Checklist 10 Aandachtspunten voor de direct leidinggevende



Dovnload 15.29 Kb.
Datum07.10.2016
Grootte15.29 Kb.

Checklist

10 Aandachtspunten voor de direct leidinggevende


De “nieuwe collega” is een (ex-)gedetineerde die onder jouw leiding komt als nieuwe werknemer.

De andere collega’s zijn de werknemers die in dezelfde ploeg/afdeling werken, onder jouw leiding.

Deze aandachtspunten vertrekken vanuit:


  • tolerantie

  • begeleiding

  • afspraken en verantwoordelijkheid

  • betrokkenheid bij het integratieproces

  • de eigen aanpak

1.

Onder de noemer TOLERANTIE:

Verdraag en respecteer dat de nieuwe collega niet of zelden met jou wil praten over zijn gevangenisverleden of veroordeling(en).

Dit betekent dat je er zelf niet over begint om je nieuwsgierigheid te bevredigen.

Verdraag en respecteer dat de nieuwe collega over zijn (detentie)verleden wil praten.



Dit betekent dat je hem een luisterend oor biedt; dat je eerlijk bent in je reacties; dat je ook praat over de toekomst na detentie.

2.

Onder de noemer TOLERANTIE:

Je steunt de nieuwe collega als hij niet wenst te praten over dit verleden tegen andere collega’s.

Dit betekent dat je bij de nieuwe collega niet aandringt om het toch te doen. Je wijst hem op de gevolgen indien hij het wel wil doen.

Dit betekent ook dat je de collega’s afremt in hun vragen over het verleden van de nieuwe collega

3.

Onder de noemer TOLERANTIE:

Je ondersteunt de nieuwe collega indien hij zijn (detentie)verleden wèl bespreekbaar wil maken bij de andere collega’s.

Dit betekent dat je vooraf de gevolgen bespreekt en vooraf de mogelijke reacties inschat.

Dit betekent dat je duidelijk van de collega’s een tolerante houding vraagt.

Dit betekent dat je niet alleen het (detentie)verleden bespreekt, maar ook het leven na zijn detentie en zijn huidige job (taken, samenwerking en vaardigheden).

Dit betekent dat je ook ‘achterklap’ tegengaat.

4.

Onder de noemer BEGELEIDING:

Jouw houding is anders bij alledaagse gesprekken dan bij formele, individuele functioneringsgesprekken met de nieuwe collega.

De nieuwe collega moet aanvoelen dat er momenten zijn waar andere onderwerpen thuishoren

(persoonlijke, relationele of gevoelige onderwerpen).



Dit betekent dat je een functioneringsgesprek voorbereidt.

Dit betekent dat een functioneringsgesprek vertrouwelijk is en ook zo ervaren wordt.

Dit betekent dat een functioneringsgesprek moet gaan over positieve en negatieve feedback en evaluatiepunten.

5.

Onder de noemer BEGELEIDING:

Als direct leidinggevende ben je een vertrouwenspersoon voor de nieuwe collega, ook buiten het werk.

Dit betekent dat je vertrouwelijk om gaat met informatie die je krijgt van de nieuwe werknemer.



Dit betekent dat je je ook na de uren openstelt voor vragen of een gesprek. Je geeft ook aan binnen welke grenzen dit kan.

Dit betekent dat je je ook openstelt voor vragen die niet rechtstreeks met de job te maken hebben. Je geeft aan waar je wel of niet mee kan helpen. Let dus op: je bent geen hulpverlener! Je geeft aandacht en verwijst door.

6.

Onder de noemer BEGELEIDING:

In de eerste plaats begeleid je een nieuwe collega in zijn (nieuwe) job.

De routinehandelingen hiervoor wijken niet sterk af van andere nieuwe collega’s.

Dit betekent dat je globaal gezien een schema hanteert voor alle nieuwe collega’s. Afwijkingen hierop moet je (indien nodig) kunnen verantwoorden (tegenover alle partijen: jouw meerdere(n), de nieuwe collega, andere collega’s).

7.

Onder de noemer AFSPRAKEN EN VERANTWOORDELIJKHEID:

Je maakt samen met de personeelsdienst begeleidingsafspraken voor een vlotte integratie. Je leeft deze ook na.

Dit betekent dat je een eigen inbreng hebt bij het afstemmen van de projectdoelstellingen op de dagelijkse ‘werkvloersituatie’.

8.

Onder de noemer AFSPRAKEN EN VERANTWOORDELIJKHEID:

Als direct leidinggevende, als vertrouwenspersoon en als werkorganisator ben je vaak als eerste op de hoogte van (individuele) moeilijkheden, wrijvingen, gebreken,… Je draagt ook een verantwoordelijkheid tegenover het bedrijf.

Dit betekent dat je afweegt welke informatie - en op welke (discrete) manier - je doorgeeft aan het management.

Dit betekent ook dat je hierin eerlijk, correct en consequent bent.



9.

Onder de noemer betrokken bij het integratieproces:

Een intern proces maak je in samenspraak door. Je kan niet in je eentje beslissen over de verschillende stappen.

Dit betekent dat er vooraf afgesproken moet worden welke begeleidingsdaden in overleg moeten gebeuren. Duidelijkheid hieromtrent is belangrijk.

Dit betekent dat je een (belangrijke) inbreng hebt in de eindevaluatie.

10.

Onder de noemer EIGEN AANPAK:

Je verhoogt systematisch je eigen vaardigheden als goede leidinggevende.

Dit betekent dat de opgedane ervaringen kunnen bijdragen tot meer vaardigheden en scherpere inzichten in je eigen (bege)leidersstijl. Het draagt bij tot het kunnen omgaan met de diversiteit binnen je werkploeg.


 STC Turnhout 2004




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina