Conquest of the Empire



Dovnload 80.34 Kb.
Datum24.08.2016
Grootte80.34 Kb.
Conquest of the Empire.
Situatieschets.
Conquest of the Empire plaatst jou en jouw tegenstanders in de strijdlustige provincies van Rome in de 2de eeuw na Christus. Het Rijk, veilig gedurende eeuwen sociale, militaire en economische superioriteit, is sinds de dood van de grote filosoofkeizer Marcus Aurelius in verval geraakt. Een tienjarige periode van zwak en verkeerd beleid heeft ervoor gezorgd dat er misnoegdheid is ontstaan in de provincies. Rivaliteit tussen verscheidene aspirant- caesars is toegenomen tot onvermijdelijk en gewelddadige militaire conflicten.
In de strijd voor absolute macht over alle Romeinse provincies, zijn Caesars en hun generalen begonnen met het uittekenen van strategieën voor territoriale uitbreiding; legioenen van infanterie, cavalerie en katapulten worden voorbereid voor een aanval over land of over zee; de spanning van een toekomstige oorlog tussen de provincies hangt dreigend boven het Rijk. Op dit ogenblik, is het nog volledig onduidelijk wie de eindwinnaar zal zijn.
Doel van het spel.
Het doel van Conquest of the Empire is om de nieuwe Keizer van Rome te worden door alle andere deelnemende Caesars in het spel te elimineren.
Strategie.
Als een van de deelnemende Caesars, is jouw missie jouw generaals te leiden naar een overwinning over al de andere Caesars. Om je doel te verwezenlijken, moeten jouw generaals hun legioenen ( infanterie, cavalerie en katapulten) in nieuwe gebieden leiden. De beloning voor het veroveren van een nieuw territorium is een toename van fondsen, die gebruikt worden om nieuwe legionairs, galleien (voor vervoer op zee), en steden aan te schaffen. Als een of meerdere van jouw legioenen in een provincie ,gecontroleerd door een vijand, binnenkomen dan moet je strijd leveren voor de controle van deze provincie.
Goede strategie speelt een kritieke rol in de aankoop, verplaatsing en gevechtsacties van jouw legioenen. Een van de meest interessante aspecten van het spel is de onvoorspelbaarheid: iedere beweging van je tegenstander beïnvloedt jouw geplande volgorde van acties; iedere andere Caesar is een vijand die uiteindelijk eens jouw gebieden moet aanvallen als hij of zij het spel wil winnen. Pas hier ten allen tijde voor op, of anders kun je het slachtoffer worden van een verrassingsaanval!

Je meest belangrijke stuk is jouw Caesar: als je die verliest, lig je uit het spel! Bescherm het door het te omringen met voldoende gevechtseenheden om een eventuele geconcentreerde aanval via land of via zee af te weren.


Teamwerk – samenwerkingsverbanden met één of meerdere Caesars- wordt aangemoedigd. Meer zelfs, het is soms essentieel wanneer een van de Caesars krachtig genoeg is geworden om het voorbestaan van een of meerdere van zijn vijanden te beëindigen. Als jouw diplomatieke talenten effectief zijn, kan je een tijdelijke alliantie aangaan totdat je sterk genoeg bent om je vijanden te overklassen.

De speler die in staat is om de meest efficiënte en succesvolle militaire en economische strategie uit te dokteren is zeker dat hij de nieuwe keizer van Rome wordt.




Onderdelen van het spel.
1 extra groot spelbord (zie foto)

1 teken bord

1 referentiekaart (beknopte spelregels)

1 plastieken bak voor onderdelen.

1 instructieboekje

2 dobbelstenen

1 zak met onderdelen, deze bevat


  • 6 caesars ( 1van alle 6 kleuren)

  • 36 generaals (6 van iedere kleur)

  • 60 infanteristen (zilverkleurig)

  • 30 cavaleristen (goudkleurig)

1 zak met onderdelen, deze bevat

  • 36 galleien ( 6 van ieder kleur)

  • 20 katapulten (goudkleurig)

  • 30 steden (ivoorwit)

  • 16 muren (ivoorwit)

  • 20 korte wegen (ivoorwit)

  • 14 lange wegen (ivoorwit)

  • 15 vijftalentstukken (zilverkleurig)

  • 30 tientalentstukken (gouden)

Spelregels.
Inhoudstafel.

I Spelonderdelen.

Het spelbord


De referentiekaart.

De speelstukken.



  • Geld

  • Een controle marker

  • Leiders

  • Wegen

  • Gevechtseenheden


II Basisregels van het spel.
Wat is een legioen?

Wat is gevechtsvoordeel?

Wat gebeurt tijdens een gevecht?
III klaarmaken van het spel.
IV Het spelen van het spel.
Volgorde van spelen

6-delige actievolgorde



  • Beweging

  • Gevecht ( en terugtrekoptie)
    Een veldslag winnen.

  • Inkomsten delgen

  • Steden vernietigen

  • Aankopen van nieuwe stukken
    inflatie

  • Plaatsen van nieuwe stukken.

Speler allianties

Hoe moet je het spel winnen


V een zeeslag.

I Spelonderdelen.

Het spelbord

Het spelbord toont het Romeinse Rijk zoals het bestond in de 2de eeuw na Christus. Er zijn 2 types territoria op het spelbord: landprovincies (eilanden inbegrepen) en zeezones. Let erop dat er een nummer is gedrukt op iedere landprovincie. Dit nummer duidt de hoeveelheid belasting (geld)aan die de provincie waard is voor de speler die deze bezit. De rode 10’en duiden de thuisprovincies aan: het zijn Hispania (Spanje), Italia, Macedonia, Galatia, Numidia en Aegyptus. De zwarte nummers(5 of 10, afhankelijk van de provincie), duiden provincies aan die in het begin van het spel open staan voor verovering.


Aangrenzende gebieden en zeezones.
Provincies en zeezones op het spelbord worden gescheiden van elkaar door zwarte grenzen. Een provincie of zeezone begrensd door een andere provincie of zeezone wordt beschouwd als aangrenzend ermee. Iedere provincie of zeezone stelt één spelruimte voor. Tijdens het spel, bewegen je spelstukken zich naar deze aangrenzende gebieden om ze te proberen te veroveren.
Uitzondering: Thracië grenst niet aan Asia; Sicilië grenst niet aan Neapolis; en Baetica grenst niet aan Tingitana. De provincie Egypte wordt niet verdeeld door de Nijlrivier.
Onderaan het spelbord, is de belastingsschaal, die gebruikt wordt om te bepalen hoeveel belasting iedere speler ontvangt tijdens zijn of haar beurt. De belastingsschaal wordt verder besproken onder “ controle markers”.
De referentiekaart.
Een referentiekaart is in het spel inbegrepen voor jouw gemak. Zoals je zult opmerken, bevat de referentiekaart de kosten, bewegingsmogelijkheden, en de efficiëntie in een gevecht van de verschillende spelstukken. Het bevat ook een belangrijke zaken om te onthouden over ieder stuk. Onderaan de referentiekaart worden de volgorde van spelen, actievolgorde en gevechtsvolgorde uitgelegd. Al deze informatie op deze kaart zal handig blijken te zijn tijdens het spel.
Zie hiervoor Kaart met beknopte spelregels voor vertaalde versie.

De spelstukken.
De spelstukken vallen in 5 aparte categorieën: geld, markers, leiders, wegen en gevechtseenheden. Hieronder volgt een gedetailleerde beschrijving van elk van deze spelstukken en zijn functie.
Geld
Een belangrijk onderdeel van jouw beurt is het verzamelen van belastingen – Romeinse talenten- evenveel als de waarde van alle provincies en steden die je momenteel controleert. De belastingen die je verzamelt, beïnvloedt rechtstreeks je militaire slagkracht; met dit geld, kun je meer steden, versterkingen, gevechtseenheden, en galleien kopen. Je kan je belastingen ook gebruiken om het losgeld te betalen voor één of meer van je gevangen generaals.
Iedere provincie die je controleert gedurende je beurt is ofwel 5 talenten (het kleinere zilveren muntstuk) ofwel 10 talenten (het grotere gouden muntstuk) waard.

Steden en versterkte steden zijn elk 5 talenten waard.


Controle markers.
De ronde kartonnen controle markers tonen een gekleurd symbool op elke zijde. De kleur van dit symbool stelt de kleur van Caesar, generaals en galleien die een speler gebruikt voor. Controle markers worden gebruikt om aan te tonen dat een provincie veroverd is door een Caesar of een generaal wanneer geen leider of legioen momenteel de provincie bezet. Een controle marker wordt ook gebruikt op de belastingsschaal onderaan het spelbord, om aan te tonen hoeveel belastingen iedere spelers provincies en steden momenteel waard zijn.

Controle markers worden voor- en achterwaarts geschoven op de belastingsschaal doorheen het spel. Zo werkt het : wanneer een speler een of meerdere gebieden in een beurt verovert, wordt de controle marker vooruit geschoven op de belastingsschaal volgens de waarde (het zwarte of rode nummer gedrukt op de provincie) van het geannexeerde territorium. Wanneer een speler een stad plaatst in een veroverde provincie of een stad verovert in een gevecht, wordt de controle marker 5 vooruit geschoven. Tegenovergesteld, wanneer een speler een provincie verliest in een gevecht, moet die speler zijn controlemarker terugschuiven volgens de waarde van deze provincie- of provincies- verloren in deze beurt. Of wanneer een speler een stad verliest of vernietigd, moet deze speler ook zijn controlemarker 5 talenten terugschuiven voor iedere verloren stad.




Leiders
Caesars, generaals, en steden worden beschouwd als leiders. Leiders moeten altijd gevechtseenheden (infanterie, cavalerie en katapulten) vergezellen. Een Caesar of generaal moet aanwezig zijn om gevechtseenheden te bewegen naar aangrenzende gebieden. Steden en versterkte steden worden ook beschouwd als leiders in een provincie – maar ze kunnen niet verplaatst worden van de ene provincie naar een andere.

Hier volgt een korte beschrijving van elk van de leiders:


De Caesar:
Je Caesar is je belangrijkste stuk. Iedere speler begint het spel met één Caesar, en bezit ook maar één Caesar tijdens het spel.

Caesar kunnen zich 2 territoria ver per beurt verplaatsen. Een Caesar kan alleen bewegen of met een legioen ( een groep gevechtseenheden); maar een Caesar heeft een legioen nodig om een gebied te veroveren, of het gebied bezet is of niet. Je kan je Caesar gebruiken om een legioen in een aangrenzend gebied te leiden, maar je kan hem niet gebruiken om aan te vallen of te verdedigen in een gevecht. Als je Caesar gelokaliseerd is in een provincie in oorlog, kan hij sneuvelen in de strijd, daarom moet je ten allen tijde proberen te vermijden dat je Caesar in een gevechtssituatie terechtkomt!


De generaal
Net zoals je Caesar hebben jouw generaals de mogelijkheid om 2 territoria per beurt te verplaatsen; ze kunnen alleen bewegen of kunnen een legioen in een aangrenzend gebied leiden. Ze kunnen geen bezette of onbezette gebieden veroveren zonder legioenen van gevechtseenheden. Ze kunnen niet aanvallen of verdedigen in een veldslag; net zoals de Caesar kunnen generaals niet aangekocht worden, zo kunnen ze dus niet vervangen worden. Generaals gevangen in een gevecht kunnen ofwel geëlimineerd worden ofwel gevangen gehouden voor losgeld. (zie hiervoor Een veldslag winnen)
De stad.
Een stad is een leider in de betekenis dat een legioen van gevechtseenheden kan gestationeerd zijn in een provincie die een stad bevat, wanneer er geen Caesar of generaal aanwezig is. Maar een stad kan niet verplaatst worden van de ene provincie naar een andere. Steden kosten normaal (voor inflatie) 30 talenten.

( zie verder voor inflatie bij aankopen van nieuwe stukken)

Een stad kan geplaatst worden in ieder land of eilandprovincie die je bezit; en eens wanneer deze stad gebouwd is, kan hij omwille van geen enkele reden verplaatst worden.
Een stad (niet versterkt) heeft twee voordelen. Eerst: bezit van een stad, zolang een speler een stad bezit, krijgt hij hiervoor 5 talenten belasting, dit wordt aangeduid op de belastingsschaal met de controlemarker. Tweede: wegen kunnen gebruikt worden om steden in aangrensde landprovincies die behoren aan één enkele speler te verbinden. Het voordeel van het bouwen van wegen wordt uitgelegd in de sectie “wegen”.

Het veroveren van een provincie waarin een stad gebouwd is laat de veroveraar toe om 5 talenten toe te voegen ( als aanvulling bij de waarde van de provincie) aan zijn belastingen voor iedere beurt, zolang hij of zij de provincie en de stad bezit.


Een versterkte stad.
Wanneer je een stad koopt, kun je die versterken (bouw er een muur omheen) door een versterking te kopen in die beurt, of in een daaropvolgende beurt, en die onder de stad te plaatsen. Versterkte steden kosten normaal 55 talenten; versterkingen voor een voordiengebouwde stad kosten 25 talenten.

Net zoals een niet-versterkte stad, treedt een versterkte stad op als een leider in een provincie veroverd door een legioen, in de afwezigheid van een Caesar of generaal. Alle regels- en voordelen- die van toepassing zijn op steden zijn ook van toepassing op versterkte steden, met één toevoeging: een versterkte stad kan de speler die deze bezit een gevechtsvoordeel opleveren. Zie hiervoor Sectie II

Basisregels van het spel, voor verdere uitleg over de rol van versterkte steden in gevechten.

Wegen

Wegen dienen als verbinding tussen steden en versterkte steden in aangrenzende provincies die behoren aan één en dezelfde speler. Ze zijn gratis, en kunnen aangelegd worden tussen twee steden gedurende de Plaats Nieuwe stukken fase van een spelers beurt.

Er zijn twee grootten van wegen voorzien. Een om het even aantal bevriende steden ( steden met dezelfde eigenaar) kunnen verbonden worden via wegen. Pas op: steden kunnen niet verbonden worden over water. Het voordeel van het gebruik van steden is dat het je toelaat om in één beweging van de ene stad naar de andere verbonden met wegen te gaan, zelfs wanneer de stad van vertrek en aankomst niet aangrenzend zijn. (wel verbonden via wegen). Bijvoorbeeld, als een speler de provincies Tingitana, Caesariensis en Numidia bezit, dan kan hij reizen via de wegen van Numidia naar Tingitana in één beweging. Een speler kan om het even welke afstand langs de weg reizen, dan stoppen in iedere provincie verbonden via wegen.

Alleen de speler die de stad bezit kan langs de wegen reizen. Geen andere speler kan reizen langs wegen die behoren aan een andere speler.

Als 2 of meer van je steden verbonden zijn met wegen, en één van de twee provincies veroverd wordt, dan moet je alle wegen die leiden naar die provincie verwijderen van het bord.
Gevechtseenheden.
Gevechtseenheden (infanterie, cavalerie en katapulten) worden gebruikt om territoria aan te vallen en te verdedigen. Ze moeten altijd vergezeld worden door minstens één leider wanneer ze verplaatsen van het ene territorium naar het andere; en ze kunnen geen provincie bezetten zonder dat er een leider aanwezig is.

Ondanks het feit dat galleien beschreven zijn in deze sectie als gevechtseenheden, hebben ze niet alle gevechtskarakteristieken als infanterie, cavalerie en katapulten.

Het eerste doel van een galei is het transport van legioenen over zeezones. Zie hiervoor sectie IV “Het spelen van het spel”, voor een uitleg van galleien in verhouding met legioenen in gevecht.

Hier volgt een korte beschrijving van elk gevechtseenheid en zijn functie:


Infanterie.
De infanterie-eenheden zijn de zilveren voetsoldaten. Ze kosten 10 talenten elk (voor inflatie). Infanterie-eenheden hebben een bewegingsmogelijkheid van 1 territorium per beurt – met andere woorden, ze kunnen alleen verplaatsen naar een aangrenzend gebied, tenzij ze gebruik maken van wegen.

Infanterie-eenheden moeten altijd vergezeld zijn door minsten één leider.



Cavalerie

De cavalerie-eenheden zijn de gouden soldaten te paard. Voor inflatie begint, kun je een cavalerie-eenheid kopen voor 25 talenten. Cavalerie-eenheden hebben een bewegingsmogelijkheid van 2 territoria per beurt ( tenzij ze reizen via een weg). Net zoals infanterie moeten ze altijd vergezeld zijn door een leider.


Katapulten.
Katapulten, die goudkleurig zijn, kunnen aangekocht worden voor 40 talenten (voor inflatie). Net zoals infanterie-eenheden, hebben katapulten een bewegingsmogelijkheid van 1 territorium per beurt (tenzij via wegen of via een galei); maar ze zijn veel krachtiger in gevechten dan cavalerie en infanterie, wat hun hogere kost verklaart.

Zie verder bij IV “het spelen van het spel” om meer te weten van de rol van katapulten (en al de andere gevechtseenheden) in veldslagen.


Galeien
Omdat galeien gevechtsmogelijkheden hebben op zee, worden ze beschouwd als gevechtseenheden. Maar in tegenstelling met de andere gevechtseenheden, worden ze niet beschouwd als leden van een legioen. In plaats hiervan, worden ze gebruikt om legioenen te dragen in zeezones, ofwel voor zeeslagen, ofwel om legioenen naar de kust van een provincie te brengen.

Galleien kunnen aangeschaft worden voor 25 talenten (voor inflatie). Ze hebben een bewegingsmogelijkheid van 2 zeezones per beurt. Een galei kan bewegen zonder leider, omdat ze niet beschouwd worden als een lid van een legioen; maar een legioen kan niet inschepen of getransporteerd worden zonder dat er een leider aanwezig is. Een legioen ter zee moet in een galei zijn. Een galei kan maar één legioen bevatten; als je plant om meer dan één legioen in één beurt te vervoeren moet je ervoor zorgen dat je voldoende galeien ter beschikking hebt.




II de basisregels van het spel.



Wat is een legioen?
Een legioen bestaat uit minstens één leider ( Caesar, generaal of stad) en een groep gevechtseenheden (infanterie, cavalerie en katapulten). Een legioen kan 1 tot 7 gevechtseenheden bevatten. Bijvoorbeeld, een legioen kan bestaan uit alleen een Caesar en een katapult; of het kan bestaan uit een generaal, 4 infanteristen, en 3 cavaleristen. Een legioen kan ook bestaan uit een versterkte of een onversterkte stad en 1 tot 7 gevechtseenheden in om het even welke combinatie; maar als de stad de enige leider is dan moet het legioen in de provincie blijven totdat een Caesar of een generaal naar de provincie komt om het weg te voeren uit de provincie.

Twee of meer legioenen kunnen een gebied bezetten of bewegen naar een ander territorium, zo lang er minstens 1 leider is per 7 gevechtseenheden.



Wat is gevechtsvoordeel?

Gevechtsvoordeel is misschien het belangrijkste – en het leukste – aspect van het spel. Met gevechtsvoordeel, kun je zelfs een veldslag winnen als je in de minderheid bent!


Voor je gevechtsvoordeel kunt verstaan, moet je eerst iets weten over gevechten. Alle gevechten worden beslist door het gooien met de dobbelstenen: elk op zijn beurt, rolt iedere speler een dobbelsteen om te proberen een gevechtseenheid van de tegenstander te elimineren. Een gevecht eindigt wanneer de aanvaller zich terugtrekt, of totdat één van de twee legers alle gevechtseenheden van de tegenstander vernietigd. Voor een meer gedetailleerde uitleg over gevechtsregels zie het volgende puntje Wat gebeurt er tijdens een gevecht?.
Nu zal ik uitleggen hoe gevechtsvoordeel werkt.
De eenheden die je gevechtsvoordeel kunnen geven zijn katapulten en versterkte steden. Als er tijdens een gevecht gebruikt gemaakt wordt van deze eenheden, dan kan één van de speler gevechtsvoordeel hebben.
Iedere katapult of versterkte stad in een gevecht geeft zijn eigenaar een +1 bij het totaal van de gooi met een dobbelsteen. Bijvoorbeeld, als de aanvaller een katapult in het gevecht gooit, dan telt deze voor een +1; als de aanvaller twee katapulten heeft dan heeft hij een gevechtsvoordeel van +2. Als de verdediger een versterkte stad heeft ( een aanvaller kan die nooit hebben) en twee katapulten, heeft de verdediger +3.

Om het gevechtsvoordeel te tellen, telt iedere speler hoeveel katapulten hij heeft in de strijd. Als de verdediger ook een versterkte stad heeft, dan telt deze als een extra +1.



Degenen met het grootste totaal heeft gevechtsvoordeel. Om het gevechtsvoordeel te bepalen trek je het kleinste aantal van het grootste af : bijvoorbeeld, als speler 1 4katapulten heeft in zijn of haar aanvalslegioen en speler 2 heeft 2 katapulten in zijn verdedigingslegioen, dan heeft speler 1 een gevechtsvoordeel van +2 ( 4-2=2). Een ander voorbeeld: speler 1 heeft speler 2 aangevallen met 3 katapulten (+3). Speler 2 verdedigt met een legioen dat ook 3 katapulten bevat; maar speler 2 heeft een versterkte stad in deze provincie, die bij de katapulten gevoegd, resulteert in een +4. Speler 2 heeft dan een gevechtsvoordeel van +1 (4-3=1).

Wat gebeurt er tijdens een gevecht?

Wanneer een legioen of een galei zich in een door een vijand bezet gebied begeeft ontstaat er een gevecht. Op het land, bepaalt het gevecht welke speler deze provincie zal controleren en alle bijhorende voordelen zal hebben; op zee, is het resultaat van een gevecht de eliminatie van de troepen van één speler in die zeezone.

Nadat het gevechtsvoordeel (zie hierboven) is berekend, begint de aanvaller het gevecht door het eerste doel (gevechtseenheid) van de verdediger dat hij of zij zal proberen te elimineren te benoemen. Dan gooit de aanvaller een dobbelsteen.

Iedere gevechtseenheid heeft een minimum ‘slagnummer’ ( een nummer dat gegooid dient te worden om dit stuk te vernietigen), zoals terug te vinden op de referentiekaart. Als je het ‘slagnummer van je doel gooit of hoger, dan wordt deze eenheid als geëlimineerd beschouwd en van het speelbord verwijderd. Als je mist, dan blijft de eenheid in het gevecht.

De aanvaller raakt ofwel mist hij het eerste doel van de verdediger zijn leger. Het gevechtsvoordeel wordt opnieuw berekend; dan doet de verdediger een tegenaanval op een identieke wijze.

Een gevecht blijft doorgaan tot één van beide legers volledig is vernietigd of totdat de aanvaller zich terugtrekt.

In een gevecht zonder gevechtsvoordeel ( geen katapulten of versterkte steden, of een gelijk aantal aan beide zijden), moeten de aanvaller en de verdediger een gelijk aantal ogen gooien om een zelfde gevechtseenheid uit te schakelen. Als een speler gevechtsvoordeel heeft moet hij minder gooien om een gevechtseenheid uit te schakelen, voor de speler zonder gevechtsvoordeel verandert er niets.

De gevechtstabel hieronder toont de ‘slagnummers’ die vereist zijn bij iedere soort gevechtseenheid met en zonder gevechtsvoordeel. Vanaf +5 gevechtsvoordeel hoef je zelfs niet meer te gooien omdat je dan automatisch wint en zo de tegenstander elimineert.

Het is mogelijk, gedurende sommige fases van een gevecht, dat een speler zo’n groot gevechtsvoordeel heeft dat een of meer van de eenheden van een opponent geëlimineerd worden zonder het rollen van een dobbelsteen. Maar om het even hoe groot je gevechtsvoordeel is in het begin van een gevecht, je kan geen enkele vijand dwingen zich over te geven: met elke gooi van de dobbelstenen, wordt het gevechtsvoordeel herberekend, en uiteindelijk kun je een deel – of helemaal- van je origineel gevechtsvoordeel verliezen voordat het gevecht over is.


Gevechts-kaart


Infanterie

Cavalerie
op land

Cavalerie op zee

katapulten

Galeien

Geen voordeel

4+

5+

4+

6+

3+

+1 voordeel


3+

4+

3+

5+

2+

+2 voordeel

2+

3+

2+

4+

Gooien overbodig

+3 voordeel

Gooien overbodig

2+

Gooien overbodig

3+

Gooien overbodig

+4 voordeel

Gooien overbodig

Gooien overbodig

Gooien overbodig

2+

Gooien overbodig

+5 voordeel

Gooien overbodig

Gooien overbodig

Gooien overbodig

Gooien overbodig

Gooien overbodig



III het klaarmaken van het spel.

1 plaats het spelbord op een groot, vlak oppervlak zodat iedereen er gemakkelijk bij kan.

2 plaats de bak met onderdelen en de referentiekaart op plaats waar iedereen gemakkelijk bij kan.

3 verwijder voorzichtig de kartonnen controle markers uit het bord.

4 open de zakjes met stukken, plaats deze samen met de controlemarkers in de bak met onderdelen, gesorteerd via soort.

5 Kies landen: de zes provincies met een rode 10 noemen we thuisprovincies. Iedere speler start het spel in één van deze gebieden.


Afhankelijk van het aantal spelers, de startprovincies staan hieronder


6 spelers
Macedonia

Galatia


Egyptus

Numidia


Hispania

Italia


5 spelers
Macedonia

Galatia


Egyptus

Hispania


Italia

4 spelers
Macedonia

Galatia


Numidia

Hispania



3 spelers
Macedonia

Egyptus


Hispania


2 spelers
Egyptus

Hispania


6 kies een kleur, neem dan 1 Caesar en 6 generaals van dat kleur.

Neem 4 zilveren infanteristen en 1 versterkte stad. Plaats de Caesar, generaals, infanterie, en versterkte stad in je thuisprovincie. Iedere speler doet hetzelfde.
7 Neem een handvol markers van jouw kleur, en plaats ze voor je.
8 Iedere speler plaatst een marker van zijn of haar kleur naast de belastingsschaal onderaan het spelbord. Gedurende de belastingsfase in zijn beurt zal de marker geplaatst worden op zijn bijhorende plaats. ( zie 6-delige actie volgorde.)
IV Het spelen van het spel.
Volgorde van spelen.
De speler met als thuisprovincie Macedonia start, daarna volgens de klok rond de Middellandse zee. De volgorde is dus.
1 Macedonia

2 Galatia

3 Egyptus

4 Numidia

5 Hispania

6 Italia
6- delige actie volgorde.


Iedere spelers beurt is verdeeld in 6 afzonderlijke acties, die in de volgende volgorde moeten gebeuren:

1 beweging

2gevecht (en terugtrekoptie)

3 belastingen innen

4 vernietigen van steden

5 aankoop van nieuwe stukken

6 plaatsen van nieuwe stukken
Hieronder worden alle 6 de onderdelen één voor één besproken.
Actie 1: beweging.
Landbeweging:
Alle bewegingen moeten plaatsvinden voordat er gevechten plaatsvinden. Legioenen die infanterie en/of katapulten bevatten hebben een bewegingsmogelijkheid van 1 territorium per beurt. De uitzondering is reizen via een weg: infanterie en katapulten kunnen bewegen langs wegen die 2 of meerdere steden verbinden. Deze wegen moeten wel in de provincie liggen waar de legioenen zich bevinden bij het begin van hun beurt. Ze kunnen niet eerst naar een provincie reizen en in dezelfde beurt een weg gebruiken.
Legioenen die een leider en alleen cavalerie bevatten, kunnen 2 territoria bewegen per beurt (of meer, als een weg wordt gebruikt). In tegenstelling met infanterie en katapulten, kunnen cavalerie reizen naar een provincie met wegen en dan gebruik maken van die wegen in dezelfde beurt. ( Mits hun eerste verplaatsing naar een aangrenzend gebied is.

Legioenen kunnen alleen verplaatst worden door een Caesar of een generaal. Omdat beide leiders bewegingsmogelijkheden van 2 territoria per beurt kunnen ze volgende bewegingen uitvoeren:



  • Een Caesar of generaal kan een legioen met infanteristen naar een aangrenzend gebied brengen, die achterlaten in een stad en zelf terugkeren.

  • Een Caesar of generaal kan een legioen met infanteristen en cavaleristen in een aangrenzend gebied brengen, de infanteristen achterlaten in een stad en verdergaan met de cavalerie.

  • Een Caesar of generaal kan zijn infanterie overdragen aan een andere generaal in hetzelfde gebied; cavalerie oppikken van de andere generaal; 4 provincies bewegen langs een weg gelokaliseerd in deze provincie (1ste beweging); de cavalerie droppen in een stad; een aantal katapulten en infanterie oppikken in deze stad; en een aangrenzende provincie intrekken om deze aan te vallen. (2de beweging)

Een Caesar of een generaal kan geen vijandelijk gebied veroveren zonder legioen, zelfs als dat gebied niet bezet is.

Een legioen kan niet bewegen na een gevecht tenzij het zich terugtrekt.(zie gevecht (en terugtrekoptie)

Na het bewegingsgedeelte van jouw beurt, plaats een van je controle markers op een provincie die je hebt achtergelaten zonder generaal of Caesar. Dit zal je verzekeren dat je het juiste aantal belastingen int in de belastingsfase (fase 3).


Beweging op zee (galei)
Galeien kunnen 2 bewegingen maken per beurt. Een galei kan alleen bewegen (zonder leider), zolang er geen gevechtseenheden aan boord zijn; of ze kunnen een legioen transporteren.

BELANGRIJK: een legioen kan niet bewegen voor het inscheept, of bewegen nadat het het schip verlaat; legioenen kunnen bewegen op land en op zee (via galeien) maar niet beiden in dezelfde beurt.


Al de volgende bewegingen gebruiken de 2 bewegingen van een galei:


  • Een zeezone binnengaan vanuit de kust van een provincie en zeilen naar een aangrenzende zeezone (met of zonder een legioen aan boord.)

  • Zeilen van de ene zeezone naar een andere (aangrenzende) zeezone, en landen op een kust van een provincie aangrenzend aan die zeezone(met of zonder een legioen aan boord)

  • Landen op de kust van een provincie vanuit een aangrenzende zeezone, een legioen oppikken in die provincie, en terugzeilen naar de zelfde zeezone vanwaar je bent vertrokken.

  • 2 Zeezones zeilen. Als een galei 2 zeezones in één beurt vaart kan het niet landen in dezelfde beurt.

Een galei dat geland is op de kust van een land of een eilandprovincie aan het einde van zijn vorige beurt kan wegzeilen van de kust van deze provincie naar een aangrenzende zeezone. Bijvoorbeeld, een galei zeilt van Hispania naar Mare Baliaricum en naar de westkust van Caesariensis. In zijn volgende beurt, kan de galei zeilen naar de oostkust van Caesariensis, de Mare Numidia binnengaan, en landen op Sicilia. Uitzonderingen: een galei mag niet landen op één kust van Hispania, Italia of Macedonia, en dan wegzeilen naar de andere niet aangrenzende kust, omdat de kustlijnen van deze provincies onderbroken zijn door andere provincies.


Een galei kan niet van de ene kust naar de andere varen, zonder eerst weer in zee te gaan.

Je moet galeien gebruiken om een legioen te transporteren van Baetica naar Tingitana, van Sardinia naar Corsica, en van Thracia naar Asia.


Actie 2 Gevecht (en terugtrekmogelijkheid)

Nadat je de bewegingsbeurt gedaan is moet je alle gevechtssituaties die zijn ontstaan tussen jouw legioenen en die van je tegenstanders in wiens territoria je bent binnengedrongen, oplossen. Meervoudige gevechtssituaties kunnen gespeeld worden in de volgorde zoals de aanvaller wil. Als jouw troepen zich niet verplaatst hebben in een territorium van een tegenstander ( er ontstaat dan geen gevechtssituatie) dan sla je deze stap over en ga je naar stap 3 belastingen innen.

LANDGEVECHT VOLGORDE

Volg de volgende volgorde voor een gevecht op land of op een eiland:

1 Bereken het gevechtsvoordeel (zie hierboven)


2 aanvaller benoemt het doelwit

3 aanvaller gooit de dobbelstenen

4 doelwit wordt verwijderd als het geraakt is.
5 herberekenen van gevechtsvoordeel
6 verdediger benoemt het doelwit
7 verdediger gooit dobbelsteen
8 doelwit wordt verwijderd als het geraakt is.

9 Herhaal stap1 tot 8 totdat één van de volgende situatie voorkomt:

A. De troepen van de aanvaller zijn vernietigd: de verdediger behoudt zijn territorium.
B. De aanvaller trekt zich terug: de verdediger behoudt zijn territorium.

C. De troepen van de verdediger zijn vernietigd: de overgebleven aanvallende troepen nemen het gebied over.



1 bereken het gevechtsvoordeel.

Voordat het gevecht begint, moet het gevechtsvoordeel berekend worden, zie hiervoor II basisregels bij gevechtsvoordeel berekenen.

2 aanvaller benoemt doelwit.

De aanvaller beslist welke eenheid van de verdediger hij/zij wil aanvallen, hij benoemt deze en zegt het luidop aan iedereen.

3 aanvaller gooit dobbelstenen.

De aanvaller gooit één dobbelsteen om te proberen om de verdedigende eenheid te vernietigen. Zie hiervoor de referentiekaart.
Leiders kunnen niet gedood worden met een gooi van de dobbelstenen; ze worden gevangengenomen wanneer alle gevechtseenheden van die zijde vernietigd zijn. (zie het winnen van een veldslag)

4 doelwit wordt verwijderd als het geraakt is.

Als het gegooide hoog genoeg is om de eenheid te vernietigen, dan wordt het stuk weggenomen van het bord en het spel.

5 Herberekenen van het gevechtsvoordeel.

Als een katapult van de verdediger vernietigd is, dan moet het gevechtsvoordeel opnieuw berekend worden.

6 Verdediger benoemt doelwit.

Nu slaat de verdediger terug!

7 verdediger gooit dobbelstenen

idem als bij punt 3

8 doelwit wordt verwijderd als het geraakt is.

zie punt 4

9 Herhaal stap 1 tot 8 totdat veldslag beëindigd is

Een veldslag is gedaan als één van de volgende situaties gebeurt:

A. De aanvallende troepen zijn vernietigd: Als alle troepen van de aanvaller vernietigd zijn en al dat overblijft een leider (of leiders) is, dan heeft de verdediger gewonnen en wordt de overgebleven leider gevangengenomen.

B. De aanvaller trekt zich terug.
Nadat de verdediger vuurt, mag de aanvaller beslissen om de aanval af te blazen en zich terug te trekken. Dit kan gebeuren na om het even welke verdedigende actie. De volgende regels zijn van toepassing wanneer de aanvaller terugtrekt:



  • De aanvaller moet minstens nog één gevechtseenheid over hebben om zich terug te trekken. Een leider alleen mag zich niet terugtrekken, omdat de veldslag dan toch al over is.



  • Terugtrekkingen kunnen alleen gebeuren naar een aangrenzende provincie die beheerst wordt door de aanvaller. Zelfs als de aanval gebeurde door meerdere legioenen vanuit verschillende territoria, moeten alle overblijvende troepen zich terugtrekken in dezelfde provincie. Als er geen plaats is om zich terug te trekken, dan is terugtrekken onmogelijk.



  • Terugtrekken naar een zeezone is niet toegelaten; als een aanval gebeurde vanuit een eilandprovincie, of op de kust van een landprovincie vanuit zee alleen, dan moet er gevochten worden tot het bittere einde. Niettemin, als de aanval gebeurt vanuit land en zee, dan mogen de legioenen van de zeemacht zich terugtrekken op de landprovincie samen met de overgebleven landtroepen. Alle aanvallende galleien achtergelaten op de kust worden vernietigd.

C. De verdedigende troepen zijn vernietigd: Als alle verdedigende troepen geëlimineerd zijn door de aanvaller, en allen de leider overblijft, dan verovert de aanvaller de provincie en de overgebleven leiders.
ZEEGEVECHT VOLGORDE

Er zijn twee verschillen tussen land- en zeegevechten. Allereerst, het is niet toegelaten om terug te trekken bij een zeegevecht; zeeslagen moeten uitgevochten worden tot het bittere einde. Ten tweede, galleien kunnen niet gekozen worden als doelwit zolang ze nog gevechtseenheden bevatten.

Voorbeeld zie puntje V

Actie 3 : belastingen innen

Gedurende het gevechtsgedeelte van je beurt, wordt de controlemarker voor- of achterwaarts geschoven op de belastingsschaal al naar gelang de waarde van e provincies en steden die je veroverd of verloren hebt.


In deze fase ontvang je nu belastingen voor deze gebieden, je krijgt het aantal talenten dat aangeduid wordt door de marker op de belastingsschaal.

Actie 4 Steden vernietigen.

Dit is een optie in je beurt. Als je denkt dat een provincie met een stad binnenkort wel eens veroverd zou worden door een tegenstander, dan kun je deze stad vernietigen om zo te voorkomen dat de agressor deze stad kan gebruiken om belastingen te innen of ter verdediging aanwenden.
Als je beslist om een stad te vernietigen, dan moet je de volledige stad (dus ook versterkingen) weg nemen vanop het bord. Een versterking alleen kun je niet wegnemen. Alle wegen die leiden naar de stad vanuit aangrenzende provincies moeten ook verwijderd worden van het bord.

De speler die een stad vernietigt moet ook direct zijn marker 5 talenten achteruitschuiven op de belastingsschaal.



Actie 5 aankopen van nieuwe stukken.

Tijdens deze fase van je beurt mag je nieuwe stukken aankopen met een deel of met al je belastingsgeld dat je hebt verzameld. De normale ( voor inflatie) kost van ieder stuk is terug te vinden op de referentiekaart.

Let op: op een bepaald moment in het spel, kan het gebeuren dat je een stuk wil aankopen, maar dat er geen meer aanwezig zijn in de voorraadbak om te kopen, omdat ze al bezit zijn van de andere spelers. Bijvoorbeeld, katapulten kunnen heel populair worden en kunnen heel vroeg in het spel al uitverkocht geraken. Maar van zodra een veldslag gevochten wordt en één of meerdere katapulten vernietigd wordt, wordt de voorraad terug opgevuld en worden katapulten weer beschikbaar. Ondertussen echter is het niet mogelijk om katapulten te kopen.


Inflatie
Met een alsmaar groter wordende schaal werd het Romeinse keizerrijk geteisterd door inflatie. Om deze economische realiteit uit die periode te simuleren, wordt de prijs voor het aankopen van speelstukken tweemaal onderhevig aan inflatie.
De eerste inflatie treedt in werking van zodra een speler zijn of haar controlemarker voorbij de 100 talentgrens schuift. De tweede inflatie vindt plaats voorbij de 200 talentengrens zoals te zien op de belastingsschaal.
Op een bepaald moment in het spel zal er een speler zijn controlemarker voorbij 100 talent zetten. Hiermee begint de eerste inflatie. Wanneer een speler de eerste inflatie bereikt, kan hij of zij in die beurt nog kopen aan normale prijs; maar vanaf de volgende speler zijn beurt moet de dubbele prijs betaald worden voor een aangekocht stuk.
De tweede inflatie begint wanneer een speler de 205 talent bereikt. De normale (voor inflatie) prijs om een stuk aan te kopen verdriedubbelt dan.

Let op: Als een speler de eerste inflatie bereikt, en dan teruggezonden word naar de pre-inflatie fase dan blijft de inflatie toch in werking voor alle spelers. Hetzelfde voor de tweede inflatieperiode.

De tabel hieronder toont hoeveel iedere eenheid kost bij iedere fase van inflatie.


Naam van eenheid

Normale prijs

Eerste inflatie

Tweede inflatie

Infanterie

10

20

30

Cavalerie

25

50

75

Galei

25

50

75

Versterking

25

50

75

Katapult

40

80

120

Stad

30

60

90

Versterkte stad

55

110

165


Actie 6 het plaatsen van nieuwe stukken.

Van zodra je je nieuwe stukken hebt aangekocht kun je ze plaatsen op het bord. Nieuwe gevechtseenheden en galeien moeten in je startprovincie geplaatst worden (galeien aan om het even welke kust). Nieuwe steden kunnen geplaatst worden in om het even welke provincie die je bezit, zolang er nog geen stad in aanwezig is. Versterkingen kunnen gebouwd worden in iedere onversterkte stad die de eigenaar controleert. In deze beurt kun je ook wegen aanleggen tussen de verschillende steden die je bezit (nieuwe of voordien aangekochte) in aangrenzende provincies.
Spelerallianties.

Op ieder moment van het spel kun je voorstellen om een alliantie aan te gaan met één of meerdere spelers. Allianties worden meestal gevormd om een gemeenschappelijke bescherming aan te gaan tegen een Caesar die heel machtig is geworden en een bedreiging vormt voor de andere Caesars.

Spelerallianties zijn tijdelijk – er kan slechts één Caesar winnen- maar ze kunnen nuttig zijn voor een speler wanneer hij of zij troepen opbouwt of bij langetermijnstrategieën. De inhoud van een alliantie kan alle vormen aannemen, zolang als de betrokkenen allemaal akkoord gaan en er geen enkele regel van het spel wordt gebroken tijdens het uitvoeren.



Hoe win je het spel?

In Conquest of the Empire, is het niet noodzakelijk om alle gebieden te veroveren of om alle troepen te vernietigen om het spel te winnen. Het spel is officieel over wanneer er maar één actieve Caesar meer over is. Niettemin kunnen de speler ook beslissen om een Caesar tot winnaar uit te roepen, wanneer blijkt dat deze het spel toch zeker gaat winnen. Hiervoor is dan gemeenschappelijke overeenkomst nodig.
V Voorbeeld van een zeeslag.
Een Egyptische galei wordt aangevallen door een Galatische galei in de Mare Alexandria. Ieder galei bevat een legioen.

Het legioen aan boord van de Egyptische galei bestaat uit een generaal en een cavalerie-eenheid; het legioen op de Galatische galei bestaat uit een generaal , 3 infanterie-eenheden, en een katapult.

De Galatische galei, met zijn katapult, heeft een gevechtsvoordeel van +1. De Egyptische cavalerie, omdat het op zee is, kan vernietigd worden met een dobbelsteengooi van 4,5 of 6.

De Galaat valt aan; omdat de galei niet aangevallen kan worden zolang er nog gevechtseenheden aan boord zijn, wordt de cavalerie-eenheid benoemd als doelwit. De Galaat rolt een 3, die, vermeerderd met een +1 gevechtsvoordeel, een 4 komt. De Egyptische cavalerie-eenheid wordt van het bord verwijderd.

Nu doet de Egyptische galei een tegenaanval door de Galatische katapult te noemen als doelwit. De Egyptenaar rolt een 2- een misser.

De Galatische speler valt nu het enig overgebleven doelwit aan – de galei. Galatia rolt een 2, vermeerderd met gevechtsvoordeel wordt dat een 3. De Egyptische galei zinkt.



Het resultaat van deze zeeslag:
de galei wordt van het spel verwijderd; de Egyptische generaal, gevangen genomen in de veldslag door de Galaat, wordt gevangen gehouden (aan zijn kant geplaatst) in de thuisprovincie van Galatia, in plaats van verwijderd van het spel.
Beknopte spelregels (referentiekaart)

zie bijlage 1 en 2



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina