Commissie stelt kabelrichtlijn vast – een belangrijke stap in de richting van mededinging op het aansluitnet



Dovnload 13.13 Kb.
Datum20.08.2016
Grootte13.13 Kb.


IP/99/413

Brussel, 23 juni 1999



Commissie stelt kabelrichtlijn vast – een belangrijke stap in de richting van mededinging op het aansluitnet

De Europese Commissie heeft een richtlijn vastgesteld die telecomexploitanten ertoe verplicht hun activiteiten op kabeltelevisiegebied in een structureel gescheiden onderneming te verrichten. Dit zal de ontwikkeling van de kabeltelevisiesector in de EU ten goede komen en de mededinging en innovatie op het gebied van lokale telecommunicatie en hogesnelheidstoegang tot Internet bevorderen. Deze richtlijn was het voorwerp van uitvoerig overleg en heeft de steun van het Europees Parlement gekregen. De richtlijn is vastgesteld op grond van artikel 86 (voorheen artikel 90) van het EG-Verdrag. Het is de eerste stap naar de invoering van snelle Internet-toegang en andere breedbanddiensten via beide soorten abonnee-aansluitingen.

De richtlijn volgt op de evaluatie van de kabelsector, die de Commissie in december 1997 heeft voltooid. In deze evaluatie stelde de Commissie vast dat de situatie waarin dezelfde ondernemingen zowel telecomnetwerken als kabeltelevisienetwerken bezitten, de ontwikkeling van de telecommunicatiemarkten smoort, de innovatie ontmoedigt en verhindert dat de voordelen van de convergentie tussen de telecom-, media- en informatietechnologiemarkten ten volle worden benut. De evaluatie was erop gericht "een open, de concurrentie bevorderende marktstructuur op het gebied van telecommunicatie- en kabeltelevisienetten te bevorderen, wat van grote betekenis kan worden voor de bij convergentie betrokken bedrijfstakken. De mededinging wordt zoveel mogelijk bevorderd en de in dit opzicht belemmerende werking van “poortwachters” en knelpunten tegengegaan"1.

De evaluatie van de kabelsector en de daaruit voortvloeiende richtlijn is met name belangrijk voor de ontwikkeling van Internet-markten in Europa. De markten voor toegang tot Internet alleen al zullen naar verwachting eind 2002 zijn verdriedubbeld. De hoeveelheid elektronische transacties en handel via het Internet zal nog vele malen groter zijn en kan in de komende jaren een waarde van 200 miljard € bereiken.

De scheiding van telecommunicatie- en kabeltelevisiebedrijven zal de ontwikkeling van breedbandtoegang voor huishoudens en kleine en middelgrote ondernemingen bevorderen. Deze diensten zullen snelle Internet-toegang, thuiswinkelen, thuisbankieren en pay-per-view-televisie omvatten en kunnen worden aangeboden via zowel opgewaardeerde telecomnetwerken als tweerichtings-kabeltelevisienetwerken.

De Commissie heeft een uitgebreide raadplegingsprocedure voor de richtlijn gevolgd. Meer dan 40 organisaties hebben opmerkingen over het ontwerp ingediend en het Europees Parlement heeft zijn unanieme steun aan het ontwerp gegeven en enige wijzigingen gesuggereerd die de Commissie in het ontwerp heeft verwerkt. Het aanvankelijke verzet van een aantal gevestigde telecomorganisaties nam gedurende deze periode sterk af. Enkele van deze organisaties gaven zelfs te kennen dat zij de noodzakelijke voorbereidingen troffen om ofwel aan het vereiste van een juridische scheiding te voldoen, ofwel verder te gaan (afstoting van kabelnetwerken). In de meeste gevallen beschouwden de organisaties dit als een aanpassing aan de marktvereisten in een multimedia-omgeving, in het belang van de onderneming zelf. Veel gevestigde exploitanten voeren de opwaardering van hun netwerken reeds versneld uit middels de invoering van snelle toegangstechnologieën als xDSL.

Achtergrond

Samenvatting van de inhoud

De richtlijn richt zich op het probleem van de "kruislingse eigendom" tussen het telefonienet en de kabelnetwerken, d.w.z. de situatie waarin de gevestigde telefonie-exploitant beide netwerken bezit.

In deze gevallen bestaat er een belangenconflict tussen de wens van de organisatie om haar positie in spraaktelefoniediensten te behouden en het inherente vermogen van het kabeltelevisienetwerk dat de organisatie bezit om goedkope spraaktelefoniediensten te vervoeren in concurrentie met de diensten die via haar telecommunicatienetwerk verricht worden. Tegelijkertijd zwakt deze situatie, volgens de bevindingen van de evaluatie, de prikkel af die de organisatie ondervindt om haar bestaande telefonienetwerk met de nieuwe mogelijkheden die geboden worden door technologieën als xDSL op te waarderen tot volledige breedbandcapaciteit.

De belangrijkste bepaling van de richtlijn is daarom dat het telefonienetwerk en de kabelnetwerken niet binnen een zelfde juridische entiteit mogen worden geëxploiteerd. Deze juridische scheiding is het minimumvereiste om het belangenconflict te beperken en de weg te openen voor de ontwikkeling van beide netwerken in de richting van multimediatoepassingen, en om de noodzakelijke waarborgen voor de mededinging tot stand te brengen. Dit zal de ontwikkeling van beide netwerken bevorderen, waardoor deze breedbanddiensten zoals snelle Internet-toegang kunnen dragen.



Opmerkingen van het Europees Parlement

Het Europees Parlement stelde in zijn resolutie drie wijzigingen voor, die alle in aanmerking zijn genomen in de gewijzigde richtlijn.

Twee amendementen omvatten een beperking van de ondernemingen die aan het vereiste van de juridische scheiding van kabeltelevisie en telecommunicatie zijn onderworpen tot die, welke "dominant" zijn in de openbare telecommunicatie- en spraaktelefoniesectoren. Het derde amendement was een verzoek om invoering van een herzieningsclausule om rekening te kunnen houden met de verdere ontwikkeling van de mededingingssituatie en om de richtlijn in deze omstandigheden flexibeler te kunnen toepassen.

Naar aanleiding hiervan is in de huidige richtlijn rekening gehouden met de mogelijkheid dat er in bepaalde lidstaten mededinging op het aansluitnet zal ontstaan. De richtlijn biedt nu de noodzakelijke flexibiliteit om onder deze omstandigheden het vereiste van juridische scheiding aan een nieuw onderzoek te onderwerpen in het licht van het bereiken van de nagestreefde doelstellingen. Met name bevat de richtlijn de mogelijkheid voor nationale regelgevende instanties om de Commissie te vragen een dergelijk nieuw onderzoek uit te voeren, vooral wanneer zij hiertoe een verzoek hebben ontvangen van de relevante exploitant.



Conclusie

Gedurende de raadplegingsperiode lijkt er algemene consensus over te zijn ontstaan dat er iets gedaan moet worden aan het belangenconflict bij kruislingse eigendom van het telefonienetwerk van de gevestigde organisatie en het kabelnet. Een juridische scheiding werd als de minimale maatregel gezien om dit vraagstuk tot een oplossing te kunnen brengen. Deze algemene analyse werd onderschreven door het Europees Parlement in zijn resolutie van 9 februari.

Voorts dient de richtlijn volledig de algemene doelstellingen van de Commissie van het stimuleren van de nieuwe, opkomende markten, zoals verwoord in het Groenboek inzake convergentie en in de mededeling die de Commissie naar aanleiding hiervan heeft vastgesteld (COM(99)108 def.). De richtlijn zal een belangrijke impuls geven aan de ontwikkeling van zowel het telefonienet als de kabelnetten tot complete multimedianetwerken die een volledig assortiment diensten kunnen dragen, van spraaktelefonie tot interactieve breedbanddiensten.

BIJLAGE

De raadpleging

In de loop van de raadplegingsprocedure (die op 4 maart 1998 begon) hebben 37 organisaties schriftelijke opmerkingen ingediend. Deze schriftelijke opmerkingen werden op 21 oktober 1998 gevolgd door een hoorzitting, waarin 43 vertegenwoordigers uit de sector en van de regulerende instanties deelnamen.



Geraadpleegde organisaties

Europese instellingen

Economisch en Sociaal Comité, advies van 17 april 1998

Europees Parlement, resolutie van 9 februari 1999

Nationale regelgevende instanties

Bundesministerium für Wirtschaft (D)

Ministère de l’économie, des finances et de l’industrie (F)

Instituto das Comunicaçoes de Portugal

Ministerie van Vervoer en Communicatie (SF)

Department of Trade and Industry/OFTEL (VK)



Ondernemingen en sectororganisaties

ANGA, Verband Privater Kabelnetzbetreiber e.V.

ANOC (Association des Nouveaux Opérateurs de réseaux câbles)

Belgacom


British Telecom

Cable & Wireless

CCA (Vereniging kabelcommunicatie)

Deutsche Telekom

ECCA (Europese vereniging kabelcommunicatie)

ECCO (Europese organisatie van concurrerende carriers)

ETNO (Europese vereniging van exploitanten van openbare netwerken)

France Telecom

ITV

Lyonnaise Câble



o.tel.o

TeleDanmark

Telefónica

VPRT (Verband Privater Rundfunk und Telekommunikationen)



1Groenboek convergentie (COM(97)623 def.) van 3 december 1997.


: rapid
rapid -> Tribunal de cuentas europeo
rapid -> IP/99/668 Brussel, 9 september 1999 Commissie sluit dossier over stelsel van vaste boekenprijzen in Nederland
rapid -> Perscommuniqué nr. 31/13
rapid -> Bestrijding seksueel geweld tegen minderjarigen tijdens wk voetbal: eu start campagne
rapid -> Europese Commissie Persbericht Brussel, 25 september 2014 Europese Dag van de talen: diversiteit zit in ons dna
rapid -> Ip/01/1393 Brussel, 10 oktober 2001 Commissie verbiedt Schneider Electric verwerving controle over Legrand
rapid -> Financiële diensten: de Commissie zet een buitengerechtelijk klachtennetwerk op om de consumenten meer vertrouwen te geven
rapid -> Staatssteun: Commissie geeft groen licht voor steun aan nieuwe multifunctionele kernreactor in Nederland
rapid -> Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken
rapid -> De Europese economie heeft een stevige industriële basis nodig




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina