Castraten in de barok



Dovnload 4.3 Kb.
Datum25.07.2016
Grootte4.3 Kb.
Castraten in de barok
Een castraat is een mannelijke sopraan, mezzosopraan of altstem, waarbij castratie voor de puberteit de oorzaak is van het hoge stembereik.
Castraten doken op in de 16de eeuw, toen de katholieke kerk in Europa vrouwen uit de zangkoren had verbannen, en hun populariteit bereikte een piek in de 17de en 18de-eeuwse opera. Zeventig procent van de operazangers uit de Barok waren castraatzangers. 
Doorgaans waren castraten groter dan andere mannen en bovendien waren ze succesvol omwille van hun bijzonder, virtuoos stemgeluid. De heroïsche mannenrollen werden vaak geschreven voor castraten (bv. in de opera’s van Händel). Vandaag worden deze rollen vertolkt door een vrouw (alt) of een contratenor.
Castratie voor de puberteit (of in de vroege puberteit) verhindert dat de jongensstem wordt ingewisseld voor de mannenstem. Het strottenhoofd en de stembanden kunnen door deze ingreep immers niet meer groeien. Daardoor wordt het stembereik van de prepuberteit grotendeels behouden, en tijdens de groei verandert de stem op een unieke manier.

Terwijl de longcapaciteit en de spierkracht van de castraatzanger zich ontwikkelen, en ook zijn rijpheid en muzikale vaardigheden verder groeien, ontwikkelt de stem een bereik, kracht en soepelheid die behoorlijk verschilt van een vrouwelijke zangstem en de hoogste mannenstemmen.
De bekendste castraatzanger is zonder twijfel de 18de-eeuwse zanger Carlo Broschi, beter bekend als Farinelli. In 1994 verscheen een film over zijn leven: Farinelli, Il Castrato.
In Italië werd in 1870 werd de castratie van beloftevolle jonge zangers bij wet verboden, waarmee de castraatzangers definitief van het plan verdwenen.




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina