Chiel Meijering



Dovnload 17.45 Kb.
Datum28.08.2016
Grootte17.45 Kb.
Chiel Meijering (1954-) ging na het doorlopen van de middelbare school naar het Sweelinck Conservatorium, waar hij compositie, piano en slagwerk ging studeren. Compositie had hij van Ton de Leeuw, maar een incompatibilité des humeurs tussen die twee, zowel op kunstzinnig als op persoonlijk gebied, bracht Meijering ertoe geen officieel eindexamen te doen. Vanaf ca. 1974 begon hij een aanzienlijke stroom werken af te leveren. In tegenstelling tot de meeste moderne componisten schrijft Meijering tientallen stukken per jaar.

Het voornaamste stijlkenmerk dat Meijering hanteert is dat er geen enkele stijl overheerst De inhoud doet afwisselend denken aan popmuziek, jazz, avant-garde, klassieke muziek en verscheidene soorten wereldmuziek. Zijn stukken houdt hij kort van duur, omdat zijn filosofie is dat de concentratieboog van luisteraars volgens patronen van ongeveer 2 à 3 minuten verloopt. Het toverwoord bij Meijering is spontaneïteit: alles wat in hem op komt verwerkt hij in zijn composities. Hij gebruikt het toeval als methode: muzikale clusters laat hij vaak bepalen door dobbelstenen. Zijn werken hebben altijd een programmatische titel in plaats van het gebruikelijke opusnummer.

In 2006 brak hij voor een groter theaterpubliek door met de Alzheimeropera. Relatief veel van zijn werk is op cd vastgelegd.
Pedro Iturralde is een Spaans saxofonist, leraar en componist. Hij studeerde klarinet, piano en harmonieleer aan het Koninklijk Conservatorium in Madrid.

Hij experimenteerde met de combinatie van flamenco en jazzmuziek en maakte opnamen voor het Blue Note label. Hij trad in Spanje en daarbuiten op als solist met het Spaans Nationaal Orkest. Op twintigjarige leeftijd componeerde hij de Csárdás voor saxofoon. De door zijn broer Javier georkestreerde versie droeg hij op aan een vriend, de saxofonist Theodore Kerkezos.


**De Dadaïstische beweging werd in 1916 in het Café Voltaire in Zürich opgericht door een groep kunstenaars. Zij waren ontgoocheld over het debacle van WO I, een hopeloze loopgravenoorlog. Zij verspreidden hun manifesten onder de willekeurig gekozen naam Dada (Frans voor speelgoedpaardje), naar het honend spottend infantiele toe.

In de woorden van Richard Hülsenbeck: "De dadaïst acht het noodzakelijk om zich tegen de kunst uit te spreken, omdat hij door de oplichterij van kunst als morele veiligheidsklep heen kijkt”.

Het dadaïsme groeide uit tot een interzonale beweging.

Ondanks de negatieve uitingsvormen en het systematisch afwijzen van enige positieve esthetiek, kreeg de beweging invloed op de beeldende kunst.




Secretariaat: J.Simons, Burg. van der Grondenstraat 35

7711HR Nieuwleusen, tel. 0529-482104.

Bankrelatie: Rabobank Vaart en Vechtstreek

Dedemsvaart. nr.31.29.84.316

Stichting Kamermuziek Oud Avereest
Concert in de Reestkerk op zondag 21 april 2013

Aanvang 15.00 u. (Kerk open 14.30 u.)



ARTE DUO

Aubrey Snell - saxofoon


Lineke Lever - piano


Programma
J. Demersseman (1833-1866) Fantaisie sur un thème original
R. Schumann (1810-1856) Adagio & Allegro
E. Bozza (1905-1991) Aria
E. Schulhoff (1894-1942) Hot Sonate I II III IV
Pauze*
B. Bartók (1881-1945) Roemeense Volksdansen
S. Rachmaninoff (1873-1943) Vocalise
C. Meijering (1954- ) The Pizza connection
P. Iturralde (1929- ) Pequeña Czarda

Het volgend concert is op 15 september. Bas Verheijden

speelt pianowerken van o.a. Robert Schumann. Informatie over alle volgende concerten kunt u vinden op onze website: skoaconcerten.nl
*U wordt verzocht alleen per volwassene tenminste € 10 bij te dragen in de collecte. U krijgt een gratis consumptie.

BIOGRAFIE ARTE DUO
Klassiek saxofoon en piano, dat is een niet zo voor de hand liggende combinatie. Aubrey Snell en pianiste Lineke Lever maken die combinatie nu al meer dan tien jaar actueel en springlevend onder de naam Arte Duo.

Het in 2001 opgerichte duo ontleent de naam aan het stuk Cartouche van Darius Michail. Cartouche is één van de figuren uit de Commedia dell'arte. Hun veelzijdigheid en het oproepen van uiteenlopende sferen is iets wat het Arte Duo in het bloed zit. Het duo speelt muziek die zowel lyrisch, theatraal of modern is.

Aubrey en Lineke studeerden beide cum laude af. Lineke aan het Utrechts Conservatorium, Aubrey aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. In de daaropvolgende jaren volgden zij masterclasses van o.a. de saxofonisten Jörgen Petterson, Arno Tornkamp, Willem van Merwijk, Hans de Jong en de pianisten Ralph van Raat en David Kuijken. In 2011 nam het Arte Duo haar eerste CD op met een selectie van hun favoriete composities van de afgelopen tien jaar van onder meer Schumann, Demersseman, Bozza, Milhaud, Rachmaninoff, Chiel Meijering, Henk Badings en Iturralde.

Het Arte Duo heeft op alle belangrijke concertpodia van het land opgetreden: het Concertgebouw, Muziekcentrum Vredenburg, Muziekgebouw Eindhoven. In 2006 en 2007 was het Arte Duo te horen tijdens de Suite Muziekweek in het Muziekgebouw aan ’t IJ te Amsterdam. De ongewone combinatie waarvoor Arte Duo koos heeft ook verrassende gevolgen. Speciaal voor het Arte Duo zijn er inmiddels namelijk meer dan 20 stukken geschreven waarvan zij de wereldpremière op hun naam hebben staan. Van het Arte Duo zijn opnames gemaakt door Radio 4, de concertzender en televisie.



Jules Auguste Eduard Demersseman (1833-1866), een Frans fluitist en componist, werd geboren in Noord-Frankrijk. Al op elfjarige leeftijd wordt hij leerling van Tulou aan het Conservatorium van Parijs. Op zijn twaalfde won hij de eerste prijs en snel werd hij beroemd als virtuoos, met name ook om zijn dubbelstaccato. Een aanstelling als docent zat er niet in, omdat hij niet op de Böhmfluit wilde spelen die toen in Frankrijk in opkomst was, maar vasthield aan de 8-kleppenfluit.

Demersseman schreef talrijke werken voor zijn instrument, de fluit. Verder was hij een van de eerste Franse componisten die schreef voor de toen net ontwikkelde saxofoon.



Eugène Joseph Bozza (1905-1991) was een neoclassicistische componist die vooral veel voor blaasinstrumenten schreef. Zijn werken stelden wel hoge eisen aan de uitvoerende musici. Zijn meeste werken behoren tot de kamermuziek, de grotere werken worden buiten Frankrijk zelden uitgevoerd.

Erwin Schulhoff werd in 1894 in Praag geboren in een Oost-Duitse familie.

Antonín Dvořák moedigde hem aan muziek te gaan studeren toen hij 10 jaar was. Hij studeerde in Wenen, Leipzig en Keulen. Tot zijn leraren behoorden Claude Debussy, Max Reger, Fritz Steinbach, en Willi Thern. Hij won de


Mendelssohn Prijs tweemaal: voor piano in 1913 en voor compositie in 1918. Hij diende aan het Russische front in het Oostenrijks-Hongaarse leger gedurende Wereldoorlog I. Hij raakte gewond en kwam in een Italiaans krijgsgevangenenkamp. Daarna woonde hij in Duitsland en keerde in 1923 terug naar Praag waar hij in 1929 aan het conservatorium werd verbonden.

Hij was een van de eerste componisten die inspiratie vonden in jazz-ritmes. Schulhoff omarmde ook de avant-garde invloed van het Dadaïsme** in zijn uitvoeringen en composities.

Door zijn Joodse afkomst en zijn radicale politieke instelling, werd hij met zijn werk als gedegenereerd bestempeld door het nazi-regime en op de zwarte lijst geplaatst. Hij vroeg en kreeg het staatsburgerschap van de Sovjet-Unie, maar voor hij daar heen kon gaan werd hij in de gevangenis gezet. In juni 1941 werd hij overgebracht naar het concentratiekamp Wülzburg, waar hij in1942 aan tuberculose overleed.

Aanvankelijk waren in zijn werken de invloeden van Debussy, Scriabin, and Richard Strauss aanwijsbaar. Later, in zijn Dadaïstische** fase componeerde hij stukken met absurdistische trekjes.

Zijn derde periode van 1923 tot 1932 was de vruchtbaarste. Die composities worden het vaakst uitgevoerd. Hij integreerde daarin modernistische, neoklassieke, jazz elementen en dansvormen uit vele culturen. De Hot Sonate komt uit 1930.
Béla Bartók werd in 1881 geboren in Nagyszentmiklós in Roemenië. In 1893 kreeg hij piano- en harmonieles bij Laszlo Erkel. Intussen had Bartók al in 1891 zijn eerste openbaar optreden als pianist-componist gevierd.

Aanvankelijk stond Bartók sterk onder invloed van Brahms, Liszt en Richard Strauss, maar toen hij kennis maakte met de verbasterde bewerkingen van de Hongaarse volksmuziek van deze heren, bekeerde hij zich tot de muziek van Debussy, Schönberg en Stravinsky.

In 1905 begint hij samen met Zoltán Kodály aan een verzameling volksmuziek uit de Donaulanden. Dankzij hen behoort de volksliederenschat uit die landen tot de meest bestudeerde en best bewaarde van de wereld, In 1913 reizen ze zelfs naar Noord-Afrika om er de Arabische boerenmuziek te bestuderen.

In 1917 oogst hij zijn eerste succes als componist. Daardoor volgen van 1923 tot 1938 concertreizen door heel Europa en Amerika. Hij wordt lid van de Hongaarse Academie der Wetenschappen en moet zijn leraarsjob opgeven voor zijn concertreizen, studie van het volkslied en om te componeren.



Omstreeks 1925 wordt zijn stijl eerder neo-classicistisch. In 1940 vestigt hij zich definitief in Amerika, waar de universiteit van Columbia hem het eredoctoraat in de muziek verleent. Ofschoon Bartók zich in de VS nooit heeft thuis gevoeld, werd hij er niet aan zijn lot overgelaten: de auteursvereniging 'ASCAP' steunde

hem financieel en Serge Koussevitzky bestelde het "Concerto voor orkest". Hij bezweek in New York op 26 september 1945 aan leukemie.




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina