Copyright 1992-2010 Adlib Information Systems B. V



Dovnload 248.73 Kb.
Pagina8/9
Datum20.08.2016
Grootte248.73 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9

12.Bijlage 1: knoppen in Adloan Uitlening


Knop

Omschrijving






Sessies






Een nieuwe sessie starten.









De huidige sessie beëindigen.






Taal






Engelse systeemteksten.









Nederlandse systeemteksten.









Duitse systeemteksten.









Franse systeemteksten.






Help






Open contextafhankelijke Help voor meer uitleg over de gebruikersinterface.









Zoek via trefwoorden in de helpteksten van Adloan Uitlening.









Standaard Windows Help met uitleg over het gebruik van de Helpfuncties.






Bewerken






Wanneer u een nummer in één van de velden selecteert, dan wordt deze knop actief. Klik erop om het nummer uit het veld te knippen en op het Windows Klembord te plaatsen. (optionele knop)









Wanneer u een nummer in één van de velden selecteert, dan wordt deze knop actief. Klik erop om het nummer uit het veld te kopiëren naar het Windows Klembord. (optionele knop)









Als er iets op het Windows Klembord staat (dat mag er ook vanuit een andere applicatie op zijn gezet) en u plaatst de cursor in één van de nummervelden, dan kunt u de inhoud van het Klembord naar dat veld kopiëren door op deze knop te klikken. (optionele knop)






Bestand






Adloan Uitlening afsluiten. (optionele knop)


13.Bijlage 2: Adlib Uitlening installeren


De Adlib Uitlening-software kan op verschillende manieren worden geleverd. Zie de Installatiegids voor Adlib Bibliotheek of Adlib Museum voor informatie over het installeren vanaf cd, de mappenstructuur van Adlib-applicaties, en het zelf maken van snelkoppelingen om applicaties te kunnen starten.
Na de basale installatie moet u voor Adlib Uitlening echter nog een configuratie uitvoeren, om de module op uw systeem in te stellen.

13.1.Stand-alone of client/server


U kunt Adlib Uitlening als stand-alone applicatie draaien of als client in een client/server-omgeving:

  • Stand-alone houdt in dat u maar één sessie tegelijk geopend kunt hebben; op één pc kan slechts één medewerker tegelijk uitleningen registreren. Dit kan betekenen dat u alle uitvoerbare Adlib-bestanden, modulebestanden en databases op uw eigen computer hebt staan, maar dat hoeft niet; die bestanden en databases mogen ook op een andere computer in uw netwerk staan. Alle uitvoerbare bestanden worden wel door uw eigen pc of werkstation uitgevoerd.

  • Als client in een client/server-omgeving houdt in dat Adlib Uitlening wordt gestart vanaf werkstations in een netwerk, waarin de werkstations alleen het uitvoerbare bestand adloan.exe uitvoeren (dat verantwoordelijk is voor de gebruikersinterface van Adlib Uitlening), terwijl alleen de servercomputer van het netwerk de Adlib Uitlening server-software draait (adserver.exe en adserver.dll). Deze configuratie maakt het mogelijk dat meerdere sessies tegelijk geopend kunnen worden (op één of meerdere werkstations, door één of meerdere medewerkers).
De fysieke locatie van bestanden

De plek waar u uw Adlib uitvoerbare bestanden en modulebestanden opslaat (naartoe kopieert) is vrij te kiezen voor beide bovengenoemde typen configuraties, op voorwaarde dat de uitvoerbare bestanden (executables) in dezelfde map staan als adserver.dll, dat is standaard de \bin submap. De modulebestanden staan meestal in een andere submap, voor deze module is dat standaard in \wadcirc of \library loans management.
Als u (ook) een Adlib Internet Server-applicatie gebruikt voor uitleen­transacties, bijvoorbeeld om gebruikers via internet reserveringen te kunnen laten maken, dan moet u de Adlib uitvoerbare bestanden en adserver.dll in de wwwopac-map opslaan (d.w.z. de wwwopac-map waaruit uw Internet Server-applicatie wwwopac.exe aanroept).

13.2.Adserver installeren


Het uitvoerbare Adlib-bestand adserver.exe verzorgt in een client/server-configuratie de communicatie tussen de gebruikerinterface van adloan.exe en de Uitlening server-software adserver.dll. Adserver.exe kan ook door een Adlib Internet Server-applicatie worden aangeroepen om te communiceren met adserver.dll.
(In een stand-alone situatie wordt adserver.exe niet gebruikt.)

Adserver moet u handmatig installeren om het als een systeemservice onder de Services-manager van uw Microsoft Windows NT Server of Windows 2003 Server te kunnen draaien. (Als op uw servermachine géén Windows serversoftware draait, dan kunt u adserver eventueel ook op een van de werkstations onder Windows XP of Windows 2000 installeren.) Om adserver te installeren in de database van de Services-manager opent u (vanaf de computer waarop het adserver.exe-bestand staat) eerst een (DOS) opdrachtvenster en opent u de directory waarin adserver.exe staat. Typ dan een opdrachtregel voor de installatie, met de volgende syntaxis:

adserver -install -workdir

bijvoorbeeld:



adserver -install -workdir “\\servernaam\programs\adlib\wadcirc”

U geeft hiermee dus tevens de werkmap voor adserver op. In het opdrachtvenster verschijnt vervolgens een melding die aangeeft of adserver succesvol is geïnstalleerd. Adserver is ook direct gestart. Na elk opnieuw starten van het systeem zal adserver overigens automatisch weer worden gestart. Als dat toch niet het geval is, dan staat het opstarttype van de service misschien verkeerd ingesteld.


Start dan de Services-manager door het Configuratiescherm te openen, daarin op Systeembeheer te dubbelklikken, en in het venster Systeembeheer op Services te dubbelklikken. In de Services-manager kunt u het Opstarttype van deze service zien achter Adlib z39.50 Services. Als het opstarttype Handmatig is, moet u dat veranderen in Automatisch. Rechtsklik daartoe op Adlib z39.50 Services en kies de optie Eigenschappen in het snelmenu. Op het eerste tabblad in het venster Eigenschappen voor… kunt u het Opstarttype wijzigen.

De installatieopdrachtoptie -workdir hoeft u alleen bij installatie op te geven. De server bewaart deze instelling vervolgens in de registry.

In het bijzondere geval waarin een server meer dan één website host en u voor elke applicatie een andere workdir wilt instellen, kunt u handmatig (via regedit) andere workdirs in het Windows register instellen, onder de basis-Workdir. Die sleutels moeten beginnen met “Workdir”, bijvoorbeeld “Workdir2” of “WorkdirMuseum1”. Vanuit een Internet Server webapplicatie roept u adserver.exe dan aan met het argument site= waarbij achter het =-teken het tweede deel van de extra workdir-sleutel moet staan, dus bijvoorbeeld site=2 of site=Museum1. Als u geen site meegeeft, dan wordt gewoon de basis-workdir gebruikt.
Om adserver eventueel te verwijderen, opent u een (DOS) opdrachtvenster en zoekt u de directory waarin adserver.exe staat. Vervolgens typt u:

adserver -remove

Hiermee wordt de service gestopt en uit de database van de Services-manager verwijderd. (U moet de computer opnieuw starten voordat u adserver kunt herinstalleren, mocht u dat willen.)

Eventuele problemen tijdens het starten worden gelogd in de Logboeken die u ook onder Systeembeheer vindt.


Rechten voor bezoekers van uw Internet Server-applicatie

Als u een website hebt waarop een Adlib Internet Server-applicatie draait die uitleentransacties moet kunnen uitvoeren, dan moet u de bezoekers van die website bepaalde rechten geven.
Alle (onbekende) bezoekers vallen onder de definitie “anonymous user”. De “naam” van de anonymous user (default: IUSR_) vindt u in de eigenschappen van de virtuele map waarin de Internet Server-applicatie draait. (Zie de installatiegids voor Internet Server voor informatie over instellingen van de virtuele map.)
In de Windows-eigenschappen van de werkmap voor de uitleen­module­bestanden moet u voor deze IUSR leesrechten instellen. En in de \data-map van uw Adlib-systeem moet u de IUSR schrijf- en wijzigrechten toekennen.

13.3.Instellingen voor het starten van Adloan Uitlening


De meest gebruiksvriendelijke manier om Adloan Uitlening te starten is via een snelkoppeling. Enkele instellingen in die snelkoppeling bepalen hoe Adloan Uitlening start. Zie de Installatiegids voor Adlib Bibliotheek voor algemene informatie over het maken van snelkoppelingen. Ter aanvulling kan over toepasbare opdrachtregelopties en werkmappen nog het volgende worden gezegd:


  • De standaard taal waarin u Adloan Uitlening wilt starten, kunt u in de snelkoppeling naar Adloan Uitlening opgeven via de opdrachtregeloptie -c achter het pad naar het Doel (adloan.exe). Zo start bijvoorbeeld “
    \adloan.exe” -c 1 Adloan Uitlening altijd in het Nederlands.
    Als in de snelkoppeling geen taal wordt opgegeven, start Adloan Uitlening in de taal waarin de laatste keer werd gewerkt toen die interface werd afgesloten.

  • Als er verschillende uitleenapplicaties op hetzelfde computersysteem aanwezig zijn, dan hebben die ieder een eigen applicatiedirectory. De directory waarin de uitleenapplicatie wordt gestart (in het invoervak Beginnen in van de snelkoppeling), bepaalt dus welke applicatie wordt gestart.
    (Als u adloan.exe opstart vanaf een (DOS) opdrachtregel, dan kunt u achter de executable een applicatiedirectory opgeven via de opdrachtregeloptie -workdir of -w, gevolgd door het volledige pad naar de applicatiedirectory tussen dubbele aanhalingstekens.)

  • Als de computer waarop u werkt tegelijk ook de server is (stand-alone configuratie) voor de uitleningen, dan moet in de snelkoppeling de opdrachtregeloptie -s worden opgegeven.
    In het inlogvenster Sessie-parameters (zie hoofdstuk 2) wordt met deze instelling op de plaats van de servernaam automatisch de naam van de computer ingevuld, want adserver.dll staat in dezelfde directory als adloan.exe. In de snelkoppeling moet in het invoervak Beginnen in het pad naar Adloan Uitlening staan, bijvoorbeeld: “C:\Adlib Software\wadcirc”.

  • In een client/server-configuratie hoeft u in de snelkoppelingen naar adloan.exe (om die op werkstations te kunnen starten) het invoervak Beginnen in niet in te vullen: adserver weet namelijk al wat de werkdirectory is, omdat u die bij installatie van adserver hebt opgegeven. En adloan.exe weet adserver.exe te vinden omdat u in het inlogscherm Sessie-parameters de naam van de servercomputer moet opgeven waarop adserver is geïnstalleerd. Om te voorkomen dat medewerkers die servernaam zelf steeds in moeten vullen, kunt u die alvast in de snelkoppeling meegeven via de opdrachtregeloptie -h, bijvoorbeeld:
    …\adloan.exe -h onzebibliotheek.server

  • De locatie van de databases wordt in de modulebestanden gespecificeerd. Als u die databases naar een andere locatie wilt verplaatsen, betekent dat dus dat u Adloan Uitlening via ACSETUP moet aanpassen (zie hoofdstuk 10.8).

  • Met de opdrachtregeloptie -l kunt u in de snelkoppeling alvast het filiaal opgeven (location).

  • Met de opdrachtregeloptie -u kunt u in de snelkoppeling alvast een gebruikersnaam opgeven (user).

  • Met de opdrachtregeloptie -p kunt u in de snelkoppeling alvast het wachtwoord opgeven (password), maar wees hier uiteraard voorzichtig mee.

  • Met de opdrachtregeloptie -z kunt u een poortnummer opgeven waardoor een client toegang tot de server moet krijgen, als de server op een andere dan de standaard poort (210) draait. In de meeste gevallen hoeft u deze optie niet te gebruiken.

  • Met de opdrachtregeloptie -o geeft u op dat uw databases in de DOS tekenset zijn opgeslagen terwijl u in uw applicaties ISO-Latin1 gebruikt; de optie Locale in de database-setup in Designer staat ingesteld op DOS (voorheen OEM converteren naar ISO op Ja).

  • Met de opdrachtregeloptie -? opent u een melding met beschikbare opdrachtregelopties.


1   2   3   4   5   6   7   8   9


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina