Concept aan de gemeenteraden in de regio Holland Rijnland Leiden



Dovnload 32.33 Kb.
Datum24.08.2016
Grootte32.33 Kb.



In Holland Rijnland werken samen:
Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk,

Leiden, Leiderdorp, Lisse,

Noordwijk, Noordwijkerhout,

Oegstgeest, Teylingen,

Voorschoten en Zoeterwoude.


CONCEPT

Aan de gemeenteraden in de regio Holland Rijnland




Leiden:

Contact: T. v. Santen

Kenmerk:

Telefoon: (071) 523 90 68




E-mail: tvsanten@hollandrijnland.net




Bijlage:

Onderwerp: aansluitingsverzoek gemeenten Alphen aan den Rijn, Rijnwoude en Nieuwkoop en bevestiging aansluiting Kaag en Braassem

Geachte raad,


Van de gemeenten Alphen aan den Rijn, Nieuwkoop en Rijnwoude is een definitief verzoek tot toetreden tot de gemeenschappelijke regeling Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland ontvangen. Daarnaast heeft de gemeenteraad van Kaag en Braassem haar voorkeur uitgesproken voor permanente aansluiting bij Holland Rijnland.

Deze verzoeken zijn door ons Algemeen Bestuur op 28 oktober 2009 besproken. Het Algemeen Bestuur Holland Rijnland heeft besloten u positief te adviseren om in te stemmen met wijziging van de gemeenschappelijke regeling waardoor deze vier gemeenten per 1 april 2010 deel uitmaken van Holland Rijnland.


Voorgeschiedenis

26 maart 2008 heeft het Algemeen Bestuur ons bestuur een tweetal opdrachten gegeven:



  1. het uitvoeren van een bestuurlijke evaluatie ‘vier jaar Holland Rijnland’; en

  2. het met het Dagelijks Bestuur van de Rijnstreek opstellen van een contourenschets aansluiting Rijnstreekgemeenten bij Holland Rijnland.

Deze twee opdrachten waren een logisch vervolg op de schriftelijke consultatieronde die in het tweede halfjaar van 2007 langs de twaalf gemeenteraden van Holland Rijnland had plaatsgevonden. Een consultatieronde waarin u een tweetal vragen waren voorgelegd.

1. Ziet u inhoudelijke raakvlakken tussen Holland Rijnland en het Rijnstreekberaad?

2. Zijn er aandachtpunten die volgens u in acht genomen moeten worden als gekomen wordt tot een gezamenlijke inhoudelijke agenda?

Op deze vraagstelling is door u destijds uiteenlopend geregeerd. Het pallet varieert van ja, ja mits, nee tenzij, tot niet aansluiten. Diverse gemeenten hebben aangegeven 2008/2009 te prematuur te vinden. Weer andere gemeenten wensten eerst een evaluatie ‘vier jaar Holland Rijnland’. Deze evaluatie is inmiddels uitgevoerd. Het Algemeen Bestuur heeft op 29 oktober 2008 op grond van deze evaluatie zes conclusies en tien acties vast gesteld. Later komen wij hier in deze brief nog op terug.
Parallel aan deze evaluatie is in opdracht van ons bestuur en het Dagelijks Bestuur van het Rijnstreekberaad aan Twynstra Gudde (Dirk Louter) opdracht gegeven de contourenschets aansluiting Rijnstreekgemeenten bij Holland Rijnland op te stellen. Deze notitie (22 juli 2008) treft u hierbij.
Deze contourenschets is afgelopen periode door de gemeenten in de Rijnstreek gebruikt om te komen tot een zeer weloverwegen besluit. Waarbij deze gemeenten eerst een gezamenlijke regionale strategische agenda hebben opgesteld om te bepalen of aansluiten bij Holland Rijnland het juiste besluit is.
Inhoudelijke overwegingen

In de hoofdstukken 2 en 3 van de contourenschets wordt ingegaan op de meerwaarde van aansluiting. Twynstra Gudde constateert dat er zeker een meerwaarde is. In de hierbij gevoegde contourenschets treft u de onderbouwing hiervoor.

In deze brief beperken wij ons tot enkele hoofdlijnen.

Holland Rijnland en de Rijnstreek hebben veel overeenkomsten. Het zijn vooral de verschillen die aansluiting de noodzakelijke meerwaarde kunnen geven. Niet “meer van hetzelfde” maar complementariteit en schakering maken het gebied en het bestuur krachtiger en dat leidt ertoe dat meerwaarde en kwaliteit voor de burger beter kunnen worden gecreëerd. Het gebied vervult een belangrijke intermediaire rol in de Randstad en kan daaraan kansen ontlenen om de eigen kwaliteiten te versterken.


Binnen de Randstad vervult het gebied van zowel Holland Rijnland als de Rijnstreek een belangrijke rol bij onder meer de volgende Randstedelijke ontwikkelingen:

  • ontwikkeling van aantrekkelijke en hoogwaardige woonmilieus;

  • ontwikkeling van groene en open landschappen in de nabijheid van grote agglomeraties;

  • ontwikkeling van economische ontwikkeling op basis van greenport, kenniseconomie en recreatie en toerisme;

  • ontwikkeling van vervoersknooppunten die de Noord- en Zuidvleugel beter bereikbaar maken (bijvoorbeeld op het terrein van openbaar vervoer).

Door het samengaan van de twee gebieden ontstaat een krachtig verlengd lokaal bestuur hetgeen nodig is voor een juiste sturing en beheersing van de ontwikkelingen op dit gebied. Samen kan een sterkere positie worden ingenomen ten opzichte van andere overheden. Ook in het kader van fondsenwerving, de bescherming van gebieden zoals het Groene Hart en voor grotere infrastructurele projecten is het gezamenlijk optrekken van groot belang.
De aansluiting van de Rijnstreekgemeenten bij Holland Rijnland is vanuit strategische betekenis voor de ontwikkeling van het gebied als geheel van belang, waarbij in ieder geval sprake kan zijn van een versterking van het economisch profiel van de beide gebieden door middel van een gezamenlijke bedrijventerreinstrategie, innovatie/combinatie in greenport-ontwikkelingen en versterking van recreatie en toerisme. Maar ook de verbetering van bereikbaarheid over de weg door bundeling en afstemming van infrastructuurinitiatieven en van het openbaar vervoer. Bovendien kan de aansluiting een versterking geven van de woon- en leefkwaliteit voor de inwoners van het gebied door een gezamenlijke visieontwikkeling op en aanpak van differentiatie en kwaliteitsversterking van woonmilieus en door de verdere uitbouw van de gezamenlijke aanpak op het gebied van sociale zaken, zorg en welzijn.
Tot slot constateren wij dat de relaties tussen Holland Rijnland en de Rijnstreek op termijn zullen toenemen. Dit als gevolg van het realiseren van de nu nog ontbrekende infrastructuur in de vorm van de RijnGouweLijn, de Rijnlandroute en de noordelijke ontsluiting van de Greenport Duin- en Bollenstreek.
Strategische overwegingen

Onmiskenbaar is dat gemeenten in de voormalig Leidse regio meer raakvlakken hebben met de gemeenten in de Rijnstreek dan gemeenten aan de westzijde van Holland Rijnland. De vraag is of voor die gemeenten die op het eerste oog minder relaties met de Rijnstreek hebben door deze toetreding ‘er op achteruit gaan’.

De contourenschets van Twynstra Gudde stelt dat uit de analyse kan worden afgeleid dat er op de genoemde terreinen bij een zorgvuldige aanpak geen minderwaarde ontstaat. Kansrijke

initiatieven in beide gebieden kunnen (al dan niet versterkt) doorgaan, bestaand beleid kan vooralsnog worden gehandhaafd, bestaande succesvolle samenwerkingsverbanden kunnen worden geïncorporeerd en de positie van individuele gemeenten wordt niet verzwakt.


Evaluatie Holland Rijnland

Zoals eerder in deze brief opgemerkt hebben zich diverse gemeenteraden op het standpunt gesteld dat eerst een evaluatie ‘vier jaar Holland Rijnland’ moest worden uitgevoerd alvorens zich te kunnen uitspreken over een eventueel aansluitingsverzoek.

Achterliggende gedachte hierbij was onder andere de vraag of met de komst van nieuwe gemeenten het realiseren van strategische doelen van de nog jonge samenwerking niet in gevaar zou komen.

De evaluatie laat zien dat Holland Rijnland goed op koers is. Voor wat betreft aansluiten van de gemeenten uit de Rijnstreek geeft de externe evaluatie aan dat vooral van belang is dat Holland Rijnland een regionaal middenlange termijnagenda moet opstellen. En dat gewerkt moet worden aan aandacht voor de betrokkenheid van raden in de samenwerking.


Met de start van het opstelen van een hernieuwde regionale middenlange termijnagenda is inmiddels onder de naam Focus2014 gestart. Het concept van Focus2014 zal nog deze bestuursperiode worden vastgesteld. Om vervolgens na consultatie van de deelnemende gemeenteraden door het Algemeen Bestuur in nieuwe samenstelling te worden vastgesteld.
Voor de eigen meningsvorming in de Rijnstreek is afgelopen maanden reeds een regionale strategische agenda opgesteld.

Deze agenda bevat de kern van de meerwaarde van het zoeken van toenadering tot Holland Rijnland. In de agenda zijn majeure strategische projecten beschreven, die door de slagkracht van een grotere regio gerealiseerd kunnen worden.


Inhoudelijk bevat de regionale strategische agenda (zie bijlage 2) de volgende punten:

  • Een integraal strategisch Groene Hartbeleid

  • De ecologische en toeristisch-recreatieve waarde van het plassengebied

  • Herstructurering bedrijventerreinen: De Oude Rijnzone

  • De Greenports Boskoop en Aalsmeer (voor een belangrijk deel gelegen in de Rijnstreek)

  • De verbetering van de mobiliteit en bereikbaarheid

Punten die in het directe verlengde liggen van de vijf speerpunten van Holland Rijnland: De Rijnlandroute, de RijnGouwelijn, de Noordelijke ontsluiting van de Greenport Duin- en Bollenstreek, de Greenport Duin- en Bollenstreek en het regionaal groenprogramma.
Het punt dat gewerkt moet worden aan de betrokkenheid van de raden in de samenwerking wordt uitgewerkt door de door het Algemeen Bestuur ingestelde werkgroep Boeien en Binden onder leiding van de heer Meerburg. De werkgroep zal in het tweede halfjaar van 2009 komen met voorstellen.

Uiteraard vraagt betrokkenheid van raden in een grotere regio nog meer aandacht. Maar ons bestuur heeft geconstateerd dat dit punt ook zeker een punt van zorg is in de Rijnstreek. De verrichtingen van de werkgroep worden dan ook in de Rijnstreek met zeer grote belangstelling gevolgd.


Positie gemeente Kaag & Braassem

Bij de Rijnstreekgemeenten neemt Kaag en Braassem een bijzondere positie in. Door de fusie tussen Alkemade en Jacobswoude is Kaag en Braassem van rechtswege lid geworden van zowel het Rijnstreekberaad als Holland Rijnland. Om die reden hoeft Kaag en Braassem formeel geen verzoek te doen tot aansluiting bij Holland Rijnland. Bij raadsbesluit d.d. 25 mei 2009 heeft de gemeenteraad haar voorkeur uitgesproken voor permanente aansluiting bij Holland Rijnland. De gemeenteraden binnen de regio Holland Rijnland hoeven zich dus niet uit te spreken over de aansluiting van Kaag en Braassem.


Tenslotte merken wij op dat de meerwaarde van samenwerking tussen beide gebieden zich op het terrein van de Sociale Agenda al heeft bewezen. De portefeuillehoudersoverleggen van de Sociale Agenda worden sinds een aantal jaar al deels gezamenlijk gehouden. Er zijn veel inhoudelijke raakvlakken tussen de beide regio’s. Veel maatschappelijke organisaties en belangengroepen op het gebied van (jeugd)zorg zijn al op het schaalniveau van (minimaal) de beide regio’s georganiseerd. Door gezamenlijk op te treden worden efficiëntievoordelen behaald.
Inbedding

De aansluitingsverzoeken zijn gebaseerd op de contourenschets van Twynstra Gudde. Dit betekent dat de gemeenten Alphen aan den Rijn, Nieuwkoop en Rijnwoude na positieve besluitvorming door de gemeenten in Holland Rijnland volwaardig lid zijn van het samenwerkingorgaan Holland Rijnland. Inclusief de daaraan verbonden rechten en plichten.

Aansluiting bij de gemeenschappelijke regeling Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland is aansluiting bij een vigerende regeling. Dat betekent dat wordt aangesloten bij een juridisch document en de daarin opgenomen regels onverkort van toepassing zullen zijn op alle aangesloten gemeenten.

Uiteraard zal na de aansluiting gewerkt moeten worden aan de feitelijke integratie.

In hoofdstuk 5, zijn onder punt 4 van de contourenschets de volgende drie concrete punten genoemd waarover afspraken gemaakt moeten worden. Dit betreft werkingsgebied van de Regionale Structuurvisie, het Regionaal Investeringsfonds Holland Rijnland en het beleidsveld wonen. Door de Rijnstreek is ingestemd met de voorstellen van Twynstra Gudde hoe hier mee om te gaan.
Voor wat betreft de Regionale Structuurvisie (Holland Rijnland) zal deze tot drie jaar na aansluiting uitgangspunt blijven voor het beleid van die gemeenten. Na die periode wordt dit product doorontwikkeld naar een gezamenlijke structuurvisie, inclusief de Rijnstreek.

Ten aanzien van het Regionaal Investeringsfonds impliceert dit dat de rechten en plichten zoals deze zijn aangegaan door de huidige Holland Rijnland-gemeenten voor deze 12 gemeenten blijven gelden. En dat na aansluiting gewerkt zal gaan worden aan het instellen van een vergelijkbaar fonds met een vergelijkbare voeding binnen de huidige Rijnstreek.

Om dit juridisch te borgen wordt voorgesteld om aan artikel 8 van de gemeenschappelijke regeling een lid toe te voegen. Dit gebeurt op vergelijkbare wijze als destijds bij de fusie tussen SDB en SLR de verhoudingen werden geregeld tussen Holland Rijnland en de Rijnstreekgemeenten tot de bestaande plannen zijn uitgewerkt op de schaal van de nieuwe regio.

Aansluiting bij de gemeenschappelijke regeling betekent dat voor de gemeenten uit de Rijnstreek, artikel 5.6 over wonen ook van toepassing is. Dit artikel regelt dat de bevoegdheid tot het vaststellen van een regionale woonvisie, een jaarlijks vast te stellen regionale woningbouw- en herstructureringsprogrammering, het vaststellen van een regionale Huisvestingverordening dan wel (voor gemeenten die de verordenende bevoegdheid wensen te behouden) het vaststellen van een regionale model-Huisvestingsverordening, alsmede  het beheren van door andere overheden te verstrekken woningbouwsubsidies ligt bij het Algemeen Bestuur van Holland Rijnland. In de Rijnstreek bestaat een andere systematiek van woonruimteverdeling dan in Holland Rijnland. Het is niet goed mogelijk deze systematiek van meet af aan met die van Holland Rijnland te synchroniseren, derhalve zal deze nog enige tijd naast de huidige van Holland Rijnland blijven bestaan. Na de aansluiting zal aan de voorbereiding van besluitvorming over één systeem voor de nieuwe regio moeten worden gewerkt. Daartoe zal de woonvisie over het gehele gebied moeten worden uitgestrekt en zal onderzocht moeten worden of en in welke mate het wenselijk is dat gebiedspecifieke afspraken worden gemaakt, mede in het licht van de in die gebieden bestaande vraag- en aanbodaspecten en het voor de Rijnstreek geldende restrictieve woningbouwbeleid. Als tijdsperiode stellen wij voor om in 2010 het Algemeen Bestuur een regeling voor te leggen voor de wijze waarop een en ander voorlopig in de Rijnstreek zal worden geregeld. Daarbij zal aansluiting worden gezocht bij de huidige systematiek aldaar. Vervolgens kan de periode tot 2014 gebruikt worden om te komen tot voorbereiding van een besluit dat zal gelden voor de gehele nieuwe regio.


Procedure

In de gemeenschappelijke regeling Holland is in artikel 36 het toetreden geregeld.

Dit artikel stelt dat toetreding van een gemeente tot het samenwerkingsorgaan instemming vraagt van tweederde van het aantal raden van de deelnemende gemeenten. Het toetreden is gebonden aan een procedure die in de regeling als volgt is omschreven:


  1. het verzoek tot toetreding wordt ingediend bij het Algemeen Bestuur dat zo spoedig mogelijk dit verzoek behandelt in een vergadering

  2. in deze vergadering stelt het Algemeen Bestuur een advies op, gericht aan de raden der deelnemende gemeenten, betreffende de gevraagde toetreding

  3. het verzoek om toetreding wordt, vergezeld van het onder b. bedoelde advies, doorgezonden aan de raden van de deelnemende gemeenten die beslissen over de in het eerste lid bedoelde instemming

  4. het Dagelijks Bestuur stelt de verzoekende gemeente in kennis van de genomen besluiten, als bedoeld onder c.

Het Algemeen Bestuur heeft in haar vergadering van 28 oktober 2009 besloten u positief te adviseren. Wij verzoeken u dan ook om in te stemmen met het verzoek tot aansluiting van de gemeenten Alphen aan den Rijn, Nieuwkoop en Rijnwoude.

Met het oog op de nieuwe bestuursperiode die na de gemeenteraadsverkiezingen op 3 maart 2010 aanbreekt wordt voorgesteld om, uitgaande van voldoende instemming, de wijziging van de gemeenschappelijke regeling op 1 april 2010 in te laten gaan.

Wij stellen het dan ook zeer op prijs als u zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk tijdens uw raadsvergadering van december een besluit neemt over de verzoeken tot aansluiting.


Aangezien een wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling overeenkomstig het bepaalde in artikel 38 van de Gemeenschappelijke Regeling aan de deelnemende raden ter besluitvorming moet worden voorgelegd, treft u als bijlage 3 het wijzigingsvoorstel aan. Indien uw raad instemt met de toetreding van de gemeenten Alphen aan den Rijn, Nieuwkoop en Rijnwoude verzoeken wij u gelijktijdig een besluit te nemen over de vierde wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling.
Hoogachtend,

het Dagelijks Bestuur

Holland Rijnland,

de secretaris, de voorzitter,

R.M. van Netten H.J.J. Lenferink

Bijlagen:



  1. contourenschets Twynstra Gudde (Dirk Louter) d.d. 22 juli 2009

aansluitingsverzoeken (incl. Regionale Strategische Agenda) Alphen aan den Rijn, Nieuwkoop en Rijnwoude;

  1. raadsbesluit d.d. 25 mei 2009 Kaag en Braassem

  2. vierde wijziging Gemeenschappelijke Regeling Holland Rijnland


Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland

Schuttersveld 9, 2316 XG Leiden

Postbus 558, 2300 AN Leiden

Telefoon (071) 523 90 90



info@hollandrijnland.net

www.hollandrijnland.net



BNG 28.51.13.992







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina