Coördineringscomité Rijn



Dovnload 125.34 Kb.
Pagina2/4
Datum25.08.2016
Grootte125.34 Kb.
1   2   3   4

1.Inleiding

1.1 Het internationale Rijndistrict



De Rijn is met zijn lengte van 1.320 km een van de belangrijkste rivieren in Europa. Het stroomgebied van de Rijn beslaat ca. 200.000 km² en strekt zich uit over negen staten met elk een verschillend oppervlakteaandeel (Nederland, België/Wallonië, Luxemburg, Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk, Liechtenstein, Zwitserland en Italië). De Rijn is een van de meest intensief gebruikte rivieren op aarde. Op de rivier wordt communaal en industrieel afvalwater geloosd, de Rijn wordt gebruikt als scheepvaartroute en voor de drinkwaterwinning, onttrokken water wordt ingezet als koelwater en aangewend bij de opwekking van duurzame energie (waterkracht). Meer details over het internationale Rijndistrict zijn opgenomen in de inventarisatie uit 2004 onder http://www.iksr.org/index.php?id=102
Sinds het begin van de jaren ´50 werken de staten in het Rijngebied al samen om de watertoestand te verbeteren. De Internationale Commissie ter Bescherming van de Rijn (ICBR) is opgericht in 1963, het Rijnverdrag werd herzien in 1999. Niet alle staten in het internationale Rijndistrict zijn lid van de ICBR. Om de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW - 2000/60/EG) te implementeren in het internationale Rijndistrict is een Coördineringscomité Rijn ingesteld. Op basis van geografische kenmerken werden negen werkgebieden afgebakend waarin een afstemming plaatsvindt tussen de betrokken staten c.q. deelstaten/regio´s. (Alpenrijn/Bodenmeer, Hoogrijn, Bovenrijn, Neckar, Main, Middenrijn, Moezel/Saar, Nederrijn en Rijndelta). Bestaande internationale commissies hebben in een aantal werkgebieden coördinerende functies overgenomen, zoals bijv. de Internationale Commissie ter Bescherming van de Moezel en de Saar. Zwitserland staat de EU-staten bij in de coördinerende en harmoniserende werkzaamheden ten behoeve van de implementatie van de KRW op basis van haar eigen wetgeving en haar internationale verplichtingen die zijn vastgelegd in het Verdrag ter bescherming van de Rijn.
De ICBR en het Coördineringscomité hebben een gemeenschappelijke werkstructuur bestaande uit strategische en technische gremia die ervoor zorgen dat de bepalingen van de KRW en van de ICBR op afgestemde wijze worden uitgevoerd.
Belangrijke beheerskwesties in het internationale Rijndistrict zijn conform de inventarisatie:

  • Herstel van de biologische passeerbaarheid en verhoging van de habitatdiversiteit;

  • Reductie van diffuse lozingen die de oppervlaktewateren (bijv. o.a. een aantal zware metalen, stikstof, fosfor, organische microverontreinigingen) en het grondwater (bijv. nitraat) belasten;

  • Verdere reductie van klassieke belastingen door industriële en communale puntbronnen;

  • Op elkaar afstemmen van de gebruiksfuncties van water en de doelstellingen van de KRW.



1.2 Bepalingen van de KRW en doel van deze rapportage

De KRW schrijft voor dat de Rijn met zijn zijrivieren, het bijbehorend grondwater en de kustwateren als internationaal stroomgebied op grensoverschrijdende wijze dient te worden beheerd. De KRW heeft conform artikel 4 ten doel voor 2015 voor alle oppervlaktewateren en het grondwater de goede toestand te bereiken.

Daartoe moeten de lidstaten maatregelenprogramma´s opzetten die vanaf december 2009 moeten worden uitgevoerd. Daarom moesten voor eind 2006 monitoringsnetten worden opgesteld teneinde een samenhangend totaalbeeld te krijgen van de ecologische en chemische toestand van de oppervlaktewateren alsmede een betrouwbare schatting van de kwantitatieve en chemische toestand van het grondwater.
Een inventarisatie van de wateren en van de kenmerken van de wateren, met inbegrip van economische aspecten, vormde een eerste stap in de implementatie van de KRW. Deze implementatiestap werd in 2004 voltooid en in maart 2005 gerapporteerd aan de Europese Commissie. Details hierover vindt u op de homepage van de ICBR onder http://www.iksr.org/index.php?id=102.
Nu is de volgende implementatiestap aan de orde, de opzet van monitoringsprogramma´s conform de bepalingen van de KRW.

Overeenkomstig artikel 8, lid 1 en 2 dienen ten behoeve van de monitoring van de wateren (oppervlaktewateren, grondwater en beschermde gebieden) nationale programma´s te worden opgesteld teneinde een samenhangend totaalbeeld te krijgen van de watertoestand. Gedetailleerde bepalingen voor de monitoringsprogramma´s zijn vermeld in bijlage V nr. 1.3, 2.2 en 2.4 van de KRW. Voor wat betreft oppervlaktewateren maakt de KRW onderscheid tussen toestand- en trendmonitoring, operationele monitoring en monitoring voor nader onderzoek. Ook bij de chemische toestand van grondwaterlichamen wordt conform bijlage V van de KRW onderscheiden tussen toestand- en trendmonitoring en operationele monitoring, terwijl de KRW voor de kwantitatieve toestand van grondwaterlichamen alleen een monitoring van de grondwaterstand voorschrijft zonder te differentiëren naar de monitoringswijze.


Gemonitord worden de ecologische en de chemische toestand voor de oppervlaktewaterlichamen en de kwantitatieve en de chemische toestand voor het grondwater. De resultaten van de monitoring worden gebruikt bij het klasseren van de toestand van de waterlichamen in het kader van het beheersplan en vormen een basiselement voor de maatregelenprogramma´s. Bovendien wordt in de toekomst op basis van de monitoringsprogramma´s gekeken of de milieudoelstellingen conform artikel 4 KRW worden bereikt.
De monitoringsprogramma´s zijn sinds 22 december 2006 operationeel. Een samenvattende rapportage over de opgestelde monitoringsprogramma´s wordt voor 22 maart 2007 aangeboden aan de Europese Commissie. Als aanvulling hierop wordt nationaal gerapporteerd via het systeem WISE (Water Information System Europe).

1.3 Relevant waternet voor deze rapportage

Op de bijgevoegde kaarten wordt het waternet weergegeven waarop de coördinatie van de toestand- en trendmonitoringsprogramma´s is gebaseerd. Het waternet en de grondwaterlichamen zijn grotendeels overgenomen uit de rapportage conform artikel 5 KRW (inventarisatie).


De coördinatie van de toestand- en trendmonitoring strekt zich uiteraard niet uit tot het hele waternet, veeleer ligt de nadruk op de hoofdstroom en de (grensoverschrijdende,) belangrijke zijrivieren, op de grondwaterlichamen langs de grenzen alsmede op de beschermde gebieden langs de grenzen en de beschermde gebieden van gemeenschappelijk belang. In de onderstaande paragrafen van deze rapportage wordt dit gedetailleerd weergegeven.
Op de kaarten 1 en 2 in de bijlage wordt voor de oppervlaktewateren een overzicht gegeven van het net van representatieve chemische en biologische meetlocaties. Op de kaarten 3 en 4 wordt respectievelijk het representatieve meetnet voor de kwantitatieve toestand en het meetnet voor de toestand- en trendmonitoring voor de chemische toestand van het grondwater weergegeven.



1   2   3   4


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina