College 3 15-11-2007 1e deel: De eerste “extreme” Sjiiet



Dovnload 15.29 Kb.
Datum18.08.2016
Grootte15.29 Kb.

Sjiietische islam 2007

College 3

15-11-2007



1e deel: De eerste “extreme” Sjiiet

Vergelijken wij de geloofsinhoud van de verschillende richtingen van de Shi’a en zetten wij deze af tegen hetgeen in de Sunna geloofd wordt, dan kunnen we de Sunna en de richtingen van de Shi’a alsvolgt in een schema plaatsen:



soennieten zaydieten/kharijieten twaalversjiieten isma‘ilieten druzen/aleviten/nusayris

De leringen van de druzen, aleviten en nusayris wijken zo sterk af van die van de soennieten en de twaalversjiieten dat deze laatsten de eerstgenoemden aanduiden met de term ghulat “overdrijvers, extremisten”.


Soennietische en Sjiietische bronnen maken melding van een zekere ‘Abdallah ibn Saba’ die ten tijde van ‘Ali geleefd zou hebben en de eerste was die leerde dat ‘Ali als messias zou terugkeren.

an-Nawbakhti, een auteur van de gematigde Shi‘a schijft:

“Toen ‘Ali vermoord werd, spilsten zich diegenen, die aan zijn imamaat vasthielden en bleven volhouden dat dat door God en zijn gezand als plicht voorgeschreven zou zijn in drie sekten: één die leerde dat ‘Ali noch gedood noch overleden was; hij zou ook niet sterven of gedood worden maar ooit de Arabieren met zijn staf leiden, en de aarde met rechtvaardigheid en redelijkheid vullen, zoals zij nu met onrecht en tyrannie gevuld zou zijn. Zij was de eerste afsplitsing van deze gemeenschap, die binnen de islam leerde, dat men na (de dood van) een profeet (bij een bepaalde imam) moest “blijven staan”, en de eerste, die het overdrijven (ghulu) leerde.”

“Deze sekte noemde men de Saba’ieten, de aanhangers van ‘Abdallah ibn Saba’. Dat was één van degegen die Abu Bakr, ‘Umar, ‘Uthman en de overige profeetgenoten smaadden en zich van hen afwendden. Hij beweerde dat ‘Ali hem dat had opgedragen. Daarop liet ‘Ali hem oppakken en vroeg hem naar deze bewering; hij gaf het toe. ‘Ali beval hem te doden. Toen schreeuwden de mensen tot hem: “Vorst der gelovigen, wil je een man doden, die ervoor werft, hen, de mensen van het (profeten)huis, lief te hebben, en jou te erkennen en je van je vijanden af te wenden? Daarop stuurde ‘Ali hem naar al-Mada’in in verbanning.

Enkele welingelichte aanhangers van ‘Ali hebben vertelt dat ‘Abdallah ibn Saba’een jood was; hij had de islam aangenomen en zich bij ‘Ali aangesloten. Toen hij nog het jodendom aanhing. had hij deze leer al over Josua, de zoon van Nun, na (de dood van) Mozes beweerd; als moslim zou hij dan hetzelfde van ‘Ali na (de dood van) de profeet beweerd hebben. Hij zou als eerste de leer van (de erkenning van) het imamaat van ‘Ali als religieuze plicht verbreid hebben, het afwenden van diens tegenstanders verkondigd hebben, en zijn tegenwerkers hebben blootgelegd. Vandaar dat de tegenstanders van de Shi’a beweerden dat het Shi’itendom oorspronkelijk uit het jodendom zou zijn voortgekomen.”

“Toen ‘Abdallah ibn Saba’ in al-Mada’in van de dood van ‘Ali hoorde, zei hij tegen degene die hem dit bericht had gebracht: “Je hebt iets gezegd dat niet waar is! Zelfs als je ons zijn hersens in zeventig buidels zou brengen en als je zeventig getuigen voor zijn moord zou bijeenbrengen, zouden wij toch weten, dat hij noch gestorven is, noch gedood werd, en dat hij ook niet zal sterven maar eens over de wereld heersen zal.”

De soenniet at-Tabari schrijft:

“ ‘Abdallah ibn Saba’ was een jood uit san‘a’; zijn moeder was een zwarte. Tijdens de regering van ‘Uthman ging hij over tot de islam. Vervolgens trok hij rond in de landen van de moslims om hen te misleiden. Eerst trad hij in de Hijaz op, toen in Basra, toen in Syrië...”

Tevergeefs probeerde hij de mensen tot zijn leer te bekeren dat Muhammad het zegel der profeten zou zijn en ‘Ali het zegel der gevolmachtigden. Hij zou de wederkomst van Muhammad geleerd hebben. In Syrië zorgt hij ervoor dat de profeetgenoot Abu dharr al-Ghifari aan zijn zijde komt te staan en zet deze op tegen Mu‘awiya, de stadhouder van ‘Uthman, wanneer men hem naar Egypte verdrijft, wint hij daar de stadhouder ‘Ammar ibn Yasir voor zijn zaak. Dan bevindt hij zich onder degegen die in 33/656 van Egypte naar Medina trekken, de kalif ‘Uthman in zijn woning belagen en tenslotte zich schuldig maken aan zijn dood. In de daarop volgende burgeroorlog is hij aan de kant van ‘Ali te vinden, hij is zelfs degegene die de slag van de kameel laat plaatsvinden.

Wij zien hier dus de verwachting dat ‘Ali als messias zal terugekeren. Het messianisme, vinden we in het christendom en in het jodendom (bijv. Daniël) terug. Een hemelvaart vinden we niet alleen bij Jezus in het christendom maar ook bij Henoch en Elia in het jodendom. Het is aannemelijk dat dit en andere elementen van het jodendom en later christendom en islam hun oorsprong vinden in het zoroastrisme.



2e deel: Het Zoroastrisme

Het Zoroastrisme is opgekomen in de maatschappij van de Arya, de Ariërs, het in het Zuidoostelijke deel van het Indo-Europese taalgebied (het huidige Iran/Afghanistan/Pakistan/India) belangrijkste volk. Het zijn deze Arya die vanuit centraal Azië ten ene India veroveren en ten andere Iran binnentrekken. De Arya-samenleving kende een bij de volkeren van de Indo-Europese taalfamilie veel voorkomende indeling in drie standen: priesters, krijgslieden en herders (G. Dumézil). In de religie van dit volk speelden het brengen (dieren)offers, initiëringen en extatische praktijken, al dan niet met gebruik van geestverruimde middelen een rol. Rond het jaar 1000 voor Christus treed de profeet Zarathushtra of Zoroaster op in wat nu Oost-Iran en Afghanistan is. Hij predikt een nieuwe leer die later zijn naam zal dragen: het Zoroatrisme. Het Zoroastrisme groeide uit tot de belangrijkste religie van de Iraniërs; onder de Sassaniden was het de staatsreligie. Net zoals alle andere grote religies heeft het Zoroastrisme een evolutie doorgemaakt, en is de leer ervan door de eeuwen heen niet hetzelfde gebleven. Van belang is dat het Zoroastrisme het monotheïstisme combineerd met een dualisme. Er is een schepper-God: Ahura Mazda (wijze Heer) en er zijn twee geesten, beide kinderen van hem: Spenta Mainyu, de goede, en Angra Mainyu, de slechte. Op deze wijze kan het bestaan van het kwaad in de wereld verklaard worden. Verder zijn er de Daiva’s, lagere goden die nog uit de tijd voor Zoroaster stammen en die door de Indo-Eurpeanen zowel naar het Westen (vergelijk het Latijnse deus) als naar het Oosten (vergelijk het Indiase deva) meegenomen werden. In de loop van de tijd verandert de rol van deze lagere goden en verworden zij tot demonen. Het idee van de verpersoonlijking van het pure kwaad in de duivel vinden we voor het eerst in de geschiedenis hier in het Zoroastrisme. Hetzelfde idee in het Jodendom, Christendom en de Islam vindt hier waarschijnlijk zijn oorsprong. De tijd wordt ingedeeld in drie perioden, in elke van deze perioden treedt een geestelijk leider op. In de eerste, voorhistorische, periode was dat Gayamaretan; in de tweede periode was dat Zarathushtra, en in de derde periode zal dat Saoshyant zijn. Deze laaste zal geboren worden uit een meisje dat bevrucht raakt doordat zij zwemt in een meer waarin Zarathushtra zijn zaad millenia geleden achtergelaten heeft. De Saoshyant is een messias: hij zal rechtvaardigheid en orde aan het eind van de tijd herstellen. Na de dood komt de mens terecht in hemel, hel of vagevuur. Omdat het vuur een belangrijke rol speelt en omdat dit aspect van de religie naar buiten toe zo goed zichtbaar is, kregen de Zoroasters de bijnaam vuuraanbidders. Na de komst van de Islam in Iran gaat het bergafwaarts met het Zoroastrisme. In de loop van de eeuwen, vooral in de tiende eeuw, emigreren vele gelovigen naar India en het is daar waar we heden de grootste groepen vinden. Ze worden daar Parsis genoemd, dus Perzen.


2e deel: Hasan, Husayn, Kerbela

Hasan, geboren 3 AH; groeit op in huishouden Muhammad; 32 jaar toen vader ‘Ali vermoord werd; ziet na onderhandelen met Mu‘awiyya van kaliefaat af: amnestie voor shi‘iten, financiële regeling voor hemzelf en bij overlijden Mu‘awiyya zou hijzelf kalief worden; leeft in rust in Medina, overlijdt in 669 (vergiftigd?)



Husayn, geboren 4 AH; na overlijden Mu‘awiyya in 680 komt Yazid aan de macht; Husayn gaat richting Kufa maar wordt tegengehouden voor de Eufraat, 10 muharram 680 bij Kerbela slachting van hem en merendeel metgezellen, zijn vrouw en een zoon ‘Ali (Zayn al-‘Abidin) overleven.
De Kaysaniyya. Naar aanleiding van gebeurtenissen bij Kerbela komt in Kufa een beweging van boetedoeners (tawwabun) op, waarover een zekere al-Mukhtar de leiding krijgt. 685: al-Mukhtar neemt Kufa in zijn macht, gesteund door de mawali die als muslims dezelfde positie verlangen als de Arabieren. Zijn beweging beweert dat Muhammad ibn al Hanafiyya (een zoon van ‘Ali en een tweede vrouw) niet alleen de imam maar ook de mahdi is. Muhammad ibn al-Hanafiyya echter blijft vredig in Medina en huldigt zelfs ‘Abd l-Malik (de opvolger van Yazid). 687: Aan Mukhtars bewind in Kufa wordt een einde gemaakt door de stadhouder van Basra. De beweging blijft bestaan onder de naam kaysaniyya genoemd naar Kaysan de verborgen leider ervan. Bij haar treden begrippen en ideëen op die ook al aan ‘Abdallah ibn Saba’ toegeschreven werden en die met ghuluw (extremisme) aangeduid worden: Muhammad ibn al Hanafiyya is niet overleden maar in verborgenheid (ghayba) en zal terugkeren (raj‘a) als mahdi (messias) aan het einde der tijden. Ondertussen verblijft hij in de berg Radwa.
De locaties van de in de afgelopen college’s genoemde plaatsen. al-Quds is de Arabische benaming voor Jeruzalem; al-Mada’in voor Ctesiphon.




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina