Contactpersonen zorgstructuur : mw. G. Appel dhr. G. J. Joosten



Dovnload 420.71 Kb.
Pagina1/5
Datum22.08.2016
Grootte420.71 Kb.
  1   2   3   4   5


zorgplan


Hoogezand, mei 2010.
Contactpersonen zorgstructuur : mw. G. Appel

dhr. G.J. Joosten

Voorwoord

In het zorgplan is getracht de aandacht voor, de hulp aan, de begeleiding en de ondersteuning van leerlingen in beeld te brengen.

Binnen het kader van het regionaal samenwerkingsverband wil het voortgezet onderwijs leerlingen passend onderwijs geven en er voor zorgen dat zij tenminste een startkwalificatie kunnen halen of uitzicht hebben op een passende plaats op de arbeidsmarkt. Dit geldt met name voor leerlingen uit het VMBO en het Praktijkonderwijs.

Het zorgplan van het dr Aletta Jacobs College is van toepassing op alle leerlingen. Voor leerlingen is extra zorg mogelijk als zij hiervoor geïndiceerd zijn.


In het zorgplan wordt aangegeven wat we onder zorg verstaan, hoe het beleid van de zorg is in samenhang met de structuur van de school. De zorgstructuren en de rol en de taak van betrokkenen worden aangegeven en tenslotte het netwerk van zorg rond de school.

Het dr. Aletta Jacobs College heeft twee locaties: Laan van de Sport voor de leerlingen vmbo, havo en vwo onderbouw en bovenbouw en de van Heemskerckstraat voor de leerlingen van het praktijkonderwijs. Dit zorgplan geldt voor alle afdelingen van de school. Voor het praktijkonderwijs is een deelzorgplan, zie bijlage 1n.


Het doel van de zorg is: leerlingen met succes het voortgezet onderwijs laten volgen.

Het verminderen van schoolverzuim en het voorkomen van voortijdig schoolverlaten zijn belangrijke middelen om leerlingen uitzicht te bieden op een volwaardige plaats in de samenleving en zich zelfstandig te handhaven.

Het zorgplan dient als een verantwoording- en planningsdocument en wordt elke drie jaar vastgesteld door de directie en jaarlijks vóór 1 februari geactualiseerd door de zorgcoördinator. Het zorgplan beschrijft de huidige vormgeving van de zorgstructuur en legt beleidsvoornemens vast voor de komende periode.
De zorgcoördinator is verantwoordelijk voor de totstandkoming van het zorgplan. Daarna wordt het ter bespreking aangeboden aan de directie (en eventueel teamleiders). De directie biedt het aan de medezeggenschapsraad aan voor instemming en aan het bestuur ter vaststelling.
Na vaststelling wordt het zorgplan naar alle teamleiders en het Samenwerkingsverband RSNOWG gestuurd. Via de website en de schoolgids wordt aan ouders kenbaar gemaakt dat het zorgplan bij de administratie van de school ter inzage ligt.

Inhoudsopgave
Voorwoord 2


  1. Visie en uitgangspunten ten aanzien van zorg en leerlingbegeleiding 6

1.1 Grondslag 6

1.2 Missie 6

1.3 De veilige school 7


  1. Beleid ten aanzien van de zorg 7

2.1 Beleid ten aanzien van aanmelding van leerlingen 7

2.2 Beleid ten aanzien van informatievoorziening van leerlingen en ouders 8

2.3 Beleid ten aanzien van taalproblemen, dyslexie en dyscalculie 9

2.4 Beleid ten aanzien van zieke leerlingen 10

2.5 Beleid ten aanzien van nascholing/deskundigheidsbevordering op

leerlingenzorg 10

2.6 Beleid ten aanzien van Passend Onderwijs 11

2.7 Beleid ten aanzien van hoogbegaafde leerlingen 11




  1. Het zorgsysteem 11

3.1 Zorgstructuren 12

Intern

3.1.1 Signalering, diagnosticeren, handelingsplannen en evaluatie 12



3.1.2 Leerlingenbespreking en rapportbespreking 12

3.1.3 Het intern zorgteam 13

3.1.4 Permanente Commissie Leerlingzorg (PCL) 14

3.1.5 Dossiervorming 14


Extern

3.1.6 Zorg AdviesTeam (ZAT) 14

3.1.7 Regionaal Samenwerkingsverband (SWV RSNOWG) 15

3.1.8 Regionale Verwijzing Commissie (RVC) 16

3.1.9 Regionaal Netwerk Passend Onderwijs 16
3.2 Zorgvarianten 16

Intern


3.2.1 Huiswerk maken op school in de onderbouw 16

3.2.2 Hulplessen 17

3.2.3 Remediale hulp/extra hulp 17

3.2.4 Begeleiding op sociale en emotionele aspecten 18

3.2.5 Trajectgroep 18

3.2.6 Crisisopvang 19

3.2.7 Onderzoeksmogelijkheden 19

3.2.8 Peermediation 20


Extern

      1. Reboundvoorziening 20

3.2.10 Sociaal-psychologische begeleiding 20

3.2.11 Ambulante begeleiding/inzet onderwijsassistentie vanuit REC 20

3.3 Betrokkenen bij de leerlingbegeleiding en hun taken ten aanzien van leerlingenzorg 22
3.3.1 Docent 22

3.3.2 Mentor 22

3.3.3 Teamleider 22

3.3.4 Remedial teacher 22

3.3.5 Counselor 23

3.3.6 Intern begeleider 23

3.3.7 Zorgcoördinator 23

3.3.8 Zorgadviseur 23

3.3.9 Vertrouwenspersoon klachten en intimidatie 23

3.3.10 Sectordirecteur 23

3.3.11 Conciërge 24

3.3.12 Administratie 24

3.3.13 Schoolarts 24

3.3.14 Schoolmaatschappelijk werker 24

3.3.15 Schoolorthopedagoog/-psycholoog 24

3.3.16 Logopedist 24

3.3.17 Decaan 25

3.4 Externe betrokken instanties 25


3.4.1 Regionale Expertise Centra (REC) 25

3.4.2 Leerplichtambtenaar 26

3.4.3 Regionaal Meld- en Coördinatiecentrum (RMC) Groningen 26

3.4.4 Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD Groningen) 26

3.4.5 Bureau Jeugdzorg Groningen (BJZ) 27

3.4.6 Lentis Jonx (Geestelijke Gezondheidszorg voor jongeren) 27

3.4.7 Politie (jeugdagenten) 27

3.4.8 HALT 28

3.4.9 Raad voor de Kinderbescherming 28

3.4.10 Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) 28

3.4.11 Algemeen Maatschappelijk Werk 28

3.4.12 MEE 29

3.4.13 UWV WERKbedrijf 29

3.4.14 Bedrijfsleven 29

3.4.15 Regionaal Opleidingen Centrum (ROC) 30
4 Beleidsvoornemens 30

4.1 Algemene beleidsvoornemens 30

4.2 Jaarplan 2010-2011 32
Bijlagen:


  1. Beleidsdocumenten/protocollen: 34

  1. Beleid ten aanzien van de grenzen aan de zorg op school en doorverwijzing

  2. Beleid ten aanzien van de Wet Leerling Gebonden Financiering (LGF)

  3. Beleid ten aanzien van verzuim

  4. Beleid ten aanzien van de begeleiding van de schoolarts bij regelmatig of veel ziekteverzuim

  5. Beleid ten aanzien van leerlingen die te laat komen

  6. Beleid ten aanzien van uit de les sturen van leerlingen

  7. Leerlingenstatuut met daarin het beleid ten aanzien van schorsing en verwijdering en het beleid ten aanzien van klachten

  8. Convenant Jeugd en Veiligheid (inclusief het beleid ten aanzien van strafbaar gedrag)

  9. Beleid ten aanzien van de begeleiding van leerlingen met dyslexie

  10. Rebound/schakelvoorziening Time Out

  11. Procedure crisissituaties ten aanzien van leerlingenzorg

  12. Stroomschema interne verwijzing naar counselor of hulpverlener

  13. Aanmeldingsprocedure Zorg Advies Team

  14. Deelzorgplan Praktijkonderwijs.




  1. In-, door- en uitstroomgegevens schooljaar 2008-2009. 49




  1. Formulieren:

  1. Aanmeldingsformulier ouders (op papier)

  2. Aanmeldingsformulier RVC (op papier)

  3. Onderwijskundig rapport (op papier)

  4. Signaleringslijst

  5. Aanmeldingsformulier ZAT

  6. Aanmeldingsformulier begeleiding schoolarts

  7. Dossieranalyse (op papier)


Hoofdstuk 1. Visie en uitgangspunten ten aanzien van zorg en leerlingbegeleiding
1.1 Grondslag

Het dr Aletta Jacobs College is een openbare school wat betekent dat alle leerlingen er welkom zijn. De school wil een afspiegeling zijn van de pluriformiteit in onze samenleving. De leerling staat voorop, ongeacht herkomst, geslacht, intelligentie of uiterlijk.

Elk individu is er even belangrijk en verdient aandacht. Wij willen dat leerlingen zich thuis voelen op onze school, dat zij school ervaren als een veilige omgeving waarin ze zichzelf kunnen zijn en zich vrij kunnen uiten. In zo’n omgeving willen wij dat leerlingen zich ook leren te houden aan elementaire gedragsregels, regels die nodig zijn om ook later goed te functioneren.

Wij willen dat leerlingen en personeel respect voor anderen tonen. Daar worden zij ook op aangesproken als dat nodig is.


1.2 Missie

Het dr. Aletta Jacobs College biedt leerlingen goed onderwijs, waarin leerlingen kennis opdoen en vaardigheden verwerven. Daarbij zijn het leren van zelfstandigheid, het opdoen van verantwoordelijkheidsbesef, respect hebben voor elkaar en het creëren van een open blik op de wereld minstens zo belangrijke onderdelen van goed onderwijs.


Op het dr. Aletta Jacobs College wordt de leerling centraal gesteld. De begeleidingsvormen zijn gericht op de individuele aandacht voor de leerling.
De school wil dat de leerlingen een optimale persoonlijke ontwikkeling doormaken en streeft ernaar de benodigde kennis en vaardigheden op een plezierige en heldere manier over te dragen en goede doorstroommogelijkheden te bieden.
Daarnaast is er aandacht voor de sociale ontwikkeling, de culturele vorming, en het bijbrengen van belangrijke normen en waarden.
Dit doet het dr. Aletta Jacobs College door:


  • Het scheppen van een goed pedagogisch klimaat.

Het dr. Aletta Jacobs College is een veilige school, waarin het prettig leren en verblijven is, met een pedagogisch klimaat waarin vertrouwen in het kunnen van de leerling voorop staat, en de leerling wordt aangesproken op datgene wat hij kan.


  • Het creëren van ondernemend onderwijs met aandacht voor kennis, vaardigheden, persoonlijke kwaliteit en doorlopende leerlijnen.

De leerling wordt uitgedaagd verantwoordelijkheid te nemen voor zijn eigen leerproces door activerende didactiek, samenwerkend leren, betekenisvol onderwijs en doorlopende leerlijnen.
Kortom,
Het Aletta is een ondernemende school
Om dat te bereiken is het totale beleid (strategisch, tactisch, operationeel) erop gericht de school een lerende organisatie te laten zijn waarin ieder die daarin leert en werkt, gestimuleerd wordt zich te ontwikkelen, zich verantwoordelijk te voelen voor zijn eigen ontwikkeling en welzijn en zich betrokken te voelen bij de ontwikkeling en het welzijn van anderen.

Deze uitspraak heeft niet alleen gevolgen voor het onderwijskundig beleid, maar ook voor het personeelsbeleid, het beleid m.b.t. de organisatie, o.m. waar het gaat om het scheppen van functionele eenheden en het beleid ten aanzien van het scheppen van randvoorwaarden als huisvesting en inzet van middelen. Kernbegrippen daarbij zijn: kleinschaligheid, op maat, gericht op persoonlijke ontwikkeling, resultaatverantwoordelijk en veiligheid.


1.3 De veilige school
Veiligheid en geborgenheid is een absolute voorwaarde om tot leren te komen. Dat betekent dat iedere locatie zich inspant om een veilige schoolomgeving te bieden. Daartoe zijn er heldere afspraken gemaakt ten aanzien van het gebruik en verkopen van (soft) drugs, alcoholgebruik, het plegen van vandalisme, (seksuele) intimidatie, discriminatie, bedreiging en overig crimineel gedrag. Bij het plegen van een misdrijf wordt aangifte gedaan bij de politie. Bij het vermoeden van een bedreiging van een veilig leefklimaat in en om de school, of voor het voorkomen van crimineel gedrag door leerlingen in en om de school, kunnen de vertrouwenspersonen van de locaties in alle gevallen melding doen bij de politie en zo nodig overleg voeren over de te nemen maatregelen. Er is dan ook een intensieve samenwerking met de jeugdpolitie van Hoogezand-Sappemeer. De jeugdpolitie en Bureau Halt geeft jaarlijks voorlichting aan de leerlingen in de eerste klassen VMBO en Pro (bijlage 1h). De Verslaving Zorg Noord Nederland (VNN) verzorgt ouderavonden op de verschillende locaties en ondersteunt docententeams.
Hoofdstuk 2. Beleid ten aanzien van de zorg
2.1 Beleid ten aanzien van aanmelding en plaatsing van leerlingen
Doel: De leerling in een bij hem/haar passende leerweg dan wel schoolsoort plaatsen.
In het najaar begint het Aletta met de algemene informatie over de school door op een aantal avonden op (speciale) basisscholen voorlichting te geven. Leerlingen uit de brugklas gaan als ambassadeur naar hun basisschool om te vertellen hoe het is om op Aletta te zitten en wat er op school gebeurt. Later in het jaar in januari volgen de leerlingen van de basisscholen en ouders kennismakingslessen op het Aletta en zijn er aparte informatieavonden voor ouders en leerlingen.

Aanmelding voor het nieuwe schooljaar kan in principe het gehele jaar bij de administratie..

De algemene aanmelding voor de scholen in de gemeente Hoogezand-Sappemeer verloopt centraal via afdeling onderwijs van de gemeente zowel voor het openbaar als het bijzonder onderwijs. De definitieve aanmelding is in de eerste week van april.
Leerlingen met een indicatieaanvraag voor Leerwegondersteuning of Praktijkonderwijs kunnen door de basisscholen vroegtijdig worden aangemeld in november/december. De ouders worden door de basisschool op de hoogte gebracht van de procedure.

Op de openbare basisscholen vindt didactisch onderzoek plaats van de leerlingen die door de basisschool zijn geselecteerd. Deze leerlingen worden getest door de adviseur zorg of door de orthopedagoog. Op deze wijze vindt al de eerste observatie van leerlingen plaats om in een later stadium een integraal beeld van de leerling te hebben. De uitslagen van het onderzoek blijven eigendom van de basisschool. Op grond van deze uitslagen bespreken de leerkrachten van het Basisonderwijs de mogelijkheden van vervolgonderwijs met de ouders. Is een indicatieaanvraag voor VMBO met Leerwegondersteuning dan wel Praktijkonderwijs mogelijk, dan moeten de ouders een keuze maken voor een aanmelding bij een school voor Voortgezet Onderwijs. Hieraan wordt in de kennismakingslessen en in de informatierondes voor ouders per team aandacht gegeven.

Hierna volgt aanmelding door de ouders door middel van het aanmeldingsformulier ouders (zie bijlage 3a).

Na de aanmelding volgt voor deze leerlingen een intelligentie onderzoek en een onderzoek naar prestatie en motivatie.

Leerlingen met een indicatiemogelijkheid voor Leerwegondersteuning worden groepsgewijs onderzocht, leerlingen met een indicatie voor Praktijkonderwijs in principe individueel omdat er weinig tot geen valide testen zijn voor groepsonderzoek.

De ouders worden in kennis gesteld van de uitslagen en op grond van de uitslagen wordt besloten of er een aanvraag voor een beschikking Leerwegondersteuning dan wel Praktijkonderwijs wordt aangevraagd bij de Regionale Verwijzing Commissie. Voor de definitieve aanvraag beoordeelt de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL) of de aanvraag volledig is. Bij een positief advies van de PCL wordt de aanvraag naar de RVC gestuurd en bij een negatief advies wordt de leerling in overleg met de ouders geplaatst (bijlage 3b aanmeldingsformulier RVC). De ouders krijgen een kopie van het aanmeldingsformulier wanneer dit naar de RVC wordt opgestuurd.


Voor leerlingen uit het speciaal onderwijs verloopt de aanmelding vaak individueel. Soms melden ouders zelfstandig aan, soms wordt de aanmelding door de verwijzende school begeleid of namens de ouders gedaan. Afhankelijk van het niveau betreft het een algemene aanmelding, eventueel ondersteund door een REC-indicatie (Regionaal Expertise Centrum, leerling gebonden financiering oftewel een ‘rugzakje’ (bijlage 1b).

Ook kan aanvullend onderzoek gedaan worden door de orthopedagoog indien Leerwegondersteuning of Praktijkonderwijs wenselijk lijkt.

Voor alle leerlingen geldt dat het Aletta na de aanmelding contact heeft met de verwijzende scholen en de leerlingen bespreekt met de klassenleerkrachten om de aansluiting naar het Aletta goed te laten verlopen (warme overdracht).

Wanneer de RVC-beschikking binnen is, krijgen de ouders een kopie en kiezen definitief al of niet voor het Aletta.

Leerlingen worden geplaatst op basis van de RVC-beschikking en het onderwijskundig rapport volgens een gemeenschappelijk overeengekomen format in het Samenwerkingsverband RSNOWG (bijlage 3c). Het (S)BaO vult voor alle leerlingen de Apeldoornse School Vragenlijst in. Geeft deze informatie aanleiding tot verdere uitleg dan nemen wij contact op met de basisschool.

Op basis van de informatie van het (s)BaO + cito- gegevens worden leerlingen in klas 1 geplaatst in de dakpanklassen: G – V - V/H - H/T - T/Kb – Kb/Bb. Leerlingen met een beschikking voor Praktijkonderwijs worden in principe op de locatie van Heemskerckstraat geplaatst. Indien de PCL bij deze leerlingen een perspectief op een VMBO diploma ziet, kunnen zij ook in een Kb/Bb klas geplaatst worden.

Als de wens van de ouders en het advies van de school verschillen worden beide gehoord en krijgen ouders een plaatsingsadvies. Bij een blijvend verschil beslist de directie, eventueel na inschakeling van een onafhankelijk testbureau.

Als ouders geen LWOO wensen, maar het is duidelijk dat LWOO noodzakelijk is, wordt de leerling in principe niet op het Aletta geplaatst.


Nadat bekend is in welke klas de leerling geplaatst wordt, worden de leerlingen nogmaals voor een dagdeel op het Aletta uitgenodigd voor nadere kennismaking in de periode vlak voor de zomervakantie.
De mentor maakt voor de leerling met een beschikking een handelingsplan. Hierin staat welke hulp geboden wordt.

.

2.2 Beleid t.a.v. informatievoorziening aan leerlingen en ouders
De school hecht aan een goed contact met de ouders. Er zijn dan ook vele manieren waarop de school belangrijke informatie aan de leerlingen en aan de ouders verstrekt.

- Jaarlijks ontvangen de leerlingen/ ouders een geactualiseerde schoolgids.

- Drie keer per jaar verschijnt Teamtime, waarin melding wordt gemaakt van bijzondere activiteiten door leerlingen en leerkrachten per sector. In een bijlage worden de belangrijke data medegedeeld.

- Vier tot zes keer per jaar komen de vertegenwoordigers van de ouders in deelraden per sector bij elkaar. De deelraden functioneren als klankbordgroepen en bepalen de eigen agenda. De schoolleiding neemt deel aan het overleg. Alle deelraden hebben een vertegenwoordiging in de Centrale Ouderraad.

- De ouderraad organiseert een algemene ouderavond, waarin een thema centraal staat. Hiervoor wordt een spreker uitgenodigd.

- In het begin van het schooljaar is er een klassikale ouderavond waarop de ouders worden uitgenodigd kennis te maken met de mentor en geïnformeerd worden over de opleiding.

- Bij problemen neemt de mentor of de teamleider contact op met de ouders.

- In de bovenbouw havo/vwo is er halverwege het schooljaar voor de 3e klassen een ouderavond met voorlichting over de profielkeuze en in de examenklassen over het centraal examen.

- In de bovenbouw havo/vwo zijn er drie individuele contactavonden (na elke tussenstand) om met de mentor of met vakdocenten te praten.

- In de bovenbouw VMBO zijn er drie contactavonden waarop ouders met de mentor kunnen praten naar aanleiding van het rapport. De spreekavonden met vakdocenten zijn op aanvraag.

- De Leerlingenraad (in deelraden) behartigt de belangen van de leerlingen en dient als klankbordgroep voor de leerlingen. De Leerlingraad bestaat uit gekozen leden en voert regelmatig overleg met de schoolleiding.

Voor de onderbouw:

- In de loop van leerjaar twee worden de ouders van VMBO-leerlingen uitgenodigd om kennis te maken met de sectoren in de bovenbouw VMBO.

- Er zijn drie individuele contactavonden, waarin een gesprek met de vakdocenten kan worden aangevraagd.

- Er zijn vier spreekavonden waarop ouders met de mentor kunnen praten over het functioneren van hun zoon of dochter.

- Er wordt contact met de ouders opgenomen als hun zoon/ dochter in aanmerking komt voor SoVa (VMBO) of hulples.

- Voorlichting aan ouders van leerlingen in havo/vwo tweede klassen over de ‘Differentiële Aanleg Test’.
Zie voor Praktijkonderwijs het deelschoolbeleidsplan (bijlage 1n).
2.3 Beleid ten aanzien van taalproblemen, dyslexie en dyscalculie
Doel: Leerlingen met taalproblemen, dyslexie of dyscalculie kunnen voldoen aan de algemeen geldende criteria voor overgang en examen.
In het eerste jaar worden alle leerlingen gescreend op spellingproblemen bij Nederlands. Op grond van deze screening komen sommige leerlingen in aanmerking voor een reteaching- programma (zie 3.2.3) en sommige leerlingen worden uitgebreider onderzocht. Ook zijn er leerlingen die met een dyslexieverklaring van de basisschool komen.
Aan het eind van het eerste jaar bestaat er over het algemeen een vrij duidelijk beeld van welke leerlingen dyslectisch zijn en welke leerlingen ernstige lees- en/of spelling problemen hebben bij Nederlands en de moderne vreemde talen of misschien alleen bij de moderne vreemde talen.
Voor het vaststellen van dyslexie wordt de definitie van dyslexie gehanteerd die door de commissie ‘Dyslexie’ van de Gezondheidsraad is geformuleerd. Deze definitie luidt: “Een leerling is dyslectisch als hij/zij behoort tot de 10% zwakst presterende leerlingen op het gebied van lezen en spellen. Er is hierbij sprake van hardnekkigheid (gerichte hulp van minstens een half jaar heeft geen effect gehad) en er is tevens sprake van een onvolledige en moeizame automatisering, zelfs zo erg dat binnen de gewone onderwijssituatie niet het vereiste vaardigheidsniveau van functionele geletterdheid te bereiken is”.
De dyslectische leerlingen krijgen op basis van de testuitslagen een dyslexieverklaring en een groen dyslexiepasje waarop de begeleidingsmaatregelen staan vermeld. De leerlingen kunnen dit pasje gebruiken om docenten te tonen welke begeleiding zij nodig hebben (zie bijlage 1i).

De tests en de dyslexieverklaring kunnen ook uitgangspunten zijn voor de aanvraag van compenserende en dispenserende maatregelen tijdens het eindexamen bij de onderwijsinspectie.


Er zijn leerlingen die niet dyslectisch zijn, maar wel taalproblemen hebben en dan met name op het gebied van lezen. Deze leerlingen zijn vaak gebaat bij verlenging van de tijd als ze een opdracht moeten maken waarbij veel leeswerk is vereist. Deze leerlingen krijgen een oranje schoolpasje en hebben dus geen recht op de andere compenserende of dispenserende maatregelen.
Het beleid voor dyscalculie wordt nog ontwikkeld.
2.4 Beleid ten aanzien van zieke leerlingen
De wet ‘Ondersteuning Onderwijs Zieke leerlingen’ regelt de voortgang van onderwijs tijdens ziekte van leerlingen.

Aletta is verantwoordelijk voor het onderwijs, ook als de leerling door ziekte lange tijd geen lessen kan volgen. In overleg met ouders zal Aletta onderwijs verzorgen tijdens de ziekteperiode. De mentor zal hiervoor het contact met de ouders onderhouden. De onderwijszorg is erop gericht dat de leerling ook tijdens de ziekteperiode betrokken blijft bij het leerproces.

Hiermee wordt bereikt dat:

* Een leerachterstand wordt voorkomen

* De leerling actief blijft

* De leerling niet in een isolement geraakt


De wet Ondersteuning Onderwijs Zieke leerlingen regelt de voortgang van onderwijs langdurig zieke leerlingen. De school kan in het kader van deze wet een beroep doen op gespecialiseerde consulenten van Cedin. Zij ondersteunen de school, ouders en leerlingen. De consulenten zijn bereikbaar via Cedin, afdeling Onderwijs aan zieke leerlingen, telefoonnummer 088-0200300. Voor zowel ouders als school zijn hieraan geen kosten verbonden.


  1   2   3   4   5


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina