Contourennota onderwijsachterstandenbeleid



Dovnload 130.18 Kb.
Datum23.08.2016
Grootte130.18 Kb.
CONTOURENNOTA ONDERWIJSACHTERSTANDENBELEID
GEMEENTE ZALTBOMMEL 2006/2010

EEN EERSTE PROEVE VOOR DE LOKALE EDUCATIEVE AGENDA 2006/2010


IN DE GEMEENTE ZALTBOMMEL’



  1. Inleiding.

Het huidige Landelijk Beleidskader Onderwijsachterstandenbeleid 2002/2006 loopt per 31 juli 2006 af.


Het wetsvoorstel betreffende het toekomstige onderwijsachterstandenbeleid (OAB) is, met enige wijzigingen, op 23 februari 2006 met algemene stemmen door de Tweede Kamer aangenomen. Vanaf 1 augustus 2006 zal het wetsvoorstel van kracht zijn. De AmvB zal naar verwachting pas tegen die tijd verschijnen en dan zal financiële duidelijkheid voor gemeenten ontstaan.
Met betrekking tot de totstandkoming van een nieuw OAB-beleid 2006/2010 voor de gemeente Zaltbommel, heeft het college van burgemeester en wethouders in zijn vergadering d.d. 20 december 2005 het volgende besluit genomen:

  1. Vaststellen bestuursopdracht tot opstellen Contourennota OAB 2006/2010 voor gemeente Zaltbommel (en directe omgeving).

  2. Aan de hand van een evaluatie 2002/2006 de thema’s 2006/2010 op hoofdlijnen en de daarbij behorende acties in beeld laten brengen.

  3. Klankbordgroep lokaal onderwijsbeleid/agendacommissie VOLO/OLO de opdracht geven de bestuursopdracht i.s.m. afdeling Welon uit te werken.

  4. Daarna besluitvorming college m.b.t. Contourennota 2006/2010.

De bedoeling is uiteindelijk de Contourennota OAB 2006/2010 (met als status een Kadernota) vast te laten stellen door de raad (28 juni 2006). Wanneer de raad met de contourennota akkoord gaat, kunnen de deelprojecten verder SMART-gerelateerd worden uitgewerkt, en daarna worden uitgevoerd (periode 2006/2010).


Deze nota is het product van de opdracht aan de Klankbordgroep LOB/agendacommissie VOLO/OLO.


  1. Nieuw wettelijk kader 2006/2010.

Wat betreft het OAB-beleid 2006/2010 is het volgende van belang:



  • Er is sprake van integraal beleid; schotten van onderwijs en welzijn verdwijnen; derhalve zal een duidelijke verbinding worden gelegd met de (prestatievelden) Wet op de Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) alsmede de (prestatievelden) Wet op de Jeugdzorg.

  • Het centrale thema binnen het gemeentelijk onderwijs- en welzijnsveld wordt het realiseren van een sluitende aanpak op maat; hiervoor is een ketenbenadering noodzakelijk.

  • Kortom: bij de ontwikkeling van het OAB-beleid 2006/2010 kijken we niet alleen naar onderwijs, maar ook naar jeugdzorg, opvoedingsondersteuning, vrijetijdsbesteding, etc.

Hieronder zullen we in het kort ingaan op relevante regelgeving en circulaires. Het geheel is uitgebreid in de bijgaande circulaire d.d. september 2005 ‘Een bestuurlijk arrangement voor lokaal onderwijsbeleid’ van het Ministerie OCW.


Governance in het onderwijs.

Belangrijk is de visie van de rijksoverheid op de bestuurlijke verhoudingen. Deze zijn voor het onderwijs weergegeven in de beleidsbrief ‘Governance in het onderwijs’ (7 juli 2005). De uitvoerende regie wordt meer expliciet bij de schoolbesturen gelegd. Er is geen directe bemoeienis meer van gemeenten met het interne beleid van de schoolbesturen.


Scholen worden eerst en vooral verantwoordelijk voor het bestrijden van onderwijsachterstanden. Daarnaast worden schoolbesturen per 1 januari 2007 verantwoordelijk voor de voorschoolse en naschoolse opvang (motie Van Aartsen/Bos). De gemeente voert lokaal jeugd- en welzijnsbeleid dat van belang is voor de school en draagt daarnaast op tal van terreinen verantwoordelijkheden, die invloed hebben op de mogelijkheden van de school (bijvoorbeeld huisvesting, verkeersveiligheid).
De gemeente kan vooral meerwaarde bieden door in nauwe samenwerking met schoolbesturen de regie te voeren over het stelsel van hulp- en zorgorganisaties en dusdoende samenhang bevorderen. Voor de onderwijsinstellingen wordt het principe van ‘zorgplicht’ geïntroduceerd.
Operatie JONG en WMO.

Het nieuwe bestuurlijke arrangement dat vanaf 1 augustus 2006 van kracht zal zijn, komt tot stand in een veranderende omgeving waarin met name de operatie JONG en de geplande (per 1 januari 2007) invoering van de WMO hun impact (gaan) hebben.


De operatie JONG richt zich op het doorbreken van institutionele verkokering en streeft naar resultaatgerichte samenwerking van een keten van instanties vanuit een gezamenlijke visie. Dat betekent dat gemeenten en schoolbesturen nadrukkelijker gaan opereren in een breder speelveld, temidden van maatschappelijke organisaties als politie, jeugdzorg, welzijn, cultuur en sport.
De minister heeft er voorts op gewezen dat er binnen Operatie JONG aandacht besteed zal worden aan het investeren in gezinssituaties, de ouderbetrokkenheid en de jeugdketen. Van belang daarbij is de uitwisseling van kennis en ervaring tussen consultatiebureaus en gemeenten op het punt van signalering van een taalachterstand bij kinderen.
Een deel van de toekomstige verhoudingen in dit speelveld wordt geregeld door de toekomstige WMO. Met de WMO wordt de positie van de gemeente in het krachtenveld van maatschappelijke verhoudingen versterkt.
Wetsvoorstel OAB 2006/2010.

De verantwoordelijkheden van scholen, gemeenten en Rijk worden sterk geherdefinieerd. De huidige praktijk van een GOA-plan, OLO-overleg (wél voor onderwijshuisvesting) en een gezamenlijke regietaak zijn niet langer verplicht.


Een groot deel van het nu nog gemeentelijk budget, zal rechtstreeks naar de scholen (de schoolbesturen) gaan. Gemeenten ontvangen nog een resterend deel dat dient te worden ingezet voor:

  1. VVE-beleid: de voorschoolse periode (hierbij is een overgangsperiode ingesteld). Vermoedelijk steekt het Ministerie OCW in op een bereik van 70 % van de doelgroepleerlingen. Voor het gemeentelijk VVE-beleid dient de gemeente nieuwe kwaliteitscriteria vast te stellen, alsmede VVE-doelen voor de periode 2006/2010.

  2. Schakelklassen: een jaar extra ondersteuning voor leerlingen met grote taalachterstanden, in vormen van daartoe speciaal ingerichte groepen of groepjes; op 3 manieren vorm te geven: een voltijdsklas, een deeltijdklas naast de reguliere lessen of een verlengde schooldag.

  3. Tenminste jaarlijks overleg met schoolbesturen, over in ieder geval: het voorkomen van etnische segregatie, het bevorderen van integratie, het bestrijden van achterstanden, de doorlopende leerlijn van voorschools naar basisonderwijs, afstemming van inschrijvings- en toelatingsprocedures, een evenwichtige verdeling van leerlingen met een onderwijsachterstand over scholen. De afspraken dienen zoveel mogelijk betrekking te hebben op meetbare doelen.


Nieuwe gewichtenregeling.

Met ingang van 1 augustus 2006 treedt de nieuwe gewichtenregeling voor het primair onderwijs in werking. Etniciteit van leerlingen speelt geen (directe) rol meer, opleidingsniveau ouders wordt het belangrijkste criterium. De volgende gewichten worden van toepassing:



  • 0,3 gewichtsverhoging voor kinderen met ouders met maximaal IBO/VBO.

  • 1,2 gewichtsverhoging voor kinderen met 1 ouder maximaal basisonderwijs en 1 ouder maximaal IBO/VBO.

Ook in het voortgezet onderwijs (VO) wijzigt de middelen-toekenning. De huidige cumi-VO-regeling wordt vervangen door het Leerplusarrangement VO en gaat in per 1 januari 2007. Minimaal één keer er jaar dienen scholen en de gemeente te overleggen hoe de extra middelen besteed worden.




  1. Werkwijze om te komen tot Contourennota 2006/2010.

Zoals onder 1 is aangegeven heeft de Klankbordgroep LOB de beleidsvoorbereiding van de Contourennota OAB ter hand genomen, en heeft hier in 2005 en in 2006 een aantal sessies aan gewijd.


Gekozen is voor een interactieve aanpak, waarvoor op 24 januari 2006 de themadag ‘Klaar voor de start’ heeft plaatsgevonden. Als doel van deze themadag is gesteld: het bepalen van de ingrediënten voor het nieuwe (onderwijs/welzijn/jeugd) beleid 2006/2010 voor de doelgroep kinderen 0-23 jaar:

  • In het kader van de sluitende keten kindbenadering.

  • In het brede onderwijs- en welzijnsveld.

Het verslag van deze themadag treft u bijgaand aan.


Het verdere behandelingstraject van de Contourennota 2006/2010 is als volgt:


VOLO

25 april 2006

OLO

25 april 2006

Besluit college van burgemeester en wethouders

16 mei 2006

Carroussel

8 juni 2006

Behandeling gemeenteraad

28 juni 2006




  1. De jeugd van nu: algemene verkenning.


Gegevens Sociaal en Cultureel Planbureau.

De meeste jongeren schatten hun leven positief in en hebben weinig emotionele problemen. Rond de 92 % van de 12-14 jarigen is (buitengewoon) tevreden met hun leven. De meeste jongeren vinden ook dat zij een goede relatie hebben met hun ouders. Wel is het zo dat deze gemiddeld gunstige cijfers lager liggen bij jongeren uit eenoudergezinnen en VMBO-leerlingen.


Bij allochtone kleuters worden, ondermeer vanwege deelname aan voorschoolse programma’s, goede taalscores gehaald. Desondanks hebben allochtone kinderen nog steeds een mindere aanvangspositie aan het begin van de basisschool.
Landelijk is zichtbaar dat bijna een kwart van de leerlingen die in 1993 aan het voortgezet onderwijs zijn begonnen, geen startkwalificatie heeft gehaald. Ten opzichte van een meting in 1989 is dit een daling.
Wat betreft de ouders blijkt uit een recent onderzoek van het SCP dat ze over het algemeen positief zijn over de school van hun kind. Vier van de vijf ouders zijn positief over de kwaliteit van de school. Een kleine meerderheid (53 %) van de ouders vindt dat de school een opvoedkundige taak moet vervullen. Ouders zien zichzelf als hoofdverantwoordelijke voor taken als het bijbrengen van goede manieren en het ontwikkelen van een levensbeschouwing.
Actuele situatie in Zaltbommel.


  1. Leerlingenaantal, incl. gewichtenleerlingen.

Hieronder vermelden we het overzicht per 1 oktober 2005.




Naam school

Totaal

0,00

0,25

0,40

0,70

0,90

Doelgroep

OBS ‘De Walsprong’ te Zaltbommel

161

77

31

0

0

53

52 %

BBS ‘Leiboom’ te Zaltbommel

315

291

8

0

0

16

8 %

BBS ‘Franciscus’ te Zaltbommel

419

326

24

0

14

55

22 %

BBS ‘De Burcht’ te Aalst

102

83

19

0

0

0

19 %

Naam school

Totaal

0,00

0,25

0,40

0,70

0,90

Doelgroep

BBS ‘School met de Bijbel’ te Zuilichem

142

90

49

0

0

3

37 %

BBS ‘De Regenboog’ te Nieuwaal

69

51

18

0

0

0

26 %

BBS ‘De Wegwijzer’ te Nederhemert

214

129

85

0

0

0

40 %

BBS ‘Juliana van Stolberg’ te Poederoijen

154

120

34

0

0

0

22 %

BBS ‘Willem van Oranje’ te Brakel

195

141

54

0

0

0

28 %

BBS ‘School met de Bijbel’ te Gameren

230

179

44

1

0

6

22 %

BBS ‘De Bron’ te Bruchem

211

184

25

0

0

2

13 %

OBS ‘Den Boogerd’ te Aalst

120

74

38

0

0

8

38 %

OBS ‘DW van Dam van Brakel’ te Brakel

84

56

25

0

0

3

33 %

BBS ‘De Rank’ te Kerkwijk

95

78

15

0

0

2

18 %

OBS ‘De Spelwert’ te Zaltbommel

265

253

1

0

0

11

5 %

BBS ‘De Fonkelsteen’ te Zaltbommel

61

61

0

0

0

0

0 %

























Gemiddeld



















24 %




  1. Voortijdig schoolverlaten.

Gegevens betreffende actief en partieel verzuim maken onderdeel uit van het jaarlijkse leerplichtverslag. Dit geldt niet voor gegevens betreffende voortijdig schoolverlaten. Op dit moment zijn hierover dan ook geen cijfermatige gegevens beschikbaar.


De gemeente is druk doende met het operationeel maken van de leerlingenadministratie; e.e.a. moet vóór 1 juli 2006 gereed zijn. In dit kader zullen ook gegevens betreffende voortijdig schoolverlaten worden geregistreerd.


  1. Onderzoeksgegevens GGD.

Eind 2003 is door de GGD een onderzoek uitgevoerd naar de leefstijl en gezondheid van jongeren in de klassen 2 en 4 van het voortgezet onderwijs. In Zaltbommel hebben 317 jongeren aan het onderzoek deelgenomen. Uit dit onderzoek komt naar voren dat jongeren uit de gemeente Zaltbommel op een aantal punten negatief scoren ten opzichte van jongeren in Rivierenland en/of Oost Nederland.


Zo ligt het percentage jongeren dat wel een dronken is geweest hoger en komt het gebruik van hasj en wiet meer voor. Ook bewegen jongeren in Zaltbommel minder vaak en zijn er minder jongeren die dagelijks groenten eten. Tevens plegen jongeren vaker dan elders een strafbaar feit. Hieronder staan een aantal resultaten vermeld.


  • 93 % van de jongeren beoordeelt de eigen gezondheid als goed tot uitstekend

  • 15 % van de jongeren heeft last van psychische problemen; van de meisjes is dit 21 % en van de jongens 9 %.

  • 14 % heeft een probleem dat hem/haar dag en nacht bezighoudt

  • 18% van de jongeren heeft in het jaar voorafgaande aan het onderzoek serieus nagedacht over zelfmoord.

  • 13 % van de jongeren rookt wekelijks; van de vierdeklassers rookt 15 % dagelijks

  • 74 % van de jongeren drinkt wel eens alcohol, waarvan 20 % ook door de week. Van de jongeren die in het weekend alcohol drinken drinkt 20 % van de tweede klassers en 54 % van de vierde klassers meestal vijf of meer glazen alcohol per gelegenheid.

  • 52 % van de jongeren die wel eens drinken is wel eens dronken of aangeschoten geweest.

  • 9 % van de ondervraagde jongeren had in de vier weken voorafgaand aan het onderzoek hasj of wiet gebruikt.

  • 5 % van de vierdeklassers gebruikt wel eens harddrugs.

  • 15 % van de jongeren had in de vier weken voorafgaand aan het onderzoek één of meerdere uren gespijbeld.

  • 54 % van de jongeren in Zaltbommel heeft in het jaar voorafgaand aan het onderzoek een strafbaar feit gepleegd. De meest genoemde feiten zijn stelen, incl. zwartrijden (38 %), vandalisme (31%) en betrokkenheid bij een gevecht (26 %).

  • 14 % heeft in het afgelopen jaar wel eens een wapen bij zich gedragen.

  • 12 % van de jongeren hangt wekelijks zeven uur of meer op straat rond.




  1. Visieontwikkeling gemeente Zaltbommel op integraal onderwijs- en jeugdbeleid.

In de opdracht aan de Klankbordgroep LOB heeft de gemeente Zaltbommel gevraagd om in 4 vergaderingen in het schooljaar 2005/2006, naast periodieke bespreking over de voortgang van het beleid en de activiteiten en communicatie tussen participanten, ook geadviseerd te worden over de mogelijke ontwikkelingsgang van een aantal relevante thema’s binnen het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid, waarbij de kern gevormd wordt door de vraag naar de doorgaande lijn van voorschools tot en met voortgezet onderwijs.


In de periode september 2005 – maart 2006 heeft de Klankbordgroep, aangevuld met een vertegenwoordiger van de agendacommissie OLO/VOLO, in zes werkvergaderingen een verkenning gemaakt van de beleidsontwikkelingen waarbinnen de vraag naar een doorgaande lijn beantwoord moet worden.
Het eerste advies aan de gemeente is te komen tot een eigen gemeentelijke uitwerking van de Operatie JONG, waardoor de mogelijkheden van gemeentelijk beleid voor de doelgroep van kinderen en jeugdigen van 0-23 jaar binnen één kader met de bij dit beleid betrokken instellingen en organisaties kunnen worden gecommuniceerd.
Gevoed door de reacties van betrokkenen tijdens de Bruggen-Bouwen-conferentie van 28 november 2005 en door de geformuleerde kansen, die het resultaat waren van de themadag ‘Klaar voor de start’ op 24 januari 2006, heeft de Klankbordgroep een aantal ingrediënten geleverd voor een voorstel dat als een eerste proeve van visie-ontwikkeling gezien kan worden.
De Klankbordgroep heeft in haar werkoverleg uitdrukkelijk aangegeven dat haar voorwerk géén eindresultaat is, maar als een dringende oproep gezien moet worden om te komen tot een inhoudelijk overleg dat niet alleen gaat leiden tot een ‘visie op papier’, maar tot een daadwerkelijke betrokkenheid en committment van alle beleidspartners.


Visie ontwikkeling: een eerste proeve



Gemeente Zaltbommel en alle betrokken instellingen op het terrein van onderwijs, educatie en welzijn en jeugdbeleid willen vanuit eigen verantwoordelijkheden met elkaar samenwerken teneinde voor alle kinderen en jeugdigen van 0-23 jaar in de gemeente Zaltbommel te realiseren dat deze doelgroep

  • in staat gesteld worden om actief te participeren in onderwijs, werk, vrije tijd en maatschappij

  • passend bij het welzijn van de kinderen via een samenhangend pakket van educatie, onderwijs en zorg, vrije tijd, sport en cultuur

  • onderwijs en educatie ontvangt in een onderbroken ontwikkelingslijn, passend bij hun mogelijkheden op niveau te laten functioneren en hen op dat niveau gedurende de schoolloopbaan ook te houden

  • in een veilige in leer, woon en werkomgeving kan leven en leren

  • tijdig door samenhangende zorg opgevangen wordt om te voorkomen dat zij voortijdig uitstroomt uit het onderwijs


Hierbij kiezen de beleidspartners er gezamenlijk voor om de beschikbare middelen zo effectief en integraal mogelijk in te zetten. Middels gezamenlijk overleg zullen, aan de hand van keuzes, prioriteiten gesteld kunnen worden. Waar dit in het kader van de organisatie van zorg voor kinderen vraagt om intergemeentelijke afstemming en om afstemming tussen Samenwerkingsverbanden WSNS zullen de beleidspartners dit actief bevorderen.



  1. Een voorstel voor het ontwikkelen van een lokale educatieve agenda voor de gemeente Zaltbommel.

Op het terrein van onderwijsachterstandenbeleid worden de taken van schoolbesturen en gemeente geherdefinieerd. Door de autonomievergroting krijgen schoolbesturen de ruimte om middelen naar eigen inzicht te besteden. Van gemeente wordt verwacht dat zij inzetten op samenhang in voorzieningen en de sociale infrastructuur voor de jeugd.

Door het verleggen van de financieringsstromen in het onderwijs ontstaat er naar alle verwachting vanaf 1 augustus 2006 in bestuurlijk opzicht een geheel nieuwe situatie: met in achtneming van de wettelijke verantwoordelijkheden van schoolbesturen en gemeenten is het de bedoeling dat er op basis van gelijkwaardigheid een kwaliteitsdialoog tussen gemeente en schoolbesturen ontstaat.
Het is de bedoeling van de wetgever dat dit overleg plaats gaat vinden op basis van gelijkwaardigheid: vanuit het besef dat men samenwerkt aan eenzelfde doel en vanuit het wederzijds respect voor de verantwoordelijkheden van de ander komen schoolbesturen en gemeenten tot gezamenlijke afspraken over


    • de aanwending van de gemeentelijke middelen ten behoeve van onderwijsachterstandenbestrijding

    • de middelen die in dit kader ingezet worden door schoolbesturen

    • de onderlinge afstemming van activiteiten

    • de wijze waarop ieder zich verplicht tot uitvoering van het eigen deel en het geven van een transparante verantwoording

Gemeenten en schoolbesturen (primair en voortgezet onderwijs) worden verplicht gezamenlijk overleg te voeren over het bevorderen van integratie en het tegengaan van segregatie en het bestrijden van onderwijsachterstanden, waaronder de doorlopende leerlijn van voorschoolse educatie naar basisonderwijs.


Gemeenten krijgen een wettelijke taak bij het voorkomen en bestrijden van voortijdig schoolverlaten, een werkterrein waar het voortgezet onderwijs de eerst aangewezen partner is.

Overleg kan zich, naast het thema van de doorlopende leerlijn van primair naar voortgezet, beroeps en volwassenenonderwijs, daarom ook richten op het tot stand brengen van een goed functionerende jeugdketen rond de school.


In de toekomstige nieuwe bestuurlijke verhoudingen vraagt om een nieuwe bestuurlijke (samenwerking tussen organisaties mogelijk makend) en uitvoerende (intern beleid en afstemming in de dagelijkse praktijk van uitvoering en samenwerking) regie. Het tot stand brengen van een arrangement, in de vorm van een locale educatie agenda, dat voor zowel schoolbesturen als gemeenten voldoende garanties biedt voor een effectieve en efficiënte samenwerking is daarbij een krachtig hulpmiddel.
De Klankbordgroep heeft in haar verslag van de themadag ‘Klaar voor de start’, zoals gerapporteerd in het VOLO van 21 februari 2006 een groot aantal inhoudelijke beleidsthema’s als kansrijke mogelijkheden voor integraal beleid (als een ‘locale educatieve agenda’) in het licht van de voorgaande proeve voor visie ontwikkeling aangewezen. In dit kader kan een voorlopige programma-indeling worden gehanteerd:
Programma 1: kinderen krijgen een goede start (VVE, taalontwikkeling).

Programma 2: voor ieder kind onderwijs en zorg op maat (ketenbenadering onderwijs en zorg):

Programma 3: ouders als partner (opvoedingsondersteuning en opvoedingsvoorlichting).

Programma 4: jongeren krijgen ondersteuning bij hun schoolloopbaan (rebound en time-out, huiswerkklas).

Programma 5: stimuleren van beheersing van de Nederlandse taal als communicatieinstrument.

Programma 6: jongeren vinden aansluiting bij de arbeidsmarkt.

Programma 7: compleet aanbod van onderwijsvoorzieningen in de gemeente Zaltbommel.

Programma 8: de school in de wijk c.q. het dorp (relatie met prestatieveld 2 WMO).

Programma 9: fysieke voorzieningen voor kinderen en jongeren.

Programma 10: integratie van jongeren in de Nederlandse samenleving.
Om tot een nadere uitwerking en vaststelling van een door alle beleidspartners gezamenlijk gedragen ‘locale educatieve agenda’ te komen, heeft de Klankbordgroep de volgende adviezen om te komen tot een nieuw bestuurlijk arrangement met ‘een gezamenlijke visie, ambitie en committment voor de jeugd in Zaltbommel’.


Advies 1:

Instellen van een overbruggingsjaar

Om de nodige tijd en ruimte te hebben om met alle gesprekspartners op basis van gelijkwaardigheid en gezamenlijkheid

  1. tot een nieuwe vorm van bestuurlijke samenwerking te komen

  2. tot een locale educatieve agenda te komen

adviseert de Klankbordgroep om hiervoor de ruimte en tijd te creëren in de vorm van een overbruggingsjaar, dat uiterlijk afloopt op 31 juli 2007.
Om de rechtmatigheid van dit overbruggingsjaar te garanderen wordt geadviseerd dit voorstel in een bestuurlijk document met alle partners vast te leggen
Om de continuïteit in beleid te garanderen wordt voor de duur van het overbruggingsjaar gewerkt met

    • waar mogelijk vanuit nieuwe beleidskader (zoals bij het terrein met voor- en vroegschoolse educatie)

    • waar nodig met de bestaande beleidskaders




Advies 2:

Nieuw bestuurlijk arrangement

De periode augustus 2006-december 2006 te benutten voor het tot stand brengen van een nieuwe bestuurlijke arrangement en een nieuwe communicatiestructuur voor zowel als de bestuurlijke regie.
De gesprekspartners hierbij zijn tenminste

  • de schoolbesturen primair en voortgezet onderwijs (vanuit de actieve beleidsverant-woordelijkheid voor de inzet van eigen middelen)

  • de gemeente (vanuit de opgedragen wettelijke verantwoordelijkheid en vanuit eigen gemeentelijk beleid)

  • het Samenwerkingsverband WSNS (vanuit de nieuwe vormgeving van de

zorg in het primair onderwijs en de noodzaak van continuïteit in zorg)



Advies 3:

Locale educatieve agenda


De nieuwe bestuurlijke structuur zorgt in de periode januari 2007 - augustus 2007 voor het tot stand komen van

  • de ontwikkeling en vaststelling van een locale educatieve agenda, met alle partners die nodig en wenselijk zijn om tot afspraken bij integrale beleidsthema’s te komen

  • afspraken over vormgeving en uitvoering van bestuurlijke en uitvoerende regie

  • invoeringscondities in de vorm van smart-geformuleerde uitvoerings en implementatieplannen per instelling om tot effectieve en efficiënte uitvoering van de afgesproken beleidsthema’s te komen met als uiterste startdatum

1 augustus 2007

  • afspraken over de wijze van evaluatie en verslaglegging door (school)besturen en gemeente


Advies 4:

Integraal beleid

De gemeente Zaltbommel onderneemt in deze periode de nodige stappen om in haar gemeentelijke organisatie de condities, die nodig zijn om vanuit de beleidsterreinen, die de kinderen en jeugdigen van 0-23 jaar als onderwerp van aandacht hebben, integraal beleid mogelijk te maken. E.e.a. is gebaseerd op de huidige beschikbare budgetten voor onderwijs- en jeugdbeleid, waarbij de ambities van de nieuwe gemeenteraad nog zullen moeten worden uitgewerkt.




  1. Jaarschijf onderwijsachterstandenbeleid gemeente Zaltbommel 2006/2007.

Het voorstel voor de jaarschijf is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:



  • Beleid is specifiek van toepassing op het overbruggingsjaar 2006/2007 OAB-beleid.

  • In overbruggingsjaar 2006/2007 stelt de gemeente gelden beschikbaar voor tutoring-VVE op de voorschoolse instellingen die reeds met een VVE-programma werken (Zaltbommelse Peuterspeelzalen en PSZ ‘Hummeloord’ te Zuilichem).

  • In het overbruggingsjaar 2006/2007 stelt de gemeente gelden beschikbaar voor tutoring-VVE op de vroegschoolse instellingen die reeds met een VVE-programma werken (BBS ‘De Leiboom’ te Zaltbommel’, BBS ‘De Burcht’ te Aalst, BBS ‘School met de Bijbel’ te Zuilichem); gemeente vult aan boven het bedrag dat de betreffende scholen in het kader van de gewichtenregeling van het Ministerie OCW ontvangen; gemeente stelt bijdrage beschikbaar onder het uitdrukkelijke voorbehoud dat rijksuitkering OAB 2006/2007 van het Ministerie OCenW wordt ontvangen; indien geen rijksuitkering wordt ontvangen, wordt geen gemeentelijke bijdrage beschikbaar gesteld.

  • De subsidiemaatstaven 2006/2007 zijn als volgt:

  1. Bij het werken met de gecertificeerde programma’s ‘Piramide’ dan wel ‘Kaleidoscoop’: een vergoeding voor een tweede leerkracht c.q. een tutor basisschool voor 2 dagdelen (2e dagdeel 60 %) per groep per week; bij een peuterspeelzaal is deze vergoeding gebaseerd op 2 dagdelen 100 %.

  2. Het aantal dagdelen, als genoemd onder ad a, wordt bepaald aan de hand van de feitelijke groepsindeling (door school c.q. peuterspeelzaal te overleggen) in het betreffende schooljaar.

  3. De berekening van het uurloon wordt gebaseerd op:

  • Gemiddeld uurtarief functie groepsleerkracht schaal 9; jaarlijks vast te stellen aan de hand van de financiële arbeidsvoorwaarden basisonderwijs (wordt gepubliceerd in ‘Uitleg Gele Katern’); uitgaande van 40 weken per schooljaar.

  • Gemiddeld uurtarief leidster peuterspeelzaal; jaarlijks vast te stellen aan de hand van de salarisschalen CAO Welzijn; uitgaande van 40 weken per schooljaar.

  • Aan de beschikbaarstelling van de bovengenoemde bijdragen worden de volgende voorwaarden verbonden:

  1. De instelling zet de VVE-bijdrage 2006/2007 in voor tutoring, behorend bij de toepassing van het VVE-programma ‘Piramide’ dan wel ‘Kaleidoscoop’.

  2. De instelling zet gecertificeerde leerkrachten ‘Piramide’ dan wel ‘Kaleidoscoop’ in voor tutoring.

  3. De instelling verplicht zich om het VVE-programma ‘Piramide’ dan wel ‘Kaleidoscoop’ daadwerkelijk toe te passen. Bij vertrek of anderszins van de leerkrachten, draagt de school zorg voor de verdere voortgang c.q. continuering van het project binnen de school.

  4. De instelling verleent medewerking aan het ontstaan van samenwerkingsverbanden voor- en vroegschoolse educatie; dit onder regie van de gemeente.

  5. De instelling verleent medewerking aan de totstandkoming van de gemeentelijke monitor OAB.

  6. De instelling verplicht zich om jaarlijks een verantwoordingsdocument in te dienen voor de inzet van de VVE-middelen; vóór 1 maart 2007 verstrekt de instelling een verantwoording aan de gemeente waaruit de rechtmatigheid en de doelmatigheid van de bestede uitgaven over het kalenderjaar 2006 blijkt.







Actie

Instelling

Totaal-berekening


Gewichtenbudget bao.

Gemeentelijk OAB-budget

1

VVE-Stimuleringsbijdrage doelgroepbereik (zie ook VVE-plan)

ZP

€ 11.000,00

-

€ 11.000,00


2

VVE-Tutoring

PSZ Zuilichem

€ 9.700,00

-

€ 9.700,00

3

VVE-Tutoring

BBS Aalst

€ 11.960,00

€ 0,00

€ 11.960,00

4

VVE-Tutoring

(zie ook VVE-plan)



BBS Leiboom

€ 11.960,00

€ 0,00

€ 11.960,00

5

VVE-Tutoring

BBS Zuilichem

€ 11.960,00

€ 1.019,00

€ 10.941,00






















Totaal tlv OAB-budget










55.561,00








De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina