Cao apg groep tot 1 april 2014 cao inhoudsopgave



Dovnload 0.55 Mb.
Pagina14/24
Datum20.08.2016
Grootte0.55 Mb.
1   ...   10   11   12   13   14   15   16   17   ...   24

artikel .3Einde arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd

3.1.Indien je een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd hebt, gelden de opzegtermijnen zoals bepaald in artikel 1 van dit hoofdstuk.

3.2.Als je met pensioen gaat, eindigt je arbeidsovereenkomst automatisch (van rechtswege) op de eerste dag van de maand volgend op die waarin je de AOW-gerechtigde leeftijd hebt bereikt, tenzij voorafgaand aan deze datum in overleg tussen jou als werknemer en APG Groep schriftelijk een andere einddatum is overeengekomen.

3.3.In het geval je langdurig ziek bent en daardoor niet meer bij APG Groep kunt werken, zal APG Groep je arbeidsovereenkomst beëindigen na 2 jaar van volledige of (in het geval er geen herplaatsingsmogelijkheden zijn) gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid.

3.4.De arbeidsovereenkomst eindigt automatisch (van rechtswege) met ingang van de dag na overlijden van de werknemer.

Hoofdstuk13 Overgangsbepalingen

Algemene overgangsbepalingen

artikel .1Werkingssfeer


In afwijking van het gestelde in deze cao gelden voor werknemers van APG Algemene Pensioen Groep N.V., APG Investment Services N.V., Cordares Holding N.V. en Loyalis N.V. op 31 december 2012 in dienst van werkgever en waarop de cao APG of de cao Cordares van toepassing was, de in dit hoofdstuk opgenomen overgangsbepalingen.

artikel .2Definities


In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
  • APG’er of APG werknemer: de werknemer op 31 december 2012 in dienst bij APG Algemene Pensioen Groep N.V., bij APG Investment Services N.V. of bij Loyalis N.V., waarop de cao APG van toepassing is.

  • Cordares werknemer: de werknemer op 31 december 2012 in dienst bij Cordares Holding N.V., waarop de Cordares cao van toepassing is.

  • Werknemer: de werknemer op 31 december 2012 in dienst bij APG Algemene Pensioen Groep N.V., bij APG Investment Services N.V. of bij Loyalis N.V. en waarop de cao APG van toepassing is, dan wel de werknemer op 31 december 2012 in dienst bij Cordares Holding N.V., waarop de Cordares cao van toepassing is.

  • Cao APG: de cao gesloten door APG Algemene Pensioen Groep N.V., APG Investment Services N.V. en Loyalis N.V., met de looptijd van 1 april 2009 tot 1 april 2011.

  • Cao Cordares: de cao gesloten door Cordares Holding N.V. met de looptijd van 1 april 2010 tot en met 31 maart 2011.

artikel .3Uitsluiting nawerking


Met ingang van de feitelijke inwerkingtreding van deze cao komen alle rechten en aanspraken die werknemers aan de nawerking van eerdere cao’s kunnen of konden ontlenen, volledig te vervallen, voor zover niet anders bepaald in dit hoofdstuk.

artikel .4Hardheidsclausule


In bijzondere gevallen of in niet voorzienbare gevallen, waarin, gelet op de feiten en omstandigheden, het niet toepassen van een overgangsmaatregel naar het oordeel van APG Groep, leidt tot een onredelijk en onaanvaardbaar resultaat, kan APG Groep een beslissing nemen in afwijking van/aanvullend op het gestelde in dit hoofdstuk.

Overgangsbepalingen bij de verschillende cao hoofdstukken

Overgangsbepalingen bij hoofdstuk 4 Arbeidstijden

De arbeidsduur per 1 januari 2013 voor APG’ers is de arbeidsduur die met hun is overeengekomen in de arbeidsovereenkomst.


Voor de APG’ers, ingedeeld in de schalen 13, 14 of 15 blijft de arbeidsduur van gemiddeld 36 uur per week op jaarbasis gelden.
De bestaande afspraken over meer- en minder uren o.g.v. de cao APG blijven gehandhaafd gedurende de overeengekomen periode.
Voor de werknemers van Cordares die zijn ingedeeld lager dan schaal XII, geldt op jaarbasis een gemiddelde arbeidsduur van 38 uur per week. De geldende individuele werktijden worden vastgelegd in een rooster rekening houdend met de eisen van de bedrijfsvoering, de Arbeidstijdenwet en (voor zover mogelijk) je individuele voorkeuren. De leidinggevende stelt het rooster vast. De ATV dagen bij Cordares vervallen en worden vervangen door roostervrije tijd.

Overgangsbepalingen bij hoofdstuk 5 Inkomen


Hierna volgen een aantal overgangsmaatregelen in verband met de indeling in de nieuwe schalen en (invoering van) de individuele variabele beloning.
Persoonlijke toeslag (PT) als gevolg van inschaling op een lager schaalbedrag

Maatgevend voor de inschaling in de nieuwe schalen is het salaris op 1 januari 2013 (de peildatum).

Werknemers met een maandsalaris dat op 1 januari 2013 hoger is dan het maximum van de nieuwe schaal, worden ingeschaald op het maximum van de nieuwe salarisschaal (RSP 100). Het verschil tussen het maandsalaris op 1 januari 2013 en het maximum van de nieuwe salarisschaal wordt omgezet in een persoonlijke toeslag (PT). Daarbij wordt uitgegaan van de in de arbeidsovereenkomst overeengekomen arbeidsduur. De PT plus het nieuwe schaalsalaris is grondslag voor de berekening van de vakantietoeslag en de eindejaarsuitkering.

Deze PT wordt de eerste 10 jaar na de indeling in de nieuwe schaal geïndexeerd met de in de cao afgesproken algemene loonronde.


Na de indexeringsperiode van 10 jaar wordt de toeslag ingebouwd. De som van het schaalsalaris en de PT wordt verhoogd met 50% van de cao verhoging. Het schaalsalaris wordt verhoogd met de volledige cao verhoging en vervolgens op de verhoogde som van PT en schaalsalaris in mindering gebracht. De uitkomst hiervan is de nieuwe PT.
Na het tiende jaar (n) geldt, in de vorm van een formule: schaalsalaris (n+1) + PT (n+1) = (schaalsalaris (n) + PT (n) ) x (100% + ½ cao verhoging [%]).
Definitieve indeling na conversie

Na de integratie (samenvoeging) als gevolg van de fusie tussen APG en Cordares zullen nieuwe functiebeschrijvingen worden gemaakt op basis van de structuur van de nieuwe geïntegreerde organisatie (bijvoorbeeld IT en Pensioenen). Op functiewaarderingstrajecten die plaatsvinden voor 1 april 2013 is het overgangsrecht van toepassing dat geldt bij de invoering van het nieuwe loongebouw. Dit betekent dat indien de definitieve indeling (opnieuw) leidt tot een lagere indeling er een nieuwe PT zal worden toegekend. Als er door de conversie al een PT is toegekend worden beide PT’s gezamenlijk als één PT beschouwd. De indexeringsperiode van deze PT (10 jaar) start vanaf de maand volgend op de maand waarin de definitieve indeling heeft plaatsgevonden. Indien de datum van 1 april 2013 wordt overschreden, zal – daar waar de functiewaardering direct het gevolg is van de integratie – tot uiterlijk 31 december 2013 het overgangsrecht (PT) van toepassing zijn.


PT en doorgroeigarantie (perspectiefgarantie)

Werknemers die op 1 januari 2013 het maximum salaris van de (oude) salarisschaal nog niet bereikt hadden – en dus in beginsel het vooruitzicht hadden op een doorgroei naar dit maximumsalaris – zullen, in geval het nieuwe maximumsalaris lager is dan het oude maximumsalaris, kunnen blijven doorgroeien naar dit hogere oude maximumsalaris. Dit nog te bereiken maximumsalaris van de oude salarisschaal wordt gedurende een periode van vijf jaar verhoogd met de in elk jaar gedurende deze periode van vijf jaar in de cao overeen te komen algemene salarisverhogingen. Door de effectuering van deze doorgroeigarantie ontstaat ook bij deze werknemers een (hogere) PT. Bij doorgroei boven RSP 100 wordt de PT verhoogd met het percentage dat past bij de beoordeling algemeen functioneren en competentie-ontwikkeling bij RSP 95/100 (zie hoofdstuk 5). Deze PT wordt ingebouwd na afloop van de indexeringsperiode. Bij de doorgroeigarantie start de indexeringsperiode op het moment van overgang naar de nieuwe salarisschalen (1 januari 2013).


PT en doorgroei boven RSP 100

Bij werknemers met een PT die als gevolg van de beoordeling doorgroeien boven RSP 100, wordt de helft van de verhoging die hierdoor wordt toegekend in mindering gebracht op de PT.


PT en promotie

In geval van een promotie wordt de helft van de promotieverhoging in mindering gebracht op de PT.


PT en individuele variabele beloning

Bij werknemers die als gevolg van de invoering van het nieuwe loongebouw een PT krijgen en die onder de APG cao niet in aanmerking kwamen voor variabele beloning (of targetbeloning), wordt de gerealiseerde variabele beloning niet uitbetaald, tenzij de PT lager is dan de gerealiseerde variabele beloning. Het deel van de variabele beloning boven de PT wordt dan uitbetaald. Vanaf het moment dat de PT volledig in het schaalsalaris is ingebouwd, zal de regeling van de individuele variabele beloning volledig van toepassing zijn. De variabele beloning zal nooit meer bedragen dan in hoofdstuk 5, artikel 13 lid 2 en lid 8 genoemd.


Bestaande bovenschaligheid

Voor werknemers die op (de peildatum) 1 januari 2013 in een hogere schaal zijn ingedeeld dan de bij de functie behorende schaal, geldt het volgende:


Er wordt onderscheid gemaakt tussen de persoonlijke schaal en de functieschaal. Alle werknemers worden ingeschaald in de functieschaal. Het verschil tussen de persoonlijke- en de functieschaal wordt onder de bestaande (schriftelijk vastgelegde) voorwaarden gerespecteerd door toekenning van een toeslag die meegroeit met de cao ontwikkeling.

Dat gaat als volgt:


  • De functieschaal conform de cao APG wordt omgezet naar de nieuwe functieschaal RSP 100. Het verschil is de (“ingroei”) PT zoals hiervoor genoemd.

  • Het verschil van het totaal (functieschaal nieuw en PT) t.o.v. de persoonlijke schaal wordt een 2e toeslag die structureel meegroeit met de cao ontwikkeling (structurele PT).

  • In het geval de bovenschaligheid niet gerechtvaardigd wordt door een schriftelijk vastgelegde afspraak, zal een paritaire commissie, voorgezeten door een onafhankelijke voorzitter, een advies uitbrengen over de vraag of de bovenschaligheid op de hiervoor beschreven wijze dient te worden gerespecteerd.

  • Bij promotie wordt de structurele PT ingebouwd in de hogere salarisschaal.



Target functies APG / Loyalis

De targetbeloning voor APG’ers in de vorige APG cao is hoger dan de individuele variabele beloning in deze cao. Voor APG’ers, die in aanmerking kwamen voor targetbeloning geldt het volgende:




  • In alle gevallen wordt de beoordelingsmethode met behulp van de HR cyclus toegepast.

  • Leidinggevenden zullen gedurende vier jaar na de invoering bij werknemers die voorheen een individuele targetbeloning (APG) hadden, een hoger percentage vaststellen. Daarbij wordt de normale beoordelingsprocedure uit deze cao toegepast met de volgende staffel:

jaar 1 jaar 2 jaar 3 jaar 4

A onvoldoende: 0,00% 0,00% 0,00% 0,00%

B matig: 3,50% 3,25% 3,00% 2,75%

C voldoende: 7,00% 6,50% 6,00% 5,50%

D zeer goed: 10,50% 9,75% 9,00% 8,25%

E uitstekend: 14,00% 13,00% 12,00% 11,00%


In c.q. vanaf jaar vijf wordt de variabele beloning vastgesteld volgens de reguliere staffel (zie hoofdstuk 5, artikel 13 lid 8).
Reeds bestaande PT’s Cordares

Bij Cordares wordt de op 31 december 2012 reeds bestaande PT-regeling gehandhaafd (de PT blijft grondslag voor de variabele beloning en er kan sprake zijn van volledige doorgroei boven RSP 100 op basis van de beoordeling). De indexeringsperiode bij Cordares eindigt op 1 januari 2018. Vanaf 1 januari 2018 zal de PT gaan ingroeien in het salaris, conform de methode zoals hiervoor in de overgangsbepalingen bij Hoofdstuk 5, Inkomen, opgenomen.





1   ...   10   11   12   13   14   15   16   17   ...   24


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina