Communicatieplan Plattelandsontwikkelingsprogramma 2007-2013



Dovnload 0.58 Mb.
Pagina1/8
Datum21.08.2016
Grootte0.58 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8







Communicatieplan

Plattelandsontwikkelingsprogramma 2007-2013




Regiebureau POP

Inhoudsopgave
Inleiding
Hoofdstuk 1 Achtergrond

Pag 4 Van strategie naar maatregelen en acties

Beleid

Prioriteiten (assen) POP



POP, Ondernemersprogramma en ILG

Pag 5 Fasering

Pag 6 Betrokken partijen en verantwoordelijkheden

Pag 7 POP, Leader en provincies

Afbakening
Hoofdstuk 2 Communicatiedoelgroepen

Pag 8 Primaire doelgroep:



  1. POP- coördinatoren, vertegenwoordigers LNV-betaalorgaan

  2. Maatschappelijk veld, (semi) overheden, belangengroepen

Pag 9 c. Betrokken bestuurders en politici van Rijk en provincies

  1. Potentiële eindbegunstigden

Secundaire doelgroep: burger
Hoofdstuk 3 Communicatiedoelstellingen

Pag 10 Primaire doelstelling gericht op de direct betrokkenen

Secundaire doelstelling gericht op burger
Hoofdstuk 4 Strategie

Pag 11 Uitgangs- en aandachtspunten

Communicatieboodschap

Pag 12 Aanpak in de:


- voorbereidingsfase (2005 -2006)

- uitvoeringsfase (2007 -2013)


Pag 13 - evaluatiefase (2013 -2015)
Hoofdstuk 5 Media en middeleninzet

Pag 14 Voorbereidingsfase

Uitvoeringsfase


Evaluatiefase
Hoofdstuk 6 Evaluatie

Pag 16 Evaluatie


Hoofdstuk 7 Financiering

Pag 17 Financiering




Bijlagen


  1. Uitwerking loketfunctie

  2. Uitwerking media en middeleninzet

  3. Brusselse voorschriften

  4. Uitwerking Uitvoeringsverordening

  5. Checklist loketten

  6. Lijst doelgroepen


Inleiding

Dit plan betreft de communicatie over het tweede Plattelandsontwikkelingsprogramma, ook wel POP-2 genoemd. POP-2 beslaat de periode 2007-2013 en is het vervolg op de eerste POP-periode tussen 2000-2006. Voor POP-2 is het door de EU -in tegenstelling tot de eerste POP periode- verplicht gesteld om de communicatieactiviteiten te vatten in een plan, opdat een en ander gestructureerd verloopt en aan het eind de resultaten geëvalueerd kunnen worden.


Dit plan gaat niet over de formele processen, methoden en middelen die voor de voortgang van het programma nodig zijn. Deze zijn beschreven in de administratieve organisatieplannen (AO’s) van de betrokken partijen. Dit plan behelst wel de processen, methoden en media die nodig zijn om op andere wijze invloed uit te oefenen op het bereiken van en informeren over een optimaal resultaat voor alle partijen.
Het communicatieplan maakt onderdeel uit van het Programmadocument POP-2 en is opgezet als een zelfstandig te lezen document.


Opbouw van dit plan

Dit communicatieplan begint met een korte achtergrondschets in hoofdstuk 1, gevolgd door een beschrijving van de primaire en secundaire communicatiedoelgroepen. In hoofdstuk 3 benoemen we voor deze doelgroepen de communicatiedoelstellingen op kennis-, houding- en gedragsniveau. Hoofdstuk 4 beschrijft de communicatiestrategie, die in hoofdstuk 5 wordt vertaald naar media en middelen. Het plan wordt afgesloten met de evaluatie in hoofdstuk 6 en tot slot de financiering in het laatste hoofdstuk. In de bijlagen zijn de uitwerkingen en toelichtingen te vinden.


1 Achtergrond
Het Plattelandsontwikkelingsprogramma, kortweg POP, is een Europees subsidieprogramma dat is gericht op versterking van de economische structuur van het Nederlandse platteland, het creëren van meer natuurwaarde en de verbetering van de leefbaarheid.
Het POP-2 programma betreft de periode 2007-2013 en is het vervolg op de eerste POP-periode tussen 2000-2006, waarbij voor meer dan een miljard euro in het landelijk gebied is geïnvesteerd. Hiervan kwam ongeveer 435 miljoen euro uit het plattelandsfonds van de EU. Tijdens POP-2 komt bijna 490 miljoen euro uit Brussel beschikbaar voor het Nederlandse platteland.
Van strategie naar maatregelen en acties
In de Nationale Plattelandsstrategie (NPS) geven de lidstaten van de EU een beschrijving van de kenmerken van en ontwikkelingen op het platteland binnen hun landsgrenzen en van de beleidsopgaven die daaruit voortvloeien. De NPS is de strategie die bij het Programmadocument POP-2 hoort. Ook komt in de Nationale Plattelandsstrategie tot uitdrukking hoe invulling zal worden gegeven aan de Europese prioriteiten. In het Programmadocument POP-2 zelf worden deze keuzen vertaald naar concrete maatregelen en acties.
Beleid
Het Nederlandse plattelandsbeleid is zowel op rijksniveau als op provinciaal niveau in verschillende documenten beschreven en vastgelegd; rijksbeleid onder andere in de ‘ Agenda voor een Vitaal Platteland’, de ‘Nota Ruimte’ (beide uit 2004) en de nota ‘Kiezen voor Landbouw’ (2005). In de Nationale Plattelandsstrategie en het Programmadocument POP-2 worden de onderdelen van het plattelandsbeleid opgenomen waarmee Nederland uitvoering geeft aan de doelen en prioriteiten van het EU-plattelandsbeleid en waarvoor EU-cofinanciering zal worden aangevraagd.

Prioriteiten (assen) POP
Het Europese plattelandsontwikkelingsbeleid zal zich in de toekomst met name richten op de agro-voedingssector, het milieu en de plattelandseconomie en -bevolking in ruimere zin. Zowel de strategie als het programma voor plattelandsontwikkeling wordt daarom opgebouwd rond drie assen of kerndoelen:


  • As 1: Versterking van de concurrentiekracht van land- en bosbouw door ondersteuning van herstructurering, ontwikkeling en innovatie;

  • As 2: Verbetering van het milieu en het platteland door ondersteuning van landbeheer;

  • As 3: verbetering leefbaarheid op het platteland en diversificatie van economische dragers.

De vierde as, gebaseerd op de LEADER-ervaringen, zal in combinatie met de doelen uit de drie inhoudelijke assen mogelijkheden bieden voor innovatieve vormen van beleidsvorming en –uitvoering, gebaseerd op een bottom-up benadering van plattelandsontwikkeling.


POP, Ondernemersprogramma en ILG
De uitvoering van het Nederlandse POP loopt langs twee sporen: een sectoraal- en een gebiedsgericht spoor. Voor de uitvoering betekent dit dat de sectorale, ondernemersgerichte maatregelen van het POP meelopen met het Ondernemersprogramma van LNV en de gebiedsgerichte maatregelen met de provinciale regelingen van het Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG).


Ondernemersprogramma

Het Ondernemersprogramma is een samenhangend LNV-programma van subsidieregelingen gericht op ondernemers binnen de agrarische sector. Relevant voor POP is dat met name de ondernemersgerichte maatregelen uit As 1 onderdeel zijn van het Ondernemersprogramma (uitgezonderd maatregel 125 voor structuurverbetering van de landbouw die via het ILG loopt). Het LNV-loket staat centraal voor aanvragen van de ondernemersgerichte POP-maatregelen en de overige regelingen van het Ondernemersprogramma.


ILG en PMJP’s

De gebiedsgerichte maatregelen van het POP worden uitgevoerd met de provinciale regelingen binnen het Investeringsbudget Landelijk gebied (ILG). ILG is geen subsidieprogramma op zichzelf maar een sturingsfilosofie, waarin rijksbudgetten- bedoeld voor de inrichting en het beheer van het landelijk gebieden- worden gebundeld.

Op grond van prestatieafspraken worden deze budgetten ter beschikking gesteld aan de provincies. De provincie krijgt de verantwoordelijkheid om de middelen uit het ILG effectief te besteden. Hiervoor maakt elke provincie samen met haar partners in het landelijk gebied een provinciaal meerjarenprogramma (PMJP). Het provinciaal meerjarenprogramma is enerzijds een afspraak met het Rijk over de doelen en prestaties die in het landelijk gebied gehaald moeten worden in de periode 2007 tot en met 2013. Anderzijds vormt het een basis voor provincie, overheden en andere partners in het landelijk gebied om projecten op te zetten en te realiseren.
De POP maatregelen van de assen 2, 3 en 4 en de maatregel voor structuurverbetering van de landbouw (maatregel 125) van as 1 worden door de provincies in het ILG-spoor uitgevoerd.

Fasering
POP-2 kent verschillende fasen, namelijk:

1. Voorbereidingsfase, 2005 en 2006


Voordat het POP officieel van start kan gaan op 1 januari 2007, moet iedere lidstaat een aantal zaken ‘op orde’ hebben. Behalve de opzet van een solide programmaorganisatie valt hieronder ook de realisatie van de Nationale Plattelandsstrategie (NPS) en het Programmadocument POP-2.

De nadruk ligt in deze fase op informatieoverdracht, draagvlakvorming en afstemming. De belangrijkste activiteiten in deze periode zijn overleg en afstemming met betrokken partijen en informatie- en communicatieactiviteiten zoals consultatiebijeenkomsten en informatieoverdracht via de website en nieuwsbrieven. Het informeren van de POP-coördinatoren en de vertegenwoordigers van het LNV-betaalorgaan en -via hen- het informeren van de potentiële eindbegunstigden over de mogelijkheden van het programma staat aan het einde van deze fase centraal.




2. Uitvoeringsfase, 2007 t/m 2013


Gedurende de looptijd van het POP is het van belang dat de betrokken partijen op de hoogte blijven van de ontwikkelingen en mogelijkheden binnen het POP. Regelmatige afstemming over de voortgang met uitvoerende en intermediaire partijen staat in deze periode centraal. Daarnaast wordt veel aandacht besteed aan het informeren van potentiële eindbegunstigden over de mogelijkheden die het programma biedt. Ook worden de (tussentijdse) resultaten van het POP -binnen de Europese context- aan het brede publiek bekend gemaakt, waarmee POP tevens als vliegwiel of inspiratiebron voor nieuwe ideeën fungeert.
3. Verantwoordingsfase 2013-2015 (i.v.m. N+2)

Het programma loopt tot 1 januari 2013. In de periode die daarop volgt (2 jaar), staan de afronding en evaluatie van het programma centraal. De sluiting van de lopende projecten en de Ex post evaluatie maken hier deel van uit. Ook zal aandacht worden besteed aan de behaalde resultaten middels de uitgave van een brochure.



Betrokken partijen en verantwoordelijkheden
Het Nederlandse programma POP-2 valt onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van LNV dat is aangesteld als beheersautoriteit voor het POP. De beheersautoriteit is ervoor verantwoordelijk dat het programma op een doelmatige, doeltreffende en correcte wijze wordt

beheerd en uitgevoerd.


Regiebureau POP en Programmateam POP-2

Het Regiebureau POP is het coördinerend orgaan voor de dagelijkse uitvoering van het programma in Nederland. Bij het bureau werken zowel mensen vanuit het ministerie van LNV als vanuit de provincies. Het hoofd van het Regiebureau fungeert als Programma-manager POP-2 en zit tevens het Programmateam POP-2 voor. Dit team voert (vooralsnog) in de voorbereidingsfase tweewekelijks overleg waarin POP-2 inhoudelijk en uitvoeringstechnisch wordt voorbereid. Ook worden diverse communicatieactiviteiten vanuit dit team georganiseerd. Aan dit overleg nemen partners zoals LNV (diverse beleidsdirecties), LNV-betaalorgaan, Ministeries van VROM en VenW, IPO, provincies (vertegenwoordigd door vier landsdeelcoördinatoren) en het Regiebureau zelf deel.


Het Regiebureau staat centraal bij de uitvoering van de communicatieactiviteiten. Een groot aantal van de acties zal door het Regiebureau worden opgepakt; dit zijn met name de landelijk georganiseerde bijeenkomsten en de algemene informatieverstrekking over het programma. Daarnaast faciliteert het Regiebureau de POP-coördinatoren van de provincies en de vertegenwoordigers van het LNV-betaalorgaan bij de decentrale communicatieactiviteiten.
Comité van Toezicht

Het Comité van Toezicht -voorgezeten door de Minister van LNV- stuurt het POP formeel op hoofdlijnen aan. Bestuurlijke vertegenwoordigers van Rijk, EU en provincies komen in het Comité twee maal per jaar bij elkaar. Het Comité neemt besluiten over belangrijke inhoudelijke en budgettaire koerswijzigingen. In lijn met artikel 77 van Verordening (EG) No. 1698/2005 zal het Comité tijdens de POP-2-periode op de hoogte worden gebracht van de voortgang en de resultaten van de communicatieactiviteiten.



Ministerie van LNV

Diverse beleidsdirecties van LNV zijn nauw betrokken bij de totstandkoming van het POP. In de voorbereidingsfase zijn het vooral de beleidsdirecties Internationale Zaken, Landbouw, Natuur en Platteland die het programma inhoudelijk gestalte geven. Ook zijn zij als lid van het Programmateam POP-2 betrokken bij de organisatie van diverse communicatieactiviteiten. De coördinerende beleidsdirectie voor het POP is Directie Landbouw.

Directie Voorlichting van LNV is nauw betrokken bij de totstandkoming van het communicatieplan en zal gedurende de uitvoering met name een rol spelen in de inhoudelijke en persactiviteiten. Het betaalorgaan van LNV Dienst Landelijk Gebied (DLG) en ‘delegated body’ Dienst Regelingen (DR) spelen beide een belangrijke rol in de informatieverstrekking op uitvoeringsniveau. De informatie over ondernemersgerichte maatregelen die via het LNV-loket lopen, wordt via DR gecoördineerd.

Het Regiebureau POP faciliteert het betaalorgaan bij de maatregelgerichte voorlichtingsactiviteiten.
Andere inhoudelijk en financieel betrokken departementen zijn VROM en VenW; een aantal POP maatregelen sluit aan bij de beleidsdoelen van deze ministeries en daarom zijn ook zij betrokken bij het Programmadocument POP-2.

Provincies

Net als het ministerie van LNV zijn de provincies een belangrijke partner bij de totstandkoming van het Programmadocument POP-2. In de vorm van landsdeelvertegenwoordigers zijn alle provincies vertegenwoordigd in het Programmateam POP-2. Ook het Interprovinciaal Overleg (IPO) – het centrale samenwerkingsverband van provincies- is in het Programmateam vertegenwoordigd.

Net als in de huidige periode zullen tijdens POP-2 in de verschillende provincies loketten worden ingericht die informatie verstrekken over POP en andere gebiedsgerichte subsidieprogramma’s (front-office). Provincies geven algemene voorlichting en verstrekken gerichte informatie aan potentiële begunstigden over o.a. de mogelijkheden, randvoorwaarden en uitvoering van het POP.

Vrijwel alle provincies hebben een eigen communicatietraject voor het PMJP of zijn voornemens dit op de starten. Omdat de gebiedsgerichte maatregelen van het POP deel uitmaken van het ILG en daarmee het PMJP ligt het voor de hand de communicatie en voorlichtingsactiviteiten te integreren. Voorschrift van de Europese Commissie is dat POP en de POP-doelen wel als zodanig herkenbaar zijn (zie ook bijlage 1 uitwerking loketfunctie)
Het Regiebureau POP faciliteert de provincies bij de decentrale voorlichtingsactiviteiten. De POP- coördinatoren zijn hiervoor het eerste aanspreekpunt. Zij zijn immers de schakel tussen het programma en de uitvoering en hebben – hetzij via de gebiedsloketten, hetzij zelf- direct contact met de potentiële eindbegunstigden
POP, Leader en provincies
Zoals eerder gezegd maakt Leader in de POP periode 2007-2013 integraal onderdeel uit van het plattelandsontwikkelingsprogramma. Van de vier POP-assen is er één speciaal gericht op Leader (As 4), maar Leaderinitiatieven kunnen even goed ook gericht zijn op de andere inhoudelijke assen. De communicatieactiviteiten met betrekking op Leader lopen mee met de reguliere communicatie die de provincies voor gebiedsgerichte maatregelen organiseren. De Plaatselijke Groep (PG) kan desgewenst ook ingezet worden voor specifieke Leadercommunicatie. Het is aan de provincies en de PG’s om hier nadere afspraken over te maken.

Wat betreft de uitvoering van Leader is vastgesteld dat de Plaatselijke Groep de projecten inhoudelijk beoordeelt en toetst aan de ontwikkelingsstrategie en het PMJP. Voor de projecten binnen de Leader-as geldt dat de provincies beschikken na een zwaarwegend advies van de plaatselijke groep, of dat de plaatselijke groep zelf beschikt als deze zich in een rechtspersoon heeft verenigd.


Afbakening
Publiciteit en voorlichting over Europese programma’s is, zoals veel andere zaken, gebonden aan Europese regelgeving. Voor de POP-periode 2007-2013 zijn de bepalingen voor voorlichting en publiciteit vastgelegd in artikel 76 van Europese Plattelandsverordening (EG) nr. 1698/2005 en verder uitgewerkt in de bijbehorende uitvoeringsverordening (zie bijlage 3)

2 Communicatiedoelgroepen
In de doelgroepen maken we onderscheid tussen de direct betrokkenen en de burgers (brede publiek). Bij ‘kennisniveau’ is beschreven of ze vanuit de POP-periode 2000-2006 al bekend zijn met het plattelandsontwikkelingsprogramma. Bij ‘taak/rol’ is kort beschreven wat we van deze partijen in bepaalde fases kunnen verwachten.
In bijlage 6 is de complete lijst met betrokken partijen opgenomen.
Primaire doelgroep (direct betrokkenen)
a) POP-coördinatoren, vertegenwoordigers LNV-betaalorgaan
POP- coördinatoren van de provincies, vertegenwoordigers van het LNV betaalorgaan
Kennisniveau: Goed bekend met POP

Taak/rol: Voor het Regiebureau zijn de POP-coördinatoren en de vertegenwoordigers van het LNV-betaalorgaan de belangrijkste contactpersonen voor communicatieactiviteiten op maatregelniveau. Zij zullen middels de verschillende provinciale loketten en het LNV-loket de potentiële eindbegunstigden gericht informeren over de mogelijkheden en randvoorwaarden. Ook is een aantal activiteiten uit het plan specifiek gericht op deze doelgroep zelf.


b) Maatschappelijk veld, (semi) overheden, belangengroepen
1) Maatschappelijke organisaties, intermediairen naar potentiële begunstigden, sectorale beroepsorganisaties, economische en sociale partners
Kennisniveau: Redelijk bekend met POP

Taak/rol: Vanuit hun brede ervaring in het maatschappelijk veld zijn deze partijen een belangrijke schakel richting potentiële eindbegunstigden. Ze hebben vaak nauw contact met de uitvoerende partijen (agrariërs) of kunnen zelf uitvoerende partij zijn. In de voorbereidingsfase van het programma zijn deze partijen nauw betrokken bij de consultatie en draagvlakvorming. Tijdens de uitvoering zijn ze op de hoogte van de mogelijkheden binnen het POP en de recente ontwikkelingen. Ze kunnen deze informatie overdragen en/ of zelf benutten. Tevens zullen zij betrokken zijn bij de evaluatie van het POP.



2) Plattelandsnetwerk (Nationaal Netwerk voor het platteland)
Kennisniveau: Redelijk bekend met POP

(Het Nationaal Netwerk voor het platteland was voorheen het Leadernetwerk, zodoende dat een aantal partijen redelijk bekend is met POP)

Taak/rol: Het Nationale Netwerk dient volgens de EU-kaders voor het POP tot “het uitwisselen van ervaringen, het ondersteunen van de uitvoering en evaluatie van het plattelandsontwikkelingsbeleid, en het coördineren van de informatiestroom tussen het lokale, nationale en Europese niveau”. Het netwerk heeft een belangrijke rol in de uitvoering van de assen 1, 2, 3 en 4 (dus het gehele POP-2 en niet alleen voor de Leader-as van het programma). In het netwerk zitten lokale partners die direct of indirect betrokken zijn bij de uitvoering van (bottom-up) projecten binnen de 4 assen. Veel van deze lokale partners zijn ook landelijk/ provinciaal georganiseerd en worden dus ook via de eerdergenoemde doelgroep (b)1)) betrokken bij POP-2.


3) Gemeenten (via VNG) en Waterschappen
Kennisniveau: Redelijk bekend met POP

Taak/rol: Samen met het Rijk en de provincies zijn zij belangrijke inhoudelijke en financiële partners binnen het ILG. Omdat de gebiedsgerichte maatregelen van het POP meelopen met het ILG betrekken we VNG en waterschappen in alle fases van het POP; met name in de consultatie en draagvlakvorming in de voorbereidingsperiode.


c) Betrokken bestuurders en politici van Rijk en provincies
Kennisniveau: Goed bekend met POP

Taak/rol: Bestuurders en politici dragen bestuurlijke en politieke verantwoordelijkheid voor het POP-2-programma. Hoewel LNV beheersautoriteit is voor POP Nederland en in die zin eindverantwoordelijk is, zal een aantal beslissingen op provinciaal niveau genomen worden (keuze gebiedsgerichte maatregelen, budget). Vanuit hun bestuurlijke, politieke rol zullen zij (langs reguliere weg) bij alle fases betrokken worden.


d) Potentiële eindbegunstigden
Potentiële eindbegunstigden
Kennisniveau: Niet of nauwelijks bekend met POP

(uitgezonderd oud-begunstigden)

Taak/rol: De potentiële eindbegunstigden kunnen informatie over POP en andere maatregelen inwinnen bij de diverse provinciale loketten en het LNV-loket. Zij worden begeleid bij hun POP subsidieaanvraag door de medewerkers van de loketten. De eindbegunstigden zijn op de hoogte van de randvoorwaarden en de eisen die het programma stelt en handelen conform.
Secundaire doelgroep: burgers
Burgers
Kennisniveau: Niet of nauwelijks bekend met POP

Taak/rol: De burger ziet of kan gebruik maken van de gerealiseerde POP-projecten in zijn directe leefomgeving. De burger ervaart in die zin dat de EU betekenis heeft voor het Nederlandse platteland. Het zijn vooral de burgers die geïnteresseerd zijn in het platteland die met onze communicatieactiviteiten bereikt worden.


3 Communicatiedoelstellingen
De rol van de EU voor plattelandsontwikkeling breed onder de aandacht brengen en het informeren over het programma zijn -samengevat- de belangrijkste doelstellingen uit de Europese plattelandsverordening (EG) nr. 1698/2005.

In dit communicatieplan zijn deze doelstellingen per doelgroep vertaald. De doelstellingen zijn in meetbare termen geformuleerd, wat houvast biedt voor de evaluaties (midterm en ex-post) van het POP-programma. In het Evaluatiehoofdstuk (hfst.6) worden onderstaande doelstellingen gekoppeld aan de diverse communicatieactiviteiten.



Primaire doelstelling gericht op primaire doelgroep (direct betrokkenen)

De communicatie naar de direct betrokkenen heeft vooral als doelstelling hen te informeren (kennis), maar natuurlijk ook betrokkenheid en bewustzijn te creëren (houding) en hen aan te zetten tot het vervullen van de rol die we van hen verwachten (gedrag). Omdat de primaire doelgroep uit 4 subdoelgroepen bestaat is het % een gemiddelde van deze subdoelgroepen.


1) Kennis: op de hoogte zijn
In 2010 weet gemiddeld 75 % van de primaire doelgroep dat POP een Europees programma is met 4 prioriteiten (assen) en dat het POP bijdraagt aan plattelandsontwikkeling.
2) Houding: bewustzijn en betrokkenheid
In 2010 vindt gemiddels 70 % van de primaire doelgroep het belangrijk betrokken te zijn / op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen en mogelijkheden van het POP.
3) Gedrag: (anderen) informeren
In 2010 is gemiddeld 60 % van de primaire doelgroep in staat aan anderen uit te leggen waar POP voor staat en welke soort projecten ingediend kunnen worden.

Secundaire doelstelling gericht op de burger
De communicatie naar de burger – ofwel het brede publiek- heeft als doelstelling niet zozeer actie (gedrag), maar meer algemeen informeren (kennis) en bewustzijn (houding).
1) Kennis: op de hoogte zijn
Burgers, geïnteresseerd in plattelandsontwikkeling, weten aan het eind van de uitvoeringsperiode dat de EU, Rijk en provincies bijdragen aan de plattelandsontwikkeling.
2) Houding: bewustzijn en betrokkenheid
Burgers, geïnteresseerd in plattelandsontwikkeling, vinden het aan het eind van de uitvoeringsperiode belangrijk dat EU, Rijk en provincies actief plattelandsontwikkeling steunen.


4 Strategie
Uitgangs- en aandachtspunten
EU richtlijnen

In de plattelandsverordening EG (nr.) 1698/2005 en de bijbehorende uitvoeringsverordening geeft de EU richtlijnen voor de communicatie en voorlichtingsactiviteiten voor de POP-periode 2007-2013. Deze richtlijnen vormen het uitgangspunt van dit communicatieplan (zie bijlage 3, Brusselse voorschriften).


Uitvoeren en faciliteren

Uitgangspunt is dat het Regiebureau POP zorg draagt voor de uitvoering van het communicatieplan. Een aantal activiteiten wordt gezamenlijk met Rijk en provincies opgepakt. Ook faciliteert het Regiebureau POP de provincies en Rijk bij de communicatie en voorlichting op maatregelniveau. Hierbij wordt overigens zoveel mogelijk aangehaakt bij bestaande communicatietrajecten die voor het LNV-Ondernemersprogramma (Ondernemersloket) en de provinciale Meerjarenprogramma’s (PMJP’s/ILG) worden opgezet.





  1   2   3   4   5   6   7   8


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina