Consultatienota



Dovnload 58.75 Kb.
Datum24.08.2016
Grootte58.75 Kb.



Consultatienota
Herziening Technisch Reglement voor de Distributie van Elektriciteit en Technisch Reglement Distributie Gas in het Vlaamse Gewest







Toelichtingen bij het aanpassen van het Technisch Reglement Distributie Elektriciteit en Technisch Reglement Distributie Gas

  1. Aanleiding

    1. “Opkuis TRDE” n.a.v. vaststelling TRPV


Conform artikel 4.2.1. van het Energiedecreet is de VREG gehouden om, na consultatie van de marktpartijen, een apart technisch reglement op te stellen voor het beheer van het elektriciteitsdistributienet, enerzijds, en het plaatselijk vervoernet van elektriciteit, anderzijds.
Tot voor kort moest enkel een technisch reglement voor distributie elektriciteit (TRDE) opgesteld worden. Dat reglement was ook van toepassing op de netten op 36 kV en 70 kV die tot nog toe enkel door Elia worden beheerd.
Naar aanleiding van de identificatie van dat net, dat voornamelijk een transmissiefunctie heeft, als een apart net, nl. het “plaatselijk vervoernet van elektriciteit” dat bijgevolg niet meer als distributienet gekwalificeerd wordt, werden de technische en operationele regels die gelden voor het beheer van dat net ook in een apart technisch reglement gegoten. Het TRPV, zoals we het kort noemen, werd vastgesteld bij beslissing van de VREG van 21 juni 2013.
Dit heeft als gevolg dat de bepalingen in het TRDE die enkel van toepassing waren op het plaatselijk vervoernet komen te vervallen. Daarom moet het TRDE herzien worden: de overbodig geworden bepalingen moeten geschrapt worden.
Intussen is er echter een uitbreiding van de bevoegdheid van de gemengde distributienetbeheerders Imea, Intergem, Gaselwest, Imewo, Iveka, Sibelgas en Iverlek, om voor deze distributienetbeheerders het spanningsniveau waarvoor zij op hun grondgebied als elektriciteitsdistributienetbeheerder erkend zijn, uit te breiden tot en met 36 kilovolt. Niet alle bepalingen voor aansluitingen of productie-eenheden op spanningen groter dan 30 kV kunnen zonder meer geschrapt of gehandhaafd worden.

    1. Omzetting Energie-efficiëntie Richtlijn

Hiervoor baseren we ons op het advies van de VREG van 29 oktober 2013 (ADV-2013-09).

Zo is er de toevoeging van de functionaliteiten van slimme meters, de toevoeging van de rechten en plichten van de aanbieder van energiediensten of aggregator en de toevoeging van bepalingen die de prioriteiten vastleggen die de netbeheerders moeten geven aan kwalitatieve warmtekrachtinstallaties. De netbeheerders moeten ook rapporteren over hun beoordeling van het potentieel voor energie-efficiëntie van de distributienetten.

    1. Varia


Zoals bij elke herziening, wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om correcties en wijzigingen door te voeren.

Het toegangsreglement wordt op verzoek van de netbeheerders omgevormd tot een toegangscontract. Dit contract moet door de netbeheerders ter goedkeuring voorgelegd worden aan de VREG. Kennisname en commentaar van de VREG volstaat o.i. niet meer om de rechten van toegangshouders in een contractuele context te kunnen vrijwaren.


Naar aanleiding van de wijziging van het Energiedecreet op het vlak van de aansprakelijkheid van distributienetbeheerders (cfr. forfaitaire vergoedingsplichten) zijn ook enkele wijzigingen vereist, zoals het bepalen welke netgebruiker een aansluitingscontract met de netbeheerder sluit, en welke onderworpen is aan een reglement. Ook de wijziging naar een goedkeuringseis (in plaats van kennisname en commentaar) van model van aansluitingscontract en aansluitingsreglement moet ingevoerd worden naar aanleiding van deze decreetswijziging.


  1. Aanpak


De artikels die betrekking hebben op hoogspanningsnetten >30 kV werden beoordeeld in overleg met de distributienetbeheerders of ze nog van toepassing zijn voor distributienetten op een spanning van 36 kV die Eandis plant aan te leggen en zo nodig geschrapt of aangepast.
Wat de omzetting van de Energie-efficiëntierichtlijn betreft, baseren we ons op het advies van de VREG van 29 oktober 2013 (ADV-2013-09). De functionaliteiten van de slimme meter werden in een afzonderlijke consultatie besproken en geëvalueerd. De functionaliteiten die weerhouden werden na verwerking van de opmerkingen zijn opgenomen in het voorstel van de meetcode.
Aanvullend werden alle opmerkingen bijgehouden en verwerkt die tussentijds door de VREG medewerkers en stakeholders werden overgemaakt na de herziening van het technisch reglement in 2012.
Voor het Technisch Reglement Distributie Gas zullen na de consultatie de bepalingen die ook van toepassing zijn op distributie gas mee aangepast worden. Voor de functionaliteiten van de slimme meter voor gas verwijzen we naar de afzonderlijke consultatie over de functionaliteiten van de slimme meter.

  1. Vervolgtraject


Na de consultatie worden alle opmerkingen verwerkt door de VREG en kan er toelichting worden gevraagd op de gemaakte opmerkingen. Alle weerhouden opmerkingen geven aanleiding tot een aanpassing van de bepalingen. Weerhouden en niet weerhouden voorstellen voor aanpassingen worden gemotiveerd.

De technische reglementen zijn onderworpen aan de goedkeuring van de Vlaamse Regering. In voorkomend geval wordt de beslissing tot niet-goedkeuring onverwijld meegedeeld aan de VREG, die, rekening houdend met de opmerkingen van de Vlaamse Regering, de nodige aanpassingen verricht. Daarna wordt het technisch reglement opnieuw ter goedkeuring voorgelegd aan de Vlaamse Regering.



  1. Aanpassingen ten opzichte van het bestaande TRDE


Wat is er gewijzigd ten opzichte van het Technisch Reglement Distributie Elektriciteit versie 15 mei 2012? Hierna volgt een samenvatting van de belangrijkste aanpassingen die ter consultatie worden voorgelegd. De aanpassingen zijn verwerkt met track changes in de consultatieversie.

  1. ALGEMENE BEPALINGEN



    1. Artikel I.1.1.1 verduidelijking dat het Technisch Reglement voor de Distributie van Elektriciteit toepasselijk is op elektriciteitsdistributienetten en de hieraan gekoppelde gesloten distributienetten voor elektriciteit.

    2. Artikel I.1.2.1.§1 De Vlaamse energiewetgeving impliceert de bijhorende uitvoeringsbesluiten en het Technisch Reglement voor de Distributie van Elektriciteit in het Vlaamse Gewest. De verwijzing naar deze laatste documenten wordt daarom weggelaten in dit artikel.

    3. Artikel I.1.2.1.§3. De elektriciteitsdistributienetbeheerder verstrekt de gebruiker een spanning op het aansluitingspunt die minstens voldoet aan de norm NBN EN 50160 “Spanningskarakteristieken in openbare elektriciteitsnetten”. De inspanningsverbintenis wordt een resultaatsverbintenis. Dit wordt onder andere ook zo opgelegd in Wallonië en Nederland.

    4. Op een toegangspunt van het distributienet kan er (in tegenstelling tot het plaatselijk vervoernet) slechts 1 leverancier en 1 toegangsverantwoordelijke actief zijn. In alle artikels waar met de aanduiding (s) meerdere leveranciers en evenwichtsverantwoordelijken toegelaten werden, werd de aanduiding (s) weggelaten.

    5. Artikel I.2.2.2.§4 gaf de distributienetbeheerder de vrije keuze van communicatieprotocol als hij ook transmissienetbeheerder was. Dit had enkel betrekking op het plaatselijk vervoernet en is dus overbodig.

    6. Artikel I.3.1.2. Modelcontracten voor aansluiting of toegang, alsook elke wijziging daaraan moeten worden goedgekeurd door de VREG. Momenteel is het zo dat modelcontracten enkel ter kennis en commentaar aan de VREG moeten worden overgemaakt. De VREG wenst de technische reglementen in die zin te wijzigen dat modelcontracten door de VREG goedgekeurd moeten worden. In het kader van die goedkeuring kan dan nagegaan worden of eventuele beperkingen of uitsluitingen van aansprakelijkheid, inclusief de bij het ontwerp van decreet voorgestelde vergoedingsplichten, door beide contractspartijen – dus zowel netbeheerder als netgebruiker – aanvaarde contractuele bedingen betreffen, die resulteren in een voor beide partijen evenwichtige regeling.

    7. Artikel I.4.2.1.§2. Correctie foute verwijzing naar I.1.2.1§1, moet zijn I.4.2.1.§1

    8. Artikel I.5.3.1.§4. Verduidelijking dat het hier enkel om het gekoppelde elektriciteitsdistributienet gaat en niet het gekoppelde net waarmee ook het transmissienet wordt bedoeld.



  1. PLANNINGSCODE



    1. Artikel II.1.1.1 is aangepast aan de bepalingen in artikel 4.1.9 van het Energiedecreet om herhalingen over de inhoud van het investeringsplan te vermijden.

    2. Om de transparantie van de investeringsplannen te verhogen wordt met artikel II.1.1.5 een verplichting toegevoegd voor de beheerder van het distributienet om na goedkeuring de investeringsplannen op zijn website te publiceren.

    3. Aanpassing als gevolg van de omzetting van de Energie-efficiëntierichtlijn. In artikel I.1.1.5 werd de verplichting toegevoegd voor de netbeheerders tot het verstrekken van informatie aan de VREG over de beoordeling die zij uitvoeren van het potentieel voor energie-efficiëntie van hun elektriciteitsinfrastructuur, in het bijzonder wat betreft transport, distributie, beheer van de belasting van het net en interoperabiliteit, en de aansluiting op installaties voor energieopwekking, inclusief de toegangsmogelijkheden voor micro-energiegeneratoren.



  1. AANSLUITINGSCODE




    1. Artikel 3.1.1 §5. Hier is een beperking toegevoegd op het recht van de elektriciteitsdistributienetbeheerder om een deel van het verkavelde terrein of gebouw op te eisen voor de inrichting van installaties voor de distributie van elektriciteit en voor de openbare verlichting. Uit klachten is gebleken dat er een gebrek is aan informatiedoorstroming vanuit de gemeenten naar de netbeheerders toe van de aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning of verkavelingsvergunning. Hierdoor is de eis van de elektriciteitsdistributienetbeheerder om een deel van het gebouw (of grond) bij de elektriciteitsdistributienetgebruiker pas gekend als het gebouw reeds gerealiseerd is met alle gevolgen vandien. De elektriciteitsdistributienetbeheerder kan zijn recht uitoefenen uiterlijk tot op de datum van de aflevering van de vereiste vergunning in het kader van de reglementering met betrekking tot de ruimtelijke ordening. In de §1, 4 en 5 zijn “openbare verplichting” vervangen door “openbare verlichting”. Het betreft een correctie op foute aanpassingen bij de vorige herziening.

Het doel is dat de eis bij de DNG gekend is in ontwerpfase van gebouw/terrein. Deze bedoeling blijkt trouwens uit §7: "op basis van het finale ontwerp wordt een offerte opgesteld..."

Als DNB de eis te laat stelt, is het geen absoluut recht meer, maar zal onderhandeld moeten worden met de DNG.



    1. Artikel III.3.1.3. Wijze van aansluiten, afhankelijk van het aansluitings- of onderschreven vermogen. In §2 en §3 is de verwijzing naar de distributienetbeheerder van het laagste spanningsniveau overbodig. In §4 wordt de distributienetbeheerder van het hoogste spanningsniveau vervangen door de beheerder van het plaatselijk vervoernet. §5 betreffende de aansluiting van een vermogen > 25 MVA op een spanningsniveau > 30 kV wordt geschrapt. Dit is een verplichting die opgenomen is in het Technisch Reglement Plaatselijk Vervoernet.

    2. Artikel III.3.3.3.§1. Foute verwijzing naar Artikel III.3.2.3.§1, moet zijn “Artikel III.3.2.3”.

    3. Artikel III.3.3.13. De verwijzing naar het laagste spanningsniveau is overbodig en geschrapt.

    4. Artikel III.3.3.20. Aan dit artikel is toegevoegd dat bij de indiening van een aanvraag voor een oriënterende studie de beheerder van het elektriciteitsdistributienet er niet toe verplicht is om een capaciteitsreservering te bepalen of toe te kennen. Daar het overleg met de beheerder van het plaatselijk vervoernet dikwijls complex is en een langetermijnvisie voor de regio nodig is voor elke aansluitingsaanvraag waar een aansluiting op het 36kV net te overwegen is, wordt er toegevoegd dat de termijnen, vermeld in §1 en §2, kunnen worden verlengd in onderling overleg.

    5. Het Artikel III.3.3.25 is nieuw toegevoegd, in afstemming met het Technisch Reglement Plaatselijk Vervoernet. Afhankelijk van de capaciteit van het elektriciteitsdistributienet wordt een capaciteit toegekend volgens traditionele of, in geval van een productie-eenheid, volgens flexibele voorwaarden. Een aansluiting met flexibele toegang onder normale uitbatingsomstandigheden van het net kan toegestaan worden onder voorwaarden als het gaat om een aansluiting van een productie-installatie, en als deze aansluiting conform de standaard vigerende regels geweigerd zou moeten worden door een gebrek aan capaciteit omwille van congestie. Deze flexibele toegang kan in principe enkel tijdelijk toegepast worden in afwachting van de uitvoering van een geplande netversterking. Deze flexibele toegang kan uitzonderlijk, om technisch-economische redenen en mits akkoord van de VREG, definitief toegepast worden.

    6. Artikel III.3.3.29 §1. Aan de termijn van uitvoering van een eenvoudige aansluiting is een uitzondering toegevoegd. Als het elektriciteitsdistributienet aan de overkant van de straat ligt moet er een onderboring gebeuren die niet altijd binnen de termijn van 15 werkdagen kan uitgevoerd worden. Dit is landelijk een vaak voorkomende situatie.

    7. De Energie-efficiëntie richtlijn legt in de bijlage XII op dat aan elke nieuwe elektriciteitsproducent die produceert uit hoogrenderende warmtekrachtkoppeling en die aansluiting op het net wenst, de vereiste uitvoerige en noodzakelijke gegevens worden verstrekt waaronder een redelijk indicatief tijdschema voor alle geplande netaansluitingen. Het volledige proces voor netaansluiting mag niet meer dan 24 maanden in beslag nemen, rekening houdend met hetgeen redelijkerwijs haalbaar en niet-discriminerend is. Daarom is onder Artikel III.3.3.29 een bepaling opgenomen om de termijn van uitvoering van een aansluiting van kwalitatieve warmtekrachtkoppelingsinstallaties en installaties die elektriciteit produceren op basis van hernieuwbare energiebronnen te beperken tot 24 maanden rekening houdend met hetgeen redelijkerwijs haalbaar en niet-discriminerend is.

    8. Artikel III.3.3.32 § 2 is verduidelijkt omdat er verschillende interpretaties mogelijk waren over de mogelijkheid om de capaciteitsreservering te verlengen. De capaciteitsreservering voorzien in de offerte blijft geldig gedurende de geldigheidsduur van de offerte zoals bepaald in Artikel III.3.3.2. Daarna en mits goedkeuring van de offerte is de capaciteitsreservering geldig voor een periode van 2 jaar te rekenen vanaf goedkeuring van de offerte. De elektriciteitsdistributienetbeheerder kan de capaciteitsreservering slechts eenmaal mits motivering verlengen. Er is ook toegevoegd dat capaciteitsreserveringen niet verhandelbaar of overdraagbaar zijn.

    9. Afdeling III.3.4. Beroep tegen de weigering tot aansluiting door de elektriciteitsdistributienetbeheerder wordt geschrapt. Bij beslissingen van de netbeheerder waar momenteel melding gemaakt moet worden van deze beroepsmogelijkheid, moet de netbeheerder melding maken van de bemiddelings- en beslechtingstaak in geschillen met netbeheerder conform artikels 3.1.4/2 en 3.1.4/3 van het Energiedecreet. Administratief beroep heeft geen meerwaarde meer nu de VREG bevoegd is voor bemiddeling én beslechting van geschillen met de netbeheerder. Geschillenbeslechting geeft de netgebruiker evenveel rechtsbescherming als het (administratief) beroep en bovendien wordt een beslechting steeds (verplicht) voorafgegaan door een bemiddelingspoging. De bemiddeling is meestal een nuttig instrument, terwijl een beroep tegen een beslissing tot nu toe nooit tot een wijziging (hoogstens andere motivering; door VREG) van de beslissing leidde. Alle artikels waarin deze informatieplicht is opgenomen werden aangepast.

    10. Afdeling III.4.5. Aanvullende voorschriften voor productie-eenheden op spanning groter dan 30 kV. Deze voorschriften sluiten nauw aan bij het technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en zijn aan herziening toe eens de “Network Code on Requirements for Generators” (in voorbereiding) van ENTSO-E van kracht worden. Deze bepalingen zijn niet alleen achterhaald maar ook niet van toepassing op productie-eenheden die aangesloten worden op het elektriciteitsdistributienet. Daarom wordt afdeling III.4.5 geschrapt en in afdeling III.4.4 wordt de scope verruimd naar alle productie-eenheden die aangesloten worden op het elektriciteitsdistributienet. De verwijzing naar elektriciteitsdistributienetten op spanningen kleiner dan 30 kV wordt geschrapt. Het is de bedoeling om Synergrid te vragen bij de volgende herziening van de aanvullende technische voorschriften C10/11 van de elektriciteitsdistributienetbeheerders de scope te verruimen tot 36 kV distributienetten. Zo nodig, en in afwachting van de herziening van C10/11 kunnen de elektriciteitsdistributienetbeheerders technische vereisten en regelparameters opleggen met betrekking tot de veiligheid en de efficiëntie van hun net zoals bepaald in artikel III.4.3.5 §2.

    11. Artikel III.4.4.2. Een artikel werd toegevoegd voor de meldingsplicht van de indienstname van kleine decentrale productie-eenheden. Er is de vrees bij de elektriciteitsdistributienetbeheerders voor het uitblijven van meldingen bij het afbouwen van de steunmaatregelen. Alle productie-installaties moeten gekend zijn in het kader van goed netbeheer (spanningsbeheer, nazicht of frequentiedroop voldaan is...).



  1. TOEGANGSCODE

  1. De optie om meerdere toegangshouders en evenwichtsverantwoordelijken toe te laten op een toegangspunt is doorheen de toegangscode verwijderd samen met de verwijzingen naar distributienetten < 30 kV.

  2. Artikel IV.2.1.3 §3. De bepaling voor toegangshouder van toegangspunten op het elektriciteitsdistributienet op spanningen groter dan 30 kV wordt geschrapt. Dit is enkel toepasselijk op het plaatselijk vervoernet.

  3. Het artikel IV.2.1.5 veroorzaakt mogelijk verwarring over het principe dat voor afname per netgebruiker er slechts 1 EAN wordt toegekend. Per EAN kunnen momenteel dagtarief, nachttarief en uitsluitend nachttarief worden toegepast met 2 kWh meters. Meerdere EAN’s creëren voor eenzelfde netgebruiker opent namelijk de deur voor allerlei ongewenste effecten zoals meerdere PV-installaties < 10kW naast elkaar te leggen op eenzelfde dak, elk met terugdraaiende teller. Dit principe moet worden verduidelijkt. Bij elke aansluiting voor afname behoort één toegangspunt tot het elektriciteitsdistributienet, met één of meer meetinstallaties. Ook voor injectie wordt artikel IV.2.1.6 aangepast. Bij elke aansluiting voor injectie behoort één toegangspunt tot het elektriciteitsdistributienet, met één of meer meetinstallaties. De vraag stelt zich of er een voordeel is aan een aparte toegang voor injectie? In het plaatselijk vervoernet is er nu één toegangspunt voor afname en injectie.

  4. Afdeling IV.2.3. Berichten van aanwijzing en wijziging van toegangspunten > 30 kV zijn geschrapt. Dit is enkel toepasselijk op het plaatselijk vervoernet.

  5. Artikel IV.3.1.1. De toegangsprocedure geldt nu voor alle toegangspunten op de elektriciteitsdistributienetten. De uitzondering op toegangspunten op spanningen groter dan of gelijk aan 30 kV is geschrapt.

  6. Artikel IV.3.1.2 §2 betreft de toegangsprocedure voor het plaatselijk vervoernet en is geschrapt. Het verkrijgen van toegang is aangepast. Ook voor de toegang op het distributienet moet een toegangscontract worden ondertekend. Het Energiedecreet definieert de toegangshouder als een natuurlijke persoon of rechtspersoon die een contract heeft gesloten met een netbeheerder, beheerder van het transmissienet of beheerder van het vervoersnet met betrekking tot de toegang tot diens net op een bepaald toegangspunt. Waar van toepassing in het technisch reglement is het toegangsreglement vervangen door toegangscontract en zijn de bepalingen “onder de voorwaarden van het toegangsreglement” geschrapt.

  7. Afdeling IV.3.3. Toegangsaanvraag en toegangscontract voor toegangspunten > 30 kV is geschrapt. Dit is enkel toepasselijk op het plaatselijk vervoernet. In afdeling IV.3.2 Toegangsaanvraag en toegangscontract is de toevoeging “op spanningen kleiner dan 30 kV” geschrapt om ook toegangspunten op 36 kV mee te nemen.

  8. Artikel IV.5.3.1 §1 De Energie-efficiëntie richtlijn legt op dat in geval van congestie de elektriciteitsdistributienetbeheerder ook bij voorrang toegang moet verlenen aan kwalitatieve warmtekrachtkoppelingsinstallaties. Het artikel 15, 5, van de om te zetten richtlijn verduidelijkt dat er nu een gelijke prioriteit is tussen elektriciteit afkomstig van hernieuwbare energiebronnen en van hoogrenderende warmte-krachtkoppeling en dat er daarom, aangezien nu conflicten kunnen optreden, nood is aan bijkomende regels om meer duidelijkheid te scheppen in de volgorde van toegang. Er is nu een wettelijke basis om naast installaties die elektriciteit produceren op basis van hernieuwbare energiebronnen ook kwalitatieve warmtekrachtkoppelingsinstallaties toe te voegen in dit artikel. In §3 zijn er gevallen van congestie denkbaar waarbij de transmissienetbeheerder niet betrokken is; daarom is "In overleg met de transmissienetbeheerder" geschrapt en algemeen toegevoegd dat netbeheerders met elkaar overleggen indien ze impact hebben op elkaars netten.

  9. Artikel IV.5.3.2 §1 De modaliteiten van de onderbreking worden niet vastgelegd in een contract met de evenwichtsverantwoordelijke en is daarom geschrapt uit de bepaling. De distributienetbeheerder heeft geen contract met de evenwichtsverantwoordelijke.

  10. Afdeling IV.6.1 Coördinatie van de inschakeling van de productie-eenheden wordt geschrapt. Deze afdeling is enkel van toepassing voor grote productie-eenheden die aangesloten zijn op het transmissienet en wordt geschrapt.

  11. Afdeling IV.6.2 Ondersteunende diensten. De bepalingen onder A. Regeling van de spanning en het reactief vermogen zijn tot nog toe niet van toepassing op elektriciteitsdistributienetten. Verwacht wordt dat de “Network Code on Demand Connection” van ENTSO-E de elektriciteitsdistributienetbeheerders zal verplichten om, ter hoogte van het connectiepunt met transportnetbeheerder, binnen bepaalde grenzen van reactieve energie te blijven. De elektriciteitsdistributienetbeheerders zijn daarom vragende partij om de mogelijkheid in te voeren om aan hun verplichtingen te voldoen in verband met reactieve energie. Het juiste marktmodel hiervoor (via verplichtingen dan wel via aankoop van diensten) moet verder worden onderzocht. Daarom worden naar analogie met Afdeling III.4.5 vooralsnog geen bepalingen hieromtrent opgenomen.

  12. Zowel de elektriciteitsdistributienetbeheerder als de transmissienetbeheerder zal bij de groeiende integratie van decentrale productie ook behoefte hebben aan ondersteunende diensten. Deze uitbreiding van diensten voor elektriciteitsdistributienetgebruikers (samengevat als “Dienstverlener van flexibiliteit”) wordt mogelijk gemaakt in artikel IV.5.4.2 Enkel om reden van onveiligheid kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder zich verzetten tegen de levering van deze diensten. Op verzoek bezorgt de elektriciteitsdistributienetbeheerder de nodige meetgegevens. In een overeenkomst leggen de leverancier van de diensten en de elektriciteitsdistributienetbeheerder de procedure vast voor de kwalificatie, wat nodig is aan info bij de netanalyse, de wijze van overmaken van meetgegevens en de respectievelijke aansprakelijkheden.

  13. Afdeling IV.6.3. Stelwaarden in exploitatie. Ook deze afdeling is enkel van toepassing voor grote productie-eenheden die aangesloten zijn op het transmissienet en wordt geschrapt.

  14. Hoofdstuk IV.7. Toegangsreglement vervangen door toegangscontract. Ook binnen een gesloten distributienet wordt de toegang verleend onder een toegangscontract en niet onder een reglement.

  15. Artikel IV.7.5.2 en IV.7.6.1. De foute verwijzing naar artikel IV.7.2.4 is geschrapt.



  1. MEETCODE

  1. Artikel V.1.3.1. Openbare verplichting vervangen door openbare verlichting. Foute aanpassing bij de vorige herziening.

  2. Artikel V.2.1.6. Bij de plaatsing van een nieuwe digitale meetinrichting moeten meetgegevens afkomstig uit de meetinrichting kosteloos beschikbaar gemaakt worden ter hoogte van de meetinrichting voor toepassingen van de elektriciteitsdistributienetgebruiker. Aan deze bepaling is als gevolg van de Energie-efficiëntierichtlijn toegevoegd dat dit ook geldt voor een door de elektriciteitsdistributienetgebruiker aangewezen aanbieder van energiediensten of aggregator.

  3. In een nieuwe Afdeling V.2.7 Specifieke voorschriften voor slimme meetinrichtingen zijn de minimale functionaliteiten opgenomen die slimme meetinrichtingen moeten aankunnen. Aansluitend worden bepalingen toegevoegd die de Energie-efficiëntierichtlijn voorschrijft voor het uitlezen, het gebruik en het ter beschikking stellen van meetgegevens uit de slimme meter.

  4. Artikel V.3.1.9. Foute verwijzing naar Artikel I.3.1.2, moet zijn Artikel I.4.1.1.

  5. V.3.6.1 zodra de meterstanden voor een toegangspunt gedurende 24 opeenvolgende maanden werden geschat omdat de elektriciteitsdistributienetbeheerder geen toegang krijgt tot de meetinrichting of geen meterstanden ontvangt, mogen de elektriciteitsdistributienetbeheerders aan de VREG een werkwijze voorstellen voor de schatting van de afname of/en injectie die ontradend werkt.

  6. V.3.8.6 en V.3.9.9. Aan deze bepalingen zijn toegevoegd dat na ontvangst van de meetgegevens voor een toegangspunt de leverancier, ook in geval van een rechtzetting van afgenomen of geïnjecteerde energiehoeveelheden, binnen een termijn van zes weken een factuur moet opmaken gebaseerd op de meetgegevens zoals doorgegeven door de elektriciteitsdistributienetbeheerder en deze overmaken aan de elektriciteitsdistributienetgebruiker. In de technische reglementen was niets beschreven omtrent de termijn waarbinnen rechtzettingen gefactureerd moeten worden. Het was echter de bedoeling van de VREG dat alle facturen, waar de meetgegevens van de distributienetbeheerder aan de oorzaak liggen, binnen een termijn van 6 weken gefactureerd worden (buiten een aantal uitzonderingen, maar dit is er geen van). Het principe van dit artikel moet dus ook toegepast worden op rechtzettingen.

  7. Artikel V.3.10.1 §3 die de elektriciteitsdistributienetbeheerder de mogelijkheid biedt om een ander protocol op te leggen bij de communicatie van historische verbruiksgegevens vervalt. Dit is enkel van toepassing op de beheerder van het Plaatselijk Vervoernet.

  8. Als gevolg van de omzetting van de Energie-efficiëntierichtlijn is aan artikel V.3.10.2 toegevoegd dat de elektriciteitsdistributienetbeheerder de verbruiksgegevens verstrekt van de betrokken elektriciteitsdistributienetgebruiker aan een door de elektriciteitsdistributienetgebruiker aangewezen aanbieder van energiediensten of aggregator, op verzoek van deze aanbieder van energiediensten of aggregator. De elektriciteitsdistributienetbeheerder zorgt ervoor dat de elektriciteitsdistributienetgebruiker te allen tijde kosteloos inzage heeft in zijn verbruiksgegevens.



  1. SAMENWERKINGSCODE



  1. Artikel IV.2.1.11 §6 (nieuw toegevoegde paragraaf). De beheerder van het elektriciteitsdistributienet deelt aan de beheerder van het Plaatselijk Vervoernet alle decentrale productie-eenheden mee groter of gelijk aan 400 kVA bij de indienstname of bij de uitdienstname van de installatie. Afstemming met technisch reglement plaatselijk vervoernet.

  2. Artikel IV.2.1.12 (nieuw toegevoegd artikel). Een elektriciteitsdistributienetbeheerder is verantwoordelijk voor de tijdige uitvoering van de allocatieberekeningen over de toegangspunten en de koppelpunten in zijn distributienet. De VREG is van oordeel dat het cascademodel voor het doorgeven van de afgenomen/geïnjecteerde energie een logische manier van werken is.

BIJLAGE I: BEGRIPPENLIJST


  1. Volgende begrip is geschrapt: Toegangsreglement. Dit begrip komt niet meer voor in het technisch reglement.

  2. Het begrip “Flexibele toegang” is toegevoegd aan de begrippenlijst als gevolg van de opname van bepalingen met betrekking tot flexibele toegang in afstemming met het Technisch Reglement Plaatselijk Vervoernet.

  3. Waar het voorkomt in de begrippenlijst is “Technisch Reglement Distributie Elektriciteit” vervangen door Technisch Reglement voor de Distributie van Elektriciteit in het Vlaamse Gewest.

BIJLAGE III: NAUWKEURIGHEIDSVEREISTEN VOOR DE MEETINRICHTING

Tabel 2 vermeldt de minimaal vereiste nauwkeurigheidsklasse van de gebruikte onderdelen in de meetinrichting, afhankelijk van het aansluitingsvermogen en het spanningsniveau.



Afstemming met technisch reglement plaatselijk vervoernet.

Aansluitings-vermogen

Spanningsniveau waarop de meetinrichting aangesloten is

Minimaal vereiste nauwkeurigheidsklasse van de onderdelen in de meetinrichting







TP

TI

Wh- meter

VArh-meter

>20MVA

HS

0.2

0.2s

0.2s

0.5

> 5 MVA <20MVA

HS

0.2

0.2

0.2

2

> 1 MVA tot 5 MVA

HS

0.2

0.2

0.5

2

> 250 kVA tot 1 MVA

HS

0.5

0.5

1

2

LS(uitzonderlijk)

nvt

0.5

1

2

> 100 kVA tot 250 kVA

HS

0.5

0.5

1

2

LS

nvt

0.5

1

2

< 100 kVA

LS

nvt

1

meters conform aan bijlage MI-003 van het koninklijk besluit van 13 juni 2006 betreffende meetinstrumenten




Pagina van




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina