Corneille Hipolithe Berail (1795-1891). Boomkweker en zijdeteler



Dovnload 36.04 Kb.
Datum29.09.2016
Grootte36.04 Kb.
Corneille Hipolithe Berail (1795-1891).
Boomkweker en zijdeteler.
(Corneille) Hipolithe Berail werd op 30 juni 1795 geboren in Montpellier, als zoon van de wijnkoopman Louis Berail en de Tilburgse notarisdochter Maria Anna Sophia Bles. Hij trouwde in Boxtel op 6 januari 1819 met Henriette Struuck van der Steege, dochter van legerofficier Philibert Lyphart van der Steege en Geertruida Gijsbertha gravin van Randwijck uit Groningen. Uit hun huwelijk werden twaalf kinderen geboren. Hipolithe overleed in St. M. Gestel op 6 februari 1891.
Hipolithe groeide op in Montpellier, het centrum van de Franse zijdecultuur. Over zijn jeugd schreef hij : ”ofschoon van een Nederlandse vrouw echter in het zuiden van Frankrijk geboren en aldaar voor het grootste gedeelte opgevoed, heb ik aan deze opvoeding en mijne alsnog bestaande relatien mijn verkregen kennis in den handel, het fabriekswezen en den landbouw van die streek te danken.”

Zijn huwelijk met Henriette van der Steege maakte hem tot een vermogend man. Dankzij de bruidsschat van zijn Henriette kon het jonge paar het buitengoed "de kleine Ruwenberg" te St.M.Gestel, bestaande uit een huis, brouwerij, boerderij en landerijen kopen. Ook kochten zij tien percelen grond onder Boxtel en Liempde en een huis met enkele landerijen te Tilburg (tegen Udenhout).

Na zijn verhuizing naar St.M.Gestel startte hij direct met de exploitatie van zijn bierbrouwerij, annex azijnstokerij. Daarnaast bouwde hij de boerderij om tot een modern bedrijf. Helaas bracht de bierbrouwerij te weinig op.

"Gebrek aan de nodige kennis en ondervinding en teveel vertrouwen op de braafheid en de goede trouw van anderen, waren er de oorzaak van, dat hij aanzienlijke sommen daaraan opofferde, veel verliezen leed en zich genoodzaakt zag tot het opnemen van geld", zoals hij zelf zei.


De brouwerij leverde in 1820 684 vaten bier op van elk 100 liter; in 1826 was dat gestegen tot 3167 vaten en de jaren daarna liep het af, tot er in 1834 geen opgaven meer werden vermeld in het register van patentschuldigen. Later zal dit gebouw een andere bestemming krijgen.
Wat het opnemen van geld betreft : op 17 juli 1826 wendt Hipolithe zich middels ( een verzoekschrift tot Z.M. den Koning ) Willem I en verzoekt om een voorschot te mogen ontvangen van f. 35.000.- Dit voor de aflossing van een schuld van f. 15.000.- ( op zijn vaste goederen ) en voor de uitbreiding van zijn bierbrouwerij.

Het verzoek wordt tot tweemaal toe afgewezen. De eerste keer omdat volgens de Gouverneur van Noord-Brabant Mr.van der Fosse, meent dat het geld van het Departement van de Nationale Nijverheid hiervoor niet bedoeld is; en de tweede maal opnieuw door de Gouverneur, omdat uit de huwelijks-akte blijkt dat zijn vaste goederen zijn dotaal ( = de ten huwelijk aangebrachte goederen van de vrouw !; waardoor de goederen der echtgenoten gescheiden blijven).


Succesvoller was hij in het kweken en verkopen van diverse uitheemse boomsoorten. Hij slaagde erin de uit Noord-Amerika afkomstige Acer Negundo

(Eschdoorn met esschenblad) op zijn kwekerij tot wasdom te brengen. Hipolithe beschouwde de verspreiding van deze boom over geheel Nederland als zijn verdienste.

Nadat duidelijk gebleken was, dat de Acer Negundo, het hier uitstekend deed, begon hij vol vertrouwen aan zijn passie voor de zijdeteelt.

Vanaf 1827 concentreerde hij zich met niet aflatende inspanning op zijn plan de zijdeteelt in Noord-Brabant tot ontwikkeling te brengen. Daartoe liet hij 30 stammetjes van de witte moerbezieboom ( Mora Alba ) per diligence aanvoeren vanuit zijn geboorteland. In 1829 slaagde hij erin de eerste ruwe zijde te winnen. Zijn oog voor vernieuwing bleek ook uit de toepassings mogelijkheden waarmee de markt snel daarna kennis maakte.


De fabrieksmatige toepassing van de zijdeteelt, die als een nieuwe industrie aan de vele lege handen, werk zou gaan bezorgen in het arme Brabant van toen, waar lezen en schrijven voor velen onbekend waren.
Van zijn eerste gewonnen zijde laat Hipolithe een coupon van 28 ellen

(Gros des Pays-Bas) verven in de kleur Bleu d´Haiti, welk stuk in 1830 zelfs te zien was op de nijverheids-tentoonstelling in Brussel. Hiermee heeft Hipolithe een flinke stap gezet in zijn streven om "te komen tot een grote nuttige zaak : de invoering van de weldadige industrie".


De investeringen in de ontwikkeling van de zijdeteelt waren zo hoog geweest, dat Berail erdoor in financiële moeilijkheden raakte. Met kunst en vliegwerk had hij de laatste drie jaren zijn onderneming in stand weten te houden.

In die tijd moest hij met het verkopen van allerlei spullen, maar voornamelijk bomen geld zien te verdienen, waarbij de Acer Negundo hem goed van pas kwam.


Op 10 januari 1829, wendt hij zich opnieuw met een verzoekschrift tot Z.M. waarin hij vraagt om een geldelijke ondersteuning van f. 25.000.-

Het verzoek wordt ditmaal op korte termijn toegezegd en ter beschikking gesteld. Dit was dus nog voor de Belgische opstand van 1830. Maar helaas voor Hipolithe, zijn schuldeisers hebben er lucht van gekregen en eisen hun part op !

Op 1 juni 1829, wendt Hipolithe zich andermaal rechtstreeks tot Z.M. de Koning, die hij bezoekt wanneer deze zich in het Gouvernementspaleis in ´s Hertogenbosch bevindt. Hipolithe dient twee verzoeken in:


  1. tot het mogen ontvangen van een geldelijk voorschot van f. 16.000.-; hetgeen hem wordt verleend, maar waar ie deze keer een paar maanden op moet wachten alvorens het te ontvangen; het gevolg is wel, dat Hipolithe nu een schuld heeft van d. 25.00 .- + f. 16.000.

= f. 41.000.- tegen een rente van 5%/jaar, plus de aflossingen !
Wat wilde Hipolithe met die f. 16.000.- ?
1.een etablissement voor ´s-Rijksrekening stichten;

2.onder toezicht van een Commissie door Z.M. te benoemen;

3.de Koninklijke ondersteuning en die van het Departement van Nationale

Nijverheid, waardoor er direct gekomen kon worden tot de oprichting van een

Naamloze Maatschappij;


  1. een uitgebreide deelneming voor kleine aandelen;

  2. met het recht van uitbreiding en vermeerdering;

  3. een looptijd van 30 jaar.

Het antwoord was teleurstellend. Op 6 augustus 1829 bericht de Administrateur van het Departement van Nationale Nijverheid, de heer Netscher, aan Berail :


Z.M. had met belangstelling kennis genomen; was genegen om van Gouvernementswege de pogingen te ondersteunen; was niet overtuigd van de noodzakelijkheid van het model-etablissement; wel om direct te komen tot het oprichten van een Naamloze Maatschappij:

De Koning was bereid om :

Gaarne bewilligen, dat voor rekening van het fonds der Nat. Nijverheid enig deel in de maatschappij wordt genomen; voor het eerste begin vereiste getal moerbeziebomen ter harer beschikking te stellen; en verder alle informatie;

modellen en werktuigen, voor zover het gouvernement daartoe in de gelegenheid is.


Op 10 februari 1830 vraagt Hipolithe aan het Dep.van Nat.Nijverheid:

  1. om de toegezegde deelneming der Nat. Nijverheid;

  2. de Kon. garantie der renten;

  3. het aanlegen van kleine kwekerijen van witte moerbeziebomen in die gemeenten, die over de geschikte gronden beschikken; voor rekening van die gemeenten;

De punten 1 en 2 worden al direct afgewezen.

Punt 3 wordt doorverwezen naar een vergadering van Gouverneurs.
De rente is echter uitgebleven !!
Het tweede verzoek heeft betrekking op zijn Model-ontwerp, dat hij Z.M. aanbiedt.
Tijdens de audientie stelde Hipolithe aan Z.M. de Koning ter hand zijn :

"Ontwerp eener kwekerij voor de witte moerbezieboom

beneevens een Model-etablissement voor de Zijdeteelt en

eener Naamlooze Maatschappij ten doel hebbende"


de Kultuur der Moerbezieboom in ’t groot, de Zijdeteelt en de daaruit voortvloeijende fabrieksmatige Inrigtingen.

Alles in de provincie Noord-Braband.


1e. Junij 1829.
Terwijl hij met het samenstellen van dit ontwerp bezig was, verneemt Hipolithe, dat er in België reeds een Model-Etablissement bestaat. Hipolithe vindt uit, dat het hier gaat om het etablissement in Ath in Henegouwen, aan de zuidgrens van het Oude Nederland. Hipolithe reist erheen, heeft een allleraardigst gesprek met de Directeur, de Spaanse Ridder de Beramendi, die Hipolithe op alle vragen vriendelijk antwoord geeft. Het ziet er allemaal prachtig uit, maarrr

  1. de grond is niet geschikt voor het telen van de witte moerbezieboom;

  2. er werken veel te veel Franse en Italiaanse arbeiders;

Bovendien blijkt, dat de administrateur van het Departement van Nationale Nijverheid, de supervisie heeft over dit etablissement.


Thuisgekomen schrijft Hipolithe een brief, waarin hij de waarnemingen heeft opgesomd, aan deze administrateur.

En de verdere contacten tussen Hipolithe en de heer Netscher zullen niet bepaald vlekkeloos verlopen.

Een etablissement voor ´s-Rijks rekening zat er niet meer in; dat bestond immers al !

Dan breekt de Belgische opstand uit.

Nederland is in oorlog en in het zuiden worden vele soldaten ingekwartierd. Ook op de "kleine Ruwenberg" in St.M. Gestel. Veel te veel vindt Hipolithe en tekent protest aan. Maar dat levert niets op.

Het Rijks-proefstation in Ath, ging verloren. Hipolithe, die gehoopt had, nu een kans te maken om onder dezelfde voorwaarden een etablissement voor ’s-Rijks rekening in te kunnen richten, kreeg daartoe niet de geringste kans.

Wel werd het dagelijks leven door de oorlog danig ontregeld en industrie en handel kregen het moeilijk. Dus ook Berail !
Daar komt bij, dat het tussen bestuur en directeur niet botert.
Opnieuw diende Berail bij de koning een verzoek in tot financiële steun. Nee hoor, want hij had al een schuld van meer dan f. 41.000,-
Op verzoek van Z.M. de Koning wordt echter een Commissie van onderzoek ingesteld. Hipolithe doet in april 1834 een gemotiveerd voorstel aan de commissie.

"Neem alles van me over, m.u.v. het huis, in ruil daarvoor mijn schuld aan de staat; zet de zaak door en geef mij de leiding."

De commissie van onderzoek verricht een gedegen onderzoek. Volgt gedurende vijf maanden het productieproces op de voet. Brengt daarna verslag uit, dat uitermate gunstig is voor Berail.
Het had echter géén gunstige gevolgen voor Hipolithe Berail. Integendeel. Op advies van de Minister van Justitie en de heer Netscher besloot de koning tot geen verdere steunverlening.
Hipolithe had zijn schuld inmiddels zien oplopen tot meer dan f. 51.000.-

Er volgt nu een langdurig proces, waarbij het ook dit keer weer ging om het woordje dotaal.



Hipolithe verloor, ook in hoger beroep.
Op 7 december 1837 werden alle vaste goederen verkocht, waarbij nagenoeg alle bezittingen van Hipolithe Berail overgingen in handen van Jonkheer Mr. van Beresteijn te Vught voor f. 11.800.-.
Raar, maar waar, de zijdeteelt ging zo goed en slecht als het kon, nog steeds door.
De ondertussen ingestelde commissie tot instandhouding en uitbreiding der zijdeteelt in Noord-Brabant (deze commissie = de commissie van onderzoek) stelde alles in het werk om deelgenoten te werven. Op 12 Juli 1838 vond de eerste algemene vergadering der deelgenoten der Maatschappij tot invoering der zijdeteelt in Noord-Braband, plaats. (dit is de nieuwe naam).
Tijdens deze bijeenkomst werden ook de statuten vastgesteld, die op 22 augustus 1838 werden bekrachtigd, zoals Z.M. de koning liet weten.

De kroonprins wordt beschermheer en de Gouverneur wordt honorair voorzitter.

De koning en het Departement van Nat.Nijverheid zullen beiden inschrijven voor 25 aandelen van f. 100.-.
Het Hoofdkantoor blijft op de Ruwenberg en Berail wordt benoemd tot Directeur, tegelijkertijd was hij onbezoldigd secretaris van het bestuur en boekhouder. Plannen worden uitgewerkt, de voortgang werd in de pers gepubliceerd en belangstellenden worden uitgenodigd het "Etablissement voor de Zijdeteelt" te bezichtigen.
Wat houdt een etablissement in ???

Denkbeeld van Hipolithe :


Vanuit het buitengoed de "Kleine Ruwenberg", te kunnen starten met het zaaien, planten, kweken en veredelen van witte moerbeziebomen. Deze boom levert het beste blad, dat als voedsel moet dienen voor de zijdewormen. Voor de opvoeding daarvan is een speciaal gebouw nodig, waarin klimaat en temperatuur beheerst moeten kunnen worden. Na het inspinnen komt de tijd van het afhaspelen der cocons, wat in hetzelfde gebouw (magnanerie=inrichting/gebouw voor de zijdeteelt), kan gebeuren.

Dit alles zo denkt Hipolithe Berail te kunnen samenbrengen onder één noemer : het Hoofd-Etablissement. Van hieruit dient alles bestuurd te worden, voorlichting, verkoop, aankoop, afhaspelen, gereedschappen, etc.

Eenmaal gestart en werkende kan uitgezien worden naar sub-etablissementen om er gronden te beplanten met witte moerbeziebomen, alles onder leiding en toezicht van het Hoofd-etablissement.

Maar voor dit alles is heel veel geld en grond nodig. !


Maar op 4 februari 1842 deed zich een ramp voor. Het Etablissement werd door brand verwoest en de verzekering vergoedde de geleden schade niet. Gebleken was nl., dat in 1838 reeds een uitkering van f. 97.- voor een andere brand had plaats gevonden. En zodra dit het geval was, kwam de bestaande polis te vervallen. Zelfs ook, als de premie zeven jaar vooruit was betaald !

(De kleine lettertjes !)

Bij de brand zijn ook twee kostbare bibliotheken verloren gegaan, waarin slechts boeken en geschriften over de zijdeteelt waren te vinden.

Gelukkig hebben meid en knecht de bescheiden van het etablissement weten te redden.


De wederopbouw van het huis, waarin de toren, de keuken en de kelders met enkele niet in gebruik zijnde gebouwen niet meer waren opgenomen, gingen gepaard met fraude door de aannemer en opzichter. Berail, door het bestuur steeds gemaand tot bezuinigingen, zag met lede ogen aan hoe met hem een loopje werd genomen.

En bij het bestuur kreeg hij geen gehoor !


In mei 1843 kon het gezin weer gebruik maken van de woning.
Intussen gaat het niet goed tussen bestuur en directeur. Reeds kort na de Heroprichting was er al verschil van mening tussen de vijf commissarissen en Hipolithe.

De commissarissen drongen bij voortduring aan op bezuinigingen; Hipolithe drong aan op de uitbreiding der moerbeziebomen. "Wie zijde wil telen, moet eerst zorgen voor heel veel moerbeziebomen = gronden en stammen !

"Het woord uitbreiding was voor Hipolithe een weldadige zaak, voor het bestuur leek het echter een ramp".
En ondanks dat alles gaat het goed op de "Kleine Ruwenberg". De bomen staan in volle bloei. Alles ziet er perfect en netjes uit, maar hoe kan dat anders met een directeur die zeer nauwgezet en volijverig aan de slag blijft. Ook zijn werk als secretaris van het bestuur wordt geroemd evenals over de manier waarop hij de boeken bijhoudt.

Terwijl hij thuis de handen vol heeft, ziet Berail ook nog kans om in het land propaganda te maken voor zijn zijdeteelt. Hij reist naar Amsterdam, Den Haag, Deventer enz. Houdt er lezingen over zijn witte moerbeziebomen en het telen van zijde, wat geen vraag meer is maar een bloot feit.


Nadat de woning herbouwd was, kwam in 1843 de bierbrouwerij aan de beurt. Deze diende verbouwd te worden tot een magnanerie. Maar ook hier speelde zich dezelfde taferelen af, als bij de herbouw van het huis. Hipolithe, die gezorgd had voor een goed bestek en tekening, kreeg geen poot aan de grond.

Het bestuur wist het weer beter.

"Ofschoon dit nog geheel in het ruw staande, en nog niet van de vereischte verwarmingstoestellen voorzien, in één woord niet voltooide gebouw, een wezenlijk bezwaar is geweest bij het buitengewone natte en gure weer der maand junij, waaraan dan ook is toe te schrijven, dat deze in den beginne zoo bij uitstek veel belovende opvoeding, een aanzienlijk verlies heeft ondergaan, uit hoofde aan de wormen niet die temperatuur en luchtzuivering welke dezelve vereischten, konden gegeven worden, zoo vertrouwt het Bestuur echter, dat voor de opbrengst der Zijde nu gewonnen, eene post op de boeken der Maatschappij zal uitgetrokken kunnen worden."

Door gebrekkige verwarming en luchtverversing waren er 150.000 zijdewormen dood gegaan. En Hipolithe, die meerdere malen had gewaarschuwd, dat het karwei niet op tijd geklaard zou zijn, kreeg toch nog de schuld van dit gebeuren !

Deze gebeurtenissen luidden het voorlopige einde in van de zijdeteelt in Noord-Brabant, hoewel de mogelijkheid tot een grootschalige aanpak daarvan inmiddels was komen vast te staan.
Het project van Berail komt over als een mislukking ?
Daarmee kan ik het niet eens zijn. Hipolithe heeft aangetoond, dat op de Brabantse zandgrond, mits goed verzorgd en met de juiste bomen, de geënte witte moerbeziebomen, het beschikken over een goede magnanerie en de handigheid om de cocons aftehaspelen, dan teelt u zijde. Hipolithe heeft dat menigmaal aangetoond. Bezoekers die zijn etablissement bezochten waren altijd heel enthousiast. Proeven van zijn bekwaamheid waren voorhanden. Zelfs nu nog kunt u in het Brabants museum ruwe zijde van de heer Berail bewonderen. Maar wat Berail niet is gelukt, is het feit, dat hij op fabrieksmatige wijze de zijdeteelt tot bloei heeft willen brengen, helaas.

Maar dat lag niet aan Berail. Het bestuur was niet berekend voor haar taak. Als je ZIJDE wilt telen, moet je zorgen voor veel geschikt land en heel veel witte moerbeziebomen, die de eerste vijf jaren niets opbrengen. En dat kost goud. En dat was er er niet. Maar als het ooit iemand gelukt zou zijn, dan was dat Hipolithe Berail.

De Heer H. Berail, wordt met ultimo Decenber dezes Jaars 1843, uit vermelde zijne betrekking en wijders uit den dienst dier Maatschappij voormeld, ontslagen. Hipolithe dient per 31 december de kleine Ruwenberg, met zijn gezin te verlaten.

De commissarissen lijken vast van plan hun eis tot ontslag doorgang te doen vinden en sturen een notaris en deurwaarder met twee getuigen naar het woonhuis van Hipolithe. Zij eisen de overgifte van alle bescheiden, Hipolithe weigert.

Dan wordt het Mevrouw Berail van der Steege te gortig en voor het eerst in haar leven schrijft zij op 3 november 1843 een protestbrief aan de voorzitter de heer H.B. Martini te Vught.

Op 20 januari 1844 wordt Hipolithe gedagvaard om op den 23ste der maand te compareren voor den President van de Arrondissements-rechtbank, rechtdoende in kort geding.

De zaak wordt afgewezen en naar de gewone behandeling voor de rechtbank verzonden.

Op 24 januari gaat zijn eerste weerwoord naar de deelgenoten. Het omvat 38 pagina’s.

Alle deelgenoten worden door heren Commissarissen, uitgenodigd voor de Alg. Vergadering van 26 juli 1844, om, bij de nog steeds bestaande gunstige vooruit-zichten, onder een verbeterde en spaarzame Directie, deze Maatschappelijke ondernemning voorttezetten.

Op zijn eerste weerwoord volgde een vervolg. Dit omvat 93 pagina’s en Hipolithe zendt ook deze keer alle deelgenoten een gedrukt exemplaar toe.

Het weerschrift begint aldus : ”Tu lás voulu …” !
Tijdens deze Alg. Vergadering wordt het ontslag van Hipolithe Berail teniet gedaan.

Er wordt besloten:

Het huidige bestuur met Berail op de vroegeren bestaand hebbende voet (-31-12-1843) zal voortgaan, de belangen der maatschappij waar te nemen, terwijl aan den Directeur met gepasten spoed zal worden uitbetaald al datgeen hem, tengevolge dezer bemiddeling is aankomende en ene gratificatie van f. 500.- over het jaar 1843.
28 september 1844.
Het is deelgenoot E. de Markas, die optredend namens zeer vele deelgenoten, zich inspant om de ruzie met de commissarissen te beslechten. Hij kan daarbij rekenen op de persoonlijke steun van de Gouverneur de Borret.
Er is echter teveel gebeurd. Bestuur en Directeur zijn te ver uit elkaar gedreven. De commissarissen treden af !
8 november 1845.
Ruim een jaar na het aftreden van de vorige- , treden er nu nieuwe commissarissen aan. Onder bepaalde voorwaarden willen zij deze taak op zich nemen. Zij komen echter niet uit Brabant.
27 maart 1847.
Commissaris de Vries doet namens de commissarissen verslag van de situatie der maatschappij. Verzoekt om nu geen beslissingen te nemen, doch deze uittestellen tot 8 mei.
Stand van zaken : baten : f. 13.478,94½

verlies : f. 49.721,05½

------------------

Bedrag der geplaatste 632 aandelen : f. 63.300,00.


10 Mei 1847.


De tijdelijke commissarissen leggen het werk neer; de liquidatie der maatschappij wordt opgedragen aan vier notarissen uit St.M.Gestel en omgeving.
8 jaren later :!!
Algemene vergadering 28 juli 1855.
Na aftrek der schulden blijft een nadelig saldo over, dat dagelijks groeit.

Oplossing: de zaak in der minne schikken; den directeur: diens belang brengt in ieder geval mee, dat aan de huidige toestand een einde komt; vooral om voldoening te krijgen van hetgeen hem van de maatschappij voor tractement en gedane voorschotten toekomt. Aldus wordt besloten.

Hipolithe accepteert het gedane voorstel en neemt de schuldenlast van de maatschappij over.

Voor f. 9.000.- wordt hij opnieuw eigenaar van de ”Kleine Ruwenberg c.a.” in St.M.Gestel.



In een artikel in de Landbouwcourant van 1861 schreef hij hierover ……


”moet ik u zeggen, dat na alles wat ik voor de invoering der zijdeteelt in Nederland gedaan en geleden heb, ik mijn hart er geheel van afgetrokken heb zo zelfs, dat het mij walgt er iets van te hooren ….”
Zeventien jaar na het einde van de maatschappij van Berail, kwam de zijdeteelt in Noord-Brabant weer in beeld. In de Provinciale Noordbrabantsche en ‘s-Hertogenbossche courant verschenen artikelen, waarin werd gepleit voor het kweken van witte moerbeziebomen in Nederland voor de zijdeteelt.

Na de vergeefse poging van Berail, begon men weer van voren af aan.


Hipolithe heeft aangetoond dat zijdeteelt in Brabant mogelijk is. Alleen men moet goed bedenken, dat hiervoor heel veel grond nodig is, waarop zeer vele witte moerbeziebomen kunnen groeien en tot wasdom komen.

Daar komt bij, dat men de eerste vijf jaren alleen maar kosten heeft!!

Men zal gedurende die tijd zijn geduld moeten weten te beoefenen.

Bronnen:
Rijks-archief in Noord-Brabant, Archief van het Provinciaal Bestuur, Collectie Aanwinsten, archief van de classis ’s-Hertogenbosch en rechterlijke archieven.

Stads-archief in ’s-Hertogenbosch, Gemeente-archied in Groningen, Rechterlijk archief, notariële akten 1770-1801, Centraal-Bureau voor genealogie, Collectie de Vries, Land-bouwcourant Wageningen nr. 35 van donderdag 29 aug. 1861 pag. 138/138.

Gemeente-archieven van Boxtel en St.M. Gestel



Pieter Heessels.








De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina