Chemie derde graad tso



Dovnload 1.05 Mb.
Pagina5/17
Datum22.07.2016
Grootte1.05 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   17

Opmerking
Voor bloedproeven kan men gebruikmaken van bloedstalen die via een laboratorium (of persoonlijke arts) bekomen kunnen worden.
Indien bloed bij leerlingen op vrijwillige basis geprikt wordt, moeten de nodige veiligheidsmaatregelen tegen besmettingen genomen worden. Het gebruikte materiaal moet conform de milieuwetgeving afgevoerd worden.


  • Samenstelling van het bloed
    Na centrifugeren van onstolbaar gemaakt bloed uit een laboratorium of slachthuis wordt de fractie cellen en het bovendrijvende plasma gescheiden. De heldere vloeistof kan, verdeeld over verschillende proefbuizen, getest worden op aanwezigheid van water, glucose, eiwitten, chloriden (+ AgNO3), sulfaten (+ BaCl2) ...
    De verhouding van het volume bloedlichaampjes tot het totale bloedvolume (hematocrietwaarde) wordt bij benadering berekend.
    In de handel zijn ook een microhematocrietcentrifuge en microhematocrietbuisjes met heparine (voor het onstolbaar maken van het bloed) verkrijgbaar.

  • Bloeduitstrijkje en tellen van bloedcellen
    Een bloeduitstrijkje kan worden gemaakt met bloed dat uit de vingertop op steriele wijze wordt afgenomen of met onstolbaar gemaakt bloed uit laboratorium of slachthuis. Het bloeduitstrijkje wordt gedroogd, gefixeerd met methanol en gekleurd volgens Pappenheim of Wright en bekeken met een immersielens.
    Het tellen van bloedcellen en bloedplaatjes gebeurt in klinische labo's met elektronische toestellen. Manueel tellen kan ook door gebruik te maken van een passende verdunningsvloeistof, waarna het verdunde bloed op een telrooster van een Bürkerkamer gespreid wordt en het aantal rode/witte bloedcellen en bloedplaatjes daarna microscopisch bepaald wordt, gevolgd door een omrekening per mm3 bloed.

  • Bloeddrukmeting
    Bloeddrukmeting kan gebeuren bij verschillende leerlingen en onder verschillende omstandigheden (bij rust, na inspanning ...).

  • Hartfrequentie en ECG
    Door gebruik te maken van passende sensoren en de nodige software kunnen hartfrequentie en elektrocardiogram (ECG) of fonocardiogram (FCG) op computer gevisualiseerd worden. Ook eenvoudige hartslagmeters kunnen gebruikt worden om in verschillende omstandigheden het hartritme te meten.

  • Bloedstolling en aantonen van fibrine
    Indien men over vers bloed beschikt dat niet behandeld is met een antistollingsmiddel, kan men laten observeren hoe het eruit ziet na stolling. Men kan ook een fractie vers bloed behandelen met een antistollingsmiddel zoals natriumcitraat, natriumoxalaat of heparine. Een bloedklonter kan uitgewassen worden door hem zeer grondig uit te spoelen onder een waterkraan. De vezelige structuur van de resterende fibrine is hierop te zien. Op een stukje van dat fibrine kan via een test aangetoond worden dat dit een eiwit is. Je kan ook een fractie ervan fijn verdelen en onder de microscoop bekijken.

  • Microscopie van organen van het lymfatische systeem (thymus, milt, lymfeknoop ...).
    Dergelijke preparaten zijn in de handel te bekomen.

  • Bloedgroepenbepaling
    Met bloed uit een vingertop kan de bloedgroep met antisera bepaald worden.


Leerplannen van het VVKSO zijn het werk van leerplancommissies, waarin begeleiders, leraren en eventueel externe deskundigen samenwerken.



Op het voorliggende leerplan kunt u als leraar ook reageren en uw opmerkingen, zowel positief als negatief, aan de leerplancommissie meedelen via e-mail (leerplannen@vvkso.vsko.be) of per brief (Dienst Leerplannen VVKSO, Guimardstraat 1, 1040 Brussel).

Vergeet niet te vermelden over welk leerplan u schrijft: vak, studierichting, graad, licapnummer.

Langs dezelfde weg kunt u zich ook aanmelden om lid te worden van een leerplancommissie.

In beide gevallen zal de Dienst Leerplannen zo snel mogelijk op uw schrijven reageren.





  1. Evaluatie

Een evaluatie is geen doel op zich. Zij beoogt het verwerven van nuttige, bruikbare informatie. De resultaten van een evaluatie zijn daarom geen eindpunt, maar een start voor bijsturing van het onderwijs- en leerproces.
Zij maken een diagnose mogelijk. Zij zijn o.a. normerend voor het al of niet slagen van een leerling en ze zijn belangrijke indicatoren voor het helpen oriënteren van een leerling.

Een evaluatie geeft zowel informatie over het functioneren van de leerling als van de leraar. Zij controleert in hoofdzaak of de doelstellingen bereikt zijn.


Formatieve toetsen (beurten, overhoringen …) zijn vooral van belang voor het bijsturen van het leerproces. Summatieve toetsen (examens, proefwerken ...) zijn normbepalend en worden gebruikt voor studieoriëntering.

    1. Het evaluatiedomein

Een verantwoorde evaluatie onderzoekt of zowel cognitieve (kennis), psychomotorische (vaardigheden) als psychosociale (attituden) doelen bereikt zijn.

      1. Vakspecifieke kennis

In de derde graad worden in het vak biologie begrippen, structuren, functies, werkingen en relaties tussen structuren en functies aangebracht. Het evalueren hiervan gaat na of leerlingen inzicht verworven hebben in de logische structuur van de aangeboden leerinhouden.

      1. Vakspecifieke onderzoeksvaardigheden

Hoe goed de leerling kan denken en kan werken volgens de wetenschappelijke methode moet geëvalueerd worden in evenredigheid met de aandacht die het oefenen van deze vaardigheden tijdens de lessen gekregen heeft. Er moet nagegaan worden in hoeverre de leerling in staat is de verworven kennis in nieuwe situaties aan te wenden en op die manier zelf nieuwe kennis te verwerven.
Volgende vaardigheden zijn belangrijk voor een proefondervindelijk onderzoek en zijn bijgevolg belangrijk bij een evaluatie:

  • aangeboden informatie plaatsen in een vergelijkende tabel (begrip):

  • een beschreven proef voorstellen in een eenvoudige schets of schema (begrip);

  • uit verschillende behandelde experimenten een keuze maken om een bepaalde probleemstelling op te lossen (toepassing - analyse);

  • een proef die tijdens de les niet behandeld werd, voorstellen in een eenvoudige schets of schema (analyse);

  • uit een schematische voorstelling van een proef die tijdens de lessen niet behandeld werd, waarnemingen formuleren (analyse);

  • een hypothese formuleren als een mogelijk antwoord op een gesteld probleem (analyse);

  • resultaten van een proef interpreteren en gebruiken bij het oplossen van een probleem (analyse);

  • een besluit formuleren op basis van de aangeboden resultaten van een niet behandeld experiment (synthese);

  • een hypothese verantwoord aanvaarden of verwerpen op basis van eigen criteria. (evaluatie);

  • vakspecifieke technieken (microscopie, werken met laboratoriummateriaal...) beheersen.

      1. Vakspecifieke attituden

Het evalueren van attituden is niet eenvoudig. De evaluatie berust meestal op observaties die tijdens practica gebeuren.
Enkele belangrijke attituden zijn:

  • aandacht hebben voor veiligheidsvoorschriften, voor hygiëne en gezondheid;

  • verantwoordelijkheidsbesef t.o.v. het milieu en organismen;

  • verantwoordelijkheid nemen bij het uitvoeren van proeven;

  • bereidheid tot samenwerken;

  • luisterbereidheid;

  • bereidheid tot oplossen van opgegeven taken;

  • zin voor nauwkeurigheid;

  • zorgzaam en veilig omgaan met materiaal;

  • leergierigheid;

  • zelfvertrouwen bij het uitvoeren van opdrachten;

  • zorgvuldigheid in taalgebruik;

  • zin voor objectiviteit.

Het lijkt niet evident om al deze attituden tijdens één practicum te evalueren. Er kan bv. bij elk practicum vooraf aangekondigd worden welke attituden zullen geëvalueerd worden.
Vooraf kan door de vakwerkgroep op school een schaal opgesteld of gekozen worden die als norm gebruikt wordt.

    1. Kenmerken van goede toetsen

      1. Transparantie

Het moet voor leerlingen vooraf duidelijk zijn wat je van hen verwacht. Zij moeten weten:

  • welk exact afgebakend deel van de leerstof zal geëvalueerd worden;

  • welke doelstellingen nagestreefd worden;

  • welke verschillende vraagtypen je zult gebruiken;

  • welk kennisniveau verwacht wordt;

  • welke examenmethode zal gebruikt worden;

  • hoeveel tijd er aan de evaluatie mag besteed worden;

  • welke score ze minimum moeten halen.

      1. Validiteit, betrouwbaarheid en duidelijkheid

De vragen moeten een weerspiegeling zijn van de onderwijsmethode die in de lessen toegepast wordt. Zij moeten uitsluitsel geven of de doelstellingen bereikt zijn.
Indien het onderwijs louter docerend wordt aangeboden, is het stellen van inzichtvragen op een toets moeilijk te verantwoorden, omdat de leerlingen op het zelf denken en het zelf verwerven van inzicht niet geoefend werden. Leerlingen kunnen moeilijk zelf een experiment voorstellen om een hypothese te toetsen, indien er nooit experimenteel, volgens de wetenschappelijke methode werd gewerkt. Men kan moeilijk toepassingen (bv. vraagstukken) laten maken, indien er nooit werden opgelost tijdens de les.
De gebruikte methode bepaalt dus het niveau en de aard van de vragen. Er wordt uiteraard wel rekening gehouden met het niveau van de leerlingen van de klas.
Rekening houdend met de visie in de doelstellingen van het leerplan, lijkt het evident dat én de onderwijsmethode én de evaluatievragen meer gericht zullen zijn op inzichtelijk werken volgens de wetenschappelijke methode.
Bij het opstellen van toetsen is het belangrijk na te kijken of een bepaalde vraag gesteld wordt om een concrete lesdoelstelling te evalueren. Het kan daarom nuttig zijn sommige toetsvragen op te stellen en te noteren direct na een les, wanneer het nog duidelijk is waarop een klemtoon werd gelegd.

Een eindevaluatie moet gebaseerd zijn op voldoende evaluatiemomenten.


In een evaluatie moeten voldoende vragen gesteld worden. De vragen moeten alle behandelde leerinhouden testen en dat in functie van hun belangrijkheid.

De vragen moeten taalkundig goed geformuleerd zijn. Uit de vraag moet duidelijk blijken wat er precies mee bedoeld wordt en/of hoeverre het antwoord moet gaan. Of er bv. een verklaring, een uitweiding of een schets nodig is of als een opsomming van elementen volstaat, moet duidelijk blijken uit de formulering.


Verschillende vraagtypen zijn wenselijk.
De meetschaal moet geobjectiveerd zijn, zodat eenzelfde prestatie tot eenzelfde score leidt.

      1. De omstandigheden waarin de toets wordt afgelegd, moeten betrouwbaar zijn

Een degelijke controle tegen spieken is noodzakelijk.
Zorg voor een rustige omgeving. Onrustig heen en weer lopen tijdens een toets of examen maakt leerlingen ook onrustig, wat hun prestatie beïnvloedt.
Ook op een mondeling examen kan de persoon en de stijl van de examinator voor een belangrijk deel invloed hebben op het presteren van de leerling.

      1. Normering

Van de examinator wordt verwacht dat hij een objectieve beoordeling uitspreekt en voor elke leerling identieke normen hanteert.
Bij open vragen is het daarom belangrijk vooraf een normantwoord uit te schrijven, waarin alle elementen, die het correcte antwoord moet bevatten, opgenomen zijn. Hierop wordt de maximumscore bepaald en wordt consequent gequoteerd tijdens het nalezen van de antwoorden.
Vanuit deze visie is het niet belangrijk op hoeveel punten de evaluatie gequoteerd wordt. Wel belangrijk is dat elk element in de antwoorden een maximum puntenscore toegemeten krijgt in verhouding tot zijn waarde in het geheel van de evaluatie. Dit aspect van een evaluatie valt ook deels onder de kenmerken validiteit en betrouwbaarheid. De score van een leerling kan na het verbeterwerk toch omgerekend worden naar het in te dienen maximum.

  1. Minimale materiële vereisten

De uitrusting en inrichting van de lokalen, inzonderheid de werkplaatsen, de vaklokalen en de laboratoria, dienen te voldoen aan de technische voorschriften inzake arbeidsveiligheid van de Codex over het Welzijn op het werk, van het Algemeen Reglement voor Arbeidsbescherming (ARAB) en van het Algemeen Reglement op de elektrische installaties (AREI).

    1. Didactische infrastructuur

  • Vaklokaal uitgerust voor labowerk voor leerlingen (inclusief energiezuilen)

  • Demonstratietafel voor de leraar

  • Voldoende opbergruimte

  • Mogelijkheid om informatie op te zoeken op elektronische dragers

    1. Didactisch materiaal

      1. Micropreparaten

      2. Vervangende leermiddelen

  • Driedimensionale modellen bv.: cel, celdeling …

  • Tweedimensionale modellen

  • foto’s en microdia’s

  • wandplaten of transparanten; schematische tekeningen

      1. Audiovisuele middelen

  • Voldoende projectiemogelijkheid bijvoorbeeld

  • overheadprojector en diaprojector of pc met dataprojectie;

  • videocamera en monitor

      1. Hulpmiddelen bij observatie

  • Microscopen

  • leerlingenmicroscopen voorzien van immersielens 100 x (minstens één per twee leerlingen)

  • binoculaire loep en demonstratiemicroscoop voor de leraar

      1. Hulpmiddelen bij experimenten

  • Algemeen laboratoriummateriaal

  • dissectiemateriaal

  • elementair microscopiemateriaal

  • glaswerk, petrischalen, thermometers …

  • balans tot op 0,01 g nauwkeurig

  • koelkast met diepvriesvak

  • andere: bv. dialysemembraan

  • Microbiologiemateriaal

  • Chemicaliën

  • kleurstoffen

  • bewaarvloeistoffen

  • reagentia: enzymen, sachariden, voedingsbodems …

  1. Bibliografie

    1. Schoolboeken

Raadpleeg de catalogi van de uitgeverijen.

    1. Brochures

In het kader van het “Actieplan Natuurwetenschappen” bestaan op dit ogenblik reeds een aantal brochures die nuttige informatie bevatten voor leraars biologie.

  • “Didactische infrastructuur voor het onderwijs in de natuurwetenschappen” mei 1993

  • "Chemicaliën op school" januari 2003 – http://ond.vvkso-ict.com/vvksomain/

Deze informatie kan verkregen worden bij:
VVKSO, Guimardstraat 1, 1040 Brussel, Tel 02 507 06 49 - fax 02 511 33 57
e-mail: josiane.vannevel@vvkso.vsko.be

  • “Vlarempel, ik snap het”, een brochure met de Vlaamse milieuregeling voor scholen.
    Deze brochure kan besteld worden op het volgend adres:
    Aminal, Koning Albert II-laan 20, bus 8, 1000 Brussel, Tel.: 02 553 80 71 - Fax: 02 553 80 25
    E-mail: eddy.loosveldt@lin.vlaanderen.be
    Website: www.mina.vlaanderen.be/milieueducatie/

    1. Naslagwerken

  • ALBRECHT JOHAN, Biotechnologie tussen hype en hysterie, Standaard Uitgeverij (De Boeck), Antwerpen, ISBN 90 341 1222 5.

  • ANNE, J., GOUBAU, P., Praktische oefeningen in de microbiologie: bacteriologie, Acco, Leuven/Amersfoort, 1988, 49 pagina’s.

  • ASPERGES, A., DESFOSSES, F., et al., Planten en andere niet-dierlijke organismen, Van In, Lier, 2002, 578 pagina’s, ISBN 90 306 2944 4.

  • ATLAS, Ronald M.; Microorganisms in our World, Mosby-Year Book, Inc., St-Louis, Missouri 1995, 765 pagina’s., ISBN 0 8016 7804 8.

  • BANNINCK, G.B., VAN RUITEN, TH.M., Biologie informatief, Den Gulden Engel, Antwerpen, 1996. 216 pagina’s, ISBN 90 5035 427 0.

  • BERNARDS, J.A., Bouman, L.N., Fysiologie van de mens, Bohn Stafleu Van Loghem, Antwerpen, 1990, 598 pagina’s, ISBN 90 313 0835 8.

  • BILLIAU, A., Algemene begrippen over sterilisatie, desinfectie, aseptie, Acco, Leuven/Amersfoort, 1980, 46 pagina’s.

  • BOSSIER, M., BRONDERS, F., et al., Moderne Dierkunde, Van In, Lier, 1986, 519 pagina’s, ISBN 90 306 1524 9.

  • CENTNER, J., VAN DER BREMPT, X., Atlas Immunologie-Allergologie, The UCB institute of allergy, Brussel, Uitgeverij D. Van Moerbeke UCB, Chemin du Foriest, 1420 Braine-l’Alleud.

  • COKELAERE, M., CRAEYNEST, P., Onze genen - Handboek menselijke erfelijkheid Acco, Leuven/Amersfoort, 1998, 424 pagina’s. ISBN 90 334 4126 8.

  • DARNELL, J., e.a., Molecular Cell Biology Scientific American Books, W.H. Freeman and Company, New York, 1986, ISBN 0 7167 6001 0.

  • DE BRUIN, H., e.a., Oculair Van cel tot populatie, Educatieve Partners Nederland BV, Culemborg, ISBN 90 20 715291.

  • DELEU, P., Het menselijk lichaam, Standaard Educatieve Uitgeverij, Antwerpen, 1983, 404 pagina’s, ISBN 90 02 13422 3.

  • FALKENHAN, H.H., Handbuch der Praktischen und Experimentellen Schulbiologie, 8 delen, Aulis Verlag Deubner & Co, Köln.

  • Fried George H., Schaum’s outlines of Theory and Problems of Biology, Mc Graw-Hill Book Company, New York, 1990, 440 pagina’s, ISBN 0 07 022401 3.

  • GREGOIRE, L., Inleiding in de Anatomie/Fysiologie van de mens, SMD, Spruyt, Van Mantgem & De Does bv. Leiden, 1997, 559 pagina’s, ISBN 90 238 3619 7.

  • KARDONG, KENNETH, V., Vertebrates-Comparative Anatomy, Function, Evolution, Mc Graw-Hill Book Company, Inc., New York/Toronto/London, 2002, 732 pagina’s. ISBN 0 07 290956 0.

  • KESSEL, R.G., KARDON, R.H.. Tissues and organs: a text atlas of scanning electron microscopy, W.H. Freeman and Company, San Francisco, 1979, 317 pagina’s.
    (Nederlandse uitgave: Natuur en Techniek, Maastricht)

  • KIRCHMAN, L., Anatomie en fysiologie van de mens, Uitgeverij Lemma BV, Utrecht, 1995, 657 pagina’s, ISBN 90 5189 468 6.

  • KROMMENHOEK, Dr. W. e.a., Biologie in Beeld, Malmberg, Den Bosch, 143 pagina’s, ISBN 90 208 8772 6.

  • LANGMAN, J., Inleiding tot de embryologie, Bohn, Scheltema en Holkema, Utrecht/Antwerpen, 1982, ISBN 90 313 0517 0.

  • LEYSENS, G., Microbiologie voor verpleegkundigen, Aurelia Paramedica, Sint-Martens-Latem, 1991, 87 pagina’s.

  • MACKEAN, D.G., Inleiding tot de Biologie, Wolters-Noordhoff, Groningen, 1983, 265 pagina’s, ISBN 90 01 56801 7.

  • MACKEAN, D.G., Experimental Work in Biology, (7 delen met Teacher’s Guide), London, John Murray, 1971.

  • MACMINN, R.M.H., Atlas van de menselijke anatomie, Medical Books, 1986, ISBN 90 252 6705 X.

  • MARYNEN, P., WAELKENS, S., Het ABC van het DNA, Mens en erfelijkheid, Davidsfonds, Leuven, 1996, 149 pagina’s, ISBN 90 6152 965 4.

  • RANDALL, D., BURGGREN, W., FRENCH, K., Animal Physiology W.H. Freeman and Company, San Francisco, 2002, 790 pagina’s., ISBN 0 7167 3863 5.

  • RAVEN, P.H., JOHNSON, G.B., Biology, Mosby Year Book, St. Louis/ Baltimore/Boston/ London/ Philadelphia/Sydney/Toronto, 1992, 1217 pagina’s.

  • ROSS, M.H., ROMRELL, L.J., Histology, Williams & Wikins, Baltimore/Hong Kong, London, Sydney, 1985, 783 pagina’s.

  • SCHUIT, F.C., Moleculaire benadering van de geneeskunde, Bohn Stafleu Van Loghum, Houten Diegem, ISBN 90 31 3020-5.

  • SHERWOOD, L., Human Physiology, West Publishing Company, Minneapolis/St.Paul, 1993, ISBN 0 314 01225 7.

  • SILBERNAGEL, S., Sesam Atlas van de Fysiologie, Bosch en Keuning NV, Baarn, 1987, ISBN 90 246 7032 2.

  • STEVENS, A., Histologie van de mens, Bohn Stafleu Van Loghum, 1997, 407 pagina’s, ISBN 90 313 2435 3.

  • Susanne, C., Menselijke genetica (Laboratorium antropogenetica VUB), de Sikkel, Malle, 1987, 542 pagina’s, ISBN 90 260 3203 X.

  • VAN DE GEHUCHTE, E.E., Microbiologie Practicum, Uitgave Vyncke, Gent, 1982, 452 pagina’s.

  • VAN DE KAMP., J.J.P., CASSIMAN, J.J., e.a., Vragen over erfelijkheid, VSOP-Kosmos-Z&K Uitgevers B.V., Utrecht/Antwerpen, 1997, 160 glz., ISBN 90 215 9288 6.

  • VERBIST, L., Algemene microbiologie voor laboratoriumassistenten
    Deel I: Laboratoriummateriaal en microbiologische technieken
    Deel II: De micro-organismen
    Uitgeverij Acco, Leuven, 1995-1996.

  • VERSCHUUREN, Dr.G.M.N., e. a., Grondslagen van de biologie, deel 1: Cellen, deel 2: Organismen, deel 3: Populaties Educatieve Partners Nederland bv, Culemborg, 1993. (Dit is een vertaling uit het Engels van “Elements of Biological Science” van KEETON, W.T. en McFADDEN, C.H.; uitgegeven bij W.W. Norton & Company in 1983, ISBN 90 20 71372 8).

  • WILLIAMS, D., STANSFIELD, Ph. D. Theory and Problems of Genetics Schaum’s outline serie, Mc Graw - Hill Book Company, New York, Department of Biological Sciences, California State Polytechnic College, 1991, 452 pagina’s, ISBN 0 07 060877 6.

  • WYMER, P., Practical Microbiology and Biotechnology for Schools, Macdonald Educational, Society for General Microbiology, England, 1987.

Wetenschappelijke bibliotheek van NATUUR, WETENSCHAP & TECHNIEK (www.natutech.nl)

  • Bloed

  • Celdeling en kanker

  • De DNA-makers

  • De levende cel (2 delen)

  • Enzymen

  • Genen en gezondheid

  • Immunologie

  • Menselijke verscheidenheid

  • Microbiologie

  • Nieuwe atlas van de menselijke anatomie

  • Virussen

  • ...

Uitgaven van VIB (Vlaams Interuniversitair Instituut voor Biotechnologie)
Rijvisschestraat 120, 9052 Zwijnaarde, tel 09/244 66 11 www.vib.be/info
VIB biedt wetenschappelijke onderbouwde informatie over biotechnologie en zijn toepassingen.

    1. Verenigingen - Tijdschriften

  • VOB (Vereniging voor het Onderwijs in de Biologie, de Milieuleer en de Gezondheidseducatie) (URL: www.vob-ond.be)

  • BIO tweemaandelijks mededelingenblad

  • Jaarboek

  • VELEWE (Vereniging van de leraars in de wetenschappen)
    Het tijdschrift draagt dezelfde naam (URL: www.velewe.be)

  • Werkgroep MENS (Milieu-Educatie, Natuur & Samenleving), driemaandelijks tijdschrift ‘MENS’,
    adres: RUCA, Groenenborgerlaan 171, 2020 Antwerpen
    tel. 03 218 04 21 - www.2mens.com

  • Praxis der Naturwissenschaften – Biologie, Aulis Verlag, Köln.

  • UNIVERSITAIRE ZIEKENHUIZEN K.U. LEUVEN, Maandelijkse Gezondheidsbrief
    Uitg. Biblo n.v. Brasschaatsteenweg 308 2920 Kalmthout Tel. 03 620 02 11

  • Eetbrief UGent: Nieuwsbrief over Gezond en lekker eten;
    Uitg. Biblo n.v. Brasschaatsteenweg 308 2920 Kalmthout Tel. 03 620 02 11



    1. Uitgaven van Pedagogisch-didactische centra en Navormingscentra

In het tijdschrift ‘Forum’ vindt men op regelmatige tijdstippen een “up-to-date” lijst van adressen en telefoonnummers van die centra waar syllabi van diverse navormingen beschikbaar zijn.

Enkele voorbeelden:



  • Centrum Nascholing Onderwijs, U.A. Universiteitsplein 1, 2610 Wilrijk tel 03/820 29 60,
    www.ua.ac.be/cno

  • DiNAC (voorheen Lico) Diocesaan Nascholingscentrum
    Bonnefantenstraat 1 3500 Hasselt tel. 011 23 68 24; www.diohasselt.be

  • Eekhoutcentrum, universitaire campus, 8500 Kortrijk, tel. 056 24 61 82
    www.eekhoutcentrum.be

  • Pedic, Coupure Rechts 314, 9000 Gent, tel. 09 225 37 34; www.kogent.be

  • Vliebergh Sencieleergangen: Zwarte Zustersstraat 2, 3000 Leuven, tel. 016 32 94 09
    www.kuleuven.ac.be/vliebergh

  • VVKSO: Werkgroep Natuurwetenschappen en ethiek
    Bijscholing leerkrachten Microbiologie 5 maart 1994
    Guimardstraat 1, 1040 Brussel tel. 02 507 06 49; www.vvkso.be

    1. Software

  • Goede vertrekpunten op internet zijn:

  • * EDU Internet Vlaanderen
    Gebr. Desmetstraat 1, 9000 Gent
    tel 09 265 86 44 E-mail: eduint@smic.be
    URL: www.smic.be

  • * URL van het VVKSO met vakkendatabank:
    www.vsko.be/vvkso/cyberkla/hantip.htm

  • * Website van VOB: deze website wordt goed onderhouden en biedt veel URL’s:
    www.vob-ond.be

  • * URL van DPB-Brugge voor het secundair onderwijs met links naar biologie:
    www.sip.be/dpb/start.htm

  • * URL van DPB-Gent met links naar biologie:
    www.kogent.be

  • * www.digikids.be

  • * www.examenbundel.nl

  • Digitale wetenschappelijke bibliotheek van NATUUR, WETENSCHAP & TECHNIEK
    Belangrijke cd-roms:

  • Microbiologie (1997)

  • De rijkdom van bloed (1999)

  • Medicijnen (2000-2001)

  • ...

  • Het digitale archief van NATUUR, WETENSCHAP @ TECHNIEK
    10 jaargangen van Natuur en Techniek op één cd-rom

  • MENS 10 jaar gentechnologie (uitgave CMED - 2002)

  • Bio Trom (uitgave VIB – 2003)

  • Bioplek (Scholte-Marree-2004) www.bioplek.org



Raadpleeg hiervoor de catalogi van de uitgeverijen



1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   17


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina