Convenant Ondernemingsraad Lokaal Overleg College van Bestuur tud



Dovnload 8.92 Kb.
Datum22.07.2016
Grootte8.92 Kb.

Convenant Ondernemingsraad - Lokaal Overleg - College van Bestuur TUD



1. Betrokken partijen

Dit convenant wordt gesloten tussen 3 partijen:

De Ondernemingsraad van de TU Delft,

De werknemersorganisaties in het Lokaal Overleg aan de TU Delft, en

Het College van Bestuur van de TU Delft
2. Inleiding

Partijen hebben behoefte aan een duidelijke afbakening van de bevoegdheden van de Ondernemingsraad en die van het Lokaal Overleg over regelingen op het gebied van het sociale beleid in de universiteit. De afbakening van bevoegdheden uit de WOR, de WHW en de CAO-NU behoeft aanscherping.

Partijen zijn van mening dat zij deze afbakening zelf nader zullen moeten omschrijven en vastleggen in een convenant.
3. Uitgangspunt

Het uitgangspunt van dit convenant is dat het College van Bestuur steeds met beide organen overleg zal voeren over een regeling op het gebied van het sociale beleid. Als het een regeling betreft over een onderwerp dat in artikel 27 lid 1 van de WOR genoemd wordt, wordt de regeling ter instemming aan de Ondernemingsraad voorgelegd. Als het een regeling betreft die niet in artikel 27 lid 1 van de WOR genoemd wordt, zal in het Lokaal Overleg overeenstemming over de regeling bereikt moeten worden.


4. De concrete afspraken

  1. Het College van Bestuur zal een voorgenomen besluit over een regeling op het gebied van het sociale beleid als genoemd in artikel 27 lid 1 van de WOR ter instemming voorleggen aan de Ondernemingsraad. De instemming van de Ondernemingsraad is niet vereist voor de in de artikelen 9.4 tot en met 9.7, 9.9 en 9.15 van de CAO NU 1 juni 2000 – 31 mei 2002 genoemde nadere regelingen of uitwerkingen van de CAO (betreffende arbeidsduurverkorting), waarin uitdrukkelijk is bepaald dat de nadere regeling of uitwerking in het lokaal overleg dient te worden vastgesteld.

  2. Het College van Bestuur zal besluiten over de in punt 4.1, 1e volzin bedoelde onderwerpen voor overleg aanbieden aan het Lokaal Overleg. Het overleg in het Lokaal Overleg vindt voorafgaand aan het overleg met de Ondernemingsraad plaats. Op deze wijze kan de Ondernemingsraad kennisnemen van de reactie van de werknemersorganisaties op het voornemen van het College. De werknemersorganisaties worden geïnformeerd over de uitkomsten van het overleg met de Ondernemingsraad.

  3. Het College van Bestuur zal over regelingen op het gebied van het sociale beleid op grond van artikel 4.5 WHW en het overlegprotocol uit de CAO NU overeenstemming moeten bereiken in het Lokaal Overleg, tenzij het gaat om een regeling die ingevolge van punt 4.1 ter instemming aan de Ondernemingsraad wordt voorgelegd.

  4. Het College van Bestuur zal besluiten over de punt 4.3 bedoelde onderwerpen voor overleg aanbieden aan de Ondernemingsraad. Het overleg met de Ondernemingsraad vindt voorafgaand aan het overleg in het Lokaal Overleg plaats. Op deze wijze kan het Lokaal Overleg kennisnemen van de reactie van de Ondernemingsraad op het voornemen van het College. De Ondernemingsraad wordt geïnformeerd over de uitkomsten van het overleg in het Lokaal Overleg.

  5. De partij die het voorgenomen besluit van het College voor overleg krijgt aangeboden geeft binnen 2 weken aan of hij over het voornemen overleg wil voeren. Als die partij aangeeft geen overleg te willen voeren heeft deze tot uiterlijk 4 weken na het aanbieden van het voornemen door het College de gelegenheid om schriftelijk op het voornemen te reageren. Als die partij aangeeft overleg te willen voeren zal dit overleg binnen 4 weken na het aanbieden van het voornemen door het College gevoerd worden. De reactie wordt indien mogelijk tijdens het overleg gegeven, doch uiterlijk 2 weken nadat het overleg heeft plaatsgevonden.

  6. In het driehoeksoverleg tussen partijen zal aandacht aan de hierboven omschreven werkwijze besteed worden. Van de in punt 5 genoemde termijnen kan met instemming van alle partijen worden afgeweken, welke instemming niet op onredelijke gronden zal worden onthouden.


5. Arbitrage

  1. Een geschil voortvloeiend uit dit convenant zal, voordat enige andere rechterlijke of geschillen- procedure wordt gevolgd, worden voorgelegd aan één arbiter, zijnde een nog nader door partijen aan te wijzen persoon, die deskundig is op het terrein van arbeidsverhoudingen en arbeidsrecht.

  2. Een geschil is aanwezig indien één der partijen zulks verklaart.

  3. De arbiter doet na kennisneming van de relevante stukken en na het horen van alle partijen uitspraak in het geschil.

  4. Voordat een geschil aan de arbiter wordt voorgelegd stellen partijen gezamenlijk vast of de uitspraak van de arbiter bindend zal zijn.

  5. Indien de uitspraak van de arbiter niet bindend is staat het een partij vervolgens vrij de in de Wet op de ondernemingsraden of de CAO NU opgenomen procedure te volgen ter beslechting van het geschil.


6. Slotbepalingen

  1. Het convenant geldt voor onbepaalde tijd.

  2. Indien na inwerkingtreding van dit convenant in de CAO NU wijzigingen optreden die gevolgen kunnen hebben voor dit convenant, treden partijen in overleg om te bepalen of wijziging van het convenant noodzakelijk is.

Getekend te Delft, 10 oktober 2002.


Namens de ondernemer,
namens de Ondernemingsraad
Namens de werknemersorganisaties in het Lokaal Overleg




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina