Christenen in irak zomer 2005 Yosé Höhne-Sparborth



Dovnload 19.6 Kb.
Datum14.08.2016
Grootte19.6 Kb.
CHRISTENEN IN IRAK ZOMER 2005 Yosé Höhne-Sparborth
Voordat je kijkt naar de situatie van de christenen in Irak, moet je kijken naar de situatie van de Irakezen in het algemeen. Er is een zo extreme situatie in dit land, dat die allesbepalend is voor alle burgers. Allereerst wil ik een christen aan het woord laten over deze situatie.
De Algemene Situatie
Pater Yousif Thomas, Irakees dominicaan, werkzaam in Bagdad, zegt er het volgende over (ik citeer een artikel van eind mei, dat hij aan de Amerikaanse Dominicaanse Familie deed toekomen):

“Voordat je kunt ingaan op de uitdaging van de huidige situatie, moet je je afvragen hoe je die moet interpreteren. Voordat je op de uitdaging ingaat, dien je je de volgende punten goed realiseren:



  1. Gedurende 35 jaar was de situatie statisch en geblokkeerd, en er kwam een plotselinge verandering.

  2. De situatie is nu heel snel aan het veranderen.

  3. De Iraki’s zijn geen meester van hun situatie. Sinds meer dan twee jaar regelen de VS de zaken, en hun werkwijze creëerde problemen door: verschillende taal; moeizame dialoog; andere mentaliteit; ander soort relationaliteit. Bijvoorbeeld, sociologisch gesproken zijn wij erg langzaam, we hechten belang aan menselijke relaties, terwijl de Amerikanen in geweren en computers denken. De Amerikanen hadden geen idee hoe om te gaan met het Iraakse mozaïek aan bevolkingsgroepen en religies. Etc.

  4. Democratie vraagt tijd. Dat kan niet van buitenaf komen. De oude wonden en tumoren hebben tijd nodig om te helen. Vóórdat ze enige richtlijnen uitschrijven dienen de Amerikanen ons te begrijpen. In Irak waren de mensen de laatste 35 jaar afhankelijk van de regering. Het maakte hen passief en negatief. Daarom is het moeilijk om meteen maar positieve initiatieven te nemen. Daarom zijn er zoveel autobommen en is er zoveel zelfmoord.

  5. Het actuele geweld is als een tunnel die ons in wanhoop stort. In de geschiedenisboeken leerden we dat bezetting een vorm van kolonisatie is. Waarom kwamen de Amerikanen? Eenvoudige mensen zeggen: “voor de olie, om ons rijke land te beroven”. Ze merken dat het waar is. Het laatste nieuws meldt, dat onder mister Breemer 100 miljoen dollar verloren gingen. Waar zijn de 18 miljard die de VS beloofden voor de wederopbouw? Er gaan geruchten dat ze maar 1 miljard gaven, maar zelfs daarvan weet niemand waar dat dan heen gegaan is.

De toekomst van Irak? Met geweld is er geen toekomst. Als dat voortgaat zullen we terugkeren tot het stenen tijdperk. Misschien moeten we het geweld en de autobommen zien vanuit het perspectief van de buurlanden van Irak. Zij zijn blij met onze problemen, want als de Amerikanen in Irak falen zullen zij veiliger zijn.

En als de Amerikanen Irak verlaten? De verkiezingen van mr. Bush maken ons helder dat hij nog vier jaar met dit probleem zit. Maar wat zal de volgende president beslissen? Zijn wij afhankelijk van de binnenlandse politiek van de VS?”….

“Wat wij nodig hebben is hulp om ons land weer op te bouwen, om te helpen bij een dialoog, om splitsing te voorkomen, om het gevoel weg te nemen dat burgeroorlog onvermijdelijk is.

Dit is het menselijk perspectief, maar ons geloof kan ons helpen om ons hoop te geven en de uitdaging aan te nemen.

We moeten in de strijd overeind blijven ook als alles donker is, want licht komt voort uit de liefde van hen die hun vrees overwinnen. We hebben er goede voorbeelden van: Ghandi, Mandela, Martin Luther King. Nieuwe profeten zijn gegeven aan alle landen die werken aan een betere toekomst. Laten we hoop hebben, want politiek is niet alles.”


Aan deze algemene beschouwing wil ik zelf nog toevoegen, dat speciaal rondom Mosul de situatie sinds oktober 2004 zeer is verslechterd. Sinds de strijd om Falluja zijn veel militante groepen uitgeweken naar het noorden. Mosul is sinds die tijd toneel van strijd tussen groepen. Milities nemen stadsdelen in, Amerikanen schieten terug of bombarderen. Dagelijks zijn deze vormen van strijd merkbaar in en rond de stad.

Het kan dreigend dichtbij komen. Het zusterklooster te Mosul werd in december door een militie bezet als uitvalsbasis. Daarmee werd het ook doelwit voor de Amerikanen. Een moslimbuurman wist de leider ervan te overtuigen dat het onbehoorlijk was om een huis waar weerloze alleenstaande vrouwen wonen, te bezetten en in de vuurlinie te leggen. Ze accepteerden dat argument en vertrokken.


De situatie van de christenen
Als je dan specifiek naar de christenen wilt kijken, is de allereerste constatering dat zij samen met alle andere Irakezen, en veelal in solidariteit met hun moslimburen, trachten te overleven in een onhoudbare situatie en dat zij trachten waardig te overleven.

Kijkend naar het grote geweld, zijn de christenen ook niet de allereerste slachtoffers. Er zijn al veel meer doden gevallen door aanslagen op moskeeën dan door aanslagen op kerken. De meeste aanslagen zijn gericht op politiemannen, soldaten, rekruten, medewerkers van de Amerikanen en van de actuele Iraakse regering. Daarnaast vallen veel slachtoffers door willekeurige aanslagen op plekken waar veel mensen bijeen komen.

Overigens zijn deze geweldsvormen zo alomtegenwoordig, dat allen, ook christenen, een gevoel van bedreiging leven en velen neiging krijgen te vluchten.
Tegen deze achtergrond zijn de kleinste signalen van gericht geweld tegen christenen genoeg om de hele angstbeleving van deze dagelijkse terreur te koppelen aan het feit dat je als christen in Irak woont.

In verhouding tot het totale geweld in Irak zijn de geweldsvormen gericht tegen christenen klein en tenminste niet echt spectaculair. Maar ook dat gaat om vormen van geweld die in het dagelijkse leven ingrijpen en daardoor zeer voelbaar en bepalend zijn.

Allereerst is er het criminele geweld. Zowel in Bagdad als rond Mosul, de grootste concentratieplaatsen voor christenen, zijn er op gezette tijden ontvoeringen van kinderen of volwassen intellectuele christenen. Als binnen twee dagen geen losgeld werd betaald, zijn deze slachtoffers reddeloos verloren. Ze worden vermoord. De mythe bestaat dat de christenen geld hebben, vandaar. De praktijk is daardoor inmiddels, dat ouders hun kinderen niet meer alleen naar school durven laten gaan, hen niet alleen op straat laten spelen of wandelen, en soms hen zelfs niet meer alleen thuis durven laten. In de drie weken dat ik 2004 in Irak was, maakte ik twee meldingen mee van een vermoorde christelijke arts die de zusters goed kenden.

Er is af en toe een subtiele vorm van uitsluiting merkbaar. Zo waren bij de verkiezingen diverse christelijke dorpen rond Mosul verstoken van stembrieven en verzamelboxen. De leider van een van de Koerdische partijen had de aanvoer geblokkeerd, om zo het percentage van de eigen winst te verhogen. 100.000 christenen werd zo hun stemrecht ontnomen.

Naast het geweld waarvan we horen (autobommen), wordt er dagelijks op vele plaatsen in de stad geschoten of worden granaten gegooid. Ook hier hebben allereerst alle Irakezen last van, maar regelmatig komen schietpartijen voor die speciaal op christenen gemunt zijn: op cafés of winkels waar alcohol verkocht wordt; op kerken en parochiezalen als er samenkomsten zijn.

Aan de poort van de zusters in Mosul werden beledigende leuzen geschreven, seksueel getint.

In Mosul manifesteerde zich rond de kersttijd een kleine kern van Mujahedinstrijders die het speciaal op kruisen hadden gemunt: de kruisen bannen uit het openbare beeld. Er waren aanslagen op een kerkhof, op de koepel van enkele kerken. Bij een van die aanslagen miste de raket, maar trof een huis naast de kerk.
Met name in Mosul is het straatbeeld sterk aan het veranderen. Hier leven zowel aan christelijke als aan moslimzijde meer traditionele mensen, en in deze streek zijn veel fundamentalisten uit het buitenland actief. Hun terreur maakt, dat steeds meer vrouwen gesluierd over straat gaan, uit angst voor geweld tegen hen gericht. Ook veel christelijke vrouwen gaan intussen een sluier dragen om dezelfde reden.

In Bagdad, een veel gesecualriseerder regio, verdwijnen juist de sluiers weer steeds meer uit het straatbeeld.

Tenslotte geldt, dat christenen makkelijker doelwit zijn van de mudjahedin, plaatsvervangend voor de Amerikanen, net zoals dat met de soldaten en politiemensen het geval is. Het geweld richt zich eigenlijk tegen de Amerikanen, maar die weten zich over het algemeen zo goed te beschermen, dat er andere slachtoffers worden uitgezocht. Het alibi is dan collaboratie, en onder die term worden ook christenen bedreigd. “Amerikanen zijn christenen en dus zijn jullie voor de Amerikanen, zoiets”. Het is voor christenen levensgevaarlijk geworden om met buitenlanders gezien te worden of hen onderdak te geven.

Een laatste punt is: in de heersende anarchie beschermt feitelijk elke bevolkingsgroep zichzelf. In bepaalde wijken zijn de bewoners van de dominante groep het meest veilig, omdat die door de daar heersende milities worden beschermd. De christenen hebben geen milities die hen beschermen. Ook daardoor zijn ze kwetsbaarder.

Er zijn getallen te horen van 40.000 christenen die naar Syrië zouden zijn gevlucht.
Ter relativering: in het niemandsland tussen Irak en Jordanië staat een groot tentenkamp met Palestijnse vluchtelingen, die Jordanië niet in mogen, en onmogelijk terug kunnen naar Irak, omdat zij werkelijk bedreigd werden. Moslims overigens.
Er kan niet gezegd worden, dat er in Irak een vervolging van christenen is. Er is geen sprake van een van overheidswege geleid, of structureel systematisch geweld tegen christenen. Er is sprake van een algehele vorm van grof en dagelijks geweld, waarbij soms de christenen extra mikpunt zijn. Omdat niemand weet wanneer en waar dat “soms” toeslaat, voelen christenen zich in het dagelijks leven extra bedreigd. En ze zijn dus kwetsbaarder.
Interreligieuze samenwerking
Dit is het verhaal zoals je het kunt houden over Irak en over de christenen in Irak. Het is de schets van de wanhoop en absolute chaos. Maar dit verhaal doet enkel recht aan de zwaarte van het lijden dat het volk moet leven. Het verhaal zo verteld doet echter geen recht aan het Iraakse volk. Want bij alle drie de reizen, in beide tijdperken dus ook (Saddam en Amerikanen), was het de waardigheid en rust en de vaste wil zo normaal mogelijk voort te leven hetgeen indruk op me maakte. Mijn indruk wordt steeds sterker, dat het Iraakse volk in deze verschillende fasen van lijden (Saddam, embargo, oorlogen, bezetting, chaos) tot een diepe wijsheid tracht te vinden en weet te vinden. We krijgen beelden voorgeschoteld van agressieve of van luidruchtig kermende Irakezen. Maar de overgrote meerderheid leeft een stille krachtige waardigheid die weinig in beeld komt. De westerse televisie, de westerse wereld heeft spektakel nodig. Irak heeft vooral zijn eigen wijsheid nodig om toekomst te hebben.
Die wijsheid heb ik op verschillende momenten van nabij meegemaakt. Zo was er de nieuwjaarsreceptie in de pastorie van de dominicanen te Mosul, waar naast parochianen ook de leider van de buurmoskee zijn opwachting kwam maken. Hij zocht contact, “omdat we alleen gezamenlijk door deze verschrikkelijke tijden heen kunnen komen. We hebben elkaar nodig”. Er zijn regelmatig contacten tussen de plaatselijke leiders van de diverse groepen, om te voorkomen dat in dit geweld de groepen uit elkaar gespeeld worden en in een burgeroorlog terechtkomen.

Een zuster vertelde me over de brutaliteit van de moslims, die eventueel hun kind doden als het op vrijersvoeten raakt met een christen. Een medezuster van haar vertelde me later: datzelfde gebeurt ook in traditionele christelijke gezinnen. En niet altijd, maar het komt aan beide zijden voor.

In Bagdad noteerden we al in de tijd van Saddam ontspannen samenwerking tussen christenen en moslims. Daarbij moet wel aangetekend worden, dat het allereerst twee zeer gescheiden werelden zijn, zoals bij ons de protestanten en katholieken in de eerste helft van de vorige eeuw: ieder had zijn eigen voetbalclub en melkboer en kermis en flora. Allereerst kent men elkaar dus niet. Christenen vertrouwen ook een christelijke arts makkelijker dan een moslimarts en omgekeerd.

Maar tegen die achtergrond, zijn er in Bagdad vergevorderde vormen van samenwerking. Een Assyrische kerk in een moslimwijk wordt ook vaak bezocht door moslimvrouwen die er komen bidden, omdat dat dichterbij is dan de moskee.

In de kraamkliniek van de zusters dominicanessen in een arme volkswijk is de meerderheid van de klanten moslim.

In het hele land is er op plaatselijk, regionaal en landelijk niveau besef bij de diverse kaders, dat men er alleen uit komt door samenwerking. De onrust wordt gezaaid door het onbegrip en vaak onbehouwen gedrag van de Amerikanen, door de milities, en door enkele leiders die de situatie uitbuiten voor eigen macht. Maar dat ruim twee jaar ellendig geweld, chaos en stuurloosheid nog niet escaleerde in een burgeroorlog, is enkel te danken aan deze diep verankerde en breed aanwezige wijsheid en wil tot samenwerken.


De dominicanen hebben ver buiten de christelijke gemeenschap een goede naam. Zij waren lange tijd al een belangrijke bron van oecumenische samenwerking tussen de kerken. Nu trachten ze dat te zijn voor de interreligieuze dialoog. Een van hen, Youssif Thomas, had direct na de bezetting de notie dat er nu veel energie gestoken moest worden in de dialoog tussen de verschillende bevolkingsgroepen, om een dreigende burgeroorlog te voorkomen.

Intussen wordt er hard gewerkt aan het realiseren van een Volksuniversiteit en een radioprogramma waar humanistische thema’s de aandacht krijgen in dialoogvorm tussen de verschillende bevolkingsgroepen en opvattingen: aanbieden wil men informatie en discussie over mensenrechten, humanisme, psychologie, sociologie, geschiedenis van de godsdiensten.


Voorlopig zal er veel steun van buiten nodig zijn om die arbeid van de grond te krijgen. Typerend vind ik intussen de wijze waarop ze zich weten te redden binnen de moeizame situatie. Omdat je niemand de straat op laat gaan tenzij het nodig is, worden de programma’s voorlopig voornamelijk aangeboden op papier, in enkele uren radio, op internet en op CD.

Weliswaar zijn de Irakezen persoonlijk verstoken van Internet, maar er zijn wel diverse internetcafe’s waar men kan downloaden.



En met Kerst 2003 hingen ze in alle kerken, moskeeën en universiteiten posters op met de tekst van de mensenrechten in het Arabisch.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina