Campus brussel



Dovnload 91.67 Kb.
Datum28.08.2016
Grootte91.67 Kb.


CAMPUS BRUSSEL
2 BALO/A

Somaya Akkouh
Severine De Dobbeleer
Hansina Dereymaeker
Greet Lories


Examenopdracht: Muziek


  1. Plan van aanpak

Voor we van start gingen aan deze opdracht, stelden we ons eerste enkele vragen.

  • Wat sprak ons aan tijdens de lessen muziek?

  • Zang met verschillende toonhoogtes

  • Percussie: op eigen lichaam, op tonnen, tafels

  • Muzische dag


  • Wat spreekt ons aan in het leerplan? (focus 3de graad)

    • Geluiden, klanken en klankeigenschappen herkennen, vergelijken en ordenen volgens diverse criteria

    • Het kind leest en noteert voorstellingen van klank en muziek

      • Beelden en symbolen van waargenomen auditieve prikkels lezen en waargenomen auditieve prikkels schriftelijk verwerken

    • Het kind ontwerpt klank en muziek

    • Het kind musiceert met klank en muziek

      • Visuele voorstellingen van klank en muziek met de stem, voorwerpen of instrumenten (lichaamsinstrumenten, zelfgemaakte en bestaande instrumenten) verklanken.

    • Musiceren en experimenteren met de stem, met aandacht voor een goed stemgebruik, een zuivere toon en expressiviteit


  • Andere inspiratiebronnen

  • Mike Tompkins – Acapella cover – enkel mond en stemgebruik

http://www.youtube.com/watch?v=qjCLQaTFXx0

  • Koor – Acapella – muziek jaren 90

http://www.youtube.com/watch?v=CMNDdnYOjWw

  • Mayumana – percussie

http://www.youtube.com/watch?v=B2UcIaIe2xE

  • Flutebox
    http://www.youtube.com/watch?v=AF2hzA5RNwg

  • Beatbox verschillende genres: hip hop, drum and bass, dubstep
    http://www.youtube.com/watch?v=BpQj7NpSlGY

http://www.youtube.com/watch?v=JAba9Mjoinw&feature=player_embedded

  • Tafel drummen (met handen, balpennen)

http://www.youtube.com/watch?v=DevkBaLNmEA&feature=fvwrel
http://www.youtube.com/watch?v=U_DBe8D8wCA&feature=related
http://www.youtube.com/watch?feature=endscreen&v=t7xyLfT1MMw&NR=1

  • Je kan je eigen creatie maken aan de hand van beatbox
    http://www.incredibox.com/en/#/application



  1. Selecteren van informatie

Na het bekijken van verschillende informatiebronnen, maakten we hier een selectie van. We werden vooral geïnspireerd door het leerplan en door artiesten die hun kunnen op het internet plaatsten. Met weinig middelen kan je heel wat verwezenlijken. We kunnen alle vier geen instrument bespelen, maar toch wouden een muziekstuk in elkaar steken.

We hebben onze eigen beat gemaakt door het gebruik van onze mond, stemmen, handen en muntstukken. Deze geluiden werden opgenomen en gefilmd.


Vervolgens monteerden we alle fragmenten tot één geheel. Het leek ons een uitdaging om dit zelf eens uit te proberen. Daarnaast kan dit perfect gekoppeld worden in de praktijk.

  1. Uitwerking




  • Voorbereiding

Eerst en vooral probeerden we verschillende zaken uit. Welke klanken kunnen we allemaal uitvoeren en hoe klinken ze wanneer ze opgenomen zijn.

We luisterden naar verschillende muziekfragmenten om een selectie te maken van verschillende beats. Uiteindelijk kozen we voor de volgende geluiden:



  • Klop tik (~kick)

  • Klap

  • Schud

  • Ssch (~cimbalen drum)

  • Aa (~gitaar)

  • Wow-wow (~stem)

Na dit enkele keren geoefend te hebben, namen we alle geluidsfragmenten op met het programma ‘Garageband’.


  • Partituur opstellen

We probeerden deze verschillende geluiden in een eigen partituur te gieten, die ook leesbaar is voor mensen die geen noten kunnen lezen.
Dit probeerden we enkele keren uit zodat we de geluidsfragmenten op elkaar konden afstemmen. Na ongeveer een beeld te hebben, schreven we de partituur uit aan de hand van symbolen. Deze kan later ook in de klas gebruikt worden. (zie bijlage)

Vervolgens wouden we dit in een filmpje gieten zodat het een mooi geheel werd en je een beter beeld krijgt van de manier waarop we dit muziekstukje gemaakt hebben. We filmden individueel de verschillende geluiden die we hadden gemaakt.


Na de opnames van de geluiden en beelden, hebben we dit gemonteerd tot een filmpje. We lieten ons inspireren door wat we hadden gezien in onze voorbereidingsfase.

Werkplan

Mediatheek + brainstorm

2u

Geluid opnemen

3u

Beeld opnemen

3u

Montage

2u

Verwerking

2u



  1. Achtergrondinformatie

Achtergrondinformatie: toelichting muziekbegrippen
Voor het maken van dergelijk muziekstuk is het eveneens zeer belangrijk goed op de hoogte te zijn van enkele muziekbegrippen.
Bas Betekent laag en komt op 3 manieren voor:

  • Als partij: de laagste klinkende partij

  • Als instrument: contrabas, basgitaar

  • Als stem: een lage mannenstem

Canon Betekent dat verschillende groepen hetzelfde zingen, alleen zingen ze ‘achter elkaar aan’. ~ meerstemmig lied. (Zoals Broeder Jacob)


Compositie Een muziekstuk wordt eveneens een compositie genoemd.

Herhalen Betekent iets nog een keer zingen of nog een keer spelen zonder er iets aan te veranderen.


Lichaams- Geluiden voortgebracht met het lichaam als instrument. Voorbeelden zijn: instrument handenklap, voetstamp, dijenklets, vingerknip,…
Melodie Wanneer je een liedje zingt, zing je de melodie.

Een melodie bestaat uit lage en hoge tonen.

Voorbeelden van melodie-instumenten zijn: gitaar, piano, blokfluit, saxofoon, dwarsfluit, klarinet en trompet.
Motief Een motief is een klein stukje muziek van een paar tonen. Het kan een ritme of een melodie zijn.
Melodisch Als het motief een klein melodietje is, noem je het een melodisch motief
Ostinato Betekent hardnekkig. Het is een stukje muziek dat steeds opnieuw herhaald wordt.
Melodisch Een melodie die steeds herhaald wordt is een melodisch ostinato.
Partij Een muziekstuk bestaat uit één of meerdere partijen. Voorbeelden van partijen zijn; een melodiepartij, een tweede stem of een baspartij.
Partituur Een partituur is het volledige verloop van het muziekstuk op papier, waarin alle afzonderlijke partijen onder elkaar genoteerd staan.
Ritme Als je bijv. een liedje klapt, dan klap je het ritme van dat liedje.

Een ritme bestaat uit korte en lange tonen.



Voorbeelden van ritme-instrumenten zijn: trommel, bongo, djembé, bekken, tamboerijn, woodblock,…
Ritmisch Als een motief een ritme heeft, noemt men dit een ritmisch motief.
Ritmisch Een ritme dat steeds herhaald wordt, noemt men een ritmisch ostinato.
Tempo De snelheid waarmee muziek wordt uitgevoerd.
Toon/noot Een toon is wat je hoort en een noot is wat je ziet op de notenbalk (op papier).
Toonduur De toonduur heeft met lang en kort te maken. Het is de vorm van de noot die aangeeft hoe hij heet en hoe lang hij duurt.
Toonhoogte De toonhoogte heeft met hoog en laag te maken. De plaats op de notenbalk geeft aan hoe hoog de toon klinkt. Noten die laag staan op de notenbalk klinken laag en noten die hoog staan op de notenbalk klinken hoog.
Beatbox Beats (instrumenteel) geluid maken met je mond;

  • Kick: je maakt een kick door je lippen op elkaar te zetten en wat lucht door je mond te laten ontsnappen, zodat een kort, hard en eentonig geluid ontstaat.

  • Hi-hat: je maakt een korte maar krachtig S- geluid (ss)

  • Snare: Je maakt een P- geluid, je kan het luider laten klinken door er krachtig bij uit te ademen

  • Cimbalen: maak de geluiden ch en sh na elkaar



  1. Lesfiche : Maak je eigen beat!




Lesdoelen

  • De leerlingen kunnen beelden en symbolen van waargenomen auditieve prikkels lezen.

  • De leerlingen kunnen een eigen voorstelling van klank en muziek maken.

  • De leerlingen kunnen klanken en muziek ontwerpen aan de hand van hun eigen lichaam en andere middelen (geen muziekinstrumenten).

  • De leerlingen kunnen een eenvoudig stappenplan correct uitvoeren.

  • De leerlingen kunnen zelf een ritme maken en onthouden.

  • De leerlingen kunnen op een respectvolle manier met elkaar samenwerken.

  • De leerlingen kijken geboeid naar het werk van medeleerlingen.







Materiaal

  • Laptop, beamer voor youtube filmpje

  • Hulpkaart




Leeftijdsgroep

  • 3de graad




Lesduur

  • 2 lesuren




Leerplan

  • VVKBaO:



2. Musiceren met voorwerpen en instrumenten (lichaamsinstrumenten, zelfgemaakte en bestaande instrumenten), met aandacht voor klankproductie en speeltechniek.

Dat houdt in:

2.1 de klankmogelijkheden van voorwerpen en instrumenten onderzoeken

2.2 een eenvoudig ritme of eenvoudige melodie instrumentaal uitvoeren.


3. Viusele voorstelling van klank en muziek met stem, voorwerpen of instrumenten (lichaamsinstrumenten, zelfgemaakte en bestaande instrumenten) verklanken.

Dat houdt in:

3.1 Beelden, klanksymbolen en grafische notatie vocaal of instrumentaal verklanken.

3.3 Een eenvoudige partituur (van beelden, klanksymbolen, grafische notatie of eenvoudige muzieknotatie) vocaal of instrumentaal verklanken.


5.3 Het kind leest en noteert voorstellingen van klank en muziek

Dat houdt in:

8.1 Beelden of symbolen van auditieve prikkels herkennen of noteren.
8.2 Een grafische partituur aanvullen of ontwerpen.

5.4 Het kind ontwerp klank en muziek

Dat houdt in:

9.2 Een klank- of muziekstuk ontwerpen vanuit een muzikaal gegeven.


5.7 Het kind verwerft bepaalde houdingen via de omgang met klank en muziek

Dat houdt in:

12.1 Zich door middel van klank en muziek durven uiten
13.2 Actief deelnemen aan het groepsmusiceren en zich kunnen aanpassen aan de eisen van het samenspel.


  • OVSG:

1. Zelf muziek vastleggen



    1. Kinderen kunnen bij een geluid een passend symbool plaatsen.

    2. De kinderen kunnen herhalingen in waargenome geluiden herkennen en grafisch weergeven met dezelfde tekeningen, tekens, lijnen, kleuren, woorden.

2. Omgaan met vastgelegde muziek

2.3 De kinderen kunnen een klankbron voorgesteld door een symbool lezen en naar eigen inzich vocaal of instrumentaal reproduceren.

2.4 De kinderen kunnen een klanktafereel voorgesteld met afgesproken symbolen, lezen en naar eigen inzicht vocaal of instrumentaal reproduceren.

3. Ritmische motieven
De kinderen kun zelf ritmische structuren bedenken en uitvoeren met instrumenten (lichaamsinstrumenten).

4. Muziek maken

De kinderen kunnen naar aanleiding van impressies met instrumenten eigen muziek creëren.


  • GO:

2.2 Improviseren en experimenteren, klankbronnen en muziekinstrumenten uittesten op hun klankwaarden en in een muzikaal (samen)spel daarvan gebruik maken.

6.1 Blijvend nieuwe dingen uit hun omgeving ontdekken.













Lesverloop




1

Materiaal: laptop en beamer

De leerkracht zegt dat we even naar een liedje gaan luisteren die de leerlingen zeker zullen kennen. Het is wel een cover van een andere muzikant. Het is belangrijk dat je goed luistert. Welke instrumenten kan je al zeker herkennen?


(Dynamite – Taio Cruz)

http://www.youtube.com/watch?v=qjCLQaTFXx0

De leerkracht vraagt wat de leerlingen van het liedje vonden. Viel er jullie iets op? Hoe klonk het? Welke instrumenten hebben jullie allemaal gehoord?

De leerkracht zegt dat er geen enkel instrument is gebruikt geweest. Alles is met de stem van de muzikant gedaan. De leerkracht toont het filmpje op de beamer zodat het duidelijk wordt voor de leerlingen.

De leerkracht toont nog een filmpje die ze zelf heeft gemaakt met nog andere collega’s.




2

Materiaal: beamer, partituur, partituur met symbolen, partituur per lln

De leerkracht zegt dat de leerlingen dit ook kunnen doen. Eerst gaan we even oefenen.

De leerkracht projecteert een partituur op de beamer. De leerkracht vraagt de leerlingen wat dit juist is? Waarom hebben muzikanten dit nodig? Wat moet je hiervoor kunnen?

De leerkracht zegt dat ze zelf een partituur heeft gemaakt met een legende.


De partituren worden uitgedeeld. We ontcijferen de partituur zodat de leerlingen het systeem verstaan. (8 tellen, verschillende invalmomenten,…)

De klas wordt in verschillende groepjes gedeeld. Elk groepje krijgt een ‘zin’ aangeduid. Dit wordt enkele keren uitgeprobeerd.




3

Materiaal: lege partituur, hulpkaart met verschillende stappen die ze moeten doorlopen
De leerkracht zegt dat de leerlingen nu zelf iets in elkaar gaan steken. Vervolgens gaan de leerlingen dit aan de klas voorbrengen.
De leerkracht deelt de hoekenfiche uit en laat de leerlingen hieraan werken.


4

Als iedereen klaar is, wordt er ruimte gemaakt in de klas om het muziekstukje voor te brengen. We maken eerst algemene afspraken met de leerlingen zodat er op een respectvolle manier met elkaar wordt omgegaan.



De leerlingen krijgen vervolgens elk de tijd om te tonen wat er ervan gemaakt hebben.



  1. Andere voorbeelden

  • Werken met ander materiaal, naargelang het thema waar de leerlingen aan werken. Bijvoorbeeld: Thema WO- boekdrukkunst. Enkel met papier, boeken, balpennen werken. Inspiratie kan gehaald worden uit bovenstaande bronnen.

  • Ritme met metserskuipen:
    De focus kan meer gelegd worden op het onderdeel ‘beweging’, waar de leerlingen verschillende ritmes moeten spelen op de kuipen. Ook is het mogelijk dat ze zelf komen tot een eigen ritme. In bijlage vind je enkele voorbeelden van een mogelijke partituur.

  • ‘Tafeldrummen’:
    De leerlingen kunnen in plaats van gebruik te maken van lichaam, stem en mond gebruik maken van handen, armen en tafel. Dit kan ingeleid worden door enkele filmpjes van Mayumana. Er kan opnieuw gewerkt worden naar een toonmoment, waar de leerlingen hun eigen creatie aan elkaar presenteren.



CHOREOGRAFIE MET METSERSKUIPEN EN STOKKEN

1

2

3

4

5

6

7

8

X
RECHTS




X
LINKS




X
RECHTS




X
LINKS






1 En

2

3 En

4

5 En

6 En

7 En

8

X X
R L

X
BEIDE

X X
R L

X
BEIDE

X
BEIDE

X
BEIDE

X
BEIDE

X
BEIDE



1 En

2

3 En

4

5 En

6 En

7 En

8

X X
R L

X
BEIDE

X X
R L

X
BEIDE

X
BEIDE

X
BEIDE

X
BEIDE

X
BEIDE



1

Beide stokken tegen elkaar slaan.

2




3

Beide stokken tegen elkaar slaan en gelijktijdig voor de kuip wandelen.

4




5

Op de kuip gaan zitten met benen gespreid.

6

Op de kuip gaan zitten met benen gespreid.

7

Klop met beide stokken tegen de kuip tussen de benen.

8

Klop met beide stokken tegen de kuip tussen de benen.

RITME VOOR DE STOKKEN EN METSERSKUIPEN

Een ‘X’ is een accent (met de stokken op de metserskuipen of met de stokken alleen)



Opdracht:  plaats de 4 keer 8 tijden vlot achter elkaar

 zoek er originele bewegingen bij



Eerste 8 tijden:

1

2

3

4

En 5

6

7

8

X

X

X

X

X X




X

X

Tweede 8 tijden:

1

2

3 en

4

5

6

7

8




X

X

X




X

X




Derde 8 tijden:

1 en

2

3 en

4

5 en

6

7 en

8

X X

X

X X

X

X en

X

X X

X

Vierde 8 tijden:

1

2

3

4

5

6

7

8







X




X




X







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina