Claessens: volgorde van chromosoompacking



Dovnload 8.24 Kb.
Datum30.09.2016
Grootte8.24 Kb.
Vragen examen Van Lint en Claessens
Claessens:


  • volgorde van chromosoompacking

  • welk van de volgende aa kan door zinkatoom verankerd worden

  • Welk van volgende kan een reden zijn waarom het lactose-operon, na het drinken van twee glazen melk (=lactose), toch niet tot expressie komt: Het Cbp zit op Cre, aanwezigheid van allolactose, er is geen glucose, …

  • Bij conditional knock out wordt er gebruik gemaakt van:

  • Structuur van IMP, GTP, T

  • Base excision repair is actief bij: gefosforyleerde T, gealkyleerde guanine, beschadiging door UV stralen, beschadiging door radioactieve stralen

  • Welke primers zou je in PCR gebruiken als je volgend fragment wilt repliceren

  • Dubbele streng: linkse streng is DNA, rechtse RNA: welke van volgende kan streng langs de RNA kant verlengen: RNA polymerase, DNA polymerase, Reverse Transcriptase, Telomerase

  • Wat zijn telomeren

  • Als een eiwit, gecodeerd door een LINE sequentie, ipv het mRNA van LINE een gewoon mRNA neemt en ergens anders in het genoom integreert spreken we van: LINE, SINE, pseudogen, exon

  • Werking van Tetracycline ( en nog een ander van die anti bacteriele middelen)

  • miRna: vernietigd een mRNA streng die 100 procent complementair is, wordt gemaakt in de nucleaire kern, is een template voor maken van complementaire streng?

  • Welk van volgende mRNA kan coderen voor LEU-SER-ALA?

  • Wat is de E-site bij translatie elongatie

  • Dubbelhybridetechniek

  • Papillomavirus werkt door?

  • Roodvonk, botulisme ontstaan door: infectie van bacterie met bacteriofagen, … ?

  • DnaB is een deel van: chromatine, replicatievork, eukaryote ORI?



  • Van Lint:




  • Welk aminozuur zorgt voor meeste conformationionele flexibiliteit en welk voor het minste

  • Welk van volgende aa hebben een tweede chiraal centrum

  • Bij fysiologische pH kan histidine zowel positief als negatieve ladingen dragen omdat?

  • Wat is het iso electrisch punt?

  • Alanylglycerylglutamylalanylleucine heeft: a. Twee vrije aminogroepen, b. Vier peptidebindingen, c.vijf peptidebindingen, d. geen vrije carboxylgroepe

  • Welk van volgende eigenschappen heeft heparine wel, die chitine niet hebben: a. Rode kleur, polymeriseert snel en sterk antioxidans, b. Negatieve ladingen over de hele structuur, c. Bestaat uit steeds herhalende unit van N-acetylglucosamine, nog iets

  • Hoeveel CO2 komen er vrij bij oxidatie van 1 mol glucose ( twee vragen van deze aard!!)

  • Welk van volgende lipiden draagt geen fosfaatgroep: sfingomyeline, sphingoglycolipide, …

  • Welk van volgende is een remmer van apoptosis

  • Vraag over cdc2

  • Welk van volgende aa is geen leveraar van protonen

  • Afgezuiverde mitochondrien kunnen hun taak (oxidatieve fosforylering) toch nog uitvoeren als je: a. ADP en Pi toevoegt, b. Ze in zure oplossing plaatst met ADP en Pi c. Als je ze in basische oplossing plaatst met ADP en Pi, d. Als je glucose en lactaat toevoegt aan mengsel (of zoiets)

  • De omzetting van OAZ naar citraat w aangedreven door: citraat is sterk zuur en vrijstelling van proton door ionisatie in basisch milieu werkt stabiliserend, relatief hoge transferpotentiaal van acetylCoa, OAZ is hoge energie molecule, Citraat heeft hoge energie inhoud

  • Eigenschappen van de alfafosfaat van ATP

  • Wat draagt NIET bij tot de hoge negatieve dG van ATP

  • Een hartpatient krijgt even geen zuurstof in het hart: welk van volgende metabole omzettingen is gebeurd: gestegen activiteit van oxidatieve fosforylatie, gestegen omzetten van pyruvaat naar Acetyl-Coa, omzetting van pyruvaat naar lactaat, gestegen B oxidatie van vetzuren

  • Bij een stijgende hoeveelheid inhibitor aan mengsel via competitieve inhibitie doet: Vmax stijgen, Km dalen, Km stijgen, Km/Vmax is cte

  • Actieve site is bij eiwitten: perfect complementair aan substraat, te vinden in het centrum van globulaire eiwitten, bevat geen aminozuur zijketens, geen van bovenstaande antwoorden is correct?

  • Vraag over de volgorde van caspasen

  • PDH wordt geregeld door: covalente modulatie, geremd door aanwezigheid van NADH, ATP, Acetyl CoA; gestimuleerd door ADP en CoA, alle bovenstaande antwoorden zijn correct

  • nog twee vragen over laatste hoofdstuk

  • Een eiwit is in zijn actieve toestand als: een van zijn fuctionele conformaties heeft bereikt, als het de hoogste vrije energietoestand heeft, als het op de plaats van werkzaamheid aaangekomen is

  • Zymogenen worden geactiveerd door?



=> examen van prof. claessens is relatief gemakkelijk en nodig om de punten die je aan het examen van prof. Van Lint verliest, op te halen!




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina