College 5 21-11-2007 1e deel: Islamitische theologie



Dovnload 10.79 Kb.
Datum25.08.2016
Grootte10.79 Kb.

Sjiietische islam 2007

College 5

21-11-2007



1e deel: Islamitische theologie

Volgens de traditionele weergave van de vroege islam speelde de vraag “wie is wel en wie niet een moslim” een belanrijke rol in de onpkomst van de islamitische theologie. Nog concreter: het ging om kwesties die samenhingen met het kalifaat: Was de moord op ‘Uthman rechtvaardig? Was ‘Ali terecht kalief na ‘Uthmans dood? De belangrijkste richtingen in de vroege theologie zijn:



Kharijiyya

Sinds Siffin 657, met name actief in 7e eeuw.Geloof betekent zowel belijden als handelen. Iemand die zegt dat hij moslim is maar niet ernaar handelt is geen moslim of is zelfs een afvallige (op geloofsafval staat de doodstraf).



Murji‘a

Alleen God kent de staat van iemands geloof. Iemand die belijdt moslim te zijn en met zijn hart ernaar streeft, wordt als moslim geaccepteerd ook al zijn zijn handelingen in strijd met de islam. Belangrijk figuur: Abu Hanifa, theoloog en rechtsgeleerde (± 699-767), wiens werk ons via zijn leerlingen bekend is. Hij legt nadruk op de ideeën die door de meerderheid van de moslims aangehangen worden, die het middenpad volgen en extremen vermijden.



Traditionslisten 1

Maken uitgebreid gebruik van hadith. Moslims worden ingedeeld in graden van “goed moslim zijn”afhankelijk van hun woorden, daden, intentie en vasthoudendheid aan de soenna. Belangrijk figuur: Ahmad ibn Hanbal (o. 855).



Qadariyya

qadar = “macht, voortbeschikking”. Kennen mens vrije wil toe; geen predestinatie. Iemand die zijn geloofs-plichten niet volledig nakomt verkeert in een situatie tussen geloof en ongeloof. Belangrijk figuur: al-Hasan al-Basri (o. 728)

Mu‘tazila

Ruime inzit ratio; voortbouwend op Hellenistische traditie; kalaam “rationele theologie”. God is rechtvaardig en dus is God ook goed. Er is geen predestinatie. De Koran in geschapen. Antropomorfismen in de Koran moeten niet letterlijk opgevat worden. Belangrijk figuur: al-Khayyat (o. 912)



Traditionslisten 2

Belangrijk figuur: al-Ash‘ari (o. 935) van oorsprong bij mu‘tazila, maar stapt over naar traditionalisten. Comobineert rationele theologie mu‘tazila met nadruk op Koran en hadith van traditionalisten. Legt basis voor leer van de Soennitische islam. Gaat uit van Goddelijke almacht en predestinatie. Antropomorfismen moeten bi-la kayf “zonder zich af te vragen hoe” aangenomen worden.



Shi‘a

Volgens de opvattig van de meeste Sjiietische richtingen zijn de kleinzoon van Husayn, Muhammad al-Baqir (676-740?) en met name diens zoon Ja‘far as-Sadiq (699/702/705-765) de grondleggers van de Sjiietische theologie.



Muhammad al-Baqir “de opensplijter (van kennis)” volgt de politiek van zijn vader: houdt zich op afstand van de opstanden tegen de Ummayaden. Is ook buiten de Shi‘a bekend om zijn geleerdheid. Er worden ook wonderen aan hem toegeschreven: hij kon praten met dieren, blinden genezen en de toekomst voorspellen. Hij legt waarschijnlijk de principes van de Imamiyya vast: een imam wijst zijn opvolger middels nass aan; alle imamen zijn nakomelingen van Fatima; imamen hebben bijzondere kennis die normale mensen niet hebben; imamen hebben absoluut geestelijk gezag en zouden ook absoluut wereldlijk gezag moeten hebben; taqiya het ontkennen van het feit dat je Sjiiet bent is verplicht in nood.

Ja‘far as-Sadiq geb.699/702/705?; bekend om vroomheid en geleerdheid; leraar van Abu Hanifa?; houdt zich afzijdig van opstanden; wordt ongemoeid gelaten door Ummayyaden maar komt in gevangenschap te Kufa onder ‘Abbasiden; ontwikkelt fundament imamiyya: imam: ‘ilm “kennis”, ma‘sum “zondenloos”, noodzakelijke existentie (de wereld kan niet bestaan zonder imam), nass (aanwijzing door de imam van zojn opvolger, taqiya. (o. 765, vergiftigd door al-Mansur?)

2e deel: De Ghulat rond Ja‘far as-Sadiq

Abu l-Khattab de vertegenwoordiger van Ja‘far as-Sadiq wordt afgewezen door JS, beweert zélf imam te zijn en zegt JS is profeet; punten uit zijn leer: - ta’wil (esoterische koranuitleg), geen dood maar hemelvaart, geen shari‘a. Wordt in 755 met zeventig aanhangers in de moskee van Kufa gedood. Uit zijn kring stamt het Umm al-kitab “moederboek” dat begin 20e eeuw in de Pamir bij Isma‘ilis gevonden is. Het wordt toegeschreven aan imam Muhammad al-Baqir. Een ander werk is het Kitab al-azilla “het boek der schaduwen”, toegeschreven aan JS, maar vermoedelijk afkomstig van Muhammad Ibn Sinan (o.835) een tijdgenoot ‘Ali ar-Rida de kleinzoon van JS. Ideeën bij deze ghulat: vijfvoudige openbaring van God, namelijk in Muhammad, ‘Ali, Fatima, al-Hasan en al-Husayn. Anderszijds is het zo dat slechts één van deze openbaringen realiteit heeft: de ma‘ana “betekenis”. Soms is dat Muhammad, soms ‘Ali. De Ma‘na is vóór Muhammad of ‘Ali reeds in andere personen geïncarneerd: Adam, Noah, Abraham, Moses en Jesus. Naast werkelijke incarnatie van God zijn er personen die als ism “naam”, van ma‘na optreden. Tegelijkertijd met ma‘na en ism is er de bab “poort, deur” die de toegang tot de ma‘na verschaft. De bab ten tijde van Muhammad was Salman al-Farisi, een profeetgenoot (o. 656 of 657).



3e deel: De splitsing van de Shi‘a na Ja‘far as-Sadiq

Ja‘far as-Sadiq zou zijn oudste zoon Isma‘il aangewezen (nass) hebben, maar deze overlijdt voor hijzelf overlijdt. Oudste levende zoon ‘Abd allah al-Aftah heeft geen nakomelingen. Verdere zoon Musa al-Kazim. Gevolg is een splitsing van de imamiyya die uiteindelijk resulteert in twee takken: de isma‘iliyya die de lijn van Isma‘il aanhangen en de ithna ‘ashariyya (twaalvershi‘a; ’ithna ‘ashara=12) die de lijn van Musa al-Kazim aanhangen.






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina