Cito toetsen in groep 1 en 2



Dovnload 12.43 Kb.
Datum22.07.2016
Grootte12.43 Kb.
CITO toetsen in groep 1 en 2
Twee keer in het jaar, in januari en in juni, krijgen de leerlingen van groep 2 een tweetal CITO boekjes. Een op het gebied van taalontwikkeling en de ander voor de

rekenontwikkeling. Vanaf januari 2013 maken alle leerlingen van groep 1 deze twee toetsen ook.

Naast de observaties en aantekeningen die de leerkrachten van uw kind maken tijdens het werken in de hoeken, de kringactiviteiten, het buiten spel en het spel in de speelzaal gebruiken we dit middel om kinderen al van jongs af aan te volgen, om achterstanden of voorsprongen op te sporen en kinderen de juiste begeleiding te geven.
De kinderen van groep 1 en van groep 2 gaan apart met hun eigen leerkracht mee naar een lokaal om deze toets te maken. We benoemen dit niet als toets, omdat we er niet teveel de nadruk op willen leggen. Uw kind gaat een werkje maken samen met de juf en zal dit thuis zo aan u vertellen. De kinderen van groep 1 maken in de week vooraf de toets met hun leerkracht samen een oefenboekje, zodat ze kunnen wennen aan de werkwijze van de toets. De leerkracht stelt de kinderen steeds een vraag en de kinderen zetten een streep met potlood onder het juiste antwoord.
We brengen ouders niet speciaal van de resultaten op de hoogte, omdat er misschien te veel het accent op gelegd gaat worden. Tijdens de ouderavond komt dit aan bod. We zien het, samen met onze observatielijst, echt als een totaalplaatje.
Hieronder leggen we uit wat er in de toetsen aanbod komt.
Taal voor kleuters - voor groep 1 en 2

In de toetsen Taal voor kleuters zijn opdrachten opgenomen over passieve woordenschat en kritisch luisteren. De toets voor groep 2 bevat verder nog opdrachten over klank en rijm, eerste en laatste woord horen, schriftoriëntatie en auditieve synthese.


Passieve woordenschat

Een goede woordenschat is belangrijk om dingen te kunnen begrijpen. Bij elk thema maken wij een woordveld en woordkaarten, zodat de kinderen weten welke woorden bij het thema horen. Deze ziet u o.a. terug in de stempelhoek en op een groot vel op het bord. Dit doen wij om de woordenschat van uw kind te vergroten. De leerkracht leest deze woorden voor en ze staan tijdens het thema steeds centraal. Het is natuurlijk extra zinvol wanneer ook u als ouder deze woorden met de kinderen leest. Jonge kinderen nemen zoveel op en wanneer u zich bewust bent van de omgeving om u heen en deze samen met uw kind benoemt, vergroot je zo de woordenschat. Onderweg naar school bijvoorbeeld zijn er al heel veel nieuwe woorden te vinden. Bijvoorbeeld het trottoir, de stoeprand, de lantaarnpaal, het stoplicht, etc. Ook in huis, bijvoorbeeld de radiator, het fornuis, de aanrecht. Het is heel belangrijk om hierbij ook het lidwoord te benoemen.


Kritisch luisteren

Het onderdeel kritisch luisteren is voor kinderen vaak erg lastig. Ze hebben tijdens de toets de neiging om alvast een streep te zetten en de rest van het verhaal niet meer te horen. Daarom is het goed om dit regelmatig te oefenen. Dit begint met eenvoudige opdrachten als: loop naar de deur, tik een raam aan, ga voor je stoel staan, etc. Als dit goed gaat maken we de opdrachten wat moeilijker: loop naar de deur, ga erachter staan en tik een keer op de deur. Of: draai een rondje om je stoel, loop naar oma en pak haar hand. Deze opdrachten kunnen wij, maar ook u thuis, steeds een beetje meer uitbreiden. Kinderen vinden het vaak erg leuk om te doen en het is een hele goede oefening om kritisch te leren luisteren.


Klank en rijm

Gezellig tijdens het eetmoment in de klas of thuis aan de eettafel: wie weet wat er rijmt op brood, sap of mes? We herhalen dit steeds, zodat het kind goed weet wat rijmen is. Wat rijmt niet? Noem steeds drie of vier woorden waarvan er een niet rijmt:

poes - boos - doos
ijs - wijs - gum
pet - leeg - deeg
stoel - tafel – wafel
Eerste en laatste woord

De meeste kinderen hebben thuis wel Memory. Leg vier plaatjes neer en benoem elk plaatje: kaas - kuil - peer - hoed. Geef daarna een andere volgorde aan en laat uw kind de plaatjes in die volgorde neerleggen. Welk woord heb ik het eerst en welke heb ik het laatst gezegd?


Auditieve synthese en analyse

Dit is het hakken en plakken van woorden. Tijdens het aan en uitkleden kan dit prima geoefend worden. Trek eerst je s-o-k aan en dan je b-r-oe-k, etc. Ook is het leuk om uw kind eventjes de juf of meneer te laten zijn. Hij of zij zegt iets in stukjes en u mag raden wat het is.


Rekenen voor kleuters - voor groep 1 en 2


Met het toetspakket Rekenen voor kleuters volgen wij de vorderingen van kinderen op het gebied van voorbereidend rekenen in groep 1 en 2. In de toetsen Rekenen voor kleuters zijn opdrachten opgenomen over getalbegrip (omgaan met de telrij, omgaan met hoeveelheden, omgaan met getallen), meten (lengte, omtrek en oppervlakte, inhoud en gewicht en tijd) en meetkunde (oriënteren en lokaliseren, construeren, opereren met vormen en figuren).
Getalbegrip

Er zijn talloze dingen die u samen met uw kind kan tellen op een dag. Wanneer u één keer getalkaarten maakt van 1-20, kan uw kind ze daar altijd bijleggen. Tel maar eens het aantal rozijntjes of het aantal borden wanneer de tafel wordt gedekt. Ook is het leerzaam om te vragen welk getal ervoor of erna komt. En welk getal is meer of minder of op welk bord ligt meer of minder groente.


Meten

U kunt uw kind bewust maken van het gewicht van iets, door ze het te laten ervaren. Til je pop maar eens op; is deze nu zwaar of licht? Kun je iets in je kamer zoeken dat zwaarder is dan je pop? Of groter of kleiner, dikker of dunner. Tijdens het drinken kun je praten over een leeg en een vol glas. Zet de glazen waar iedereen aan tafel uit drinkt ook eens van leeg naar vol. Of alle knuffels van groot naar klein. Kinderen vinden het heel leuk om iets op volgorde te zetten. Seriëren noemen we dat.


Tot zover de uitleg van de twee CITO toetsen in groep 1 en 2!
Groetjes van Jos en Rianne



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina