Consensus behandeling stressgerelateerde klachten bij studenten Inleiding



Dovnload 68.83 Kb.
Datum16.08.2016
Grootte68.83 Kb.


Consensus behandeling stressgerelateerde klachten bij studenten

Inleiding
Een examenperiode en vooral de stress die hiermee gepaard gaat, kan heel wat klachten bij studenten veroorzaken. We nemen aan dat de meeste studenten zelf tot een oplossing komen maar als deze onvoldoende blijkt of de klachten te ernstig zijn, kan dit een reden zijn om een arts te raadplegen. Vaak komen studenten dan terecht bij de studentenartsen in het Medisch Centrum voor studenten, een van de studentenvoorzieningen van de Kleven.
In de praktijk was er echter geen echte consensus over de aanpak van deze stressgerelateerde klachten; de huidige manier van werken was vooral gebaseerd op eigen ervaringen. Daarom werd een project opgezet met volgende onderzoeksvragen:

  • wat zijn de meest frequente stressgerelateerde klachten waarmee de studenten consulteren tijdens de blok en examenperiode?

  • wat is de aanpak van deze klachten in onze praktijk?

  • zijn er verschillen in aanpak tussen de artsen onderling?

  • is de aanpak verschillend afhankelijk van de ernst van de klachten?

  • zijn er guidelines of goede Randomized Clinical Trials (RCT’s) over de aanpak van dergelijke klachten en is onze manier van werken conform hiermee?

  • kan er voor de praktijk een consensus opgesteld worden?



Methode

In overleg met de verschillende artsen werd een registratieformulier opgesteld met de meest voorkomende klachten bij studenten in de examenperiode (Bijlage 1). Volgende klachten werden weerhouden: agitatie, angst, neerslachtigheid, slaapproblemen, vermoeidheid, buikkrampen, diarree, hartkloppingen en verminderde eetlust. Er werd ook ruimte voorzien om de klacht te scoren volgens ernst op een schaal van 1-10 (waarbij 1 stond voor erg weinig klachten en 10 voor erg veel klachten). Ook werd aangeduid welke behandeling de patiënt kreeg (zowel medicamenteus als eventuele verwijzingen).


Bij alle patiënten die consulteerden met stressgerelateerde klachten tussen 01/12/2006 en het einde van de eerste examenperiode (03/02/2007) werd dit formulier ingevuld, en werd in het dossier genoteerd dat deze patiënt in de studie geïncludeerd werd.

Resultaten

In de studieperiode consulteerden 36 patiënten, waarvan 27 vrouwen (75%) en 9 mannen (25%), met in totaal 91 stressgerelateerde klachten of gemiddeld 2,52 klachten per patiënt. De jongste patiënt was 18 jaar, de oudste 34; de gemiddelde leeftijd was 21 jaar. (Figuur 1)


De meest frequente klacht was slapeloosheid en kwam voor bij 23 patiënten (63.9 %), gevolgd door agitatie (n = 17; 47.2%), angst (n = 16; 44.4 %), vermoeidheid (n = 10; 27.8%), hartkloppingen (n = 8; 22.2%) en neerslachtigheid (n = 8; 22.2%). Nausea, buikkrampen en diarree werden minder frequent gerapporteerd, namelijk bij respectievelijk 6, 2 en 1 patiënt of bij 16.6%, 5.5% en 2.8 %. (Figuur 2)
Hartkloppingen, buikkrampen en diarree werden enkel door vrouwen gerapporteerd, terwijl de andere klachten zowel bij mannen als vrouwen voorkwamen. (Figuur 2)
EMBED Excel.Chart.8 \s
Figuur 1: leeftijden van de geïncludeerde patiënten. De leeftijd van de patiënten varieert van 18 tot 34 jaar met een piek tussen 20 en 22 jaar.



Figuur 2: voorkomen van de klachten. Slaapproblemen waren de frequentste klacht, gevolgd door angst en agitatie. Het grootste deel (75%) van de patiënten waren vrouwen; de meeste klachten werden door beide geslachten gerapporteerd met uitzondering van hartkloppingen, diarree en buikkrampen die enkel bij vrouwen voorkwamen.

De artsen schatten de meeste klachten ernstig in met een gemiddelde score van 7.3 op een schaal van 10. (Figuur 3)







Figuur 3 : scores die gegeven werden aan de meest frequente klachten. Voor elke klacht werd een taartdiagram opgesteld dat visueel weergeeft hoeveel keer een bepaalde score werd gegeven.


Over het algemeen werd medicatie voorgeschreven vanaf een score van 7, afgezien van enkele uitzonderingen.
Hoe ernstiger de klacht werd geschat door de arts, hoe hoger de dosering van de voorgeschreven medicatie en hoe sneller er werd doorverwezen.

De meeste doorverwijzingen gebeurden naar het Psychotherapeutisch Centrum (PTC), dat deel uitmaakt van dezelfde dienst als het Medisch Centrum; voor enkelen werd kinesitherapie voorgesteld.

Er werd slechts een beperkt aantal middelen voorgeschreven en dit verschilde weinig tussen de artsen onderling.
Hierna wordt per klacht een kort overzicht gegeven van de voorgestelde behandeling, waarbij de klachten in de volgorde van het registratieformulier worden besproken.

Agitatie


Bij 10 van de 17 patiënten die last hadden van agitatie werd een medicamenteuze behandeling voorgesteld (58.8%). Als medicatie werd vooral propranolol voorgeschreven (52.9%) in wisselende doses; eenmaal werd sedinal, een homeopathisch middel op basis van passiflora opgestart (5.9%). Vier patiënten werden doorverwezen naar het Psychotherapeutisch Centrum (23.5%) en 1 patiënt werd doorverwezen naar een kinesist (5.9%). Bij 4 patiënten volstond een gesprek (23.5%). (Figuur 4)


Figuur 4 : voorgestelde behandeling bij agitatie, volgens de respectievelijke artsen. Op de X-as werd de voorgestelde behandeling weergegeven; de Y-as geeft het aantal patiënten weer dat die behandeling kreeg.
Angst

Bij 5 van de 16 patiënten met angst werd een medicamenteuze behandeling voorgesteld (31.3%); de voorgeschreven medicatie was propranolol, alprazolam en sedinal in respectievelijk 6.3%, 18.8% en 6.3% van de patiënten. Acht patiënten kregen een doorverwijzing naar het PTC (50%), 1 patiënt werd naar de kinesist verwezen (6.3%) en 1 naar de dienst studieadvies van de Kleven (6.3%). (Figuur 5)




Figuur 5 : voorgestelde behandeling bij angst, volgens de respectievelijke artsen
Neerslachtigheid

Deze klacht kwam voor bij 8 patiënten, waarvan er 1 patiënt een medicamenteuze behandeling (paroxetine 20 mg) kreeg (12.5%), 5 werden doorverwezen naar het PTC (62.5%) en bij 2 patiënten volstond een gesprek (25%). (Figuur 6)








Figuur 6 : voorgestelde behandeling bij neerslachtigheid, volgens de respectievelijke artsen


Slaapproblemen

Slaapproblemen waren de frequentste klacht bij studenten tijdens de examenperiode en kwam bij 23 van de 36 patiënten voor. Een groot aantal van deze patiënten (n = 15; 65.2% ) kreeg een medicamenteuze behandeling en dan werden vooral benzodiazepines voorgeschreven namelijk alprazolam (n = 1; 4.3%) en lormetazepam 1 of 2 mg (n = 5; 21.7%), en middelen verwant aan de benzodiazepines (de nieuwe Z-drugs) : zolpidem 5 of 10 mg (n = 7; 30.4%) en zaleplon (n = 2; 8.7%). Er waren 8 doorverwijzingen naar het PTC (34.8%) en bij 3 patiënten werden enkel slaaptips gegeven (13,0%). (Figuur 7)


Figuur 7 : voorgestelde behandeling bij slaapproblemen, volgens de respectievelijke artsen


Vermoeidheid

Bij 2 van de 10 patiënten die klaagden over vermoeidheid werd een doorverwijzing naar het PTC voorgesteld; 1 keer werd een preparaat op basis van Ginkgo biloba voorgeschreven. De andere patiënten werden door middel van een gesprek geholpen. (Figuur 8)




Figuur 8 : voorgestelde behandeling bij vermoeidheid, volgens de respectievelijke artsen


Buikkrampen, diarree en verminderde eetlust

Buikkrampen kwamen bij 2 patiënten voor; bij 1 patiënt werd medicatie voorgeschreven (Spasmomen). Diarree werd slechts 1 keer gerapporteerd en hiervoor werd geen behandeling gegeven. Verminderde eetlust kwam bij 6 patiënten voor; bij de helft van hen werd medicatie voorgesteld (Motilium).


Hartkloppingen

Hartkloppingen werden 8 keer gerapporteerd en waren meestal aanwezig bij de patiënten die ook klaagden van angst of agitatie. Bij 7 patiënten (87.5%) werd propranolol opgestart in verschillende doses. 1 patiënt werd doorverwezen naar het PTC en 1 patiënt werd gerustgesteld door middel van een gesprek (12.5%). (Figuur 9)




Figuur 9: voorgestelde behandeling bij hartkloppingen, volgens de respectievelijke artsen

Bespreking

In de literatuur zijn voor een aantal van deze klachten guidelines en aanbevelingen te vinden; voor de aanpak van de andere klachten werd gezocht naar goede meta-analyses en RCT’s om de huidige aanpak in het Medisch Centrum te toetsen en een consensus op te stellen voor de toekomst.



Agitatie


Er werden slechts weinig artikels gevonden in verband met de behandeling van deze klacht. Volgens een review uitgevoerd door de Cochrane Collaboration lijkt therapeutische massage op stress in het algemeen een goed effect te hebben(1), evenals een oraal multivitaminepreparaat (2).

Een aantal meta-analyses beschrijft het positieve effect van de antidepressiva reboxetine (Edronal) en moclobemide (Aurorix) op agitatie, maar deze studies werden uitgevoerd bij patiënten met een majeure depressie (3,4). De resultaten ervan zijn dus zeker niet te veralgemenen en te gebruiken bij studenten met agitatie zonder depressie.

De patiënten in het Medisch Centrum die last hadden van agitatie, hadden meestal ook nog andere klachten zoals angst en/of hartkloppingen. De aanpak van deze klacht wordt dus mede bepaald door wat voor de geassocieerde klachten wordt voorgeschreven.

Angst


Door de FOD Volksgezondheid werd in 2005 een Hulpmiddelenboek voor huisartsen opgesteld met een overzicht van de behandeling van angst (5). Daarnaast is er een standaard van het Nederlands Huisarts Genootschap (NHG) over angststoornissen (6).

In het Hulpmiddelenboek (5) wordt bij de aanpak van angst in eerste instantie aangeraden tips te geven om de gevolgen van de angst te verzachten. Bij lichte tot matige angst kan doorverwezen worden naar een kinesist voor relaxatieoefeningen. Bij matige tot ernstige angst echter kan psychotherapie nuttig zijn om de oorzaak van de angst en de houdingen en gedragingen die de angst met zich meebrengt aan te pakken. In sommige situaties is het nodig medicatie voor te schrijven: in afwachting van de behandeling door een specialist, in afwachting van de werking van antidepressiva of indien de angst uiterst zeldzaam en in specifieke situaties optreedt, kan gekozen worden voor een benzodiazepine. De voorkeur gaat uit naar een anxiolyticum met middellange werking bij reactieve angst en naar een middel met lange werkingsduur bij veralgemeende angst. Daarnaast kan ook voor bètablokkers gekozen worden bij angst die gepaard gaat met tachycardie. Bij ernstige vormen van angst en majeure angststoornissen zoals OCD en paniekstoornis, kunnen antidepressiva met anxiolytisch effect aangewezen zijn.

De NHG-standaard (6) stelt zowel cognitieve gedragstherapie als een medicamenteuze behandeling als eerste keuze voor. Een benzodiazepine (diazepam 5-10 mg/dag, maximum 40 mg/dag of oxazepam 30 mg/dag, maximum 150 mg/dag) kan in het begin van de behandeling voorgeschreven worden. Bij specifieke vormen van sociale fobie zoals podiumvrees kan een bètablokker voorgesteld worden (propranolol max. 40 mg/dag). Bij een gegeneraliseerde angststoornis kan ook gekozen worden voor een Selectieve Serotonine Reuptake Inhibitor (SSRI) of TriCyclisch Antidepressivum (TCA) en indien deze niet het gewenste effect hebben, kan overgeschakeld worden op venlafaxine of buspiron. Bij onvoldoende effect van de medicamenteuze behandeling na 8-12 weken, bij een obsessief compulsieve stoornis en bij ernstige klachten of ernstig sociaal disfunctioneren, moet verwezen worden voor cognitieve gedragstherapie.

Een review van The Cochrane Collaboration over het gebruik van Passiflora bij angststoornissen kon geen bewijs voor de effectiviteit hiervan aantonen (7).

In het Medisch Centrum werd alprazolam voorgeschreven, dat een halflange werkingsduur heeft en dus aangewezen is voor het verminderen van angst tijdens de examenperiode. Eenmaal werd propranolol voorgeschreven, dat eveneens zijn plaats heeft bij angst met hartkloppingen. Ook de verwijzingen naar het PTC en de kinesist worden door de standaarden aangeraden. Het voorschrijven van Passiflora (Sedinal) als anxiolyticum is weinig wetenschappelijk onderbouwd maar kan als placebo-effect eventueel wel een plaats hebben. In de consensus die werd opgesteld, werden oxazepam en diazepam niet opgenomen gezien hun minder gunstig profiel vooral op het vlak van spierrelaxatie. Omwille van het goede effect van alprazolam en cloxazolam op zowel somatische als psychische angst en de slechts geringe spierrelaxerende werking, werd voor deze producten gekozen. Ook Lysanxia (druppels) werd opgenomen in de consensus omdat dit eenvoudig te doseren is en kan gebruikt worden bij patiënten die liever geen comprimés gebruiken. Bij patiënten met gegeneraliseerde angst kan in eerste instantie het SSRI paroxetine gebruikt worden gezien dit minder nevenwerkingen heeft, iets goedkoper is en de artsen er een goede ervaring mee hebben. Bij therapiefalen kan het TCA Anafranil voorgeschreven worden (ten opzichte van Tofranil heeft dit het voordeel dat slechts twee comprimés moeten ingenomen worden in plaats van vier).

Indien dan nog geen goed effect bekomen wordt, kan Efexor exel of wellbutrin of buspar (niet terugbetaald) gegeven worden.



Neerslachtigheid


Er is geen Vlaamse aanbeveling rond dit onderwerp maar het Nederlands Huisarts Genootschap heeft wel een standaard “depressieve stoornis” (8).

De behandeling van een depressieve stoornis hangt volgens deze standaard af van een aantal factoren namelijk lijdensdruk, disfunctioneren en voorkeur van de patiënt. Wanneer de beslissing tot het voorschrijven van een antidepressivum genomen wordt, kan gekozen worden TCA of een SSRI, op basis van contra-indicaties, nevenwerkingen en eerdere ervaringen. Er kan ook primair voor psychologische interventie of psychotherapie gekozen worden. Verwijzing naar de psychiater is noodzakelijk bij ernstig sociaal disfunctioneren ondanks begeleiding en ingestelde behandeling, bij een sterk verhoogd suïciderisico en bij een bipolaire of psychotische depressie.

De aanpak van deze klacht door de artsen in het Medisch Centrum was conform deze standaard. In de consensus werd opnieuw voor paroxetine gekozen en indien dit onvoldoende effect heeft bij de maximale dosis, kan Redomex voorgeschreven worden.

Slaapproblemen


In het Hulpmiddelenboek voor huisartsen (5) wordt eveneens de aanpak van slapeloosheid beschreven. Zowel de Vlaamse Domus Medica als het Nederlands Huisarts Genootschap heeft een aanbeveling over de aanpak van slapeloosheid in de eerste lijn (9,10).

Deze drie bronnen komen in grote lijnen overeen wat betreft deze aanpak: medicatie is slechts verantwoord voor kortdurende slaapstoornissen en het voorschrijven van een slaapmiddel moet steeds met slaaptips gecombineerd worden. Daarnaast kan voor relaxatietherapie verwezen worden naar een kinesist of psychotherapeut. Ook cognitieve gedragstherapie kan toegepast worden om een (in)slaapprobleem op te lossen.

De NHG-standaard raadt Temazepam 10-20 mg of Zolpidem 10 mg aan (10), terwijl volgens de Vlaamse aanbeveling een benzodiazepine met halflange werkingsduur aangeraden wordt (type Lormetazepam, Loprazolam of Temazepam aan een zo laag mogelijke dosis) en de nieuwe niet-benzodiazepine hypnotica (Zolpidem, Zopiclon en Zaleplon) geen eerste keuze zijn (9).

Bij de studenten die met de klacht slapeloosheid kwamen, werd in meer dan de helft van de gevallen een slaapmiddel voorgeschreven. Dit is te verdedigen gezien de acute uitlokkende factor (examens) en het gebrek aan tijd om het slaapprobleem dmv conditionering op te lossen. De artsen gebruikten vooral Zolpidem dat zoals gezegd volgens de NHG-standaard aangeraden wordt, maar volgens de Vlaamse aanbeveling geen eerste keuze is. Zaleplon wordt in geen van beide standaarden aangeraden maar is evenals Zopiclon beschikbaar in een kleine verpakking (resp. 14 en 10 tabletten) en werden om die reden toch in de consensus opgenomen. Daarnaast kunnen ook Lormetazepam 1 mg en Dormonoct 1 mg voorgeschreven worden bij slaapproblemen in de examens.



Vermoeidheid


Vermoeidheid gaat bij studenten vaak met een verminderd prestatievermogen en concentratiestoornissen gepaard. Gezien er geen Vlaamse aanbevelingen of Nederlandse standaarden bestaan over de aanpak van deze klachten, werd in PubMed gezocht naar Practice Guidelines en Meta-analyses met de MeshTerm “Fatigue” maar dit leverde geen resultaten op. Ook bij Clinical evidence en Cochrane (volgens topic “Demention and cognitive improvement” en met de termen “Fatigue”, “Energy”, “Amphetamines”, “Ginkgo biloba”) werden geen bruikbare reviews gevonden. In PubMed werden met de MeshTerm “Fatigue/drug therapy” en “Ginkgo biloba” en “Amphetamines” wel een aantal RCT’s weerhouden.

Zo zijn er heel wat artikels die de positieve effecten op de cognitieve functie van amfetamines beschrijven, zowel in normale situaties als bij slaapdeprivatie (11,12,13,14). Eén artikel beschrijft de verbetering van fysieke inspanningen na inname van een oraal magnesiumpreparaat bij personen met slaapdeprivatie (15) maar hieruit kan niet afgeleid woden dat dit ook zo is voor mentale inspanningen. Over Ginkgo biloba zijn de meningen eerder verdeeld: een aantal RCT’s bewijst het effect van Ginkgo biloba (dat dosisgerelateerd is), alleen of in combinatie met Panax ginseng (16,17,18), terwijl andere artikels tot de conclusie komen dat er geen verschil is tussen Ginkgo biloba en placebo (19). Op lange termijn (>6 weken) is er echter geen enkele verbetering van de cognitieve prestaties meer (20).

In het Medisch Centrum werd de klacht vermoeidheid meestal door middel van een gesprek geduid en werden tips gegeven om hiermee om te gaan. Eenmaal werd een preparaat met Ginkgo biloba voorgeschreven, wat door zijn mogelijks positieve effect en zeldzame neveneffecten eventueel verdedigd kan worden. In de consensus werd het amfetamine Captagon opgenomen, dat in zeer zeldzame situaties kortstondig en gecontroleerd gebruikt mag worden, aan een dosering van 0.5 co ’s morgens en ’s middags. Er wordt in die gevallen geen voorschrift opgesteld maar een staaltje meegegeven. Rilatine wordt voorbehouden bij studenten met de diagnose ADHD, na testing en verslag van een psychiater.

Buikkrampen, diarree en verminderde eetlust


Er zijn geen aanbevelingen of standaarden over deze klachten. Ongetwijfeld zijn deze klachten heel frequent bij studenten met stress, maar ze geven weinig aanleiding tot het raadplegen van een arts. De aanpak van deze klachten is dezelfde als deze bij buikkrampen, diarree en verminderde eetlust veroorzaakt door somatische aandoeningen en wordt hier verder niet besproken.

Hartkloppingen


Hartkloppingen zijn meestal een uiting van een van de andere stressgerelateerde klachten (agitatie, angst) en de aanpak ervan wordt niet apart in aanbevelingen beschreven. Hier en daar zoals in de NHG-standaard Angststoornissen (6) en in het Hulpmiddelenboek voor huisartsen (5) vinden we wel een verwijzing naar de behandeling van deze klacht terug (propranolol 10 mg 4 x per dag). In PubMed werd door de MeshTerm “Tachycardia” te gebruiken een Practice guideline gevonden over de aanpak van arrhytmieën, waar een bètablokker wordt aangeraden (21). Verder werden geen artikels gevonden die de aanpak van deze klacht beschreven.

De studentenartsen schreven vaak propranolol voor bij hartkloppingen, maar in wisselende doses: van 10 mg 4 x per dag tot 20 mg 4 x per dag en 80 mg 1 x per dag. De hogere doses worden door de beperkte literatuur over dit onderwerp niet aangeraden, maar uit ervaring lijkt dit een goed effect te hebben en goed verdragen te worden.



Besluit

Ter conclusie kunnen we stellen dat er al een duidelijke overeenkomst was tussen de artsen onderling in de aanpak van deze stressgerelateerde klachten en dat deze overeenkomt met de in de aanbevelingen en standaarden beschreven aanpak. Een consensus voor de praktijk, gebaseerd op de gevonden literatuur en eigen ervaringen, werd opgesteld na overleg met de verschillende artsen.


praktijkconsensus behandeling stressgerelateerde klachten bij studenten

Agitatie en angst

Indien voldoende tijd:

Bij lichte tot matige angst:


  • Doorverwijzing kinesitherapeut voor relaxatietherapie

Bij matige tot ernstige angst:



  • Doorverwijzing PTC voor relaxatietraining, mindfullnesstraining of cognitieve gedragstherapie

  • Medicamenteuze behandeling

Indien net voor/tijdens examens:



  • Medicamenteuze behandeling

Bij lichte angst:



    • Passiflora-extract (effect niet bewezen)

      • Sedinal

      • Sedanxio

Bij paniekaanvallen:



    • BDZ:

      • Alprazolam 0.25 mg (halflange werkingsduur)

      • Cloxazolam (°Akton) 1 mg (lange werkingsduur:) 0.5-0.5-1 co per dag

      • Prazepam (°Lysanxia): 3 x 7 druppels, max 4 x 15 druppels per dag

Bij tachycardie en podiumvrees:



    • Bètablokker:

      • propranolol 10 mg 1 co 4 x per dag

eventueel opdrijven naar 2 co 4 x per dag zo goed verdragen en bloeddruk dit toelaat

      • propranolol retard mitis 80 mg bij chronisch gebruik

Bij gegeneraliseerde angst:



    • SSRI:

      • Paroxetine
        startdosis 10-20 mg ’s morgens

streefdosis 20-40 mg ’s morgens,

maximum 60 mg ’s morgens




    • TCA bij neveneffecten:

      • Anafranil (25 mg, retard 75 mg)

startdosis 25 mg ’s avonds

streefdosis 100-150 mg ’s avonds

maximum 250 mg ‘s avonds


    • indien TCA en SSRI onvoldoende effect:

      • Efexor exel (37.5, 75 en 150 mg)

startdosis 75 mg/dag

maximum 225 mg/dag



      • Wellbutrin (150 of 300 mg)



Neerslachtigheid

Indien voldoende tijd:

Als primaire keuze, bij therapiefalen, bij neveneffecten, bij ernstige psychosociale problemen en persoonlijkheidsstoornissen:


  • Doorverwijzing PTC

  • Medicamenteuze behandeling

Bij bipolaire of psychotische depressie, bij sterk verhoogd suïciderisico en bij ernstig sociaal disfunctioneren ondanks ingestelde behandeling en begeleiding


Indien net voor/tijdens examens:



  • Medicamenteuze behandeling




    • SSRI

      • Paroxetine (10, 20 en 30 mg)

startdosis 20 mg ‘s morgens

indien onvoldoende resultaat na 4-6 weken dosis verdubbelen

maximum 60 mg/dag


    • TCA (voorkeur bij NSAID- en antipsychoticagebruik)

      • Redomex diffucaps (25, 50 en 75 mg)

startdosis 75 mg 1 caps ‘s avonds

indien onvoldoende resultaat na 4-6 weken dosis verhogen met 25 mg om de 2-3 dagen tot maximaal 300 mg/dag




Slaapproblemen

Indien voldoende tijd:



  • Doorverwijzing voor relaxatietherapie bij kinesist of psycholoog




  • Doorverwijzing PTC voor cognitieve gedragstherapie

Indien net voor/tijdens examens:



  • Medicamenteuze behandeling




    • BDZ

      • Lormetazepam 1 mg




    • Z-drugs

      • Zolpidem 10 mg

      • Zopiclone 7.5 mg (bestaat in kleine verpakking 10 co EG)

      • Zaleplon 10 mg (relatief kleine verpakking 14 co sonata)

Vermoeidheid

Placebo-effect:



      • Memfit

      • Ginseng

Zeldzame indicaties:



    • Amfetamines

      • Captagon 50 mg

’s morgens en ’s middags 0.5 co

niet voorschrijven maar staal uit kast meegeven




Referenties





  1. The Cochrane Collaboration: Cochrane reviews. Randomised controlled trial of therapeutic massage in the management of stress

  2. The Cochrane Collaboration: Cochrane reviews. A double-blind, placebo-controlled, double-centre study of the effects of an oral multivitamin-mineral combination on stress

  3. J Clin Psychopharmocol. 2002 Aug; 22(4):388-92. Effects of reboxetine on anxiety, agitation and insomnia: results of a pooled evaluation of randomized clinical trials. Stahl SM, Mendels J, Schwartz GE.

  4. J Affect Disord. 1995 Oct 9; 35(1-2):21-30. Therapeutic efficacy of antidepressants in agitated anxious depression-a meta-analysis of moclobemide studies. Delini-Stula A, Mikkelsen H, Angst J.

  5. Federale campagne voor het verantwoord gebruik van benzodiazepines 2005. Hulpmiddelenboek voor huisartsen

  6. NHG-standaard Angststoornissen

  7. The Cochrane Collaboration: Cochrane reviews. Passiflora for anxiety disorder

  8. NHG-standaard Depressieve stoornis

  9. Domus Medica Aanbeveling Aanpak van slapeloosheid in de eerste lijn

  10. NHG-standaard Slaapproblemen en slaapmiddelen

  11. Int J Aviat Psychol. 1996; 6(4):379-97. Methamphetamine effects on cognitive processing during extended wakefulness. Wiegmann DA, Stanny RR, McKay DL, Neri DF, McCardie AH.

  12. Psychopharmacology (Berl). 2006 Aug; 187(2):154-69. Epub 2006 Jun 8. The acute effects of d-amphetamine and methamphetamine on attention and psychomotor performance.Silber BY, Croft RJ, Papafotiou K, Stough C.

  13. Neuropsychopharmacology. 1989 Jun; 2(2):153-64. The effects of d-amphetamine on arousal, cognition, and mood after prolonged total sleep deprivation. Newhouse PA, Belenky G, Thomas M et al.

  14. Arch Gen Psychiatry. 1980 Aug; 37(8):933-43. Dextroamphetamine. Its cognitive and behavioral effects in normal and hyperactive boys and normal men. Rapoport JL, Buchsbaum MS, Weingartner H et al.

  15. Jpn Circ J. 1998 May; 62(5):341-6. Efficacy of oral magnesium administration on decreased exercise tolerance in a state of chronic sleep deprivation. Tanabe K, Yamamoto A, Suzuki N et al.

  16. Hum Psychopharmacol. 2002 Jan; 17(1):35-44. Acute, dose-dependent cognitive effects of Ginkgo biloba, Panax ginseng and their combination in healthy young volunteers: differential interactions with cognitive demand. Scholey AB, Kennedy DO.

  17. Physiol Behav. 2002 Apr 15; 75(5):739-51. Modulation of cognition and mood following administration of single doses of Ginkgo biloba, ginseng and a ginkgo/ginseng combination to healthy young adults. Kennedy DO, Scholey AB, Wesnes KA.

  18. Nutr Neurosci. 2001; 4(5):399-412. Differential, dose dependent changes in cognitive performance following acute administration of a Ginkgo biloba/Panax ginseng combination to healthy young volunteers. Kennedy DO, Scholey AB, Wesnes KA.

  19. Hum Psychopharmacol. 2006 Jan; 21(1):27-37 Ginkgo biloba: no robust effect on cognitive abilities or mood in healthy young or older adults. Burns NR, Bryan J, Nettelbeck T

  20. Psychopharmacology (Berl). 2005 May; 179(2):437-46. Epub 2005 Mar 1. Differential cognitive effects of Ginkgo biloba after acute and chronic treatment in healthy young volunteers. Elsabagh S, Hartley DE, Ali O, Williamson EM, File SE.

  21. ACC/AHA/ESC guidelines for the management of patients with supraventricular arrhythmias





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina