Commissarisverslag opgesteld overeenkomstig artikelen 144 en 148 van het wetboek van vennootschappen



Dovnload 0.75 Mb.
Pagina6/15
Datum22.07.2016
Grootte0.75 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   15

Bijkomende vermeldingen (en inlichtingen) (42)
3.1.6. Weigering door de leiding om de bevestigingsbrief van de leiding te ondertekenen
Opmerkingen
1. In paragraaf 2.5.4. van de Algemene controlenormen wordt als bewijskrachtig gegeven (controle-informatie) beschouwd de “bevestigingen van de leiding”. Overigens wordt in het Wetboek van vennootschappen duidelijk het recht van de commissaris erkend om het bestuursorgaan en de verantwoordelijken van de vennootschap te verzoeken om de voor zijn controle vereiste ophelderingen en inlichtingen (art. 137, § 1, eerste lid W. Venn.). Paragraaf 2.5.5. van de Algemene controlenormen stelt duidelijk dat de bedrijfsrevisor van de leiding van de gecontroleerde entiteit een bevestigingsbrief te bekomen waarin de bevestigingen die vereist zijn alsmede de bevestigingen die hij als noodzakelijk of aangewezen beschouwt (bijkomende bevestigingen) zijn opgenomen.
De bevestigingen van de leiding zijn slechts ondergeschikte controle-informatie. Derhalve dient de revisor van de leiding van de entiteit schriftelijke bevestigingen te verkrijgen over de feiten en de omstandigheden die voor de (geconsolideerde) jaarrekening van materieel belang zijn en waarvan redelijkerwijze kan worden verwacht dat hieromtrent ander voldoende en geschikt bewijskrachtig materiaal beschikbaar is.
2. De controlenorm “Bevestigingen van de leiding van de entiteit” (43) verduidelijkt hoe van de leiding ontvangen bevestigingen als controle-informatie kunnen worden gebruikt, welke procedures moeten worden ten uitvoer gelegd om die bevestigingen te evalueren en te documenteren, alsmede welke houding de commissaris moet aannemen indien de leiding weigert de gevraagde bevestigingen te verstrekken. Deze norm bevat overigens een lijst van bevestigingen die als “vereist” worden beschouwd, dit wil zeggen de bevestigingen die minimaal dienen te worden opgenomen in de bevestigingsbrief van de leiding van de entiteit.
3. Wanneer de leiding van de entiteit weigert een informatie schriftelijk te bevestigen, moet de commissaris de redenen voor deze weigering onderzoeken. In voorkomend geval kan hij de betrokken personen herinneren aan hun wettelijke verplichtingen die voortvloeien uit artikel 137 van het Wetboek van vennootschappen en, indien nodig, verwijzen naar de strafsanctie die is bepaald t.a.v. diegenen die weigeren de inlichtingen te verstrekken die ze moeten geven (art. 170, eerste lid, 3° van het W. Venn.). Indien hij het gepast oordeelt, zal hij de voorzitter van het bestuursorgaan hiervan op de hoogte brengen.
4. Overigens, indien de leiding weigert om de vereiste inlichtingen, volledig of gedeeltelijk, schriftelijk te bevestigen, moet de commissaris dit feit vermelden in zijn verslag in overeenstemming met de bepaling van artikel 144, eerste lid, 2° van het Wetboek van vennootschappen. Verder zal deze situatie een beperking in de uitvoering van zijn controle met zich meebrengen, wat de commissaris moet brengen tot het tot uitdrukking brengen in zijn verslag van een voorbehoud of tot het formuleren van een oordeelonthouding
(cf. paragrafen 3.3.5. en 3.9.1. van de Algemene controlenormen). De keuze tussen een voorbehoud en een onthoudende verklaring zal afhangen van de aard van de vereiste inlichting die schriftelijk niet door de leiding werd bevestigd, en dus van het risico op een effect van deze “weigering van bevestiging”, hetzij op een beperkt aantal posten van de jaarrekening, hetzij op het geheel van de jaarrekening. Aldus, indien deze weigering betrekking heeft op een bevestiging die vereist is zoals de mededeling aan de commissaris van elke aantijging van fraude of vermoede fraude in de entiteit, kan de jaarrekening als geheel worden beïnvloed door de weigering van bevestiging en zal de commissaris een oordeelonthouding formuleren.
5. Wanneer de leiding weigert om de door de revisor als noodzakelijk of als aangewezen beschouwde bijkomende specifieke inlichtingen schriftelijk te bevestigen, dan zal de revisor bepalen of deze situatie een beperking in de uitvoering van zijn controle met zich meebrengt. Immers, deze omstandigheid zal slechts het voorwerp uitmaken van een voorbehoud of van een oordeelonthouding, in het geval het ontbreken van dit gegeven de behoorlijke uitvoering van de controle belet.
6. Wanneer in de voormelde omstandigheden van weigering door de leiding van ondertekening van de bevestigingsbrief, de beperking in de uitvoering van de controle van de commissaris aanleiding geeft tot het tot uitdrukking brengen van een voorbehoud of tot het formuleren van een oordeelonthouding, moet het verslag de beperking omschrijven en het (of de) betrokken element(en) van de financiële overzichten aanduiden.
Het hierna voorgestelde voorbeeld beoogt de situatie waarbij de leiding weigert om de bevestigingsbrief als geheel te ondertekenen en de commissaris van oordeel is dat het niet mogelijk is een verklaring met voorbehoud te weerhouden.

VOORBEELD (44)
VERSLAG VAN DE CommissarIS AAN DE ALGEMENE VERGADERING DER AANDEELHOUDERS (VENNOTEN) VAN DE VENNOOTSCHAP ____________ OVER DE JAARREKENING OVER HET BOEKJAAR AFGEsLOTEN OP __ ________ 200_
Overeenkomstig de wettelijke en … (45)… bijkomende vermeldingen (en inlichtingen).
Onthoudende verklaring over de jaarrekening
Uitgezonderd voor wat betreft de hierna vermelde aangelegenheid met betrekking tot de beperking in de uitvoering van onze controle, hebben wij de controle uitgevoerd … (45) … het boekjaar van € _____.
Het opstellen van de jaarrekening … (45) … omstandigheden redelijk zijn.
Het is onze verantwoordelijkheid … (45) … van het maken van fouten.
Overeenkomstig voornoemde controlenormen hebben wij rekening gehouden met de administratieve en boekhoudkundige organisatie van de vennootschap, alsook met haar procedures van interne controle. Wij hebben van de verantwoordelijken en van het bestuursorgaan van de vennootschap de voor onze controles vereiste ophelderingen en inlichtingen verkregen, uitgezonderd hetgeen in de volgende paragraaf is vermeld. Wij hebben op basis van steekproeven de verantwoording onderzocht van de bedragen opgenomen in de jaarrekening. Wij hebben de gegrondheid van de waarderingsregels, de redelijkheid van de betekenisvolle boekhoudkundige ramingen gemaakt door de vennootschap, alsook de voorstelling van de jaarrekening als geheel beoordeeld.
Overeenkomstig voornoemde controlenormen dienen onze controlewerkzaamheden het verkrijgen van de tot op heden niet ontvangen bevestigingsbrief met de schriftelijke bevestigingen van de leiding te bevatten. Deze situatie betekent een aanzienlijke beperking in de uitvoering van onze controle aangezien zij ons in de onmogelijkheid brengt om voldoende en geschikt bewijskrachtig materiaal te bekomen, hetgeen de basis vormt voor het tot uitdrukking brengen van ons oordeel over de jaarrekening. Hieruit vloeien belangrijke onzekerheden voort die ons oordeel over de jaarrekening beïnvloeden.
Gezien de aanzienlijke onzekerheden vermeld in de voorgaande paragraaf, zijn wij niet in de mogelijkheid een oordeel tot uitdrukking te brengen over het feit dat de jaarrekening afgesloten op __ _________ 200_ een getrouw beeld geeft van het vermogen, de financiële toestand en de resultaten van de vennootschap, in overeenstemming met het in België van toepassing zijnde boekhoudkundig referentiestelsel.
Bijkomende vermeldingen (en inlichtingen) (46)
3.1.7. Verslag van niet-bevinding wegens het ontbreken van de door het bestuursorgaan vastgestelde jaarrekening
Opmerkingen
1. De commissaris is ertoe gehouden zijn verslag over de jaarrekening op te stellen. Met het oog daarop moet het bestuursorgaan hem de nodige stukken voor het opstellen van dit verslag overhandigen, en dit tenminste één maand voor het verslag volgens de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen moet worden voorgelegd (art. 143 W.Venn.). Overeenkomstig paragraaf 3.2.1. van de IBR Controleaanbeveling “Controle van de vormvereisten in verband met de vaststelling, de goedkeuring en de bekendmaking van de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening (47) (6 september 1996)”, moet de commissaris een verslag van niet-bevinding opstellen wanneer, vijftien dagen vóór de algemene vergadering, de jaarrekening niet beschikbaar is. Dit verslag van niet-bevinding dient te worden gericht aan het bestuursorgaan, opdat deze laatste het verslag aan de algemene vergadering zou meedelen.
In dit verslag van niet-bevinding vermeldt de commissaris dat hij de jaarrekening en/of het jaarverslag niet heeft ontvangen en dat hij de aandacht van het bestuursorgaan vestigt op het naleven van de wettelijke verplichtingen.
2. Bovendien moet de jaarrekening ten laatste zes maanden na de afsluiting van het boekjaar aan de algemene vergadering worden voorgelegd. Het niet naleven van de termijn voor de mededeling aan de algemene vergadering binnen de zes maanden na de afsluiting van het boekjaar is te belangrijk, aangezien het strafrechtelijk kan worden gesanctioneerd. Van zodra de termijn van zes maanden verstreken is, zou de commissaris een verslag van niet-bevinding moeten opsturen aan het bestuursorgaan met de vraag een algemene vergadering bijeen te roepen en het verslag van niet-bevinding aan de aandeelhouders mede te delen. Indien het bestuursorgaan niet reageert, kan de commissaris zelf een algemene vergadering bijeenroepen (art. 532 (NV) en art. 268 (BVBA) W. Venn.) met als agendapunten:


  • het verslag van de commissaris over het niet naleven van het Wetboek van vennootschappen en de statuten;




  • de te nemen maatregelen.

3. Wanneer de nalatigheid van het bestuursorgaan voortvloeit uit specifieke omstandigheden, zal de commissaris de aanpassing van de inhoud van zijn verslag overwegen teneinde de bestaande problemen weer te geven. Misschien zal hij aan de algemene vergadering moeten signaleren dat hij andere vormen van niet naleven van het Wetboek van vennootschappen heeft vastgesteld. Meer in het bijzonder zal hij aandacht moeten besteden aan de gewichtige en overeenstemmende feiten die de continuïteit van de entiteit in het gedrang kunnen brengen en die hem ertoe zouden kunnen verplichten de procedures, zoals bepaald in het artikel 138 van het Wetboek van vennootschappen, ten uitvoer te leggen.

4. Indien de jaarrekening later tóch wordt voorgelegd, zal de commissaris een nieuw verslag opstellen. De inleiding van dat nieuwe verslag zou kunnen vermelden:
“Overeenkomstig de wettelijke en statutaire bepalingen, brengen wij u verslag uit in het kader van het mandaat van commissaris (in voorkomend geval: van bedrijfsrevisor aangesteld door de voorzitter van de rechtbank van koophandel). Dit verslag omvat ons oordeel over het getrouw beeld van de jaarrekening evenals de vereiste bijkomende vermeldingen (en inlichtingen) en volgt op ons, aan u gericht, verslag van niet-bevinding opgesteld op __ ________ 200_, bij het ontbreken van de jaarrekening vastgesteld binnen de door de wet bepaalde termijn.”
Het verslag van niet-bevinding dient, in tegenstelling tot het commissarisverslag, niet te worden openbaargemaakt bij de Nationale Bank van België.
Het tweede deel van zijn verslag zou gewoonlijk als volgt worden aangepast:
Met uitzondering van het naleven van de wettelijke en statutaire bepalingen met betrekking tot het bijeenroepen, het houden van de gewone algemene vergadering der aandeelhouders (vennoten) en de daarop betrekking hebbende wettelijke termijnen, dienen wij u geen verrichtingen of beslissingen mede te delen …”.

VOORBEELD (48)
Verslag van niet-bevinding, opgesteld door de commissaris, gericht aan de algemene vergadering der aandeelhouders (vennoten) van de vennootschap over het boekjaar afgesloten op _ _________ 200_

Overeenkomstig de wettelijke en statutaire bepalingen, brengen wij u verslag uit in het kader van ons mandaat van commissaris (in voorkomend geval: van bedrijfsrevisor aangesteld door de voorzitter van de rechtbank van koophandel).


Op datum van dit verslag, hebben wij de jaarrekening zoals vastgesteld door het bestuurorgaan en het jaarverslag nog niet ontvangen en zijn wij bijgevolg in de onmogelijkheid ons commissarisverslag ter attentie van de algemene vergadering op te stellen en toe te sturen.
Wij hebben het bestuursorgaan herinnerd aan de wettelijke verplichting om u de stukken mede te delen binnen de door de statuten en het Wetboek van vennootschappen vastgestelde termijnen.

3.2. MENINGSVERSCHIL OVER DE INHOUD VAN DE JAARREKENING

3.2.1. Weglating van inlichtingen
Opmerkingen


  1. Het ontbreken in de jaarrekening van een inlichting van materieel belang vormt een inbreuk op het principe van het getrouw beeld. Het is niet alleen de niet-getrouwe weergave die misleidend kan blijken te zijn. De bewuste weglating van een inlichting die moet gegeven worden overeenkomstig de normen of boekhoudreglementering zal het tot uitdrukking brengen van een voorbehoud van de commissaris voor gevolg hebben.




  1. Het ontbreken van een inlichting zal van materieel belang zijn wanneer de weglating op bewuste wijze is tot stand gekomen omdat zij, in dit geval, meestal voor gevolg zal hebben dat precieze inlichtingen niet zullen ter kennis worden gebracht van de aandeelhouders of van derden. Dit zal bijvoorbeeld het geval zijn wanneer de leiding nalaat melding te maken van het feit dat de controle over een belangrijke vennootschap werd verworven of dat meerwaarden op interne overdrachten werden gerealiseerd als gevolg van verrichtingen tussen een moedervennootschap en haar dochtervennootschappen. Voor zover de reglementering de verplichting oplegt een inlichting te verschaffen, mogen noch de entiteit noch de commissaris oordelen over de opportuniteit deze al dan niet openbaar te maken.




  1. De vraag stelt zich in welke mate de commissaris zelf de inlichting mag geven. Er dient hier te worden opgemerkt dat de voornaamste onderliggende verantwoordingen ter onderbouwing van de jaarrekening werden nagezien. Het enige probleem betreft de openbaarmaking van de informatie (disclosure). In een dergelijke hypothese voorzien de controlenormen niet dat de door de leiding weggelaten inlichtingen door de commissaris moeten en kunnen worden gegeven. Overeenkomstig paragraaf 3.11.2. van de Algemene controlenormen is de enige inlichting die de commissaris uit eigen beweging in zijn verslag mag geven, zonder dat het bestuursorgaan melding heeft gemaakt van de kwestie in de jaarrekening, de wijziging van een waarderingsregel en de cijfermatige weerslag ervan.

4. Zelfs indien dit niet uitdrukkelijk door de normen of de reglementering is voorzien, kan een inlichting nochtans essentieel zijn in het kader van het getrouw beeld van de jaarrekening. Sinds de wet van 13 januari 2006 moet het geheel van de jaarrekening beantwoorden aan het principe van het getrouw beeld. In vergelijking met de voorgaande wetgeving bestaat er dus geen afzonderlijke verwijzing naar de toelichting meer. De commissaris zal derhalve alert zijn op elke weglating van een inlichting in de toelichting die een effect kan hebben op het getrouw beeld van de jaarrekening en dus op zijn oordeel, te onderkennen.


VOORBEELD (49)
VERSLAG VAN DE commissarIS AAN DE ALGEMENE VERGADERING DER AANDEELHOUDERS (Vennoten) van de vennootschap __________ OVER DE JAARREKENING OVER HET BOEKJAAR AFGESLOTEN OP __ ________ 200_

Overeenkomstig de wettelijke en … (50) … bijkomende vermeldingen (en inlichtingen).



Verklaring over de jaarrekening met voorbehoud
Wij hebben de controle uitgevoerd … (50) … het boekjaar van € ____________.
Het opstellen van de jaarrekening … (50) … omstandigheden redelijk zijn.
Het is onze verantwoordelijkheid … (50) … van het maken van fouten.
Overeenkomstig voornoemde controlenormen … (50) … van ons oordeel.
De lijst met de deelnemingen, opgenomen in de toelichting V.A. bij de jaarrekening, is niet op exhaustieve wijze opgesteld. Verder dient de toelichting XVIII. de gegevens te bevatten inzake de betrekkingen met verbonden entiteiten en in het bijzonder de meerwaarden bij overdracht tussen deze entiteiten. Dit gegeven ontbreekt in de toelichting bij de jaarrekening.
Naar ons oordeel, onder voorbehoud van de weglating van de gegevens beschreven in de voorgaande paragraaf, geeft de jaarrekening afgesloten op __ __________ 200_ een getrouw beeld van het vermogen, de financiële toestand en de resultaten van de vennootschap, in overeenstemming met het in België van toepassing zijnde boekhoudkundig referentiestelsel.

Bijkomende vermeldingen (en inlichtingen) (51)

3.2.2. Ontbreken van vermelding in de jaarrekening van een aanvaardbare wijziging van waarderingsregel
Opmerkingen
1. In geval van wijziging van waarderingsregels moeten de volgende inlichtingen in de toelichting van de jaarrekening worden gegeven betreffende het boekjaar gedurende hetwelk er voor de eerste maal werd afgeweken van de bestaande regels:
- de motivering voor, en de aard van de wijziging;

- de verantwoording van de wijziging;

- de raming van de invloed van deze wijziging op het vermogen, de financiële toestand en het resultaat van de entiteit.
2. In het geval dat de toelichting of, in voorkomend geval, het jaarverslag geen commentaar (of geen passende commentaar) op de aanvaardbare wijziging van waarderingsregels bevat, zal de commissaris, overeenkomstig de normen betreffende het verslag (par. 3.11.2. van de Algemene controlenormen) in een afzonderlijke paragraaf in het tweede deel van zijn verslag melding maken van:
- de aard van de wijzigingen in de waarderingsregels;

- de cijfermatige weerslag op het vermogen, de financiële toestand en het resultaat van de entiteit.


3. Er is sprake van een wijziging van waarderingsregels wanneer:
- de waarderingsregels voor de eerste maal worden vastgelegd en vermeld voor rubrieken die niet voorkwamen in vorige jaarrekeningen;

- de waarderingsregels voor de eerste maal worden gebruikt voor handelingen en gebeurtenissen die verschillend van aard zijn dan deze in het verleden;



- het een wijziging betreft van de boekhoudkundige schatting en niet een wijziging van de waarderingsmethode.
VOORBEELD (52)
VERSLAG VAN DE commissarIS AAN DE ALGEMENE VERGADERING DER AANDEELHOUDERS (Vennoten) van de vennootschap __________ OVER DE JAARREKENING OVER HET BOEKJAAR AFGESLOTEN OP __ ________ 200_
Overeenkomstig de wettelijke en … (53) … bijkomende vermeldingen (en inlichtingen).

Verklaring over de jaarrekening met voorbehoud
Wij hebben de controle uitgevoerd … (53) … het boekjaar van € ____________.
Het opstellen van de jaarrekening … (53) … omstandigheden redelijk zijn.
Het is onze verantwoordelijkheid … (53) … van het maken van fouten.
Overeenkomstig voornoemde controlenormen … (53) … van ons oordeel.
De vennootschap heeft beslist haar waarderingsregels te wijzigen door de afschrijvingsduur voor industriële gebouwen te verhogen van 20 naar 30 jaar vanaf de verwervingen van dit boekjaar. De wijziging, die een gunstige invloed gehad heeft op het resultaat vóór belastingen van het boekjaar met een bedrag van € ____________, is niet vermeld in de toelichting bij de jaarrekening.
Naar ons oordeel, onder voorbehoud van de weglating van de gegevens vermeld in de voorgaande paragraaf, geeft de jaarrekening afgesloten op __ __________ 200_ een getrouw beeld van het vermogen, de financiële toestand en de resultaten van de vennootschap, in overeenstemming met het in België van toepassing zijnde boekhoudkundig referentiestelsel.

Bijkomende vermeldingen (en inlichtingen) (54)
3.2.3. Onaanvaardbare waarderingsregel
Opmerkingen


  1. Soms verschilt de commissaris van mening met het bestuursorgaan over een weerhouden waarderingsregel omdat deze niet overeenstemt met de wettelijke bepalingen van het koninklijk besluit van 30 januari 2001 of omdat door een onjuiste toepassing van de waarderingsregel het getrouw beeld van de jaarrekening wordt aangetast. Voorbeeld 3.2.3. betreft een situatie waar het bestuursorgaan weigert een duidelijke regel voorzien door het koninklijk besluit van 30 januari 2001 na te leven. De voorbeelden 3.2.4., 3.2.5. en 3.2.6. betreffen een verkeerde toepassing van een waarderingsmethode.




  1. In de jaarrekening wordt een herwaardering van “Installaties, machines en uitrusting” verantwoord indien zij overeenstemt met een vaststaande en duurzame meerwaarde. In de toelichting wordt melding gemaakt van de toegepaste herwaardering met vermelding van de motivering. In het voorbeeld 3.2.3 is de commissaris van oordeel dat aan de voorwaarden van artikel 57 van het koninklijk besluit van 30 januari 2001 niet is voldaan, met name dat de herwaardering wordt uitgedrukt in een verliessituatie; derhalve wordt niet voldaan aan de eisen van duurzaamheid en rentabiliteit van de meerwaarde.



VOORBEELD (55)
VERSLAG VAN DE CommissarIS AAN DE ALGEMENE VERGADERING DER AANDEELHOUDERS (VENNOTEN) VAN DE VENNOOTSCHAP __________ OVER DE JAARREKENING OVER HET BOEKJAAR AFGESLOTEN OP __ ________ 200_

Overeenkomstig de wettelijke en … (56) … bijkomende vermeldingen (en inlichtingen).



Verklaring over de jaarrekening met voorbehoud
Wij hebben de controle uitgevoerd … (56) … het boekjaar van € ____________.
Het opstellen van de jaarrekening … (56) … omstandigheden redelijk zijn.
Het is onze verantwoordelijkheid … (56) … van het maken van fouten.
Overeenkomstig voornoemde controlenormen … (56) … van ons oordeel.
De vennootschap is overgegaan tot een herwaardering van bepaalde activa van de rubriek “Installaties, machines en uitrusting” door de boeking op het passief van een overeenstemmende herwaarderingsmeerwaarde ten belope van € ________. De voorwaarde van artikel 57 van het koninklijk besluit van 30 januari 2001 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen is niet vervuld, daar vereist wordt dat de uitgedrukte meerwaarde verantwoord wordt door de rentabiliteit van de onderneming.
Naar ons oordeel, onder voorbehoud van het effect op de jaarrekening van het punt vermeld in de voorgaande paragraaf, geeft de jaarrekening afgesloten op __ ________ 200_ een getrouw beeld van het vermogen, de financiële toestand en de resultaten van de vennootschap, in overeenstemming met het in België van toepassing zijnde boekhoudkundig referentiestelsel.

Bijkomende vermeldingen (en inlichtingen) (57)
3.2.4. Meningsverschil omtrent de toepassing van een waarderingsregel
Opmerkingen


  1. Overeenkomstig artikel 28 van het koninklijk besluit van 30 januari 2001, bepaalt elke entiteit de regels die gelden voor de waardering van de inventaris en de jaarrekening en in het bijzonder voor de vorming en de aanpassing van afschrijvingen, waardeverminderingen en voorzieningen voor risico’s en kosten evenals voor de herwaarderingen.




  1. Het bestuursorgaan, dat de waarderingsregels vastlegt, dient zich uit te spreken over:

- de waarderingsgrondslagen voor de activa en passiva, met inbegrip van de methoden die gebruikt worden voor het schatten en ramen van waardeverminderingen van activa en voor de vorming van voorzieningen;

- de grondslagen voor het bepalen van het resultaat (m.n. de vraag wanneer winst als gerealiseerd wordt beschouwd); en het toerekenen van opbrengsten en kosten volgens de causale samenhang (matching principle);

- het bepalen van de criteria en grondslagen die worden gebruikt voor het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening (de wijze van consolidatie van dochtervennootschappen, de verwerking van verrichtingen tussen groepsondernemingen, enz.).


3. Bij de vastlegging en de toepassing van de waarderingsregels, zal het bestuursorgaan zich laten leiden door de bepalingen van het koninklijk besluit van 30 januari 2001. De waarderingsregels moeten op voldoende duidelijke en nauwkeurige wijze worden samengevat in de toelichting van de jaarrekening. Vaak worden de waarderingsregels immers op zeer algemene wijze verwoord, zodat het niet mogelijk is de invloed van de toegepaste waarderingsmethode op de bestanddelen van de jaarrekening op een juiste wijze in te schatten.
4. Wanneer de entiteit haar waarderingsregels heeft vastgelegd, heeft zij de verplichting deze regels op een stelselmatige wijze toe te passen, tot wanneer de omstandigheden een wijziging verantwoorden. De wijziging mag slechts gebeuren aangenomen dat de regels terzake worden nageleefd, en in het bijzonder mits een beslissing van de raad van bestuur.
5. In het voorbeeld hierna wordt het probleem gesteld over de waarde die kan toegekend worden aan de immateriële vaste activa, in toepassing van, in het bijzonder, artikel 60 van het koninklijk besluit van 30 januari 2001.
VOORBEELD (58)

1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   15


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina