Canmeds: de 7 rollen van elke moderne arts Opdracht vd opleiding tot arts: 7 rollen



Dovnload 277.24 Kb.
Pagina1/3
Datum27.08.2016
Grootte277.24 Kb.
  1   2   3

Nupie 't Olifantje 


Prof. Dr. J. Heyrman

Inhoudsopgave


Positionering

CanMEDS: de 7 rollen van elke moderne arts

Opdracht vd opleiding tot arts: 7 rollen die in opleiding, specialisatie en in levenslange vorming verworven en onderhouden moeten worden.
Medische expertise staat centraal.

Medisch vakgebied  wetenschappelijke discipline die kritisch haar inzichten toepast in de GZZ van de patiënten

Andere rollen zijn eveneens belangrijk
Medische opleiding: medische basis = competentie in het omgaan met medische ziektebeelden. Dit is het startpunt en de centrale kapstok van ons handelen.

 Obv deze kennis professionele identiteit ontwikkelen als medicus en later steeds meer als huisarts of specialist, de student wordt lid van de medische professie

Naarmate we meer en meer met patiënten omgaan: functie van heler: de medicus die helpend optreedt naar de patiënt, ondersteunend, genezend en terug heel makend ~ proces van heling, van opnieuw opnemen van het leven en verantwoordelijkheden, leren leven met de littekens en opnieuw vertrouwen in het heden en de toekomst hoort ook bij de genezing.
Opleiding volgen = leren van de 7 rollen, die elk een facet van het medische handelen uitmaken en die elke arts moet aankunnen
Inleiding

MMM (mens milieu maatschappij): al wat betreft de mens, het individu, het uiteindelijke doelwit van de GZZ, in zijn natuurlijk leefmilieu: zijn gezin, zijn maatschappelijke omgeving en zijn milieuomgeving
Welke vakken hebben we hier al voor gehad?


  • Antropologie

  • Psychologie

  • Ethiek

  • Verpleegstage

  • Patiëntenzorgstage

  • GZZ stage

  • Keuzevakken

In de arts-jaren: opleiding tot een goed geschoolde professional die zijn plaats vindt in het complexe apparaat van de zorgverlening.


Moeilijkheden:

  • GZZ verandert constant, flexibiliteit staat centraal zowel inhoudelijk als organisatorisch

  • Disciplineconcept vervaagt, ten voordele van competentie gericht denken

Allemaal specialist: 26 specialisten, huiarts als algemeen specialist, sociaal geneeskundigen, preventieartsen

Meer competentiegericht steeds moeilijker te vatten door een bepaalde specialisatietitel, meer door het opleidingscurriculum
Deze cursus:

Taken en rollen in de GZZ & weerslag ervan in de disciplines zelf (patiëntgerichte disciplines versus ziektegerichte disciplines)

Zorgverleningsmodellen: je opstelling als arts kan compleet verschillen naargelang de taak die je toegewezen krijgt

Organisatievormen waarin je interdisciplinair en multidisciplinair ploegen, netwerken en equipes moet kunnen vormen

Doel: informatie geven om voor jezelf aan te voelen welke taak jou het best ligt in de GZZ, welke competentie je daarvr bij jezelf moet aankweken.



  1. Een eigen Cursusopzet

1e doc: Modellen, denkwijzen en structuur integreren

2e doc: Toepassen rond een patiëntencasus


Thema's:

  • Organisatie vd GZZ

  • Medische besliskunde

  • Patiëntgerichte en ziektegerichte klinische benadering

  • Preventie

  • Chronische zorgmodellen

Het gaat over inzichten, attitudes en reflecties




  1. Positionering: De drie Basiskaders om binnen de GZZ om te gaan met de Mens en zijn Medische Problemen

Er zijn verschillende referentiekaders, verschillende disciplines, verschillende opdrachten en taken in de GZZ  eerst globale positionering


De patiënt staat centraal in de GZZ. Vroeger was dit vooral de zieke patiënt. Nu is dit verschoven naar de hele gezondheid, het ganse leven inclusief het sterven.
Ziektegericht denken: consequent toepassen van het ziekteconcept  geneeskunde werd heel machtig. Ons denken is ingedeeld in systemen, ziektes, in diagnoses en interventies.

We merken steeds meer de nadelen van het ziektegericht denken. Er komt meer nood aan integreren en regelmatig terug volwaardig plaatsen van het gezondheidskader.


De maatschappij heeft het ziektegericht denken begrepen en gaat heel gefragmenteerd handelen. Men begon zich de vraag te stellen waarom er nog een huisarts nodig is.

Er groeit heel wat maatschappelijke onrust rond de "impact van het medische model". Patiëntenautonomie en -rechten zijn heel actueel. De hang nr alternatieve geneeswijzen zou vreemd kunnen lijken in een tijdperk dat de geneeskunde net zeer efficiënt en machtig wordt. Maar juist deze macht en deze impact lokken een reactie van de bevolking uit.


Het derde kader is het maatschappelijke kader. Gezondheid wordt beschouwd als het hoogste goed, boven geluk en gezin, maar de GZZ wordt ongelooflijk duur. In al ons handelen wordt efficiëntie, vooral kostefficiëntie een centrale topic.


De drie referentiekaders in de geneeskunde:





Ziekte- of probleemgericht

Gezondheidsgericht

Gemeenschapsgericht

Centrum

Ziekte

Patiënt

Maatschappij

Focus

Fatale eindepunten voorkomen

Gezondheid in stand houden

Kostefficiëntie

Problemen

Vroege tekens van ziekte

Problemen als variatie van normaal

Populatiekenmerken

Thema's

Differentiële diagnostiek

Stabiliseren van ziektemarkers

Controle op progressie

Voorkomen van fatale verwikkelingen



Normaliteit

Levensloop/natural history

Individuele groei/vertrouwen

Autonomie



Zorgprogrammatie

Disease related groups

NNT/NNH/QALY's

Cost per year prevented



Te bereiken doel

Afwezigheid van ziekte

Maximale kwaliteit van leven

Optimale gezondheidsbalans

Perspectief

Voorkomen van de dood

Bereiken van afgesproken doelen




Tijdslijn

Retrospectief

Prospectief




Middel

Interventie

Bepalen van haalbare doelstellingen




Instrumentarium

Onderzoekstechnologie

Consultatie/communicatievoering




Vijand

Ziekte/dood

Onmenselijkheid




Succes

Geen ziekte/dood

Halen vd doelstellingen met behouden vd autonomie

Budgettair evenwicht

Centrale actor

Beoordeling in hand van arts

Beoordeling in hand vd patiënt




Basiskader

Ziekte-georiënteerd

Persoonsgeoriënteerd

Kostefficiëntie georiënteerd

Etiologisch kader

Oorzaak-gevolg

Circulaire causaliteit





      1. De Medische Ziekteleer als Basis voor de Geneeskunde

Het medische denkkader is opgehangen aan "ziektebeelden"

  • D
    Symptoom

    Functioneel

    Probleemgedrag
    efinitie van de ziekte: diagnose


    • Pathologisch

    • Pathofysiologisch ~

    • Etiologisch

    • Nosologisch

      • Etiologie

      • Diagnosestelling

    • Anamnese & klinisch onderzoek

    • Technische diagnostiek

      • Therapie

      • Prognose

In de specialistische geneeskunde wordt gewerkt met een 4-tal types diagnosen, in de huisartsgeneeskunde met een 7-tal.


  1. Pathologische diagnosen

Verwijzen naar een pathologisch-anatomisch substraat dat als kenmerk voor de ziekte wordt gekozen.


  1. Pathofysiologische diagnosen

Verwijzen naar een mechanisme


  1. Etiologische diagnosen

Verwijzen naar een als oorzaak aangewezen agens
Deze drie types zijn meestal objectief vast te stellen omdat er een meetbaar criterium als voorwaarde geldt. Dit is de hoofdbrok van het medische curriculum.


  1. Nosologische diagnosen

Migraine, spastisch colon, premenstruele tensie, fasciitis plantaris, heel wat psychiatrische aandoeningen

Etiologie, pathologisch-anatomisch of fysiopathologisch substraat niet gekend

Consensus binnen de medische wetenschap: bepaalde combinaties van symptomen en waarneming worden op een bepaalde manier benoemd en overeenkomstig daarmee behandeld.

Deze diagnoses zijn minder objectiveerbaar.


  1. Symptoomdiagnosen

In de eerstelijnsgeneeskunde

vb. braken, diarree, hoesten, koorts

Kunnen niet buiten de patiënt om gesteld worden

Soms verklaard door een diagnose van hogere orde, maar vaak blijft het bij het symptoom als diagnose.



  1. Functionele klachten

Aan emoties gebonden ongemakken worden vaak in hun lichamelijke component aan artsen gepresenteerd

= somatiseren




  1. Probleemgedrag

Arts en patiënt zijn akkoord (consensus) dat er een psychisch of relationeel probleem is, waarvan de arts vindt dat het tot zijn bevoegdheid behoort. Een persoon met sexuele problemen, of overbelasting op het werk vertoont slechts een probleemgedrag als hij er met zijn arts over gaat praten.


        • De Driedubbele Bril: Hoeveel Kaders zijn Nodig om efficiënt tussen te komen

In een eerste opvangslijn moet het diagnostisch denken op biologisch, psychologisch en omgevingsgebied parallel verlopen omdat er zoveel interrelatie vd elementen is.
Het bio-psycho-sociaal mensbeeld benadrukt dat de mens een totale entiteit is van biomedische en psycho-relationele elementen die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
Dit wil niet zeggen dat in de therapie op alle terreinen tegelijk ingewerkt moet worden. Voor elke interventieplanning moet de arts zich afvragen welke elementen meest efficiënt beïnvloed kunnen worden


        • Analytisch versus Systeemgericht: een complementair kader


Cultuur // traditie

Micro/meso maatschappij

Antroposofie

Ecologie


SYSTEEMBENADERING

Gezinsgeneeskunde


Cybernetica

Instabiele systemen

Quantum fysica

Familie


INDIVIDU

ANALYTISCHE BENADERING

Orgaanspecialisten

Anatomopathologie

Biologie


Genetica


Organen

Cellen


Molecules

Atomen






      1. Het Ziektekader

Focus op het ziektebeeld, het klinische eindpunt, het controleren van de ziekteparameters.

Best gekend als medici.

Er zijn een aantal specifieke kenmerken:

  • retrospectief denkkader: definitie van een ziekte in zijn fatale eindpunten: overlijden, chronische invaliditeit

vb.: Diabetes: een insulinegebonden aandoening die gekenmerkt is door een zware metabole verstoring, met vasculaire aantasting, zenuwaantasting en nieraantasting, die een grote aftakeling veroorzaakt en ernstige mortaliteit tot gevolg heeft  dan kijken naar eerste tekenen: moeheid, slecht genezende infecties en een droge mond  strategie: zo vlug mogelijk het vroege stadium herkennen en te interveniëren zodat het fatale verloop afgewend kan worden

  • Elke klacht is te begrijpen als een mogelijk beginpunt van een fatale aandoening. Elke klacht moet zo bekeken worden  verdient grondige exploratie. We spenderen enorme budgetten aan dit exploreren van lichte, mogelijks beginnende klachten. Onze technologie is niet alleen uitgebreid maar ook duur geworden. We zijn opgelucht als we de patiënt kunnen geruststellen dat alles normaal is na grondig onderzoek, maar deze geruststelling heeft massa's geld gekost.

Als arts voelen we ons goed in dit kader. We praten zo ook met onze patiënten, in onze informatie naar de bevolking. De bevolking begint ook in ziektekaders te denken  negatieve aspecten van dit kader: het "ziektemodel" is "ziek-makend" aan het worden op bevolkingsniveau.

  • Niet geruststellend voor de bevolking. Als elke klacht een begin kan zijn van iets ernstig dan is de ene dure geruststelling nog maar net voorbij en doet er zich al weer een andere klacht voor die weer geëxploreerd moet worden.

  • De bevolking verliest greep op en inzicht in wat er allemaal in zijn lichaam en geest gebeurt. Kennismaatschappij ~ massa informatie op internet en in tijdschriften, maar het inzicht op eigen lichaam en leven wordt overgelaten aan het medisch apparaat. En dit apparaat levert dagelijks verontrustende en alarmerende boodschappen.

  • De boodschappen zijn ook verscheurend: het medische denkkader is aandoeningsgericht en de medici bepalen de label ~ eigen deelspecialisatie en interventietechnologie

vb.: Een cardioloog die zich toelegt op chronisch hartfalen ziet dit als een ziektebeeld met eigen uitlokkende oorzaken, interventie en een zeer slechte prognose, terwijl voor een cardioloog die naar hypertensie en coronair lijden kijkt chronisch hartfalen de laatste fase is van een chronisch ziekteproces met redelijk goede prognose en stabilisatiemogelijkheden.


      1. Het Gezondheidskader

Focus op het individu, op de gezondheid, op de normaliteit.

De geneeskunde verlegt zijn interessegebied naar gezondheidsbevordering. Artsen in de eerste opvanglijn gebruiken zeer veel het gezondheidskader.


Kenmerken:

  • Prospectief: elke leven start met een aantal mogelijkheden, kwaliteiten en beperkingen. Leven = kwaliteiten ontwikkelen en beperkingen relativeren. Iedereen heeft in zijn leven verwachtingen en doelstellingen die te realiseren zijn. Wie zijn levensdoelen haalt mag tevreden zijn en terugblikken op een zinvol bestaan.

  • Hulpverlener zijn is je kennis en je inzichten ten dienste stellen van het behalen van de levensdoelen vd patiënt.

  • Ziekte is een constructie vd geneeskunde, gezondheid een beslissing vd persoon. Gezondheid wordt gezien als het hoogste goed, en in Europa als verbonden aan het bewaren vd individualiteit, eigen doelstellingen en eigen zingeving. Een geneeskunde die teveel tsskomt, zich te dreigend opstelt, te verwarrend of complex is in zijn boodschappen dreigt gezondheidsverhinderend te worden. Een overgang van ziektegerichte geneeskunde naar doelgerichte geneeskunde plaatst GZZ in een dienstverlenende functie naar het individu.

  • Medicus dient flexibiliteit te hebben om zowel het ziektekader als het gezondheidskader te kunnen hanteren en integreren.

vb.: Rugklachten: vertellen ook iets over hoe je met je lichaam omgaat. Behandeling: patiënt inzicht bijbrengen over hoe de rug geconstrueerd is en waar zijn kwetsbare aspecten zitten, rugschool en hygiëne

Hartkloppingen en darmklachten: ~ spanning, angst en overbelasting  moeten begrepen worden

Depressie: ~ greep verliezen op je eigen leven en wat je daarvan had willen maken. Dit alleen medisch behandelen is voorbijgaan aan de diepe betekenis die een depressie heeft in het leven van een persoon  risico op hervallen als behandeling gestopt wordt

  • Alles draait om het individu, in zijn totaliteit, met heel zijn persoonlijkheid, zijn individueel lichaam, zijn speciale geestesgesteldheid, zijn verwachtingen en doelen. De medische begeleider moet zich persoonsgericht opstellen.




      1. Het Gemeenschapskader

Het dure gezondheidsapparaat wordt gefinancierd door de maatschappij.

Focus op het gezondheidsbudget, de kostefficiëntie van de interventie, de relevantie voor de gezondheid vd bevolking.
GZZ wordt steeds duurder. Gezondheid is het hoogste goed, maar het budget dat een maatschappij eraan wil besteden is niet eindeloos. (Europese landen: 10% vh BNP)

In al wat we doen is er een spanningsveld van kostefficiëntie.





  • In onze zorgverlening worden we steeds meer geconfronteerd met het kostefficiëntiekader. Dit kader werkt met groepen, gemiddeldes.

vb.: Een diabetespatiënt kost gemiddeld x € aan medicatie. Een migrainepatiënt heeft 35 aanvallen per jaar, dat is in België 20 miljoen aanvallen per jaar. Behandeling hoge dosissen aspirine  de nieuwere triptanen: budget hiervr uittrekken dat gaat van 20 miljoen nr 2 miljard €. Deze cijfers zeggen weinig over de individuele persoon.

    • Om deze begrippen als medicus te kunnen integreren is er een nieuw referentiekader uitgewerkt. (zie preventie).

vb.: Begrippen als Number Needed to Treat (hoeveel patiënten moet ik behandelen om er één te genezen of tenminste klachtenvrij te krijgen), Number Needed to Harm (hoeveel van die NNT groep zal ik er ongewenste neveneffecten bezorgen vr elke patiënt die ik met de therapie genezen heb), Number Needed to Screen (hoeveel patiënten moet ik screenen om er één met de conventionele therapie die ter beschikking is te genezen)

Ook outcome maten als gewonnen levensjaren en de QALY's (quality adjusted life years) waarbij rekening wordt gehouden met de kwaliteit van leven na de soms ingrijpende behandeling, moeten ons hiervr parameters leveren.



    • Gelijke toegankelijkheid voor zorg, "equity". Europese GZZsystemen willen dat ieder individu van de maatschappij gelijke kansen heeft op zorg: rijk of arm, jong of oud. Amerikaanse GZZ is daar veel minder mee begaan.


BESLUIT:

Elke arts moet met drie grondig verschillende denkkaders rekening houden in zijn dagelijkse omgang met patiënten. Afhankelijk vd positie in de GZZ zullen sommige kaders meer doorwegen (huisartsen ~ gezondheidskader, specialisten ~ ziektekader, sociaal geneeskundigen ~ maatschappelijk kader). Maar iedereen moet elk van die kaders kennen en kunnen hanteren.




  1. Organisatie van een Performant GZZsysteem: een Complexe Uitdaging

    1. Leerdoelen:

    • De grote lijnen in de basisstructuur vd GZZ begrijpen

    • Inzicht in de onderscheiden taak die de medische disciplines daardr toegewezen krijgen hebben

    • Begrijpen dat de verschillende maatschappelijke opties in diverse landen ook diversiteit in de GZZ genereren en daardoor ook verschil in inhoud vd disciplines.




    1. Concept "Basisgezondheidszorg":

  • Eerstelijnszorg is basisGZZ: de plaats waar elke persoon in de maatschappij een eerste professionele opvang kan krijgen vr gelijke welke klacht of problematiek die hij/zij wenst voor te leggen, en de dialoog opstart.

  • Door de basisgezondheidswerker wordt globale, geïntegreerde zorg aangeboden.

  • "Aanmeldingsverantwoordelijkheid" is essentieel: elke klacht krijgt een inschatting van aangewezen interpretatiekader en ernst. Zonodig worden de ongemakken opgenomen in een potentieel ziektekader = benoemen en legitimeren: de ongemakken krijgen een ziekte-etiket en worden opgenomen in het maatschappelijk ziekteverzekeringskader en sociaal statuut.

  • BasisGZZ staat vr horizontale integratie van al de zorg en zorgprogramma's (zie les 4) rond de patiënt. De huisarts werkt hierin met meerdere structuren en disciplines in verscheidene netwerken.




    1. Echelonnering of Complementaire Taakverdeling over de Lijnen heen

Echelonnering = taakomschrijving

De PATIËNT centraal


BasisGZZ

Zorg-


pro-gram-

ma


Zorgprogram-ma

2de lijn


3de lijn

De ondersteunings- ipv hiërarchische pyramide



Onder basisGZZ: ondersteuningspyramide van 2de- en 3de- lijnsvoorzieningen, die obv subsidiariteit in de zorg tsskomen of deze episodisch overnemen
De traditionele hiërarchische pyramide: 3e lijn als topvoorziening wordt gepositioneerd, die het summum is en de normen van goed geneeskundig handelen bepaalt
Subsidiariteit: geïntegreerde basisdienst, als deze het niet aankan, dan pas nr gespecialiseerde diensten


    1. Interne Multidisciplinaire Taakverdeling en Netwerking

      1. Binnen de EerstelijnsGZZ

De huisarts & zijn samenwerking met diverse netwerken om taken en opdrachten waar te kunnen maken.


        • Het Netwerk van de Huisarts zelf en de Huisartspraktijken

  • Groepspraktijk: huisartspraktijk = voltijdse voorziening. Deeltijdse huisartsen zullen samengaan. Kleine "samenwerkingsverbanden" zullen ontstaan, met huisartsen in elkaars buurt of in hetzelfde gebouw

  • Internationaal is de verwachting dat huisartsen zullen clusteren in groepjes van 4 tot 6, in een of andere samenwerkingsintensiteit

  • Wachtdienst

  • Lokale kring die nascholing organiseert maar ook representatieve vertegenwoordiging is naar andere instanties

  • Voor de accreditering moet elke huisarts ook horen bij een Lokale Kwaliteits Groep (LOK).

    • Er zijn provinciaal geneeskundige comités en raden vd orde van geneesheren

    • De eenheidsstructuur Domus Medica

    • Syndicale groeperingen




        • De Zorgverleningsnetwerken

          • Preventienetwerken

  • Huisarts: gezondheidsbevordering en ziektepreventie  terugvallen op maatschappelijke structuren (Kind & Gezin van 0-6j; CLB van 6-18j, Arbeidsgeneeskunde voor volwassen werknemers).

  • De Vlaamse overheid ontwikkelt via de LOGO (lokale gezondheidsoverleg) de lokale acties.

  • Kankerpreventieprogramma's hebben hun eigen structuren (screeningscentra borst en baarmoeder ea.).


          • Thuisgezondheidszorg-netwerk

  • Samenwerkingsinitiatieven thuiszorg (SIT's) coördineren complexe zorgplannen via samenwerking met thuisverplegingsorganisaties, gezinshulp, maatschappelijk werk, kinesitherapeuten enz.

  • Gemeentelijk (OCMW): poetsdienst, voedselverdeling en maatschappelijke ondersteuning.

  • Vrijwilligerswerk

  • Geïntegreerde Diensten Thuiszorg

  • Centrale organisatie- en managementas voor de 1elijnszorg




          • Geestelijke Gezondheidszorg-netwerk

  • Centra geestelijke gezondheidszorg (GGGZ): overheidsinitiatieven ter coördinatie van de ambulante psychiatrische zorg voor kinderen en volwassenen

  • Crisisopvang, beschut wonen, drugspreventie




        • De Apotheker

Taak verschuift van farmacadispenseerder naar vertrouwenspersoon rond medicijnengebruik


        • De Samenwerking met de Intramurale Netwerken

Vanuit de 1elijnsorganisatie: duidelijke taakafspraken met de intramurale zorg  ° gemeenschappelijke zorgprogramma's omtrent diabetes, antistolling, bejaardenzorg en dementering, palliatieve zorg (zie les 4).


      1. Binnen de Moderne Ziekenhuisorganisatie

        • Geïntegreerde Units

Evolutie van "disciplinegericht" naar geïntegreerde units per functionele eenheden. Dit sluit veel meer aan bij de zorgprogrammatie.


        • Eigen Netwerken

Regionale ziekenhuizen = 2de lijn

Hooggespecialiseerde diensten en universitaire ziekenhuizen = 3de lijn




        • Ambulante Specialisten

Deze worden steeds meer in de aanbodstructuur van de 2e lijn geïntegreerd

vb.: Ambulante pediatrie zal geleidelijk de integratie met de intramurale pediatrie steeds meer gaan opnemen.


    1. GZZorganisatie, een Kwestie van "Keuzen in de Zorg"

      1. Basisprincipes van de GZZorganisatie

Europa: uitgangspunt: GZZ moet hoogkwalitatief zijn, betaalbaar voor iedereen en beschikbaar voor iedereen

In de verschillende landen doet men dit op een verschillende wijze, gemiddeld wil een land 8 à 10% van het BNP aan GZZ besteden.


België: 12 miljard € dat door de overheid (1/3) en door de eigen bijdrage vd bevolking wordt opzij gelegd om zorg te financieren.

Een wisselend stukje wordt door de persoon zelf betaald = remgeld, de eigen bijdrage



Totaal budget besteed aan GZZ = 25 miljard €
Om rond te komen zijn er beleidsregels, financieringssystemen en verzekeringsoplossingen.

Ziekenhuizen: organisatieregels behoorlijk gelijk in verschillende Europese landen.

Huisartsgeneeskunde, brugfunctie tss patiënt en gespecialiseerde zorg: praktijkaanbod, praktijkorganisatie en medische taakomschrijving meer divers uitgetekend, naargelang de taken die het lokale organisatiesysteem aan de huisarts toewijst.
We zullen naar 3 verschillende opties in 3 Europese landen kijken via de wijze waarop de huisartsgeneeskunde zich in dit systeem ontwikkeld heeft, om inzicht te krijgen in de diversiteit van de zorgorganisatie.


  1. Organisatieprincipes

  • Betalingswijze van zorg: per prestatie, per hoofd, per doelstelling, globaal

  • Reglementering van toegang: alles vr iedereen beschikbaar of gereglementeerd

  • Financiering patiënt: eigen risico, remgeld, derde betaler




  1. Financiering zorgsysteem

  • Bismarck type: Duitsland: elke beroepsgroep zet geld opzij voor GZZ

  • Beveridge type: National Health Service in UK: één nationaal systeem

  • Gemengde systemen: België: 2/3 opzijgezet in één nationaal fonds (RIZIV), 1/3 overheid




  1. GZZbeleid

  • Aanbodsbeheersing: vanaf 2004 nog 700 artsen toelaten in klinische praktijk

  • Echelonnering: taakverdeling en beleidsondersteuning

  • Groepsvorming en nieuw ziekenhuismodel

  • Kwaliteitsverzekering in allerlei vormen



        • Organisatieprincipes

          • Keuze tss 3 Systemen van Betaling

  • Per act (fee for service)

  • Per ingeschreven patiënt (capitation fee)

  • Per salaris (salary)


België en Frankrijk: betaling per act zowel voor huisartsen als specialisten

België: basisvergoeding voor consultatie en huisbezoek, de zgn. intellectuele act en een beperkte lijst terugbetaalbare technische prestaties.

Duitsland vormt een extreem omdat de nomenclatuur, de prijslijst voor welomschreven akten, ook voor huisartsen enorm gedifferentieerd is.
Nederland en Engeland: basissysteem per ingeschreven patiënt. Maar in Ndl is 40% vd bevolking privaat verzekerd en in Eng bestaan een groot aantal bijkomende betalingen voor groepspraktijkpersoneel, voor speciale zorgen, voor het behalen van bepaalde kwaliteitscriteria.
Zweden en Finland: salaris. Ze werken heel georganiseerd volgens een weekschema van 37 à 40u werk.
Denemarken: dubbel systeem: som per ingeschreven patiënt plus een betaling per act.
In alle landen zien we een verschuiving naar gemengde systemen.

Engeland: "responsabilisering": huisartsen die het wensen krijgen het hele budget voor hun patiënten dat ze dan zelf moeten beheren voor farmaceutische kosten en een aantal hospitaalvoorzieningen.

Nederland: een meer gemengd systeem

Denemarken en Finland: betalen afzonderlijk en supplementair per act voor een welomschreven pakket van zorgen.

Duitsland: prestatiebetalingssysteem  geglobaliseerd systeem

België: gedifferentieerd betalingsschema: per act vr de prestaties, per patiënt vr het dossierbeheer, per praktijk vr de organisatie, per arts vr de permanente vorming.

In de ziekenhuissector: betaling per actportefeuille-systemen die op een of andere manier proberen kosten te budgetteren en voorzienbaar te maken.

 Europa is één experimenteel labo op het gebied van kostenbeheersing vd GZZ.


          • Keuze tss Verplichte Verwijzing of Open Toegang

Vroeger: soort Noord-Zuid lijn in Europa:

Scandinavische landen, Ndl, Eng: sterk uitgebouwde 1elijn. De patiënten zijn ingeschreven bij een vaste huisarts (ze kunnen op eigen beslissing wel veranderen) en enkel langs de 1elijn verwezen nr de 2delijn.




Zuidelijke as: liberaal, vrije toegang nr een nogal geprivatiseerd systeem; maar sinds de socialistische revoluties is er daar ook een georganiseerd systeem (vooral Spanje en Portugal), met 1elijnsgezondheidscentra, bevolkt dr huisartsen en pediaters. Ook hier ontstond een verplichte verwijzing.

Vooral in Frankrijk, Duitsland, Zwitserland en ook België blijft het vrije liberale systeem in voege: de patiënt is vrij zijn arts te kiezen, hetzij een huisarts of een specialist of een academisch ziekenhuis.


          • Keuze tss Gradaties van Eigen Risico of Derde Betalende (Overheid of Verzekeringsorganisatie)

Meeste Europese landen: gros vd bevolking is verzekerd vr ziektekosten dr een systeem van verzekering. In sommige landen is de verzekeraar de overheid, in andere landen zijn het verzekeringsinstellingen.

Heel dikwijls zijn er combinaties: in Ndl volgen de particuliere maatschappijen, die 40% vd privaatverzekerden onder hun hoede hebben, grotendeels dezelfde spelregels als de ziekenfondsen die 60% vd bevolking verzekeren.

Bijgestuurd door de patiënt vr bepaalde zorgen zelf een deel te laten betalen, het zgn. remgeld. In België en Frankrijk waar de overheid vooral investeert in ziekenhuizen, wordt remgeld gevraagd op de ambulante zorgen, in Finland geldt remgeld op de ziekenhuisopnames, omdat men vooral in de gezondheidscentra op de 1elijn wil investeren.
Epiloog: wie doet wat in de GZZ

Taakverdeling in de GZZ: dwarsdoorsnede vd zorg die 1000 personen op een bepaald moment (puntprevalentie) meemaakt: het vergelijkend takenpakket van huisartsen, ambulante specialisten, alternatieve genezers, poliklinische consultaties, thuiszorg, spoedgevallenzorg, ziekenhuizen en academische ziekenhuizen.
" 800 report symtoms, 327 consider seeking medical care, 217 visit a physician's office (113 visit a primary care physician's office), 65 visit a complementary or alternative medical care provider, 21 visit a hospital outpatient clinic, 14 receive home health care, 13 visit an emergency department, 8 are hospitalized, <1 is hospitalized in an academic medical centre"


    1. Enkele Definities en Cijfers

      1. De Brede Polyvalentie vd Huisarts, een Noodzaak vr de Basiszorg als Breed Opvangnet rond de Patiënt

Een nieuwe Europese definitie vd basiskenmerken vd huisartsgeneeskundige discipline, de rol vd huisarts en beschrijving vd essentiële bekwaamheden

WONCA Europe



London 2002
Huisartsgeneeskunde is een academische en wetenschappelijke discipline met een eigen inhoud en wetenschappelijke basis voor haar klinische activiteit, haar opleiding en onderzoek. Zij is een klinisch specialisme gericht op eerstelijnszorg.


        • I: De Specifieke Kenmerken vd Discipline Huisartsgeneeskunde zijn dat zij:

  1. in de regel het eerste medisch contactpunt uitmaakt binnen de GZZ, met een brede en open toegang vr zijn gebruikers, met een opvang voor alle gezondheidsproblemen ongeacht de leeftijd, sekse of enig andere eigenschap vd persoon in kwestie,

  2. efficiënt gebruik stimuleert vd GZZvoorzieningen dr het coördineren vd zorg, in samenwerking met de andere beroepsgroepen in de 1elijn, dr de interactie te sturen met andere specialisten en dr de rol van patiënten-coach op te nemen waar nodig,

  3. een persoonsgeörienteerde benadering toepast, gericht op het individu, zijn/haar familie en hun gemeenschap,

  4. een uniek consultatieproces ontwikkelt, gericht op een langdurige relatie, dankzij een efficiënte arts-patiënt communicatie,

  5. de verantwoordelijkheid opneemt vr een longitudinale zorg, gestuurd dr de noden vd patiënt,

  6. een eigen besliskundig proces toepast, bepaald dr de prevalentie en incidentie van aandoeningen in de bevolking,

  7. tegelijkertijd acute en chronische gezondheidsproblemen van individuele patiënten aanpakt,

  8. aandoeningen aanpakt zoals die zich in een vroeg stadium, op een ongedifferentieerde manier aanbieden, wat soms urgente interventie vereist,

  9. gezondheid en welzijn bevordert, zowel door adequate als efficiënte interventie,

  10. een specifieke verantwoordelijkheid opneemt vd de gezondheid vd bevolking,

  11. gezondheidsproblemen benadert met hun fysieke, psychische, sociale, culturele en existentiële dimensies.



        • II: Het Specialisme Huisartsgeneeskunde

Huisartsen zijn artsen gespecialiseerd en getraind in de basiskenmerken vd discipline. Zij zijn persoonsgeörienteerde artsen, in de eerste plaats verantwoordelijk voor het aanbeiden van geïntegreerde continue zorg aan ieder individu dat medische hulp zoekt, ongeacht ras, sekse of aandoening. Zij integreren in de zorg vr het individu de context van familie, gemeenschap en cultuur, met respect vr de autonomie vd patiënt. Zij dragen een professionele verantwoordelijkheid ten overstaan vd gemeenschap. Bij het overleg over een planmatige aanpak met hun patiënten integreren zij fysieke, psychische, sociale, culturele en existentiële factoren. Hierbij maken zij gebruik vd kennis en het vertrouwen opgebouwd in herhaalde contacten. Het behoort tot de professionele rol van huisartsen gezondheid te bevorderen, ziektepreventie te integreren en behandeling, zorg en palliatie aan te bieden. Ze doen dit via eigen interventies of door beroep te doen op de dienstverlening van anderen. Ze houden hierbij rekening met de gezondheidsnoden enerzijds en de mogelijkheden en middelen vd gemeenschap anderzijds. Waar nodig ondersteunen ze de patiënten bij de toegang tot deze diensten. Zij zijn verantwoordelijk voor hun vaardigheden, persoonlijk evenwicht en waarden als basis vr efficiënte en betrouwbare zorg.

Huisartsgeneeskunde is een academische en wetenschappelijke discipline met een eigen inhoud en wetenschappelijke basis voor haar klinische activiteit, haar opleiding en onderzoek. Zij is een klinisch specialisme gericht op eerstelijnszorg.




        • III: De Essentiële Bekwaamheden vd Huisarts

De definitie vd discipline Huisartsgeneeskunde en van het specialisme moet leiden tot de essentiële bekwaamheden van de huisarts. Essentieel betekent hier "behorend bij de discipline", ongeacht het GZZsysteem waarin ze toegepast worden.


  1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina