Conclusies en aanbevelingen m b. t. Warme overdracht



Dovnload 22.73 Kb.
Datum23.08.2016
Grootte22.73 Kb.
Conclusies en aanbevelingen m.b.t. Warme overdracht

(Studiedag POVO 25-01 2006)




  1. De warme overdracht – en daarmee bedoelen we het doorspreken van de leerlinggegevens op schoolniveau – wordt dermate belangrijk gevonden, dat deze vorm van overdracht voor alle leerlingen gaat gelden.




  1. De warme overdracht wordt uitsluitend gebruikt t.b.v. de plaatsing dan wel t.b.v. het bepalen van het ontwikkelingsplan voor de leerling. Het gaat bij de overdracht immers over de handelingsgerichte adviezen/aanpak.




  1. Derhalve dienen de gesprekken plaats te vinden na het versturen de plaatsingsbrief. Te denken valt aan de periode mei/juni.




  1. Het voortgezet onderwijs neemt het initiatief tot het maken van afspraken aangaande de warme overdracht.




  1. Er wordt gestreefd naar vaste contactpersonen voor het overleg.

Vanuit het PO in elk geval de groepsleerkracht en vanuit het VO in elk geval de brugklascoördinator.


  1. Gesprekken met ouders en leerlingen zijn weliswaar van wezenlijk belang, maar maken als zodanig geen deel uit van de warme overdracht.




  1. De warme overdracht geschiedt aan de hand van een minimale agenda. Naast de items op het onderwijskundig rapport / schoolverlatersrapport komen ook met name de adviezen t.a.v. sociaal-emotionele ontwikkeling aan de orde.




  1. Na ongeveer een half jaar vindt er evaluatie plaats, te weten:

    1. binnen de school voor primair onderwijs

    2. binnen de school voor voortgezet onderwijs

    3. met oud-leerlingen door de school voor primair onderwijs

    4. in het PO-VO overleg




  1. Wat betreft 8c: Het betreft hier een terugkommoment voor brugklasleerlingen op hun school voor primair onderwijs.

Onderwerpen die dan besproken kunnen worden zijn bijv.:

  1. hoe gaat het met de leerling in het voortgezet onderwijs

  2. is alle informatie (bijv. portfolio) daar terechtgekomen waar deze moest komen

  3. welke positieve en negatieve verschillen t.a.v. PO-VO

  4. welke aanbevelingen kunnen de leerlingen doen

  5. een terugkoppeling van de (onder “a”) verkregen informatie naar het VO

De coördinatoren van de Samenwerkingsverband WSNS en VO/SVO zullen een voorbeeld agenda opstellen voor een dergelijke bespreking


  1. In het schoolverlatersrapport worden meer items t.a.v. sociaal-emotionele ontwikkeling opgenomen.




  1. In de PO-VO bijeenkomsten zullen de effecten van de warme overdracht evaluerend besproken worden en waar nodig en mogelijk aanpassingen of vernieuwingen voorgesteld worden.

Conclusies en aanbevelingen m.b.t. Voorlichting

(Studiedag POVO 25-01 2006)


Conclusies en aanbevelingen

  1. Tevredenheid over het informatiepakket m.b.t. de aanmeldingsprocedure voortgezet onderwijs dat scholen jaarlijks vanuit het Samenwerkingsverband VO/SVO(Benno Wiggers) ontvangen




  1. Wanneer er geen ingrijpende wijzigingen zijn, dan is voorlichting aan basisscholen per plaats niet meer nodig. Volstaan kan worden met één of twee voorlichtingsbijeenkomsten ergens in de regio voor geïnteresseerden en bijv. nieuwe leerkrachten groep 8 of koppelen aan het hieronderstaande.




  1. Er is behoefte aan gerichte informatie over veranderingen in PO en VO

  1. onderwijsinhoud

  2. verandering werkwijze (nieuwe onderbouw, huiswerkvrij, nieuwe didactische toepassingen (nieuw leren)

  3. inhoudelijke informatie over het profiel van de verschillende VO scholen.

De coördinatoren van de Samenwerkingsverbanden WSNS en VO/SVO zullen voorstellen formuleren om in deze informatiebehoefte te voorzien.


  1. De infobijeenkomsten voor de leerlingen meer inhoud op verschillende vakgebieden geven. Nu het gevoel dat er te veel braderie-achtige activiteiten plaatsvinden.




  1. Ook bezoeken aan HAVO/VWO mogelijk maken (los van open dagen).

Benno Wiggers neemt dit op met betreffende scholen in de regio. Scholen voor primair onderwijs worden daarover geïnformeerd.


  1. In het PO de bezoeken aan het VO evalueren (zowel met leerlingen als met ouders) en deze info terugkoppelen naar de VO-school.

Deze actie dienen scholen zelf met elkaar te ondernemen.


  1. Het informatiemateriaal van de scholen heeft naast een informerend karakter ook een PR-functie. In veel groepen is aangegeven dat het informatiemateriaal gezien wordt als overdreven en dat dit in te grote hoeveelheden wordt aangeleverd.

Met de rectoren van de VO-scholen zal dit besproken worden. Concrete voorstellen ter bespreking zijn in dit verband tevens:

  1. ontwikkelingen 'bruggersboek' (beschrijving van alle scholen uit de Duin- en Bollenstreek)

  2. aanbieden van foldermateriaal door VO tijdens hun eigen open dagen en op aanvraag van PO

  3. doe wat je belooft bij je voorlichting




  1. Neutrale presentatie (bijv. powerpointpresentatie) via het Swv VO/SVO aan de basisscholen ter beschikking stellen.




  1. Beroepenmanifestatie zoals in Katwijk is een goed middel om te helpen bij de schoolkeuze. Leerlingen weten beter wat er gaande is.




  1. Overige doorvoeracties

  1. Alle info m.b.t. aanmeldingsprocedure op de website van scholen, Swv en WSNS

  2. Schema/overzichtslijst welk soort onderwijs kun je waar volgen (Benno Wiggers)

  3. Info over LWOO voor VMBO Kader, Gemengde en Theoretische Leerweg (Benno Wiggers)

Conclusies en aanbevelingen m.b.t. Cito

(Studiedag POVO 25-01 2006)




  1. Over het algemeen is men tevreden over de huidige gang van zaken en wordt regionaal niet zozeer gedacht aan vervanging van de Cito-eindtoets.

  1. Cito-eindtoets geeft de school voor primair onderwijs ook een beeld van wat leerlingen op betreffende school presteren in vergelijking met landelijke of regionale cijfers

  2. Het overleg PO-VO over tegenstrijdige adviezen verloopt goed/beter

  3. Cito-LVS geeft op didactisch gebied een ontwikkelingslijn op verschillende meetmomenten en speelt bij argumentaties een belangrijke rol.

  4. Alternatieven voor Cito meten vaak andere zaken. Ook dan zou een toetsbatterij op leerlingen losgelaten moeten worden. De bezwaren tegen eenmalige metingen (toetsen) blijven ook dan van kracht.

  5. Er is minder overwaardering van Cito door scholen (PO-VO), leerlingen en ouders, hoewel ouders over het algemeen traditioneler denken (Citotraining Hillegom).

  6. Advies Cito-eindtoets is te smal. Het primair onderwijs dient het advies breder te baseren. Sociaal-emotionele aspecten, werkhouding, inzet etc. verdienen ook aandacht. Zeker ook vanwege de verschillen tussen PO en VO (grotere scholen, meer docenten, minder toezicht, meer lokaalwisselingen etc.):

  • Het Schoolverlatersrapport wordt aangepast t.a.v. sociaal-emotionele aspecten, motivatie en werkhouding;

  • Warme overdracht goed vormgeven (zie Warme overdracht)

  • Meer kennis van elkaars werkwijze (actiepunt voor scholen en coördinatoren Samenwerkingsverbanden WSNS en VO/VSO)

  1. We gaan niet langer uit van Cito als allesbepalend toelatingscriterium.

Nu wordt door een goede overdracht toegewerkt naar doorgaande leerlijnen. Daarbij is een gefundeerd advies van het PO op basis van de leerontwikkeling belangrijker.

  1. Basisscholen dienen adviezen aan ouders en leerling te geven vòòr de uitslag van Cito-eindtoets. De prognose door de docenten kan worden vergeleken met de prognose van de Cito-eindtoets. Bij discrepantie beargumenteerd aangeven waaraan deze verschillen zijn toe te schrijven.

  2. Terugkoppeling vanuit VO  PO zeer belangrijk.

  • Wat was de voorspellende waarde van de prognose door de leerkracht

  • Wat was de voorspellende waarde van de prognose Cito-uitslag?

  • Overzicht van hoe en wanneer scholen voor VO terugkoppelen (actiepunt coördinator Samenwerkingsverband VO/SVO)

Mag ik mij even voorstellen?’


Toelichting op het portfolio bij de overgang van primair- naar voortgezet onderwijs

in de regio Duin- en Bollenstreek

Inleiding

Doorlopende leerlijnen, portfolio’s en warme overdracht zijn actuele thema’s binnen het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs en het vervolgonderwijs.

Tijdens twee studiedagen in het kader “overgang van primair- naar voortgezet onderwijs” is gesproken over invoering van een portfolio. In een portfolio geven leerlingen informatie over zichzelf en over hoe ze tot de keuze voor een school voor voortgezet onderwijs zijn gekomen. Enkele basisscholen werken reeds met portfolio’s voor leerlingen en vullen deze gedurende de schoolloopbaan van de leerling. Ook in het voortgezet onderwijs wordt bij de overgang naar bijv. het ROC gewerkt met portfolio's.

Voor de overgang primair onderwijs – voortgezet onderwijs is echter nog geen standaard afgesproken voor de overdracht van portfolio’s. De meeste basisscholen hebben nog weinig ervaring met een portfolio.

Tijdens de studiedagen is meerdere malen opgemerkt door zowel primair als voortgezet onderwijs dat een “goed” portfolio een waardevolle aanvulling kan zijn op de overdrachtsinformatie die wij reeds kennen. De aanvulling bestaat uit de informatie van de leerling zelf. Hierdoor kan de overgang van primair naar voortgezet onderwijs ‘warmer’ verlopen en streven we ernaar dat de leerlingen zich (nog) sneller op hun gemak voelen in het voortgezet onderwijs.
Materialen

Voor onze regio Duin- en Bollenstreek is een format ontwikkeld (gebaseerd op een voorbeeld uit Berkel-Enschot). Het bestaat uit een werk- en opdrachtenblad ‘Mag ik mij even voorstellen?’. Door de leerlingen van de eindgroepen van het primair onderwijs kan in de periode april-mei met behulp van het werk- en opdrachtenblad worden gewerkt aan het opstellen van het portfolio. Qua tijdsinvestering voor het werken aan een portfolio op de basisschool kan uitgegaan worden van eenmaal per week, gedurende zes weken.

Een regionaal format wordt wenselijk geacht, omdat vanuit de basisschool leerlingen naar verschillende scholen voor voortgezet onderwijs gaan en het voortgezet onderwijs leerlingen vanuit verschillende scholen ontvangt.
Logistiek


  1. Voor 1 juni stuurt de school voor primair onderwijs het portfolio van iedere leerling naar de school voor voortgezet onderwijs.

  2. Tijdens het kennismakingsgesprek in het voortgezet onderwijs, dat met iedere leerling individueel wordt gehouden, bespreekt de mentor of de docent het portfolio van de leerling.

  3. Deze bespreking vindt bij voorkeur plaats voor aanvang van de intrede van de leerling op de school voor voortgezet onderwijs, maar in ieder geval plaats voor 15 oktober.

  4. Na het kennismakingsgesprek krijgt de leerling het portfolio weer terug.

  5. Uiterlijk in het najaar van 2006wordt het werken met portfolio's geëvalueerd:

          1. binnen de school voor primair onderwijs

          2. binnen de school voor voortgezet onderwijs

          3. met oud-leerlingen door de school voor primair onderwijs

          4. in het PO-VO overleg


Portfolio en toelating

Voor alle duidelijkheid het gesprekje en het portfolio dienen als middel om nader kennis te maken.

De beslissing over toelating staat hier geheel los van. Dat besluit is dan al genomen.
Portfolio en scholen buiten de regio Duin- en Bollenstreek

Aan de Samenwerkingsverbanden PO en VO Leiden, Haarlem en Haarlemmermeer is deze informatie ook gestuurd met het verzoek. Daarbij is het verzoek gedaan om aan betreffende scholen te vragen:



  • ook een portfolio te laten maken voor hun leerlingen die naar het voortgezet onderwijs in de Duin- en Bollenstreek gaan.

  • het portfolio dat zij ontvangen van de leerling uit de Duin- en Bollenstreek ook met hem/haar te bespreken



Tenslotte

Wanneer u vragen en/of opmerkingen heeft, wilt u dan even contact opnemen met de coördinator van uw Samenwerkingsverband.

Met vriendelijke groet,
Jack Duivenvoorden

Theo van Dongen



Benno Wiggers










De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina