CE1999 ii3 Zonnedeeltjes



Dovnload 7.73 Kb.
Datum27.08.2016
Grootte7.73 Kb.

CE1999_ii3 Zonnedeeltjes





2p 12


Het koudere gas buiten de fotosfeer absorbeert een aantal specifieke golflengten uit het licht dat uitgezonden wordt door de fotosfeer. Deze golflengten horen bij de gassen die deel uitmaken van dat koudere gasmengsel en horen bij specifieke energieovergangen van die gassen. Vandaar dat we die gassen uit de absorptielijnen kunnen identificeren.
Opmerking: Helium is ontdekt via zo’n Fraunhofer spectrum, later werd het ook op aarde gevonden



[2]


5p 13


Het proton moet voldoende snelheid hebben om aan de aantrekkingskracht van de zon te ontsnappen.

Toename Epot = Afname Ekin van het proton





== 6,15 x 105 m/s= 615 km/s



[5]


4p 14

Binnen het cirkel segment kleiner, het door de stroom opgewekte veld werkt binnen de cirkel tegen het zonneveld. Wet van Lenz, maar het kan ook met de twee rechterhandregels (Lorentz kracht en veldrichting bij stroom.

Alternatieve formulering op de NVON site: Vanuit P vertrekkend moet de lorentzkracht naar links werken. Als de stroom in dezelfde richting loopt als v wijst, werkt volgens de richtingsregel de lorentzkracht naar rechts in punt P. De stroom loopt dus tegengesteld; van Q naar P. Als de stroom rechtsom loopt en de lorentzkracht naar het middelpunt wijst, wijst het daardoor veroorzaakte magneetveld van ons af en verzwakt dus het aanwezige veld.


OPMERKING: de bijlage zit er niet bij in de PMN versie, maar is identiek aan het plaatje in de opgave


[4p]



4p 15

Als de deeltjes een cirkel beschrijven, dan is de maximale afstand de straal daarvan. De Lorentzkracht treed op als middelpuntzoekende kracht en we verwaarlozen de zwaartekracht van de zon, zodat:

Bqv = mv2/R m



Je zou kunnen tegenwerpen dat we net gezegd hebben dat B iets kleiner wordt (14), maar dat zal een klein zo niet verwaarloosbaar effect zijn.


3p 16 

Ja, wanneer het magnetisch veld en de bewegingsrichting van een geladen deeltje parallel zijn, dan is de lorentzkracht (vector product) = 0 want sinus 0 = 0. De deeltjes gaan dus niet in een cirkelbaan en schieten recht weg. Als de snelheid groter of gelijk is aan 6,15 x 103 m/s, dan kunnen ze de aarde bereiken.







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina