Cao apg groep tot 1 april 2014 cao inhoudsopgave



Dovnload 0.55 Mb.
Pagina22/24
Datum20.08.2016
Grootte0.55 Mb.
1   ...   16   17   18   19   20   21   22   23   24

Hoofdstuk 6 Vrijwillige vertrekregeling (remplaçantenregeling)


Werknemers met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd die vrijwillig vertrekken ontvangen een vergoeding ter grootte van de uitkomst van de kantonrechtersformule (1996) van ofwel de werknemer die vrijwillig vertrekt of de werknemer die door dit vrijwillige vertrek niet boventallig wordt. Daarbij zal de laagste van beide vergoedingen worden toegekend.

Peildatum voor de berekening van de vergoeding is de datum waarop de arbeidsovereenkomst eindigt.


Voorwaarde voor toekenning van de vergoeding is dat het vrijwillig vertrek direct leidt tot het daadwerkelijk voorkomen/verminderen van boventalligheid, dus tot vertrek van een werknemer die een functie bekleedt waarbinnen boventalligheid gaat ontstaan, of tot plaatsing van een potentieel boventallige werknemer op de vrijkomende arbeidsplaats.
Toekenning is te allen tijde afhankelijk van toestemming van werkgever. Het verzoek kan door werkgever alleen gemotiveerd worden afgewezen in geval van unieke kwaliteiten van de desbetreffende werknemer, of indien het vertrek van de werknemer ernstige problemen oplevert voor de continuïteit van de bedrijfsvoering op de vestiging of de afdeling waar de werknemer werkzaam is.
Voorwaarde voor toekenning is voorts dat de werknemer op het moment van beëindiging niet arbeidsongeschikt is, dat hem niet reeds is meegedeeld dat zijn arbeidsovereenkomst, om redenen gelegen buiten de reorganisatie, zou moeten eindigen, of dat reeds bekend is dat hij zelf binnen afzienbare tijd de arbeidsovereenkomst zou beëindigen.
De datum waarop de arbeidsovereenkomst eindigt, wordt vastgesteld in onderling overleg.
De werknemer van wie het verzoek is afgewezen kan zich, binnen 10 werkdagen na ontvangst van de afwijzing, met zijn bezwaar schriftelijk en gemotiveerd wenden tot de bezwarencommissie ex hoofdstuk 12 van dit Sociaal Plan.
Deze regeling gaat steeds in zodra een definitief reorganisatiebesluit is genomen, en eindigt op een per reorganisatie vooraf aan te geven datum.

Hoofdstuk7 Boventalligheid

artikel .1Mededeling van boventalligheid


Indien de arbeidsplaats van een werknemer door een reorganisatie komt te vervallen wordt hij boventallig verklaard en start de boventalligheidsfase. De boventalligheidsfase gaat in op de datum dat zijn arbeidsplaats komt te vervallen. Vaststelling van boventalligheid vindt plaats volgens de criteria van het Ontslagbesluit en de Beleidsregels Ontslagtaak UWV.

Indien vaststaat dat de werknemer boventallig wordt, zal de direct leidinggevende de werknemer in een persoonlijk gesprek dit, alsmede de datum waarop de boventalligheid ingaat, meedelen. De werkgever zal deze mededeling uiterlijk de dag na het gesprek schriftelijk aan de werknemer bevestigen.



artikel .2Mobiliteitsplan


Gedurende de boventalligheidsfase blijft de direct leidinggevende verantwoordelijk voor de herplaatsing(sactiviteiten).

Op het moment dat de mededeling boventalligheid wordt gedaan, dan wel uiterlijk op het moment dat de boventalligheidsfase daadwerkelijk begint, wordt door de werknemer in overleg met CHR een individueel mobiliteitsplan opgesteld. CHR kan de werkzaamheden m.b.t. het mobiliteitsplan uitbesteden aan een externe begeleider (bijvoorbeeld een outplacementbureau). Bij omvangrijke reorganisaties is de BU-directeur de eindverantwoordelijke functionaris ten aanzien van de herplaatsing.

In het mobiliteitsplan wordt vastgelegd welke acties op welke termijn door de werknemer en CHR worden ondernomen om tot beëindiging van boventalligheid te komen. Onderdeel daarvan kan zijn de inzet en financiering van instrumenten en voorzieningen, zoals onderzoek naar beschikbare competenties, scholing, detachering, (professionele) ondersteuning bij het starten van een eigen bedrijf en dergelijke.

Op basis van een positieve inschatting door CHR van de slagingskans (mede tot stand gekomen o.b.v. een businessplan) kan worden overeengekomen, dat de boventallige werknemer in de gelegenheid wordt gesteld tijdens de boventalligheidsfase voorbereidingen te treffen voor het starten van een eigen bedrijf. De werknemer kan in dat geval worden vrijgesteld van het actief zoeken naar een passende functie. Het mobiliteitsplan behoeft instemming van de directeur van het bedrijfsonderdeel en de directeur CHR. Het mobiliteitsplan wordt voor akkoord ondertekend door de werknemer.

De aan de overeengekomen inzet van instrumenten en voorzieningen verbonden kosten komen voor rekening van de werkgever. Tijdens de boventalligheidsfase zal alle aandacht gericht zijn op het verwerven van een arbeidsplaats buiten APG Groep. De werknemer zal daarbij begeleid worden door een extern outplacementbureau.

Waar nodig vindt, binnen grenzen van redelijkheid en billijkheid, scholing plaats.



artikel .3Duur boventalligheidsfase


De boventalligheidsfase duurt maximaal 9 maanden. Na 3 maanden vindt een evaluatie plaats door leidinggevende, CHR/de externe begeleider en de boventallige werknemer. Afhankelijk van de uitkomst kan het mobiliteitsplan worden aangepast. Als bij de evaluatie of daarna blijkt dat betrokken werknemer onvoldoende meewerkt aan in- of externe herplaatsing kan de boventalligheidsfase en daarmee het dienstverband, eerder worden beëindigd.

artikel .4Positie binnen de organisatie en activiteiten gedurende de boventalligheidsfase


De werknemer wordt vanaf de ingangsdatum van boventalligheid vrijgesteld van de werkzaamheden op de voor hem gebruikelijke werkplek. Zo mogelijk zal de werknemer gedurende de boventalligheidsfase tijdelijk passende werkzaamheden worden aangeboden op een andere locatie of afdeling dan waar hij voorheen werkzaam was. De boventalligheidsfase wordt opgeschort voor de duur van de passende werkzaamheden indien dit reguliere werkzaamheden zijn die niet specifiek gericht zijn op het vinden van een andere functie of op het vergroten van werkervaring.

De boventallig verklaarde werknemer heeft bij gebleken geschiktheid gedurende de boventalligheidsfase op voor hem passende vacante functies binnen de APG Groep voorrang boven andere werknemers. Dit wordt bewaakt door het plannersoverleg van CHR.

Zonder schriftelijke toestemming van de werkgever is het de boventallige werknemer niet toegestaan om voor een derde te gaan werken gedurende het dienstverband met werkgever.
Tijdens de boventalligheidsfase blijven de gebruikelijke procedures met betrekking tot aanvragen van verlof en ziekmelding van kracht.

De werknemer is verplicht om tenminste de verlofuren die hij gedurende de boventalligheidsfase opbouwt tijdens de boventalligheidsfase op te nemen. Bij het einde van het dienstverband worden deze uren geacht te zijn opgesoupeerd en worden deze niet uitbetaald.


Van de boventallige werknemer wordt de volledige medewerking verwacht aan de uitvoering van het individuele mobiliteitsplan en de bemiddelings- en ondersteunende activiteiten van de afdeling CHR/extern outplacementbureau, zowel tijdens als na de boventalligheidsfase.

In het geval van langdurige arbeidsongeschiktheid kan de werkgever op verzoek van de werknemer de boventalligheidsfase voor een nader vast te stellen periode verlengen.






1   ...   16   17   18   19   20   21   22   23   24


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina