Communicatie = bedoelt of onbedoeld informatie op iemand anders overbrengen. Informatie



Dovnload 46.78 Kb.
Datum17.08.2016
Grootte46.78 Kb.
Massamedia

  1. Communicatie en massamedia

Wat bedoelen we met massacommunicatie en wat zijn massamedia?

communicatio ( Latijn ) = verbinding hebben met



Communicatie = bedoelt of onbedoeld informatie op iemand anders overbrengen.

Informatie bestaat uit:

  • Gedachten

  • Gevoelens

  • Gedrag



Er is bij communicatie altijd sprake van een zender en een ontvanger en de boodschap wordt altijd overgebracht via een medium = een middel om informatie te versturen.

Dit kan bestaan uit:



  • Woorden

  • Gebaren

  • Brieven

  • Symbolen

  • Lichaam

  • Radio

  • Tv


Encoderen = het omzetten van gedachten naar tekens ( letters ) of andere uitingen ( symbolen of beelden ). Bijvoorbeeld:

  • Woorden

  • Kunstwerk

  • Tatoeage

  • Kleding

  • Gebaren


Decoderen = het uitpakken van de boodschap door de ontvanger, waarbij je de betekenis probeert te begrijpen.
Feedback ( terugkoppeling )= een reactie op een boodschap van de zender.
Verschillende communicatievormen:


Directe communicatie ( face to face contact ) = je kijkt elkaar aan en je communiceert d.m.v. taal
Indirecte communicatie = je bent niet in dezelfde ruimte en gebruikt een communicatiemiddel bijvoorbeeld:

  • Telefoon

  • Computer

  • Krant

  • Televisie


Verbale communicatie = gesproken en geschreven woorden
Non verbale communicatie = bijv. muziek, schilderijen, lichaamstaal etc. Dit is bij face to face contact 65 tot 70 %
Eenzijdige communicatie = er sprake van eenrichtingsverkeer bijv. kranten, boeken, films, radio en televisieprogramma’s etc. Directe feedback is dan ook niet mogelijk.
Meerzijdige communicatie = deelnemers zijn zowel zender als ontvanger, iedereen kan op elkaar reageren. Bijv. een klassengesprek, een forum etc. etc. Deze manier van communiceren is doeltreffender maar wel trager dan eenzijdige communicatie.
Massamedia = media die zich met hun boodschap tot een grote groep mensen tegelijk rechten.

Massacommunicatie verloopt altijd via een massamedium, er is altijd sprake van eenrichtingsverkeer en het is eenzijdig en indirect. Er is geen face to face contact en er zit altijd een communicatiemiddel tussen.


Vijf belangrijkste kenmerken van massacommunicatie:

  1. De informatie is openbaar en voor de meeste mensen bereikbaar.

  2. Er is sprake van eenrichtingsverkeer.

  3. Anoniem of naamloos publiek.

  4. Er is geen persoonlijk contact tussen zender en ontvanger.

  5. Er is geen directe feedback.



  1. Het Medialandschap

Welke soorten gedrukte media zijn er?

Wat zijn de verschillen tussen landelijke en regionale dagbladen?

Wat bedoelen we met populaire kranten en kwaliteitskranten?


Boekdrukkunst bestaat vanaf 1440 maar d.m.v. de invoering van de leerplicht sinds 1900 zijn steeds meer mensen gaan lezen.
De gedrukte media bestaat uit tijdschriften en kranten.
Ieder tijdschrift en krant heeft een bepaalde doelgroep = een groep mensen met dezelfde kenmerken.
Tijdschriften komen op drie manieren aan hun inkomsten:

  1. Abonnementen

  2. Advertenties

  3. Losse verkoop

Kenmerken van een tijdschrift:



  1. Ze richtten zich op een eigen doelgroep.

  2. Ze hebben een eigen inhoud.

  3. Speciaal interessegebied.

  4. Vaak verschijnen tijdschriften maar 1x per week.

Verschillende categorieën tijdschriften:



  1. Jongerenbladen, ontstonden eind jaren ’50 bijv. Hitkrant, Yes, Bobo etc.

  2. Gezinsbladen, worden zowel door mannen als vrouwen gelezen bijv. Panorama, Margriet, Linda, Revue etc.

  3. Lifestylebladen ( glossy ), Beau Monde, Esquire etc.

  4. Roddelbladen, Prive, Story, Weekend etc.

  5. Special- interestbladen, hebben 1 bepaald onderwerp bijv. Autoweek, VT wonen, Vi etc.

  6. Vakbladen, deze bladen worden geschreven voor een bepaalde beroepsgroep.

  7. Tv-gidsen, overzicht van radio en tv-programma’s bijv. VARA gids, NCRV gids, Troskompas deze gidsen horen allemaal bij een omroep en zijn niet onafhankelijk dat is het Veronica Magazine wel.

  8. Opiniebladen, achtergronden en commentaar bij politieke, economische, culturele en maatschappelijke kwesties bijv. HP/De Tijd, Vrij Nederland, Elsevier etc.

Een krant verschijnt dagelijks behalve op zondag ( Telegraaf is een uitzondering ).


Verschillen tussen kranten:

  1. Regionale en landelijke kranten.

  2. Gratis kranten en kranten met abonnees.

  3. Populaire en kwaliteitskranten.

  4. Huis –aan-huisbladen

Nederland heeft ongeveer 60 landelijke en regionale kranten.


Landelijk dagblad = Verschijnt in heel Nederland en brengen voornamelijk binnen en buitenlands nieuws bijv. De Telegraaf, AD, Volkskrant etc.

Regionale dagbladen = Verschijnt in de regio en brengt ook lokaal nieuws naast het nieuws uit binnen en buitenland bijv. Turbantia en Dagblad de Limburger.
Kranten verdienen hun geld d.m.v.:

  1. Abonnees

  2. Advertenties

  3. Losse verkoop

Er zijn twee soorten kranten populaire- en kwaliteitskranten.


Populaire kranten = richtten zich op een breed publiek, met veel sport en amusement, eenvoudig taalgebruik, korte artikelen en veel foto’s bijv. AD en de Telegraaf.
Kwaliteitskranten = richtten zich op serieus nieuws, lange artikelen, minder foto’s, moeilijker taalgebruik bijv. NRC Handelsblad, Trouw en de Volkskrant. Deze kranten worden ook wel kaderkranten genoemd omdat deze vaak worden gelezen door mensen met een hogere opleiding uit een hogere sociale klasse.
Huis – aan – huisbladen = verschijnen eens per week en worden gratis bezorgd, meestal met regionaal nieuws en veel advertenties.
Het is belangrijk om een kritische lezer te zijn, het is belangrijk om een onderwerp van verschillende kanten te bekijken en een eigen mening te vormen, ook moet je kijken of de informatie betrouwbaar is.


  1. Functies van de media

Welke functies hebben de massamedia voor ons persoonlijk?

Welke functies hebben de massamedia voor de samenleving als geheel?


Belangrijkste functies massamedia:

  1. Informatie programma’s informeren je over het wereldnieuws o.a. het journaal denk hierbij ook informatieve programma’s zoals bijv. Mythbusters.

  2. Onderwijs denk hierbij aan onderwijsprogramma’s van bijv. Teleac of Schooltv.

  3. Meningsvorming of opiniërende functie praatprogramma’s zoals bijv. Pauw en Witteman of de Wereld Draait Door door naar deze programma’s te kijken kun je een mening vormen over een maatschappelijke kwestie.

  4. Amusement tv kijken of radio luisteren ter ontspanning bijv. RTL Boulevard, soaps, quizzen etc.

  5. Reclame d.m.v. advertenties of banners.

2 soorten reclame:

Commerciële reclame: reclame om winst te maken en zoveel mogelijk te verkopen

Ideële reclame: bijv. SIRE spotjes met als doel om maatschappelijke problemen onder de aandacht te brengen.
De bovenstaande functies lopen soms ook wel door elkaar heen. Zo noemen we een combinatie van amusement en informatie infotainment.
Functies massamedia voor de samenleving:


  1. Democratische besluitvorming

Massamedia is belangrijk voor politici:

1 ) bron van informatie en plaatsen problemen op de politieke agenda.

2 ) informeren van de bevolking + het publiceren van overheidsrapporten.


Massamedia kan ook omgekeerd werken:

Het volgen en controleren van de politici noemen we ook wel de controle- of waakhondfunctie.


Pluriformiteit ( veel zenders die ons nieuws brengen ) is belangrijk omdat politieke kwesties dan van veel verschillende kanten kunnen worden bekeken.


  1. Cultuuroverdracht



Cultuur = alle aangeleerde kenmerken die de leden van een groep of samenleving

Gemeenschappelijk hebben.


Denk bijv. aan de intocht van Sinterklaas etc. dit noemen we ook wel de socialiserende

functie van de media.


  1. Vrijetijdsbesteding tv kijken t.b.v. ontspanning denk hierbij aan amusementsprogramma’s.

  1. Nieuws

Hoe wordt het nieuws geselecteerd?

Wanneer is nieuws objectief?
Journalisten komen op de volgende drie manieren aan hun nieuws:


  1. Krijgen nieuws van personen of instellingen.

  2. Journalisten doen zelf onderzoek.

  3. Kopen nieuws via persbureaus bijv. het ANP of Reuters.

Van al het nieuws dat wordt verzameld moet men een keuze maken wat wel en wat niet te publiceren dat is maar 1% van al het verzamelde nieuws.

Waar wordt deze keuze op gebaseerd:


  1. De actualiteit, het moet kort geleden zijn het liefst vandaag.

  2. Is het bijzonder, is het vreemd of onverwacht dit maakt mensen nieuwsgierig.

  3. Is het dicht bij huis.

  4. De doelgroep.

  5. De identiteit van de krant of zender.


Selectieve perceptie ( = waarneming ) = dat iemand bewust of onbewust keuzes maakt bij de dingen die men waarneemt, deze perceptie wordt bepaald door iemands referentiekader gebaseerd op iemands persoonlijke mening en ervaringen.

Hierdoor zijn er dus altijd meerdere beelden van de werkelijkheid, en je altijd afvragen of het bericht betrouwbaar en objectief = een beschrijving die klopt met de werkelijkheid en niet gekleurd is door een mening.


Waar houdt een objectieve journalist rekening mee?

  1. Maakt onderscheidt tussen feiten en meningen.

  2. Kiest passende woorden en beelden

  3. Past hoor en wederhoor toe

  4. Maakt gebruik van meerdere bronnen, gebruik maken van maar 1 bron is vaak onbetrouwbaar en subjectief.



  1. De overheid en de gedrukte media

Welke invloed heeft de overheid op de gedrukte media en internet?


De overheid houdt rekening met twee uitgangspunten:

  1. Vrijheid van meningsuiting

  2. Bescherming van een pluriform aanbod


Vrijheid van meningsuiting
Nederland heeft persvrijheid = kranten en tijdschriften mogen bijna alles schrijven wat ze willen.

Ook staat er in de Nederlandse grondwet dat er in ons land vrijheid van meningsuiting is.

Dat houdt in dat er in Nederland geen sprake is van censuur = artikelen van journalisten worden voor of na plaatsing gecontroleerd.
Voorbeelden van landen met weinig persvrijheid: Cuba, China en Birma.
Vier dingen die niet vallen onder vrijheid van meningsuiting:


  1. Discriminatie

  2. Onzedelijke informatie

  3. Onwaarheden verspreiden ( opzettelijk leugens vertellen )

  4. Geen opruiende uitspraken doen

De overheid vindt pluriformiteit erg belangrijk daardoor geven ze subsidie aan kranten zodat ze kunnen blijven voortbestaan deze subsidie noemen we het bedrijfsfonds voor de pers.


De laatste jaren is er in Nederland sprake van persconcentratie = een uitgevrij geeft meerdere kranten en tijdschriften uit.
De drie grootste kranten uitgeverijen zijn:

  1. De Telegraaf: Telegraaf, Spits en een aantal regionale kranten.

  2. Wegener: een groot aantal regionale dagbladen.

  3. PCM: NRC, NRC Next, AD, de Volkskrant en Trouw.

De grootste uitgever m.b.t. tijdschriften is Sanoma hier onder vallen 80 tijdschriften en 125 websites.


Gevolgen van persconcentratie:

  1. Doordat de kosten steeds verder oplopen komen er steeds minder verschillende uitgeverijen hierdoor komt de pluriformiteit in gevaar.

  2. Verschillende kranten en tijdschriften gaan steeds meet op elkaar lijken.




  1. Kijkcijfers en overheidsregels

Welke soorten televisie- en radiozenders zijn er?

Wat zijn de verschillen tussen publieke omroepen en commerciële zenders?

Waarom is internet zo populair?


We kunnen een onderscheid maken tussen oude- ( radio en televisie ) en nieuwe media ( internet, iPod, mobiele telefoon etc. ).
Vier soorten radio- en televisiezenders:

  1. Publieke omroepen

  2. Commerciële zenders

  3. Regionale en lokale zenders en omroepen

  4. Internationale zenders en omroepen


Publieke omroepen werden rond 1920 opgericht toen bestonden er alleen radiozenders ( geen tv! ).

Iedere bevolkingsgroep ook wel zuil genoemd kreeg evenveel zendtijd van de overheid.



  • KRO katholiek

  • VARA socialistisch

  • NCRV christelijk ( protestant )

Eerste tv in Nederland was in 1951 en toen werd ook de NOS opgericht. Hier maken de omroepen gezamenlijke afspraken en werkten soms samen bij het maken van programma’s.


Publieke omroepen komen aan hun inkomsten door:

  1. Reclame opbrengsten van de STER ( Stichting Ether Reclame )

  2. Leden ( abonnees )

  3. De overheid ( 800 miljoen per jaar )


Commerciële zenders hebben als doel om zoveel mogelijk winst te maken, deze zenders ontstonden in Nederland vanaf 1989 RTL 4 was de eerste. Ook kwamen er commerciële radiostations bijv. Radio 538 en Sky Radio.
Vier verschillen tussen de publieke en de commerciële zenders:

  1. Publieke omroepen zitten op Nederland 1 t/m 3 en de radio zenders 1 t/m 5, commerciële zenders hebben eigen zenders met hun eigen naam.

  2. Commerciële zenders mogen hun eigen programmering bepalen en willen vooral hoge kijkcijfers, publieke omroepen moeten ook culturele en informatieve programma’s uitzenden.

  3. Commerciële zenders krijgen geen geld van de overheid en krijgen voornamelijk hun inkomsten uit reclame gelden.

  4. Commerciële zenders richtten zich vaak op een bepaalde doelgroep bijv. TMF jongeren, Net 5 vrouwen etc.


Regionale zenders en omroepen = ongeveer 300 in Nederland krijgen hun inkomsten uit reclames en subsidies van gemeente of provincie, ze brengen voornamelijk plaatselijk nieuws.
Internationale zenders en omroepen = zenders richtten zich met hun programma’s op meerdere landen zoals CNN en National Geographic.

De publieke omroep heeft ook een Wereldomroep deze zend wereldwijd uit via radio, televisie en internet.


Internet werd in 1969 voor het eerst gebruikt en komt voort uit de Koude Oorlog, pas sinds de jaren ’90 was het toegankelijk voor een breed publiek momenteel gebruikt 80% van de Nederlanders internet.
4 Mediafuncties internet, iedereen kan zender of ontvanger zijn:

  1. Informatie

  2. Meningsvorming

  3. Amusement

  4. Onderwijs

Internet is een Interactief medium, interactie = wisselwerking.

Belangrijkste dingen die men doet via internet:


  1. Informatie zoeken ( snelle bron van informatie )

  2. Communiceren

  3. Geld verdienen

Het is belangrijk om kritisch te blijven m.b.t. radio, televisie en internet.

Welke invloed heeft de overheid op de publieke omroepen en op de commerciële zenders?

Op welke manieren proberen publieke omroepen hoge kijkcijfers halen?


De mediawet geldt voor de publieke omroepen en radio zenders 1 t/m 5 en de tv kanalen Nederland 1,2 en 3 met als doel dat mensen elkaar begrijpen en verdraagzaam zijn.

Twee doelen van de publieke omroep:



  1. Betrouwbare informatie verstekken

  2. Een pluriform aanbod hebben

De belangrijkste voorwaarden en regels:



  1. De publieke omroep moet een vereniging of stichting zijn en mogen winst maken niet als doel hebben.

  2. Een eigen identiteit.

  3. Een omroep moet 50.000 betalende leden hebben om vijf jaar te mogen uitzenden. Een volledige uitzendvergunning of concessie krijgt men bij 300.000 leden.

  4. Ze moeten een vast programma uitzenden:

  • 25% amusement

  • 25% informatie

  • 25% cultuur

  • 20% mogen omroepen zelf invullen

  • 5% educatie

  1. Er mag maar 6.5% worden besteed aan reclame zendtijd de inkomsten hiervan worden over de verschillende omroepen verdeeld. De reclame boodschappen mogen alleen tussen twee programma’s worden uitgezonden.

  2. Sluikreclame is verboden.

  3. Ook wordt er zendtijd gegeven aan geestelijke en kerkelijke partijen + politieke partijen.


NOS staat voor Nederlandse omroep stichting:

  1. Moet de programma’s verdelen over Nederland 1,2 en3.

  2. Is verantwoordelijk voor het journaal, sportevenementen en dodenherdenking.


NPS zendt uit op Nederland 3 en maakt achtergrond programma’s o.a. over politiek, cultuur en programma’s voor de jeugd.
Taken commissariaat voor de Media:

  1. Controleren of publieke omroepen zich houden aan de mediawet.

  2. Kijken of de commerciële en de publieke omroepen zich houden aan de reclameregels.

Drie manieren hoe publieke omroepen proberen te concurreren met de commerciële zenders:



  1. Zenderkleuring ook wel netprofilering genoemd iedere omroep richt zich op een speciale doelgroep.

  2. Horizontale programmering alle programma’s worden op vaste tijdstippen uitgezonden.

  3. Primetime uitzendingen populaire programma’s worden op tijdstippen uitgezonden als veel mensen kunnen kijken.

Commerciële zenders krijgen geen geld van de overheid en moeten zelf via reclamespotjes winst zien te maken hierdoor zijn ze erg marktgericht. Hoe populairder het programma hoe meer de adverteerders betalen.

Ook zenden de commerciële zenders vooral veel emotie tv uit.

Waar commerciële zenders rekening mee moeten houden is dat ze maar 15 % van de zendtijd mogen besteden aan reclame.


De laatste jaren is er wel verschraling van het tv aanbod ontstaan er zijn steeds minder verschillende soorten programma’s, er komt steeds meer alleen amusement tv.


  1. De macht van de media

Welke invloed hebben de media op de beeldvorming?



Welke beïnvloedingstheorieën zijn er?
Er wordt bij tv programma’s veel gebruik gemaakt van vooroordelen en stereotyperingen, vaak wordt dit gedaan om het beeld van de ingewikkelde samenleving te versimpelen, hierdoor ontstaat wel een erg eenzijdig beeld.
Wetenschappers hebben vier theorieën ontwikkeld over in hoeverre we worden beïnvloed door de massamedia:

  1. De injectienaald theorie = mensen nemen de boodschap heel gemakkelijk over, manipulatie ( het geven van vervormde informatie )en indoctrinatie ( het systematisch opdringen van bepaalde opvattingen en meningen aan het publiek )spelen hierbij een belangrijke rol. Men denkt dat dit vooral voor jongeren geldt.

  2. De multi-step-flowtheorie de opinieleiders hebben veel invloed. Past bij mensen die zich makkelijk laten beïnvloeden.

  3. Selectieve perceptie het referentiekader ( = een filter ) van de persoon maakt een keuze uit de informatie die hij of zij tot zich neemt. Past bij mensen met sterke normen en waarden.

  4. De agendatheorie media hebben weinig invloed op het denken en doen van mensen, maar bepalen wel de gespreksonderwerpen.


Als je een kritische kijker of lezer bent krijg je een beter beeld van de werkelijkheid en kun je beter een eigen mening vormen. Dit kun je doen door meerdere kranten te lezen en naar verschillende omroepen te kijken daarnaast is het ook goed als je het doel van het massamedium weet en de kleur van het desbetreffende krant of tijdschrift.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina