



  1. - Hoe groot is de invloed die 11/09 heeft gehad op ons beeld van de islam? En in welke zin heeft het kwaad een invloed gehad op onze opvattingen over religie?

- Vele terroristische aanslagen worden deels ingegeven door religieuze motieven, maar in hoeverre kan religie een legitimatie vormen voor geweld?

- Is de idee van rechtvaardige oorlog tegen terrorisme een contradictio in terminis of is onder bepaalde omstandigheden gewapend verzet noodzakelijk?

- Is het terrorisme wel de grootse uitdaging van de 21e eeuw?


  1. - Hoe is het mogelijk dat mensen het kwaad van de Shoah konden laten gebeuren?

- Hoe kon God zomaar op het lijden toezien? Bestaat er wel een God als er zoiets als de Shoah mogelijk is?

- Is de Shoah inderdaad een uniek en onvergelijkbaar kwaad?

- Hoe kunnen mensen die medeplichtig waren aan de Shoah hun (klein)kinderen nog recht in de ogen kijken?


  1. - Wat is de rol van mensen in de dood van Christus?

- Wat is de plaats van God in de kruisiging?

- Is het zo dat mensen zich verkneukelen bij het kwaad dat anderen aangedaan wordt?

- Wat als Christus vandaag zou leven? Zouden mensen met dezelfde ‘sensatiezucht’ reageren op zijn kruisdraging en kruisiging?







Lesuitwerking






3.4.1.1.


3.4.1.2.

3.4.1.3.


3.4.1.5.

3.4.1.6.


3.4.2.4.

3.4.2.6.


3.4.2.7.

3.4.3.1.


3.4.3.2.

3.4.3.3.


3.4.1.1.

3.4.1.4.


3.4.3.1.

3.4.1.4.


3.4.3.4.


Lesfase 1
Kleurverschillen:
Illustraties, foto’s en citaten
►Achtergrondinformatie bij iedere impuls: handleiding p. 15-23


  1. Kampgetuigenis van Bernard Klieger



  1. Paul Ricoeur over goed en kwaad



  1. Kunstwerk ‘Descent’ van Dave McKean



  1. Peter Haas over de Shoah




  1. Lc 23, 34: Jezus vergeeft zijn moordenaars



  1. Lc 10, 30-35: De Barmhartige Samaritaan + kunstwerk van Vincent Van Gogh


  1. Hannah Arendt over het proces Eichmann + foto Eichmannproces



  1. Mt 25, 31-34: de schapen en de bokken



  1. Cartoon: In naam van…




  1. Thomas Hobbes: homo homini lupus



  1. Socrates in de Gorgias



Lesfase 2
Kleurindex:

Auschwitz: hoe kon het ooit gebeuren?
►Achtergrondinformatie bij visies op het kwaad:

  1. DIABOLISERING

: Het kwaad als eigen aan de mens (HL p. 24-27)

  1. BANALISERING

: Het kwaad als gedachteloosheid (HL p. 27-32)

  1. ETHISERING

: Het kwaad als ‘goed’ (HL p. 32-34)

  1. ZELFBEDROG

: Het kwaad als zelfbedrog (HL p. 34-39)

Lesfase 3
Kleurenspectrum: Het kwade in religieuze tradities
►Achtergrondinformatie: handleiding p. 41-47.

Lesafsluiting
Kleurenpracht: Se7en – Eichmann: duivel of mens



  • Film Se7en

►Achtergrondinformatie: handleiding p. 47-58.




  • Harry Mulisch over Eichmann: duivel of mens?

►Achtergrondinformatie: handleiding p. 59-60.



Evaluatie
Voorstellen tot evaluatie: handleiding p. 60.





  • Verschillende mogelijke werkvormen:




  1. Duiding van illustraties, citaten en foto’s

De lln zoeken eerst zelf naar de mogelijke betekenissen van de impulsen. Daarna kan de leerkracht verdere informatie geven. Op basis van deze informatie kunnen de lln op zoek gaan naar impulsen die dezelfde visie vertolken.




  1. Discussie

Aan de hand van vragen kan men per impuls klassikaal de discussie aangaan. De eigen denkschema’s over goed en kwaad kunnen daarbij in vraag worden gesteld.




  1. Groepswerk

In verschillende groepjes worden telkens andere impulsen verwerkt. Bij elke impuls:

- gaat men na welke visie de auteur/kunstenaar heeft op het kwade

- onderzoekt men hoe de dader voorgesteld wordt. Waarom doet deze persoon het kwade volgens deze impuls?

- formuleert men ook enkele bedenkingen, commentaren, kritieken.


  • Mogelijke evaluatie

Een aantal impulsen kunnen niet behandeld worden in de les. Deze kunnen dan dienen als middelen tot evaluatie. Ook op de dvd zijn extra impulsen beschikbaar.




  • Mogelijke evaluatieopdracht bij kunstwerk ‘Descent’ van Dave McKean:

- De lln mogen zelf een schilderij of tekening maken over de diepste oorsprong van de mens, over wat de mens ten diepste is.

- Het dier op het schilderij draagt een masker. Maar het is natuurlijk de vraag welk dier erachter schuilt. De lln kunnen een korte reflectie schrijven waarin zij een antwoord proberen te geven op deze vraag. Daarbij geven zij ook de redenen waarom zij denken dat de schilder net dit bepaald dier heeft afgebeeld. Zij proberen ook te beantwoorden welk dier zij persoonlijk zouden kiezen dat het meeste op de mens lijkt en motiveren hun antwoord.

Mogelijke begeleidende vragen:




  • Bernard Klieger schrijft dat hij kon zien dat de SS-soldaten vastbesloten waren om te doden, en dat ze monsters waren. Is dit een juist beeld van het nazisme? Zijn de meeste daders te omschrijven als monsters? ( -> linken met actualiteit)

  • Zijn misdadigers die anderen zo gruwelijk geweld aandoen inderdaad geen mensen meer? En wat zijn ze dan wel, als ze geen mensen zijn: wat maakt hen anders?

  • Kan men nog een mens zijn wanneer men iets gedaan heeft dat on-menselijk is?

  • Hoe kun je het rijmen dat wanneer de nazi’s beesten genoemd worden waarin de duistere instincten ontketend zijn, zij er tegelijkertijd ook een nauwgezette organisatie op nahielden? Was het kwaad van de nazi’s echt puur instinctief?



  • Is het zo dat het goede in de mens nooit gedoofd kan worden?

  • Is het mogelijk dat er in mensen die onnoemelijk veel kwaad begaan hebben, toch nog een oorsprong of een kern van goedheid terug te vinden is? Is het mogelijk dat deze mensen ergens toch nog betrokken blijven op het goede?




  • Is de visie die Dave McKean op de mens heeft, een aantrekkelijke of een beledigende visie?

  • Schuilt er in de diepste kern van de mens inderdaad een beest?




  • Is het mogelijk dat nazi’s het vermoorden van mensen écht als het goede beschouwden? Hadden zij, verblind door hun idealen, dan niet door dat zij gruwelijke daden stelden?

  • Als de nazi’s geloofden dat zij iets goeds deden, dan treft hen blijkbaar geen enkele schuld. Zij handelden immers in plicht en geweten. Klopt dit? Kan men iemand schuld kwijt schelden omdat deze geloofde dat hij/zij het goede deed?




  • Spreekt de uitspraak van Jezus nog mensen aan?

  • Hoe moet men de woorden “Zij weten niet wat ze doen” interpreteren?

  • Is het feit dat Jezus’ moordenaars zich niet bewust waren van wat zij deden , een reden om hen te vergeven?

  • Joden hebben, in een antwoord op de Shoah, het volgende van het Bijbelvers gemaakt: “Vergeef het hen niet, want ze weten wat ze doen”. Wat bedoelen zij hiermee? Is het oorspronkelijke citaat (Vergeef het hen) eigenlijk nog aanvaardbaar wanneer het in de context van de Shoah gelezen wordt?




  • Doen de priester en de leviet kwaad? Maken zij zich schuldig?

  • In hoeverre kun je schuldig worden door iets niet te doen?

  • Waarom lopen deze twee personages, in een boog om de man heen? Als zij niet van plan zijn om hem te helpen, kunnen zij toch ook gewoon langs hem lopen?

  • Laten de priester en de leviet de man bewust liggen (omdat ze het leuk vinden dat hij overvallen is)? Of is er een andere reden waarom ze die boog om hem maken?

  • Wat zouden de priester en de leviet gedaan/gedacht hebben om hun geweten te sussen, toen ze de man daar aan zijn lot overlieten op de weg?

Bij citaat:



  • Is het mogelijk dat Eichmann niet nadacht bij wat hij deed? Is het mogelijk dat hij zich helemaal niet bewust was van het kwaad dat hij beging?

  • Eichmann beweerde op het proces dat hij onschuldig was, omdat hij enkel maar bevelen opgevolgd had. Hij zei met andere woorden dat hij niet verantwoordelijk was voor het systeem waarin hij meedraaide. Had hij daarin gelijk?

  • -Wanneer iemand gehoorzaamt aan een bevel van zijn overste en bij het opvolgen van dit bevel kwaad begaat, wie is er dan schuldig: degene die gehoorzaamt (en het bevel uitvoert) en/of degene die het bevel geeft?

  • Heeft Hannah Arendt gelijk dat de kwaaddoener een heel gewone mens blijft, terwijl het kwaad dat deze dader gedaan heeft onmenselijk is?

  • Is de bijdrage die Eichmann leverde aan het kwaad te vergelijken met onze dagelijkse bijdrage aan het kwaad? (Bijvoorbeeld het kopen van producten die tegen een oneerlijke prijs en slechte werkomstandigheden verkregen zijn in de derde wereld).

Bij foto:



  • Kun je aan het uiterlijk van deze man zien dat hij medeverantwoordelijk is voor de dood van miljoenen joden (en ook andere mensen die omkwamen in de concentratiekampen)? Welke gevolgen heeft dit?

  • Is deze man een wolf in schapenvacht? Of is hij gewoon zoals hij eruit ziet? En hoe is zo’n gewone burgerman dan in staat om het kwade te doen?




  • Hoe staat de hedendaagse mens tegenover deze voorstelling van goed en kwaad? Werken de beelden van hemel, hel en oordeel geruststellend of eerder angstaanjagend? Roepen deze wrevel op of laten ze de mensen eigenlijk onverschillig?

  • Is God voor te stellen als een strenge rechter die strikt het onderscheid maakt tussen goed en kwaad?

  • Valt er gemakkelijk een scheiding te maken tussen goede en slechte mensen, net zoals een herder gemakkelijk een onderscheid kan maken tussen zijn schapen en zijn bokken?

  • Wat betekent de volgende zin: “Indien God niet bestaat dan is alles toegelaten”?




  • Zijn de mensen in deze cartoon hypocriet? Of is het te begrijpen dat zij zich wilden inspannen voor een hoger ideaal?




  • Het doel dat deze zes personages willen nastreven, is altijd nobel en goed. Maar de middelen die zij ertoe gebruiken (oorlog, executies, geweld …) zijn in feite niet goed te keuren. Of is dit wel zo? Kan het zijn dat het doel de middelen (altijd) heiligt?

  • Is het zo dat de doelen die nagestreefd worden in deze cartoon echt goed zijn? Bij de heksenvervolgingen was het bijvoorbeeld een doel om alle ‘heksen’ en ‘ketters’ de wereld uit te helpen. Is dit nog een ethisch doel? Is dit een authentiek ideaal?




  • Wat is volgens Thomas Hobbes de reden waarom mensen elkaar proberen te vernietigen of te onderwerpen? Schuilt daar waarheid in?

  • Waarvoor dient ‘de gemeenschappelijke macht die allen gezag afdwingt’?

  • Zijn er inderdaad regels nodig om tot een vredevolle samenleving te komen?

  • In zijn bredere werk geeft Hobbes te kennen dat de mens enkel maar vrede wil met zijn broeder omdat hij daar zélf veel voordeel bij heeft. Vrede geeft namelijk rust en persoonlijke veiligheid. Is het inderdaad zo dat mensen enkel vrede willen vanuit egoïstische motieven? (Heeft het verlangen naar vrede niets altruïstisch?)

  • Is het zo dat, wanneer er geen wetten zouden zijn die de mensen wat beschaafd houden, de mens een wolf voor zijn medemens zou zijn?




  • Als mensen zouden mogen kiezen om dader of slachtoffer te zijn, wat zouden zij dan kiezen? (Men kan de vraag stellen aan de hand van concrete voorbeelden zoals moord, verkrachting, diefstal …) en nagaan in hoeverre het antwoord naargelang de situatie verandert.

  • Hoe kunnen daders, zoals Adolf Hitler en Marc Dutroux bijvoorbeeld, zichzelf in de ogen kijken? Kunnen zij eerlijk met zichzelf in gesprek gaan? Kunnen zij nog een vriend zijn van zichzelf?

  • Is het gemakkelijker om met anderen (desnoods de hele samenleving) in disharmonie te zijn, dan om met jezelf in disharmonie te zijn? Of is de mens eerder geneigd om de eigen waarden op te geven omwille van anderen?



  • Verschillende mogelijke werkvormen:




  1. Verbinding van visies op kwade met impulsen uit kleurverschillen

De lln kunnen na het doornemen van de tekst een schema maken waarin ze de impulsen uit de kleurverschillen verbinden met de bijbehorende visie op het kwaad. In het schema kunnen zij ook hun kritiek op de verschillende posities plaatsen.




  1. Duiding door leerkracht

De leerkracht geeft wat meer achtergrondinformatie bij de verschillende visies waarbij vooral gebruik gemaakt kan worden van de didactische suggesties en van de voorbeelden uit de achtergrond, die erop gericht zijn om de visies begrijpelijker en concreter te maken.




  1. Aanvullen schema met verschillende visies

Bij elke visie proberen de lln samen met de lkt het schema met de vier visies aan te vullen. Wat men ook kan doen is de leerlingen de antwoorden die in de verschillende vakjes van het schema moeten komen, door elkaar geven. De lln moeten dan het juiste cijfer in het juiste vakje plaatsen.



  • Een ingevuld schema is te vinden op pagina 40 in de handleiding.

  • Op de dvd staat een voorbeeldblad van zo’n oefening.

  • Dit schema kan ook gebruikt worden voor een evaluatieopdracht.




  1. Toepassing op de film L’enfant

Het is zeer goed mogelijk om de vier visies toe te passen op de fragmenten uit de film L’enfant. Deze film wordt in het thema over armoede besproken.




  • Verschillende mogelijke werkvormen:




  1. Klassikale oefening in de intertekstualiteit

Men kan verbanden zoeken tussen de verschillende christelijke verhalen (Lucifer, Kaïn en Abel, en de toren van Babel). Daaruit zal blijken dat Joost Van den Vondel zowel verwijzingen naar het verhaal van Kaïn en Abel, als verwijzingen naar het verhaal over de toren van Babel in zijn toneelstuk gestoken heeft. Het kan goed zijn om deze drie verhalen eens met elkaar (en met de ervaringen van de lln) in dialoog te brengen:



    • Waar ziet men gelijkenissen?

    • Zijn er ook verschillen?

    • Welk verhaal geeft de meest zinvolle visie op het kwade? Waarom?




  • In de handleiding (p. 41) staan nog extra vragen die peilen naar de verbanden tussen ‘Lucifer’, Kaïn en Abel en ‘de toren van Babel’.




  1. Vergelijking tussen de visies op het kwade van de verschillende religieuze tradities.

De lln gaan op zoek naar de verschillen en gelijkenissen tussen de verschillende tradities wat betreft de positie van de duivel en de oorsprong van het kwaad. Hoe zou het trouwens komen dat er blijkbaar in elke traditie nood is aan een of meerdere figuren die het kwaad representeren?




  1. Bezinnende oefening

De verschillende verhalen over kwaad kunnen de vraag oproepen wanneer de lln zelf ‘de kwaadheid in hun hart’ voelden en op welke manier ze hiermee zijn omgegaan. Hebben ze iets gedaan om die kwaadheid weg te krijgen (afreageren, zich wassen, een ritueel, aan anderen vertellen …) of ging die kwaadheid uit zichzelf weg? Krijg je de neiging naar het kwade trouwens wel weg? Deze vragen zijn eerder introspectief bedoeld en de lln kunnen dan ook voor zichzelf ter bezinning op een blad papier een situatie beschrijven waarbij ze het kwade in het eigen leven voelden (of deden), waarbij ze verwoorden hoe ze daarmee zijn omgegaan.





  • Verschillende mogelijke werkvormen:




  1. Stellingengesprek

Na wat uitleg over de film, krijgt de klas er fragmenten uit te zien en/of leest men de dialoog in het leerlingengedeelte. Het kan goed zijn om met de klasgroep eerst na te gaan welke visies de drie personages in de fragmenten hebben, voor overgegaan wordt tot een stellingengesprek.

De stellingen worden voorgelezen door de lkr en de lln kunnen vervolgens tussen drie posities kiezen: akkoord, niet akkoord of geen mening.

Voor het stellingenspel kan optimaal gebruik worden gemaakt van de klasruimte. Er kunnen drie ‘kampen’ gemaakt worden in de klas, waarin lln naargelang hun keuze kunnen plaatsnemen. Daarna kan men enkele lln. vragen om hun standpunt te verduidelijken.




  • Voorbeelden van stellingen: zie HL p. 48.




  1. Bespreking uitspraak van Somerset over Hemingway

De lln kunnen de opdracht krijgen om deze uitspraak kritisch te beoordelen.




  1. Kritische reflectie rond term ‘John Doe’

In Amerika wordt de term ‘John Doe’ gebruikt om een persoon aan te duiden waarvan de naam nog niet geweten is (een ‘Jan met de pet’). Hoe duiden de lln het feit dat de seriemoordenaar uit Se7en geen naam krijgt? Welke visie op het kwaad zit hierachter?


  • Deze opdracht kan als evaluatieopdracht dienen.



  • Verschillende mogelijke werkvormen:




  1. Bespreking foto’s van Eichmann

De lln bekijken de drie foto’s in het handboek (waarvan slechts de eerste een echte foto is). Aan de lln kan worden gevraagd weer te geven welke foto ze het meest bij een figuur als Eichmann vinden passen en waarom.




  1. Een open essay schrijven en terugkoppelen aan het essay van Harry Mulisch

De lln worden na het lezen van deel 1 van het essay van Mulisch, gevraagd om zelf een open essay te schrijven, waarin ze de inzichten uit de voorgaande lessen en ook de eigen visie op het kwaad integreren aan de hand van een bespreking van de foto’s. Hierbij krijgen ze de volledige vrijheid om te schrijven wat ze willen, maar men kan ook bijvoorbeeld woorden opgeven die moeten voorkomen in het essay: fragmentatie, diabolisering, moreel aanspreekbaar … Bij hun essay zoeken de lln naar een gepaste titel. Hierna kan men deel twee (HL p. 59-60) van het essay van Mulisch voorlezen en met de lln bediscussiëren.




  • Enkele mogelijke vragen bij deel 2 van de tekst:

- Wat ziet Mulisch in het gezicht van de tweede foto? Waaraan doet deze foto hem denken?

- Wat ziet Mulisch in het gezicht van de derde foto?

- Komt dit overeen met wat je zelf in foto twee en drie ziet, of juist niet?

- Symboliseren de linker- en de rechterhelft het werkelijke gezicht van Eichmann? In welke zin kun je dit met de visie van het kwaad als zelfbedrog verbinden?



- Waarom kan Mulisch niet de duizendste steen werpen? Wat weerhoudt hem hiervan?






Model Lesvoorbereiding Caleidoscoop 5 – Copyright Plantyn --





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina