Collectieve arbeidsovereenkomst voor vendor b. V. Te tilburg 1 januari 2013 tot en met 31 december 2013 Copyright



Dovnload 249.08 Kb.
Pagina12/12
Datum20.08.2016
Grootte249.08 Kb.
1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   12

BIJLAGE III FACILITEITEN TEN BEHOEVE VAN HET VAKBONDSWERK BINNEN DE ONDERNEMING



Uitgangspunten

  1. De werkgever en de vakbond zijn ten behoeve van het vakbondswerk in de onderneming, met betrekking tot het CAO-overleg en de individuele belangenbehartiging, een aantal faciliteiten overeengekomen.




  1. Het gebruikmaken van deze faciliteiten dient zowel naar aantal als naar inhoud de voortgang van de werkzaamheden niet in gevaar te brengen. In voorkomende gevallen zal steeds vooraf overleg plaatsvinden tussen de vakbond en de werkgever.


Bedrijfscontactpersonen

  1. De vakbond deelt de werkgever schriftelijk mede, wie van zijn leden uit het personeel aangewezen is als bedrijfscontactpersoon en houdt de werkgever op de hoogte van de mutaties hierin. De werkgever zal ervoor zorgdragen, dat de positie bij de onderneming van de bedrijfscontactpersoon uitsluitend zal worden beïnvloed door de naleving van de rechten en verplichtingen uit zijn arbeidsovereenkomst en derhalve niet door zijn optreden als bedrijfscontactpersoon.


Contact tussen de werkgever en de bedrijfscontactpersoon

  1. Het contact tussen de werkgever en de vakbond blijft verlopen via de gebruikelijke communicatielijnen, in casu de werkgever en de bezoldigde vakbondsfunctionaris. Rechtstreeks contact tussen de bedrijfscontactpersoon en de werkgever blijft beperkt tot huishoudelijke aangelegenheden met betrekking tot de verleende faciliteiten.


Contacten met leden en dergelijke

  1. In de regel zullen de activiteiten in het kader van het bedrijvenwerk in eigen tijd van de betrokkenen plaatsvinden.

In het volgende geval kan - mits het werk het toelaat en tijdig aangevraagd bij de werkgever - van de regel worden afgeweken:

- ten aanzien van de bedrijfscontactpersoon die telefonisch of indien noodzakelijk op het bedrijf, contact kan hebben met de bezoldigde vakbondsbestuurder.


Afspraken op het bedrijf vereisen de voorafgaande instemming van de door de werkgever aangewezen ondernemingsfunctionaris.
Periodiek overleg

  1. Partijen streven ernaar om tweemaal per jaar overleg te voeren aangaande de gang van zaken bij Vendor.


Vergaderruimte

  1. De werkgever zal voor vergaderingen van de vakbond (zoals bijv. in het kader van de CAO-onderhandelingen) vergaderruimte beschikbaar stellen voor zover en voor zolang dit geen afbreuk doet aan de eigen behoefte van het bedrijf en de huishoudelijke mogelijkheden.


Publicatieborden

  1. De vakbond kan voor het doen van feitelijke mededelingen (zoals het aankondigen van vakbondsvergaderingen / mededelingen in het kader van de CAO-onderhandelingen) na voorafgaande toestemming door de werkgever en via de normale bedrijfskanalen, gebruik maken van de door de werkgever aan te wijzen publicatieborden.

De te verlenen faciliteiten kunnen worden opgeschort ingeval door het vakbondswerk in strijd wordt gehandeld met het gestelde onder 4, 5, 6 en 7, dan wel de vakbond zich niet aan de gestelde regels of gemaakte afspraken houdt of zich anderzijds in conflictsituatie met de werkgever bevindt.


Aan deze regeling kunnen slechts faciliteiten worden ontleend voor zover en gedurende dezelfde periode als de CAO van kracht is.


BIJLAGE IV PROCEDURE VOOR BEZWAAR EN BEROEP BIJ PRESTATIEBEOORDELING

Jaarlijks heeft iedere werknemer een beoordelingsgesprek dat schriftelijk wordt vastgelegd en in het personeelsdossier op de afdeling Personeelszaken wordt bewaard. De functieomschrijving van de werknemer is de basis voor de beoordeling.

Als een werknemer op basis van de functieomschrijving niet voldoet aan de functie eisen zal een periodiek in tijd vooruit worden geschoven. Na 0.5 jaar vindt een herbeoordeling plaats.

Het niet toekennen van een periodiek wordt met reden omkleed door de manager schriftelijk aan de werknemer bevestigd. Indien de werknemer het niet eens is met de genomen beslissing kan hij tegen deze beslissing bezwaar aantekenen.

Het bezwaar van een werknemer kan de volgende fasen doorlopen:
Bezwaarfase: in deze fase maakt de werknemer bezwaar bij zijn direct leidinggevende en motiveert zijn bedenkingen; indien dit niet leidt tot tevredenheid dan kan fase 2 worden ingezet;

Interne beroepsfase: in deze fase doet de medeweker een beroep op de directie om zijn bedenkingen en motieven te beoordelen; leidt ook dit niet tot tevredenheid, dan kan fase 3 in gang worden gezet;

Externe beroepsfase: in deze fase doet de werknemer een beroep op ( een adviseur van) zijn vakvereniging dan wel via de directie op een externe adviseur.
1 Bezwaarfase

Een werknemer kan (binnen 3 maanden na die schriftelijke mededeling) bezwaar aantekenen als hij zich met de beslissing om de periodiek in tijd vooruit te schuiven niet kan verenigen; hij meldt dit aan personeelszaken. Personeelszaken initieert een gesprek tussen de werknemer, zijn direct leidinggevende en Personeelszaken ( binnen 1 maand na de melding aan personeelszaken); de direct leidinggevende bespreekt het bezwaar en motiveert het indelingsresultaat, samen met Personeelszaken. Dit gesprek wordt vastgelegd. Wanneer de werknemer alsnog akkoord gaat met de indeling of wanneer de werknemer het bezwaar handhaaft, dan meldt de werknemer resp. de direct leidinggevende dit schriftelijk aan personeelszaken (binnen 1 maand na het gesprek).


2 Interne beroepsfase

Personeelszaken meldt het bezwaar aan de directie; de directie beoordeelt de bezwaarmelding en de schriftelijke afdoening, raadpleegt zo nodig de bezwaarhebber en diens direct leidinggevende, vormt zich een oordeel en doet een uitspraak over het bezwaar, schriftelijk en met redenen omkleed. De interne beroepsfase is binnen 1 maand na de melding afgewerkt.


3 Externe beroepsfase

Wanneer een werknemer het niet eens is met de uitspraak uit de vorige fase dan kan hij zijn bezwaar voorleggen aan de vakvereniging waarbij hij is aangesloten dan wel aan de directie (indien de werknemer geen lid is van een vakvereniging); nader onderzoek wordt uitgevoerd door een (als zodanig 'erkende') adviseur van de vakvereniging. Hij onderzoekt het bezwaar en doet een schriftelijk advies aan de directie. Indien de werknemer niet bij een vakvereniging is aangesloten, dan raadpleegt de directie een externe deskundige; deze brengt zijn standpunt als advies aan de directie uit.



BIJLAGE V WET VERBETERING POORTWACHTER

Indien er sprake is van een verlenging van de wettelijke loondoorbetalingverplichting, vanwege een sanctie opgelegd door het UWV of vanwege verlenging van de wachttijd op gezamenlijk verzoek van werkgever en werknemer, zal de werkgever het wettelijk loon bij ziekte doorbetalen. De aanvulling op de loondoorbetaling zal worden gecontinueerd.

In geval van een sanctie van het UWV zal deze verlenging maximaal 12 maanden duren. In geval van verlenging van de wachttijd op verzoek, zal de duur worden bepaald door werkgever en werknemer.
Indien in het kader van de re-integratie van de arbeidsongeschikte werknemer een aanbod tot passend werk wordt gedaan, dan zal de werkgever in eerste instantie trachten een aanbod tot intern passend werk te doen, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met opleiding, ervaring en vaardigheden van de werknemer. De werkgever is verplicht een aanbod tot passende arbeid zowel naar een interne als externe functie schriftelijk te (laten) doen.

Het aanbod vermeldt tevens het wettelijk recht van de werknemer een second opinion aan te vragen bij de UWV. De werknemer dient deze second opinion binnen 10 dagen aan te vragen.

De werknemer kan zich bij een aanbod tot intern of extern passend werk van de werkgever laten bijstaan door een werknemer van de afdeling Personeelszaken, dan wel door een eigen vertrouwenspersoon van de werknemer.
Indien de werknemer een aanbod tot passend werk heeft geweigerd en de UWV zou aansluitend tot het oordeel komen dat deze weigering op terechte gronden is geschied, zal de werkgever met terugwerkende kracht het maandinkomen tot 100% aanvullen.

De werkgever draagt zorg voor voorlichting aan de werknemer over de rechten en plichten voortvloeiend uit de Wet Verbetering Poortwachter. Dit betekent onder meer voorlichting over moment van ziekmelding, plan van aanpak re-integratieverslag, aanvraag arbeidsongeschiktheidsuitkering en aanvraag persoonsgebonden budget.


De werkgever zal in overleg met de Ondernemingsraad komen tot de selectie van een of meer re-integratie bedrijven waarmee kan worden samengewerkt in het kader van het re-integratieproces van werknemers.
Eventueel kunnen de re-integratiediensten ook worden geleverd door de ARBO dienst van de werkgever. Bij de keuze van het re-integratiebedrijf zal onder meer aandacht worden besteed aan zaken als privacyreglement, maatwerk per werknemer en andere kwaliteitseisen.

PROTOCOL 1 WERKNEMERSBIJDRAGE WGA-PREMIE


Gedurende de looptijd van de CAO zal werkgever geen gebruik maken van het recht om 50% van de gedifferentieerde WGA-premie op het loon van de werknemers te verhalen.

PROTOCOL 2 WERKGEVERSBIJDRAGE


Vendor zal aan de betrokken vakorganisaties een bijdrage doen conform de AWVN regeling. FNV Kiem en De Unie regelen onderling de verdeling van deze bijdrage.

PROTOCOL 3 STAGEPLAATSEN


Gedurende de looptijd van de CAO zal Vendor trachten 3 stageplaatsen te realiseren.

PROTOCOL 4 VERREKENING VAKBONDSCONTRIBUTIE


Indien en voor zover de fiscus dit toelaat zal de werkgever het fiscaal vriendelijk verrekenen van de vakbondscontributie faciliteren.




1   ...   4   5   6   7   8   9   10   11   12


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina