Chemie derde graad tso



Dovnload 1.05 Mb.
Pagina7/17
Datum22.07.2016
Grootte1.05 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   ...   17

  1. Overzicht van de leerinhouden

Inleidende begrippen:

Reactiesnelheid

  • Begrip

  • Factoren die de reactiesnelheid beïnvloeden

Chemisch evenwicht

  • Evenwichtsconstante

  • Ligging en verschuiving van het evenwicht

Elektrolyten

  • Ionisatie en dissociatie

  • Ionenproduct van water

  • pH-begrip

Zuur-base-reacties en zuur-base-titraties

  • Brönstedtheorie

  • Sterkte van zuren en basen

  • pH-berekeningen

  • Buffers

  • pH-titratiecurven

  • Zuur-base-indicatoren

  • Zuur-base-titraties

Complexen en complextitraties

  • Centraal ion, ligand, coördinatiegetal

  • Stabiliteitsconstante

  • Complextitraties

Neerslagvorming en neerslagtitraties

  • Verzadigde en onverzadigde oplossing

  • Oplosbaarheid

  • Oplosbaarheidsproduct

  • Factoren die de oplosbaarheid beïnvloeden

  • Gravimetrie

  • Neerslagtitraties

Redoxreacties en redoxtitraties

  • Oxidatie en reductie

  • Redoxreacties

  • Normpotentiaal

  • Nernstvergelijking

  • Galvanische cel

  • Corrosie

  • Redoxtitraties

Elektrochemische technieken

  • Potentiometrie

  • Elektrische geleidbaarheid

  • Conductometrie

  • Elektrolyse

Spectroscopische technieken

  • EM-spectrum, golflengte, frequentie, energie, emissie, absorptie

  • Wet van Lambert-Beer

  • Spectrofotometrie

Chromatografie

  • Stationaire fase, lopende fase, Rf-waarde, verdelingscoëfficiënt, adsorptie, chromatogram

  1. Leerplandoelstellingen, leerinhouden, didactische wenken

Elk leerjaar wordt 2/3 van de beschikbare tijd besteed aan laboratoriumoefeningen, evenredig gespreid over gans het schooljaar.

    1. Inleidende begrippen

LEERPLANDOELSTELLINGEN

LEERINHOUDEN

  1. De elektronenconfiguratie van een element weergeven steunend op zijn plaats in het PSE.

    Elektronenconfiguratie

  1. Op basis van het sterisch getal de ruimtelijke structuur van stofdeeltjes bepalen.

    Sterisch getal en ruimtelijke structuur

  1. Op basis van gegeven formules stoffen indelen in anorganische stofklassen.

    Anorganische stofklassen

  1. Een principe van de naamvorming voor anorganische verbindingen weergeven en toepassen.

    Naamvorming anorganische verbindingen

  1. Op basis van een gegeven naam van een anorganische verbinding de formule weergeven.

    Formulevorming anorganische verbindingen

  1. De begrippen mol, molaire massa, molaire concentratie verwoorden en in oefeningen toepassen.

    Stofhoeveelheid (mol), molaire massa (g/mol), molaire concentratie (mol/l)

DIDACTISCHE WENKEN
Enkel hoofd- en subenergieniveaus weergeven. Regels van Pauli en Hund moeten niet gegeven worden. Ook de overgangselementen komen hierbij aan bod.

Eventueel kan hier een herhaling van de ‘Chemische binding’ gegeven worden (leerstof tweede graad).

De ruimtelijke structuur is belangrijk om later het polair karakter van moleculen te kunnen bepalen.

De elektronenconfiguratie opstellen op basis van een energiediagram of door het gebruik van het diagonaalschema.

Het is belangrijk dat het aangeleerde principe van naamgeving in alle chemievakken wordt toegepast.


    1. Reactiesnelheid

LEERPLANDOELSTELLINGEN

LEERINHOUDEN

  1. Het begrip reactiesnelheid omschrijven.

    Reactiesnelheid

  1. Factoren die de reactiesnelheid beïnvloeden verklaren.

    Factoren die de reactiesnelheid beïnvloeden

DIDACTISCHE WENKEN

Het botsingsmodel kan hierbij besproken worden.



    1. Chemisch evenwicht: homogeen

LEERPLANDOELSTELLINGEN

LEERINHOUDEN

  1. De evenwichtsconstante uitdrukken in functie van evenwichtsconcentraties op basis van een gegeven evenwichtsvergelijking.

    Chemisch evenwicht:

    Evenwichtsconstante



  1. De evenwichtsconstante interpreteren m.b.t. de ligging van het evenwicht.

    Ligging van het chemisch evenwicht

  1. De verschuiving van het chemisch evenwicht voorspellen.

    Verschuiving van het chemisch evenwicht

DIDACTISCHE WENKEN

Oefeningen omtrent de evenwichtsconstante komen hier aan bod.

Toepassen van het principe van Le Chatelier, enkel kwalitatief behandelen.

Als toepassing van chemisch evenwicht kan het rendement van een chemische reactie aan bod komen.

De begrippen enthalpie, entropie en vrije energie worden niet behandeld.


    1. Elektrolyten

LEERPLANDOELSTELLINGEN

LEERINHOUDEN

  1. Ionisatie bij ionogene stoffen en dissociatie in ionen bij ionofore stoffen beschrijven en door een vergelijking weergeven.

    Ionisatie en dissociatie
    Ionogene en ionofore stoffen

  1. De ionisatiegraad van een oplossing van een ionogene stof definiëren en interpreteren.

    Ionisatiegraad

  1. Het ionenproduct van water weergeven.

    Ionenproduct van water

  1. De definitie van de pH van een oplossing weergeven.

    pH

DIDACTISCHE WENKEN

Het begrip logaritme wordt aangebracht in de wiskunde. Afspraken met de leraar wiskunde om tijdig dit begrip te behandelen is belangrijk.



    1. Zuur-base-reacties en zuur-base-titraties

LEERPLANDOELSTELLINGEN

LEERINHOUDEN

  1. Het zuur-baseconcept volgens Brönsted verwoorden en toelichten.

    Brönstedtheorie

  1. Het verband leggen tussen zuur- en baseconstante en sterkte van zuren en basen.

    Sterkte van zuren en basen

  1. De pH van een oplossing berekenen op basis van gegeven hydronium- en hydroxideconcentratie.

    pH-berekeningen

  1. De pH-formules voor oplossingen die zwakke zuur-en basedeeltjes (zuren, basen, zouten) bevatten toepassen



  1. Doel, samenstelling en werking (enkel kwalitatief) van een buffer weergeven.

    Buffers

  1. Het verloop van pH-titratiecurven interpreteren.

    pH-titratiecurven

  1. Een geschikte zuur-base-indicator kiezen op basis van een gegeven titratiecurve.

    Zuur-base-indicatoren

  1. Een gehaltebepaling met een zuur-basetitratie uitvoeren.

    Zuur-basetitraties

DIDACTISCHE WENKEN

Voorspellen van het verloop van zuur-base-reacties aan de hand van een gegeven tabel met zuur- en baseconstanten.

Voor pH-berekeningen krijgen de leerlingen tabellen met pH-formules.

De leerlingen kunnen in het lab een buffer bereiden. De bufferende werking kan proefondervindelijk aangetoond worden.

Bij het interpreteren van de titratiecurven kan de invloed van de zuursterkte en de beginconcentratie van zuur of base bestudeerd worden. Het interpreteren van titratiecurven kan aan de hand van computersimulaties.

Bij de keuze van een geschikte zuur-base-indicator wordt een tabel met omslaggebieden gebruikt.



    1. Complexen en complextitraties

LEERPLANDOELSTELLINGEN

LEERINHOUDEN

  1. In een formule van een complexe verbinding het centraal ion, het ligand en het coördinatiegetal aanduiden.

    Complexe verbindingen: centraal ion, ligand, coördinatiegetal

  1. De stabiliteit van complexen interpreteren.

    Stabiliteitsconstante

  1. Een gehaltebepaling met een complextitratie uitvoeren.

    Complextitratie

DIDACTISCHE WENKEN

De systematische naamvormingsregels voor complexen moeten niet gegeven worden; alleen de namen van de besproken complexen.

De voorkeur gaat uit naar de stabiliteitsconstante i.p.v. de dissociatieconstante. De stabiliteit kan duidelijk geïllustreerd worden aan de hand van Cu2+-complexen.


    1. Neerslagvorming en neerslagtitraties

LEERPLANDOELSTELLINGEN

LEERINHOUDEN

  1. De begrippen verzadigde en onverzadigde oplossing, oplosbaarheid van een in water weinig oplosbare ionofore stof en oplosbaarheidsproduct omschrijven.

    Verzadigde en onverzadigde oplossing

    Oplosbaarheid

    Oplosbaarheidsproduct


  1. Vanuit de oplosbaarheid van een in water weinig oplosbare ionofore stof het oplosbaarheidsproduct berekenen en omgekeerd.



  1. De invloedsfactoren op de oplosbaarheid van een in water weinig oplosbare ionofore stof in verband brengen met het verschuiven van het chemisch evenwicht.

    Factoren die de oplosbaarheid beïnvloeden

  1. Begrippen in verband met gravimetrie, onder andere colloïdale neerslag, uitvlokken, coprecipitatie, homogene precipitatie omschrijven.

    Gravimetrie

  1. Methoden en werkwijzen weergeven voor het berekenen van bijvoorbeeld het gehalte aan een bepaalde stof .

    Gravimetrische berekeningen

  1. Een gehaltebepaling met een neerslagtitratie uitvoeren.

    Neerslagtitraties

DIDACTISCHE WENKEN
Volgende factoren die de oplosbaarheid beïnvloeden kunnen behandeld worden: het toevoegen van gelijke en vreemde ionsoorten, de pH, complexvorming, de temperatuur.

Volgende neerslagtitraties kunnen hierbij aan bod komen: methode van Mohr, methode van Volhard (eventueel de methode van Fajans).



    1. Redoxreacties en redoxtitraties

LEERPLANDOELSTELLINGEN

LEERINHOUDEN

  1. De begrippen oxidatie, reductie, oxidator en reductor definiëren.

    Oxidatie en reductie

    Oxidator en reductor



  1. Een redoxreactie opstellen.

    Redoxreacties

  1. Het verband leggen tussen normpotentiaal en de sterkte van oxidatoren en reductoren.

    Normpotentiaal

    Sterkte oxidatoren en reductoren



  1. De Nernstvergelijking toepassen om reëel redoxpotentiaal te berekenen.

    Nernstvergelijking

  1. De bouw van een referentie-elektrode voorstellen en de bijhorende halfreactie weergeven.

    Referentie-elektrode

  1. Galvanische cel en corrosie verklaren op basis van normpotentiaal van redoxkoppels.

    Galvanische cel

    Corrosie


  1. Het verloop van een redoxtitratiecurve interpreteren.

    Redoxtitratiecurven

  1. Een gehaltebepaling met een redoxtitratie uitvoeren.

    Redoxtitraties

DIDACTISCHE WENKEN
Het opstellen van een redoxreactievergelijking kan op verschillende manieren gebeuren; zowel via de combinatie van de halfreacties, als via de volledige stapsgewijze uitwerking. Het kan zinvol zijn beide methoden aan te wenden.

Voorspellen van het verloop van redoxreacties aan de hand van een gegeven tabel met normpotentialen.

De factoren, die de potentiaal van een redoxkoppel beïnvloeden, kunnen experimenteel worden aangebracht - potentiaal bij verschillende concentraties, potentiaal bij verschillende temperaturen - om de wet van Nernst te bespreken.

De leerlingen gebruiken tabel met halfreacties en normpotentialen.

Er moeten geen berekeningen van K behandeld worden.

Het is zinvol om te verwijzen naar de analogie en de verschillen met zuur-base-titraties.



    1. Elektrochemische technieken

LEERPLANDOELSTELLINGEN

LEERINHOUDEN

  1. Het principe van de potentiometrie in verband brengen met de wet van Nernst.

    Potentiometrie

    Nernstvergelijking



  1. Aan de hand van een gemeten potentiaalverschil van een oplossing ten overstaan van een referentie-elektrode de onbekende concentratie van de stof in de oplossing berekenen.



  1. De begrippen elektrische geleidbaarheid, specifieke geleidbaarheid, equivalente geleidbaarheid, beweeglijkheid van de ionen omschrijven.

    Elektrische geleidbaarheid

  1. Factoren, die de specifieke geleidbaarheid beïnvloeden, aangeven en bespreken met het oog op een conductometrische titratie.

    Conductometrie

  1. Bij de elektrolyse van een oplossing het oxidatie- en reductieproces aanwijzen en de bijhorende halfreacties schrijven.

    Elektrolyse

DIDACTISCHE WENKEN

De begrippen worden zo veel mogelijk via laboratoriumopdrachten bijgebracht.



    1. Spectroscopische technieken

LEERPLANDOELSTELLINGEN

LEERINHOUDEN

  1. De begrippen golflengte, frequentie, energie van het licht, emissie en absorptie van straling, het elektromagnetisch spectrum omschrijven.

    Golflengte, frequentie, energie van licht, emissie, absorptie, EM-spectrum

  1. De wet van Lambert-Beer schrijven in symboolvorm, de betekenis van de symbolen kennen en de geldigheid van de wet bespreken.

    Wet van Lambert-Beer

  1. Het basisschema van een spectrofotometer tekenen, de verschillende onderdelen benoemen en hun functie aangeven.

    Spectrofotometer

DIDACTISCHE WENKEN

Voor de begrippen in verband met licht is coördinatie met Toegepaste fysica noodzakelijk. Daarom zal meestal een korte herhaling volstaan van de begrippen: golflengte, frequentie, energie van het licht, spectrum, emissie, absorptie.

Bij de bespreking van absorptie- en emissiespectra is de theoretische behandeling van begrippen als hoofd- en subenergieniveaus, grond- en aangeslagen toestand op zijn plaats.

Bij de bespreking van de spectrofotometer kunnen verschillende technieken aan bod komen zoals IR-, zicht-


baar-, UV-spectrofotometrie, AAS, AES.

    1. Chromatografie

LEERPLANDOELSTELLINGEN

LEERINHOUDEN

  1. Begrippen uit de chromatografische technieken toepassen: stationaire fase, lopende fase, Rf-waarde, verdelingscoëfficiënt, adsorptie.

    Chromatografie: stationaire fase, lopende fase, Rf-waarde, verdelingscoëfficiënt, adsorptie

    Chromatogram



  1. Kwalitatieve en kwantitatieve mogelijkheden van de onderscheiden chromatografische technieken aangeven.



DIDACTISCHE WENKEN

Bij chromatografie is het nuttig om de twee werkzame mechanismen - verdeling en adsorptie - aan te brengen.

Van een gegeven chromatogram de Rf-waarde berekenen.

Bij de bespreking van de chromatografie kunnen verschillende technieken aan bod komen zoals gas- vloeistof-, dunne laag- en ionenuitwisselingschromatografie.


Leerplannen van het VVKSO zijn het werk van leerplancommissies, waarin begeleiders, leraren en eventueel externe deskundigen samenwerken.



Op het voorliggende leerplan kunt u als leraar ook reageren en uw opmerkingen, zowel positief als negatief, aan de leerplancommissie meedelen via e-mail (leerplannen@vvkso.vsko.be) of per brief (Dienst Leerplannen VVKSO, Guimardstraat 1, 1040 Brussel).

Vergeet niet te vermelden over welk leerplan u schrijft: vak, studierichting, graad, licapnummer.

Langs dezelfde weg kunt u zich ook aanmelden om lid te worden van een leerplancommissie.

In beide gevallen zal de Dienst Leerplannen zo snel mogelijk op uw schrijven reageren.





  1. Evaluatie

    1. Algemeen

Onderwijs wordt niet meer beschouwd als het louter overdragen van kennis. Het ontwikkelen van leerstrategieën, van algemene en specifieke attitudes en de groei naar actief leren krijgen een centrale plaats in het leerproces. Hierbij neemt de leraar steeds meer de rol op van mentor die de leerling kansen biedt en methodieken aanreikt om voorkennis te gebruiken, om nieuwe elementen te begrijpen en te integreren.

Evaluatie moet aan bovenstaande onderwijsvisie worden aangepast indien men inhoudelijk en didactisch de nieuwe benaderingen en onderwijsstrategieën nastreeft. Evaluatie is een onderdeel van de leeractiviteiten van leerlingen en vindt bijgevolg niet alleen plaats op het einde van een leerproces of op het einde van een onderwijsperiode. Evaluatie is een permanente activiteit, onlosmakelijk verbonden met een didactisch kader en is dus geen doel op zich. Evalueren is noodzakelijk om feedback te geven aan de leerling en aan de leraar.



  • Door rekening te houden met de vaststellingen gemaakt tijdens de evaluatie kan de leerling zijn leren optimaliseren.

  • De leraar kan uit evaluatiegegevens suggesties halen voor bijsturing van zijn didactisch handelen.

Deze assessment- of begeleidingscultuur is een continu proces dat optimaal en motiverend verloopt in stressarme en sanctiearme omstandigheden.

Bij evalueren staat steeds de groei van de leerling centraal. De te verwerven kennis, vaardigheden en attitudes worden bepaald door de algemene doelstellingen en de specifieke leerplandoelstellingen.

Wanneer we willen ingrijpen op het leerproces is de rapportering van de evaluatie zeer belangrijk. Wanneer men zich na een evaluatie enkel beperkt tot het weergeven van punten krijgt de leerling weinig feedback. In de rapportering kunnen de sterke en de zwakke punten van de leerling weergegeven worden. Eventuele werkpunten of aandachtspunten voor het verdere leerproces kunnen ook aan bod komen.


    1. Evaluatievormen

Uit het voorgaande volgt dat de leraar zich bevraagt over de keuze van de evaluatievormen. Door een verscheidenheid aan vormen te hanteren wordt de leerling aangesproken op verschillende verwerkingsniveaus

  • Onderwijsleergesprek

  • Toetsen met meerkeuzevragen (met motivatie), juist-/fout-vragen (met motivatie), open vragen, oefeningen/vraagstukken

  • Verslagen van laboratoriumopdrachten

  • Zelfevaluatie

    Bij de gestelde vragen mag men zich niet louter beperken tot tekstuele vragen. Ook beeldmateriaal, grafieken, schema’s, tabellen komen aan bod bij de vraagstelling.

    Bij verslagen kan men (afwisselend) werken met open en gesloten verslagen.


Bij gesloten verslagen werkt men met een instructieblad. De leerling moet hierbij uitvoeren wat gevraagd wordt op het instructieblad. Zo kan een berekening stap voor stap uitgewerkt zijn.

Bij open verslagen moet de leerling zelf structuur aanbrengen in het verslag. Bij de evaluatie wordt de structuur (duidelijkheid, taal, relevantie, …) ook geëvalueerd.



    1. Vaardigheden en attitudes

Het is duidelijk dat vaardigheden en attitudes in het algemeen en laboratoriumvaardigheden en -attitudes in het bijzonder op een andere manier geëvalueerd worden dan kennis. Voor het evalueren van vaardigheden en attitudes kan zelfevaluatie een handig instrument zijn, naast de andere evaluatievormen. Tijdens de zelfevaluatie denkt de leerling na over zijn eigen handelen, waardoor de betrokkenheid van de leerling op het leerproces toeneemt.

Ook een informele beoordeling kan gehanteerd worden om vaardigheden en attitudes te evalueren. De informele beoordeling geschiedt tijdens het uitvoeren van de proef en is weinig gereglementeerd of vooraf vastgelegd. Attitudes en vaardigheden laten zich moeilijk via een formele procedure beoordelen. Het zou echter onjuist zijn indien het creatief zoeken naar een oplossing bij een proef, het zelfstandig uitvoeren, de inzet, het enthousiasme en het doorzettingsvermogen, de aandacht voor veiligheid en milieu en de zin voor nauwkeurigheid van leerlingen bij het uitvoeren van proeven niet zouden meetellen.



Bij de evaluatie van laboratoriumvaardigheden kunnen volgende aspecten aan bod komen:

  • Gebruik van het correcte glaswerk (gegradueerde pipet versus buikpipet, beker versus maatkolf, …);

  • Gebruik van balans;

  • Gebruik van labtoestellen;

  • Gebruik van computer bij het verwerken van gegevens (bv. tekenen van grafieken);

  • Vlot een correct volume afmeten met een pipet (gebruik van pipetteerpomp of –peer);

  • Organisatie van laboratoriumwerkzaamheden;

  • Correct hanteren van veiligheidsvoorschriften;

  • Orde en hygiëne in het labo: op de juiste manier reinigen van glaswerk, labtafels, handen. Op de juiste manier verwijderen van laboratoriumafval d.w.z. opvolgen van de duidelijke richtlijnen van de leerkracht.

  1. Minimale materiële vereisten

De uitrusting en inrichting van de lokalen, inzonderheid de werkplaatsen, de vaklokalen en de laboratoria, dienen te voldoen aan de technische voorschriften inzake arbeidsveiligheid van de Codex over het Welzijn op het werk, van het Algemeen Reglement voor Arbeidsbescherming (ARAB) en van het Algemeen Reglement op de elektrische installaties (AREI).

    1. Basisinfrastructuur

  • Aangepaste demonstratietafel met water en energievoorziening

  • Werktafels voor leerlingen met water- en energievoorziening

  • Voorziening voor afvoer van schadelijke dampen en gassen

    1. Veiligheid en milieu

  • Voorzieningen voor een correct afvalbeheer

  • Afsluitbare kasten geschikt voor de veilige stockage van chemicaliën

  • EHBO-set

  • Veiligheidsbrillen, beschermende handschoenen, laboschorten

  • Brandbeveiliging: brandblusser, branddeken, emmer zand, eenvoudige nooddouche

  • Wettelijke etikettering van chemicaliën, lijst met R- en S-zinnen

    1. Basismateriaal

  • Volumetrisch glaswerk, pipetvullers, statieven, noten, klemmen, tangen, spatels, lepels, roerstaven, porseleinen kroezen, pijpstelen driehoek, driepikkel en draadnet (asbestvrij), reageerbuizen en reageerbuisrekken, passende stoppen, waterstraalpomp, buchnertrechter, glazen buizen met materiaal om de buizen te versnijden, vlinderopzet (plooien van glazen buizen!), bunsenbranders en/of elektrische verwarmingstoestellen (verwarmplaat of verwarmingsmantel), …

    1. Toestellen

  • Multimeter en/of A-meter en/of V-meter

  • pH-meter (elektrode + meettoestel), pH-papiertjes

  • Thermometers (analoog of digitaal)

  • Balans (minimaal tot op 0,01 g nauwkeurig)

  • Opstelling voor elektrische geleidingsvermogenmetingen

  • Regelbare laagspanningsbron (gelijk- en wisselspanning)

    1. Chemicaliën

  • Chemicaliën voor het uitvoeren van demonstratieproeven en leerlingenproeven

  • Voorziening voor correct afvalbeheer vb. afvalcontainertje (5-10 liter) voor afvalwater (voornamelijk zware metalen) en voor organische solventen zoals weergegeven in de brochure ‘Chemicaliën op school’ (zie bibliografie)

  • Lijst met R- en S-zinnen en veiligheidspictogrammen

    1. Visualiseren in chemie (modellen)

  • Molecuulmodellen – roostermodellen

  • Overheadprojector en transparanten of eventueel ander projectietoestel

    1. ICT-toepassingen

    1. Tabellen

  • Periodiek systeem der elementen

  • Tabellenboek met gegevens over elementen en verbindingen

  1. Bibliografie

    1. Leerboeken

De leraar zal catalogi van educatieve uitgeverijen raadplegen

    1. Naslagwerken


1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   ...   17


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina