Credits Concept en spel Filip Bilsen, Katrien Valckenaers en Lisa Verbelen Artistieke coaching



Dovnload 97.5 Kb.
Datum24.08.2016
Grootte97.5 Kb.



Snipperdagen

Drie blonde personages leven naast, boven en door elkaar in een bordkartonnen wereld. Ze doen het huishouden. Ze gaan bij elkaar op bezoek. Ze zorgen voor een kind. Ze spelen een soort playmobilversie van het volwassen leven met zijn rare verplichtingen, stille afspraken en onuitgesproken gevoelens.

De wereld van Snipperdagen is tegelijk herkenbaar en bizar. De personages spreken een vreemde taal (met Zweedse tongval), dagelijkse taferelen ontsporen tot surrealistische dansen, huilbuien tot driestemmige liederen en tenslotte raakt zelfs de zwaartekracht het spoor bijster.

Credits

Concept en spel Filip Bilsen, Katrien Valckenaers en Lisa Verbelen Artistieke coaching Randi De Vlieghe Muziekmontage Gerrit Valckenaers Productie fABULEUS

Speeldata 2014

06 feb 14:00 Snipperdagen Leuven (OPEK) schoolvoorstelling

07 feb 10:30 Snipperdagen Leuven (OPEK) schoolvoorstelling

08 feb 16:00 Snipperdagen Leuven (OPEK - PREMIERE 016/300900)

09 feb 16:00 Snipperdagen Leuven (OPEK 016/300900)

16 feb 15:00 Snipperdagen Turnhout (CC De Warande)

17 feb 10:30 Snipperdagen Turnhout (CC De Warande) schoolvoorstelling

17 feb 13:45 Snipperdagen Turnhout (CC De Warande) schoolvoorstelling

24 feb 13:30 Snipperdagen Genk (C-Mine) schoolvoorstelling

25 feb 10:00 Snipperdagen Genk (C-Mine) schoolvoorstelling

25 feb 13:30 Snipperdagen Genk (C-Mine) schoolvoorstelling

05 mrt 15:00 Snipperdagen Menen (CC Menen)

08 mrt 15:00 Snipperdagen Brugge (CC De Werf)

20 mrt 14:00 Snipperdagen Wilrijk (CC De Kern) schoolvoorstelling

23 mrt 14:30 Snipperdagen Mol (CC 't Getouw)

01 apr 14:00 Snipperdagen Kortrijk (Schouwburg) schoolvoorstelling

05 apr 14:00 Snipperdagen Utrecht (Tweetakt)

06 apr 15:00 Snipperdagen Brussel (Bronks)

13 apr 15:00 Snipperdagen Antwerpen (ccBe)

30 apr 10:30 Snipperdagen Brasschaat (CC Brasschaat) schoolvoorstelling



30 apr 15:00 Snipperdagen Brasschaat (CC Brasschaat)
Snipperdagen in ‘t kort








Op het podium daar staat een huisje. In het huisje wonen 3 personages alsof ze daar alleen zijn. Ze doen hele gewone acties: telefoneren, de planten water geven, de krant lezen, het bed opmaken... Maar ze hebben wel allemaal exact dezelfde tics en ze voeren alle acties op exact dezelfde manier uit.
Niks is echt. Het huis is duidelijk een decor. Je krijgt de indruk dat de drie personages één groot spel spelen: het spel heet “het dagelijks leven”. Ze proberen het zo goed mogelijk te spelen, maar dan wel op hun manier. Het is een eigen wereld met een eigen taal en eigen regels. Zodra het toch iets te (pijnlijk) echt wordt, geven ze een absurde draai aan hun spel.
Snipperdagen gaat over het gewone leven, maar dan bekeken door een muzikale bril. Soms zien de acties eruit als een dans, doordat ze herhaald worden of uitvergroot of samenvallen met andere acties. De soundtrack van deze bijna woordloze voorstelling bestaat uit variaties op de zevende symfonie van Beethoven.
Snipperdagen is een voorstelling van fABULEUS, bedacht en gespeeld door Katrien Valckenaers, Lisa Verbelen en Filip Bilsen. fABULEUS is een Leuvens productiehuis dat dans- en theatervoorstellingen maakt. Speerpunt van fABULEUS is de ontwikkeling van jong talent. Op www.fabuleus.be vindt u alle informatie over de werking en de andere projecten van fABULEUS.
In deze bundel vindt u achtergrondinformatie over deze voorstelling en inspiratie om ermee aan de slag te gaan in de de klas. Mocht u na het doornemen van de bundel toch met vragen blijven zitten, dan horen we dat graag van u. Mail naar filip@fabuleus.be of telefoneer op 016/24.66.34.
Op het reactieforum op de site van fABULEUS kunnen de leerlingen en leerkrachten rechtstreeks aan de spelers laten weten wat ze ervan vonden. De spelers vinden het leuk om op die manier in contact te staan met hun publiek en ze zijn ook altijd bereid om te antwoorden op vragen. Ook tekeningen doen ons veel plezier. Je mag ze sturen naar fABULEUS, tav Snipperdagen, Vaartkom 4, 3000 Leuven.
Daar gaan wij heen

Hoe de klas voorbereiden op deze voorstelling?
Wat doet u beter niet

  • De verwachtingen van de leerlingen helemaal invullen: “Het wordt su-per-grappig!” (is wel beter dan “Het wordt su-per-saai!”)

  • Op elke mogelijke vraag een antwoord geven. Laat de kinderen maar een beetje hongerig.

  • Helemaal niets doen: nog veel te vaak schuifelen kinderen of jongeren als schaapjes een cultuurcentrum binnen zonder een flauw benul te hebben wat ze daar komen doen.

  • Het uur tijdens de schoolvoorstelling gebruiken om koffiepauze te houden.

  • De leerlingen over de voorstelling een overhoring op punten geven.


Wat doet u beter wel

Misschien kan u beginnen met uzelf (en daarna eventueel de klas) een aantal vragen te stellen.



  • Hoe bereidt u zichzelf voor als u naar een voorstelling gaat?

  • Gaat u vaak naar dans of theater?

  • Gaat u liever alleen naar een voorstelling of liever met vrienden?

  • Gaat u af op een poster? Een titel?

  • Hoe kijkt u naar theater, naar dans, naar beeldende kunst: wilt u alles begrijpen of wordt u ongemakkelijk van teveel duiding? Heeft u een verhaal nodig?

  • Duikt u gemakkelijk onder in een voorstelling of een verhaal? Of bent u snel afgeleid?

  • Kijkt u in een museum vooral naar de kunstwerken of eerder naar de naamplaatjes?

  • Hebt u een eigenzinnige smaak of volgt u vooral grote namen?

  • Kickt u op bovenmenselijke virtuositeit of heeft u meer aan een klein verhaal?

  • Hoe schools is een schoolvoorstelling?

  • Welke houding van uw leerlingen vindt u aangenaam in het theater?

Misschien iets over wat de spelers zelf aangenaam vinden: het is leuk om een publiek voor je te hebben dat aandachtig is, ontspannen, nieuwsgierig, een publiek dat goesting heeft en dat durft te reageren. Er mag wel een zekere discipline zijn (kinderen hoeven niet te gillen als het licht uitgaat), maar de kinderen moeten ook niet onder zulke politiecontrole te staan dat ze geen kick meer durven geven. Leerkrachten die tijdens de voorstelling roepen “Shana zwijg nu toch een keer!” zijn soms storender dan de Shana in kwestie.
Hang een poster, een flyer (soms te verkrijgen in het cultuurcentrum), of desnoods de voorpagina van deze brochure op een zichtbare plek in de klas, wijs uw leerlingen erop en zeg: “Daar gaan wij binnenkort heen.” Zorg dat ze er minstens even mee bezig zijn:

  • Vraag wat de kinderen zien. Wat valt je op? De setting, het haar, de ontdubbeling. Welke fantasie roept dit beeld op?

Voor alle duidelijkheid: “Snipperdagen” gaat niet over poppen die tot leven komen. De associatie met speelgoed heeft meer te maken, met de manier waarop de acteurs het leven uitbeelden: het heeft iets van een spel waar ze zelf de pionnen in zijn. Maar dat hoeft u zeker niet zo letterlijk uit te leggen. Laat de kinderen maar hun eigen associaties maken.

  • Waar denken de kinderen aan bij het woord “Snipperdagen”?

U kan de kinderen natuurlijk de Van Dale-betekenis aanleren van het woord “snipperdag”, maar het lijkt ons waarschijnlijker dat de associaties die kinderen spontaan maken met het woord dichter bij de betekenis van de makers zullen aansluiten (het heeft meer te maken met snippers of flarden uit een leven).
Geef een paar kernwoorden mee over het soort voorstelling waar jullie naartoe gaan.


  • Een theatervoorstelling waarin veel gebeurt, maar weinig gesproken wordt.

  • Als er gesproken wordt spreken de personages een zelf verzonnen taal: de kinderen moeten niet panikeren als ze ons niet begrijpen. Ze missen er niks wezenlijks mee. Het gaat altijd om de situatie of om de toon waarmee we iets zeggen.

  • “Snipperdagen” is een voorstelling over de levens van drie volwassen personages die op elkaar lijken en toch héél verschillend zijn. Het gaat over rituelen: over de dingen die we elke dag op dezelfde manier doen en dan op één bepaalde dag ineens anders doen, gewoon, om te zien wat het geeft.

  • Zelfs als de personages door mekaar lopen in het decor, zijn ze alleen. Dat klinkt raar, maar je snapt meteen wat we bedoelen als je het ziet. Halverwege de voorstelling komt daar verandering in.

  • De muziek is heel belangrijk. Alle muziek is geïnspireerd op één melodie uit een klassiek muziekstuk: de Zevende Symfonie van Beethoven. Het is als een liedje dat in je hoofd zit en dat je er niet meer uitkrijgt. Als je goed oplet zal je het melodietje na de voorstelling zelf in je hoofd hebben.

De muziek zit soms ook in de dingen die we doen: door het ritme, door de herhaling en door het samenvallen van bepaalde bewegingen, zien zelfs de meest gewone acties er na een tijdje uit als een dans.

Net als in een dansvoorstelling of in een muziekconcert, hoef je in “Snipperdagen” niet op zoek te gaan naar een verhaal. Het is meer een optelsom van een heleboel verhalen die door elkaar lopen. Je hoeft niet alles letterlijk te begrijpen. De voorstelling heeft geen “boodschap”, maar wil vooral je gevoel en je fantasie aanspreken.


Het zou mooi zijn als u de omkadering in de klas even intuïtief kan benaderen: minder nadruk op uitleggen/duiden/argumenteren en meer op vragen/aanvoelen/inleven. Minder denken dus en meer doen. Het belangrijkste onderdeel van een goede omkadering is trouwens niet de voor- of nabespreking maar wel de gedeelde beleving: samen een voorstelling meemaken. De leerkracht zou even onbevangen en nieuwsgierig de theaterzaal moeten kunnen binnen stappen en achteraf even open zijn/haar ervaringen mogen delen als de klas.
De voorstelling benaderen vanuit de muziek
Eén constante in de voorstelling is het tweede deel uit de zevende symfonie van Beethoven. Op Radio Klara zouden ze zeggen: “Het Allegretto uit de zevende symfonie van Ludwig von Beethoven, opus 92.”
Alle muziekstukken, alle tunes die uit de radio komen, alle intermezzo’s zijn allemaal gebaseerd op dit ene muziekstuk. Het oorspronkelijke idee voor deze voorstelling was om een soort symfonie van het dagelijks leven te maken waarin de levens van drie personages met elkaar vervlochten waren alsof het drie stemmen waren in een symfonie. Al van het begin van het repetitieproces is gekozen voor de Zevende van Beethoven als basis voor de soundtrack: enerzijds omdat het zo’n mooi muziekstuk is en anderzijds omdat je in de basismelodie heel duidelijk de opbouw hoort met drie verschillende stemmen. Dit muziekstuk is dus de cement tussen de verschillende scènes, maar het zegt ook iets over de personages: hun levens zijn drie variaties op hetzelfde thema. En samen klinken ze mooier dan alleen.
Onder andere via deze link kan u het origineel beluisteren

http://www.youtube.com/watch?v=4uOxOgm5jQ4

En onder andere via deze link vindt u de partituren van dit muziekstuk.



http://www.free-scores.com/download-sheet-music.php?pdf=1212
In de klas zou u bijvoorbeeld al eens samen naar de muziek kunnen luisteren.


  • De YouTube-link hierboven kan interessant zijn omdat het de complexiteit van de muziek duidelijk maakt. Je ziet letterlijk de verschillende stemmen erbij komen. U zou de kinderen bewust kunnen maken van de verschillende instrumenten die meespelen in een symfonisch orkest. http://kid.defilharmonie.be/kid/




  • In ieder geval is dit een mooie gelegenheid om de kinderen vertrouwd te maken met meerstemmingheid: instrumenten of zangers die samen een verschillende melodie spelen/zingen. Al die stemmen klinken al mooi als je ze apart hoort, maar NOG mooier als je ze samen hoort.




  • https://soundcloud.com/fabuleus-leuven/beethoven-oefenen

Een van de makers van Snipperdagen zong de drie belangrijkste stemmen apart in en speelde ze dan samen af. Daarmee konden de andere spelers hun eigen partij oefenen. Voor de kinderen is het een handige manier om de verschillende melodieën te leren onderscheiden en misschien zelfs te leren zingen?

  • Welke stem is de hoogste? (de tweede) Welke de laagste? (de laatste). De hoogste stem heet Sopraan, de middelste Alt en de laagste stem is de Bas. De bas heeft vaak een melodietje waarin het ritme van het geheel duidelijk verwerkt zit.




  • De makers van Snipperdagen hebben geprobeerd om het muziekstuk op alle mogelijke manieren en in alle mogelijke variaties te gebruiken. Hieronder hoort u bijvoorbeeld een radio-tune die van de zelfde melodie gebruik maakt. https://soundcloud.com/fabuleus-leuven/snipperdagentune




  • De spelers probeerden ook alle mogelijk manieren uit om het nummer te laten klinken zonder dat ze het echt zongen bvb door te zuchten, te huilen of zich kwaad te maken in melodie. Hieronder vindt u een filmpje waarin twee van de spelers een lachversie uitproberen. https://vimeo.com/85652278 (Paswoord: Hoilefeuj)


De voorstelling benaderen vanuit de taal
Er wordt bijna niet in de voorstelling gesproken, maar als de personages iets zeggen (of als er gesproken wordt op de radio), dan gebruiken ze daarvoor een zelfverzonnen taaltje dat lijkt op het Zweeds. Dat zorgt ervoor dat je de wereld van “Snipperdagen” meteen als een unieke/vreemde/ vaak grappige wereld ervaart, hoewel de acties zelf heel gewoon en herkenbaar zijn. Het doet ook denken aan hoe je als kind soms maar de helft begrijpt van wat volwassenen doen en zeggen. In dit geval begrijpen de volwassen kijkers net als de kinderen niet alles van wat wij zeggen, maar dat is dus niet essentieel om het stuk te begrijpen.
Ook kinderen verzinnen in hun spel vaak zelfbedachte woorden of zelfs een hele taal met een eigen logica. Het is echt essentieel dat de kinderen begrijpen dat ons “Zweeds” geen echte taal is, maar gewoon een spelletje. Doordat je de woorden niet begrijpt, begin je meer letten op de situatie zelf en op onze intonatie (het gaat meer om ‘hoe’ we het zeggen dan om ‘wat’ we zeggen.).
Als je goed oplet zal je trouwens in ons Zweeds verrassend veel herkenbare woorden tegenkomen.
Waarom kozen wij voor een soort Zweeds?

  • Omdat wij daar zin in hadden.

  • Omdat Zweeds een mooie zangerige taal is.

  • Omdat het wel past bij het Ikea-achtige wereldje dat wij bedacht hebben.


In de klas zou dit een aanleiding kunnen zijn om het te hebben over verschillende talen
Niet iedereen spreekt dezelfde taal

  • Spreekt iedereen Nederlands thuis of zijn er die thuis een andere taal spreken? Welke taal?

  • Laat de kinderen die thuis een andere taal spreken even vertellen hoe ze dat doen: voortdurend switchen van taal van situatie tot situatie.

  • Laat de kinderen een zin zeggen in hun eigen taal bvb

“Ik ben Ariana en ik draag een blauwe trui.”

  • Laat de andere kinderen benoemen hoe die taal klinkt. Wat zijn de typische klanken? Op welke vlakken verschilt die taal van het Nederlands? Op welke vlakken is ze hetzelfde? Kinderen die moeilijk Nederlands spreken kunnen op dit moment eens expert zijn op het vlak van taal!

  • Probeer nu zelf de vertaling te verzinnen van bepaalde woorden. Hoe zou je boom/ tafel/ pennezak/ kangoeroe/ boterham/ file/ dood/ verjaardagsfeest zeggen in die taal?



Mijn eerste les Snipperdaags:

  • Laat op YouTube een stukje Pipi Langkous zien in het zweeds

http://www.youtube.com/watch?v=mddjVEgNyeE

  • Versta je letterlijk wat ze zeggen? Nee? Maar versta je toch wat de situatie is? Hoe doe je dat?

  • Probeer eens te benoemen wat er zo typisch is aan deze taal? Probeer het eens na te zeggen? Verzin eens zelf een paar woorden in het Zweeds.

  • De taal in Snipperdagen is een zelf verzonnen taal. Wij doen ons best om het Zweeds te laten klinken, maar er zitten ook invloeden in van het Algemeen Nederlands, West-Vlaams, Antwerps, Duits, Engels, Frans, Italiaans… in. En soms is het echt puur verzonnen. Gewoon voor het plezier.



  • Een paar woorden snipperdaags:

KRANT KRÜNT

GIETER GøTHE VATT

THEEPOT GøTHE THÈ

KAMERPLANT HUSS VEGETOSSE

HALLO HOILEFEUJ

IK HEET ANK NOHMEN ANK

IK DRAAG EEN BRIL EJE BRILLEKAS

IK HEB EEN SNOR EJE MUSTASCH

IK DRAAG SCHOENEN MET HOGE HAKKEN EJE SKOEN MÈ HOJE AKKE

Zo ziet de promotekst van Snipperdagen eruit in het Nederlands en in het Sneuperdøgs
Snipperdagen

Drie blonde personages leven naast, boven en over elkaar in een ruimte die veel weg heeft van een filmset. Ze doen het huishouden. Ze bezoeken elkaar. Ze zorgen voor een kind. Kortom, ze spelen het volwassen leven na met al zijn stille afspraken en onbenoemde gevoelens.

De wereld van Snipperdagen is tegelijk herkenbaar en bizar. De personages spreken een vreemde taal (met Zweedse tongval), dagelijkse taferelen ontsporen tot surrealistische dansen, huilbuien tot driestemmige liederen en tenslotte raakt zelfs de zwaartekracht het spoor bijster.

Concept en spel Filip Bilsen, Katrien Valckenaers en Lisa Verbelen Coaching Randi De Vlieghe Productie fABULEUS
Sneuperdøgen

Trè wetteköp karokters leeve tegoare, opp i af in rumte aka ollywood set. Ette keukeneten. Ette elkønder kaffe drenke. Ette kinder pamper kletse. Kurt um, ette spel adoleskente leebe mé aldi dode efspreuken i ni te noame borrefletsen.

Dè bol di Sneuperdøgen et jälte geweun jälte roar. Dè karokters protte roare tohl (mét Zwetse tongschmék), geweune knäckebroad verliere speur ti roare danskés, traahnfell ti trè keele klänke i stopslot, ette Newton’s bolletrek verliere speur total.

idè i spel Flippen Bølsson, Katrin Vøgellepeup i Leslï Verbeel Toeverloat Rändi Dè Zweever Olde reste fORMIDØBEL
Intonatie

Als je de taal niet spreekt dan wordt intonatie en lichaamstaal natuurlijk levensbelangrijk. Denk aan je vader die in ’t verre buitenland een steak bearnaise met frietjes probeert te bestellen zonder één woord van de lokale taal te spreken. Daar komt nogal wat mime aan te pas.


Stel dat twee personen deze rij klanken moeten uitspreken
A: ORIJ STETTEN MUREN

B: JOOT JOHREN FRETTEN SIN


Hoe zouden ze die uitspreken als het zou betekenen:
A: Ik ben zooooo moe! A: Ik ben zoooo moe!

B: Dan moet je maar vroeger in je bed kruipen… B: Ocharme… heb je slecht geslapen?


A: Je geld of je leven! A: Je bent de mooiste jongen ter wereld.

B: Spaar mij! Ik heb zeven kleine kinderen! B: En jij bent het liefste meisje ter wereld.


A: De hond is gestorven.

B: Oh nee! Hij was de liefste hond van de wereld.


> Op de website van Klas-Cement vindt u nog tal van andere invalshoeken om te werken rond taaldiversiteit.

De voorstelling benaderen vanuit gedrag/rituelen
Centraal in de voorstelling staan de dagelijkse handelingen van 3 personages. Ze gebruiken alle drie hetzelfde huisje alsof ze daar helemaal alleen wonen. Ze hebben dezelfde gewoontes, dezelfde tics, maar toch zijn ze heel verschillend


  • Beschrijf hoe een dag uit jouw leven eruit ziet. Welke dingen doe je elke dag opnieuw?

  • Heb je specifieke gewoontes die anders zijn voor jou dan voor je broer/ zus/ vriend/ vriendin?

  • Wat zijn rituelen? (je hebt de grote rituelen rond verjaardagen, dood, feesten… maar ook hele kleine rituelen zoals een lampje aanlaten voor je gaat slapen of met de hond een rondje gaan lopen als je thuiskomt…). Heb jij zulke rituelen?

  • Hoe belangrijk zijn zulke grote en kleine rituelen? En wat gebeurt er als je ze een keer zou overslaan?




  • Een choreografie van jouw leven:

(in het volgende hoofdstukje vindt u een paar opwarmingsoefeningen die hieraan vooraf kunnen gaan)

Probeer je eigen dag van het moment waarop je opstaat tot het moment waarop je gaat slapen uit te beelden en te reduceren tot tien duidelijke acties. Probeer elke actie zo precies mogelijk vast te leggen in de ruimte en voer de actie ook zo mechanisch mogelijk uit. Alsof je een pop bent die die acties uitvoert volgens een computerprogramma. Leg het parcours zo precies mogelijk af. Doe het ook eens heel snel of heel traag of heel groot of superklein. Doe ook eens alles achterstevoren. Op deze manier kan je een aantal acties een beetje veranderen om ze interessanter te maken.




  • Een choreografie van een rare dag:

Maak de bewegingen nog interessanter door een aantal acties te veranderen. Niks loopt zoals je verwacht had. Je morst met de melk. Je mist de bus. Je komt onverwacht de liefde van je leven tegen. Je vindt op straat een lottobiljet dat 10 miljoen euro waard is. Hoe verandert zoiets de acties die daarna komen?


  • Samen:

Laat de kinderen per twee samenwerken. Laat ze elkaars parcours uitvoeren zoals in reis om de wereld (de ene gaat voorop en doet alles voor, de ander loopt daarachter en doet alles zo exact mogelijk na). Laat hen samen een soort best-off choreografie maken en laat ze die tonen aan de rest van de klas.
Of
Laat drie kinderen hun eigen parcours tegelijk door mekaar uitvoeren of kort na mekaar (als een canon). Hoe meer hun parcours elkaar kruisen in de ruimte, hoe interessanter het wordt.


  • Een choreografie van de diersoort ‘volwassene’:

Alles hierboven kan je ook benaderen vanuit de vraag: hoe ziet een dag van een volwassene eruit. Wat zijn typische dingen die jouw ouders (moeten) doen, die jij niet doet of niet mag doen? Bijvoorbeeld autorijden, papieren ondertekenen, telefoneren, koken, jezelf opmaken, gasten ontvangen, winkelen, in de tuin werken, …

Zijn er bepaalde dingen waarvoor je er echt naar uitkijkt om volwassen te worden?

En zijn er bepaalde dingen waarvoor je nooit volwassen zou willen worden?

De voorstelling benaderen vanuit spelen
Een voorstelling maken betekent héél hard werken, maar het betekent natuurlijk ook spelen. Daarom is toneelspelen het leukste vak van de wereld. Een aanmoediging om uw fantasie de vrije loop te laten: de perfecte omkadering is alles wat de kinderen prikkelt om spelend knutselend babbelend tekenend aan de slag te gaan rond Snipperdagen.






Algemene dans- en spelopdrachten
Het is belangrijk dat je als leerkracht het overzicht houdt en de les aanstuurt, maar het is ook wel leuk als je – waar mogelijk – zelf meedoet. Het is niet zo dat de opdrachten exclusief voor kinderen zijn. En de kinderen vinden het fantastisch om hun leerkracht zo in een nieuwe gedaante te zien.
Opwarmingsoefeningen

Vaak gaan opwarmingsoefeningen en meer doelgerichte opdrachten naadloos in elkaar over. Een opwarming maakt niet alleen je lichaam maar ook je geest een beetje los. Ze zijn tamelijk vrij en ontspannen van sfeer, maar je kan wel al aandacht hebben voor ruimtegebruik, focus, interactie met anderen, lichaamsbewustzijn, …




  • Reis rond de wereld? Ja, leuk! Een oefening in openheid en positieve bevestiging. De kinderen staan per twee. De ene doet een voorstel: “Gaan we vliegen?”. De ander zegt: “Ja leuk”. Waarop de twee gaan uitbeelden dat ze vliegen. Na een tijdje doet de ander een voorstel. Het mogen concrete dingen zijn (springen, rollen, de muur tikken…) of fantasierijke uitbeeldopdrachten (een slagroomtaart opeten, de Mount Everest beklimmen, net als Assepoester onze schoen verliezen na een bal…).




  • Ballonnendisco. Een heel speelse en gemakkelijke oefening om de klas in beweging te zetten. De kinderen moeten er niet teveel bij nadenken en zijn zich zelfs nauwelijks bewust van het feit dat ze aan het dansen zijn. Zet je vooraan met een platte ballon, rechtop, tussen je beide handen. De kinderen staan met hun gezicht naar jou. Zorg dat ze allemaal genoeg bewegingsruimte hebben. Je legt uit dat ze iedere beweging van de ballon zo goed mogelijk moeten nadoen. De bovenkant komt overeen met hun hoofd, de onderkant met hun voeten. Probeer je eerst heel rustig een aantal bewegingen uit: rek de ballon bijvoorbeeld langzaam uit en de kinderen zullen zich tegelijk zo groot mogelijk maken. Maak een propje van de ballon en de kinderen zullen ineen duiken tot kleine bolletjes. Hou het opblazen van de ballon nog even als verrassing. Als de klas het spel begrepen heeft, zet je opzwepende muziek op en open je de dans:

    • De ballon uitrekken of samenproppen: de kinderen maken zich groot of klein

    • De ballon verplaatsen in de ruimte: springen (naar boven of naar opzij), schuiven, stappen, kruipen...

    • De onderkant van de ballon fixeren en de bovenkant laten buigen of laten draaien: de kinderen buigen voorover of draaien met hun heupen

    • De ballon laten tollen: de kinderen draaien rond hun as

    • De ballon horizontaal houden: de kinderen liggen op de grond

    • De ballon horizontaal laten en laten rollen of als een rups opzij laten kruipen

    • De ballon opblazen en leeg laten lopen of laten schieten: de kinderen maken zichzelf dik en dun of laten zich vallen op de grond

Wissel niet te snel zodat de kinderen een tijdje kunnen wennen aan de nieuwe beweging. Laat je fantasie de vrije loop. Doe alles wat in je opkomt, zelfs als je denkt dat het onmogelijk is om de ballon te kopiëren. Het gaat er niet om dat de kinderen de opdracht ‘juist’ uitvoeren, maar dat ze op hun eigen manier de beweging van de ballon interpreteren. Omdat de kinderen na een tijdje soms elkaar imiteren in plaats van de ballon, is het best dat de gangmakers van de klas niet helemaal vooraan staan.

Een stapje verder


  • Ik keek naar de voorstelling en ze deden …”

Welke scènes uit de voorstelling hebben de kinderen onthouden? Vertrek van een ontspannen gesprek over de voorstelling en maak het gesprek almaar actiever/ fysieker. Laat de kinderen bewegingen voordoen die ze onthouden hebben. Zijn er bewegingen die ze niet alleen kunnen uitvoeren en waar ze bvb de hulp van u, een medeleerling, de muur voor nodig hebben?

De volgende stap is een dansspelletje dat werkt als “ik ga op reis en ik neem mee. Iedereen staat in de kring. Om de beurt spreken de leerlingen de zin “Ik keek naar de voorstelling en ze deden…” uit en daarna maken ze een beweging. Daarna doet de hele groep de beweging na. De volgende in de kring, spreekt de zin uit, voegt de eerste beweging uit en plakt daar een tweede beweging aan vast. Daarna doet de hele groep de serie van twee bewegingen na. Zo krijg je op korte tijd een hele reeks bewegingen die achter elkaar.




  • GROOT en klein: nu kan je denken dat je in de voorstelling Snipperdagen zit. Voer jouw eigen choreografie zo groot uit dat je heel de ruimte vult. Spring zo hoog dat je het plafond raakt. Maak je stappen zo groot dat je de hele ruimte oversteekt. Hoe veranderen jouw bewegingen. Voer je dans nu uit op een hele kleine oppervlakte: een halve vierkante meter. Probeer het even precies te doen. Laat er toeschouwers naar kijken. Wat zijn de verschillen? Wat vinden ze het leukst? Waarom?




  • Samen of toch alleen. Laat nu twee leerlingen dezelfde choreografie uitvoeren. Eerst op heel grote afstand van elkaar. Lukt het om samen te bewegen? Hoe kan je synchroon blijven? Door heel goed te kijken naar mekaar natuurlijk, maar ook door elkaar goed aan te voelen en soms door een kleine hint aan mekaar te geven, door ‘ja’ te zeggen of –subtieler – door een klein snufje of een iets luidere ademhaling.

Hoe ziet dit duet eruit als de twee leerlingen heel erg dicht bij elkaar moeten dansen. Zo dicht dat ze bijna niet anders kunnen dan elkaar aan te raken? Je kan nog meer variëren: in twee verschillende richtingen? De ene groot en de andere klein?
Efter kè? Finol opinioon

De voorstelling nabespreken in de klas
Een klasgesprek over de voorstelling begint best niet met de vraag “wat vond je ervan”? Het nadeel van zo’n openingsvraag is dat de kinderen meteen gedwongen worden om een stelling in te nemen. Soms bepalen de gangmakers van de klas dan onmiddellijk de opinie van de rest van de leerlingen. Het is efficiënter om eerst beschrijvend te werk te gaan, zodat de kinderen vooral bezig zijn met zich voor de geest te halen wat ze precies gezien hebben. Daardoor krijgen ze vanzelf een genuanceerder oordeel. De kinderen zullen doorheen het gesprek vanzelf aangeven wat ze wel of niet boeiend vonden, wat ze al dan niet begrepen, …

Het is ook belangrijk om de interpretatie van de voorstelling zoveel mogelijk open te houden. Het gesprek hoeft zeker niet te eindigen met één collectieve slotverklaring. Het zou het mooist zijn als er evenveel verhalen over de voorstelling bestaan als dat er leerlingen in de klas zitten.




  • Welke beelden/ scènes kan je je nog herinneren?

  • Hoe zag het decor eruit?

  • Hoe zagen de spelers eruit?

  • Hadden ze overeenkomsten? Op welke vlakken waren ze verschillend? (zowel uiterlijk als qua persoonlijkheid) Je kan een soort ‘vriendenboekje’-pagina opstellen waarop je probeert om de personages zo goed mogelijk te beschrijven. Hoe denk je dat ze heten? Wat is hun haarkleur? Wat is hun lievelingskleur? Wat is hun lievelingsvoorwerp? Wat is hun hobby? Wat voor beroep hebben ze?

  • Wat is de relatie tussen de drie? Kenden ze elkaar? Waarom wel? Waarom niet?

  • Wat gebeurde er met elk van de personages. Op een bepaald moment worden ze alledrie heel verdrietig. Daar hadden ze elk hun eigen reden voor. Kan je nog herinneren waarom?

  • In de voorstelling hoorde je allerlei versies van Beethoven. Kan je nog een paar versies noemen? (er is een huilversie, een gitaarversie, een klokkenspel, een technoversie en natuurlijk het origineel stuk op het einde)

  • Had je soms zin om zelf mee te doen?

  • Wat dacht bij het eindbeeld?

Vaak vinden de kinderen het leuk om hun ideeën bij een voorstelling te verwerken in een tekening. Voor de makers is het altijd heerlijk om tekeningen te krijgen van hun publiek om zo te ontdekken wat kinderen uit hun voorstelling hebben onthouden. Reacties, tekeningen, brieven komen goed terecht op:



fABULEUS, Vaartkom 4, 3000 Leuven

Een interview met de makers/ spelers
Een symfonie van handelingen, een Playmobilversie van het volwassen leven, een sudoku op scène… De bizarre wereld van Snipperdagen laat zich niet gemakkelijk omschrijven. ‘Het is alsof we met zijn drieën een taal aan het uitvinden zijn,’ zeggen Filip Bilsen, Katrien Valckenaers en Lisa Verbelen enkele dagen voor de première.
fABULEUS: Katrien en Lisa, deze voorstelling is een weerzien voor jullie. Waarvan kennen jullie elkaar?

Katrien: Wij hebben elkaar leren kennen tijdens een vakantie van [jeugdwerkorganisatie] Koning Kevin. Toen hadden we een keer een rare avond dat we heel onnozel aan het doen waren, in overdreven Engels. Wij vonden dat zelf hilarisch. En dan hebben we besloten om daar een korte sketch van te maken voor Kunstbende. En dan hebben we dat gewonnen [als Vivey en Debbey, in 2007]. Dat was voor ons alle twee wel iets belangrijks, omdat het een extra besef gaf van ‘Ik wil hier echt in verder gaan’. In mijn geval naast de producties die ik bij fABULEUS deed. En dan zijn we elk ook theater gaan studeren, Lisa in Maastricht en ik in Gent.

Lisa: En vier jaar later kwamen we voor het eerst terug samen.

Katrien: Maar we zagen elkaar wel elk jaar, heel kort, om elkaar snel te updaten over hoe het met ons ging. Lisa moest in Leuven overstappen op weg naar Maastricht, en dan vroeg ik haar: ‘Hoe gaat het met uw leven?’ (lacht).


fABULEUS: Het is dus niet zo dat jullie continu contact met elkaar hadden?

Lisa: Het is niet dat we elkaar niet meer hoorden… maar je zit in zo’n andere wereld ineens… elk aan een kant van het land…

Katrien: We hebben toen wel gezegd: ‘Als we afgestudeerd zijn, gaan we samen iets maken. Met de bagage die we dan hebben…’ En Dirk [De Lathauwer, algemeen en artistiek leider van fABULEUS] heeft toen voorgesteld: ‘Gaan jullie twee nog eens iets doen of zo? Ik heb het gevoel dat dat iets goeds kan zijn.’ Maar dat was ook spannend omdat we elkaar niet meer héél goed kenden. Toen we iets voor Kunstbende maakten, ging dat vanzelf. De vraag was of dat nog zo zou gaan, omdat we nu een totaal andere bagage hadden.

Lisa: Die opleiding heeft echt veel veranderd. Dat eerste hebben we echt op een zolderkamer gemaakt.

Katrien: ‘Jij doet dit, ik doe dat, en dat is goed.’

Lisa: Met nul kennis over dramaturgie.

Katrien: Het ging ook niet over ‘Wat willen we zeggen?’ We deden het gewoon.

Lisa: Het was puur vormelijke intuïtie.


fABULEUS: Keken jullie bij het werk aan Snipperdagen soms op van elkaar? Of waren jullie voor elkaar nog zeer herkenbaar?

Lisa: Het is wel anders, je merkt dat die scholen ook anders zijn. Ik ben iets meer opgeleid als een maker en minder als een acteur, en Katrien meer als een acteur.

Katrien: Ik was nog wel naar stukken van Lisa gaan kijken, en wat ik zag, vond ik altijd wel bij Lisa passen, maar dan meer ontwikkeld. En op een juiste manier gevormd zodat het echt haar ding werd.

Lisa: Dat had ik ook wel, ja. Maar ik weet ook dat ik schrok. Als je iemand na vier jaar terugziet, dan is dat ineens zoveel… rijker en overziener… hoe zeg je dat?… beredeneerder. En van jezelf heb je dat natuurlijk niet zo hard door.

Katrien: Je bent je gewoon meer bewust van wat je aan het maken bent. Wat goed is, maar je soms ook meer belet dan het intuïtieve van als je jong bent.
fABULEUS: Filip kwam er in een later stadium van het werk bij. Hoe is dat gegaan?

Filip: Dat had sowieso te maken met het feit dat jullie ineens drie spelers nodig hadden.

Lisa: Eerst bedachten we dat we iets met zijn tweeën gingen maken. Toen bedachten we dat we een heel ingewikkeld decor met drie verdiepingen wilden, en drie personages. We wilden van een symfonie een voorstelling maken, met verschillende stemmen, en dat aanvankelijk heel letterlijk in beeld brengen.

Katrien: Als een notenbalk, alsof iedere persoon de stem was van een partituur. En met twee leek ons dat wel heel weinig. Dus wilden we een derde persoon, voor de basstem.

Lisa: Eerst wilden we een hele grote brede man.

Katrien: Iemand die helemaal anders is dan ons. We zijn allebei nogal frêle op scène, we dachten aan een soort beer…

Filip: Maar alle beren waren uitverkocht.

Katrien: Gelukkig waren alle beren uitverkocht, en kwam Filip meedoen (lacht). En dat is echt een supergoede combinatie, vind ik. Het is echt zot hoe Filip daar meteen is ingevlogen en ons ook meteen verstond. Alsof we vanaf dag één op dezelfde lijn zaten. Natuurlijk heeft ieder zijn eigen bagage, dat wel…

Filip: We zijn ook heel verschillend in hoe we de dingen aanpakken.

Lisa: Maar dat was ook handig, omdat Filip veel meer een dansachtergrond heeft, en wij eigenlijk al de hele tijd een soort dans aan het maken waren.

Filip: Ik was vanaf de eerste dag superblij met alles wat ik zag, en ik had ook meteen het gevoel dat mijn fantasie op zo’n manier werd geprikkeld dat ik daar meteen op kon inpluggen. Juist het feit dàt we met zijn drieën een gelijkaardige fysiek hebben, vind ik bijna een soort veruitwendiging van de natuurlijkheid waarmee wij op elkaar inklikken. Ik vind het ook echt iets van ons drie geworden.

Lisa: Ja, totaal, maar dat is ook het hele concept, en dat vind ik er ook cool aan. De hele voorstelling gaat over het soort spel dat je als kind speelt. ‘Als jij dat doet, kan ik dat doen.’

Katrien (doet een kind na): ‘Gij zijt aan het slapen, en ik ga dan terwijl opkomen, en de planten water geven.’

Lisa: Het kindje van mijn broer is van die leeftijd dat hij zijn omgeving de hele tijd regisseert. ‘Ja, dan moet gij nu daar zitten en dan krijgt ge één euro, en als ge dat doet, dan krijgt ge uw euro terug.’ Van die hele rare regels… en dat is herkenbaar, want dat is precies wat wij de hele tijd aan het doen zijn.


fABULEUS: Was dat ook het vertrekpunt, kinderspel, of ging het om de levens van jullie figuren?

Lisa: Het vertrekpunt was die symfonie, en dat heeft meteen al iets mechanisch, omdat je denkt vanuit muziek. Daar kwamen al snel hele simpele acties bij, zoals slapen en planten water geven, en van daaruit kwam logischerwijs het gevoel van ‘We zijn grote-mensenlevens aan het naspelen.’

Filip: Maar hoe neutraal je de acties ook uitvoert, of misschien doordat je ze zo neutraal uitvoert… er komt snel een gloed van eenzaamheid bij. Je ziet niet een kindje dat de planten water geeft, maar echt een volwassene die dat al voor de miljoenste keer aan het doen is.

Lisa: Die eenzaamheid was ook een beginpunt. Dat was ooit de eerste idee: ‘Het moeten drie eenzame lijnen zijn in een flatgebouw.’


fABULEUS: De Zevende Symfonie van Beethoven loopt als een rode draad door Snipperdagen. Was die er ook meteen?

Katrien: Wel heel snel. Ik had aan mijn papa Gerrit Valckenaers, die ook de muziekmontage voor ons doet, tips gevraagd. Hij heeft ons toen allerlei nummers meegegeven, onder andere die symfonie van Beethoven, die in drie stemmen is. Daar zijn we toen snel mee beginnen experimenteren, we hebben er een huilversie van gemaakt, een lachversie…

Lisa: In het begin hebben we die drie stemmen, die drie lijntjes, ook echt zitten uittekenen. Niet in noten, maar in vormen. We hebben toen echt geprobeerd die muziek te vertalen naar handelingen.

Katrien: Het eerste idee was om echt een partituur voor de hele voorstelling te maken of echt een partituur te volgen. Maar dat is veel te complex.

Lisa: Het is veel vrijer geworden. Maar het is op een bepaalde manier nog wel aan de hand.
fABULEUS: Het valt op dat wat er te zien is, niet zomaar een samengaan is van waar jullie drieën in jullie eigen werk mee bezig zijn. Er ontstaat iets eigens wat van jullie drie samen is.

Lisa: Dat vind ik ook. Ik heb het ook moeilijk om deze voorstelling uit te leggen aan mensen.

Filip: Het is alsof we met zijn drieën heel de tijd een taal aan het uitvinden zijn.

Lisa: En dat is een tof gevoel.

Filip: Maar dat maakt het soms ook moeilijk om te maken, omdat je geen referenties hebt. Je weet soms niet waar in de ontwikkeling van die taal je al bent. En dan weet je alleen dat je, vanuit een drang om houvast te krijgen, niet ineens de klassieke regels moet gaan volgen. Je moet echt je eigen regels volgen.

Katrien: Het is puzzelwerk. Het is heel fysiek intuïtief, en tegelijk ook een hersenbreker, een sudoku.

Filip: Het zit ook op de grens tussen heel abstract en heel theatraal. En het moet echt daartussen blijven. Dat is een heel moeilijke evenwichtsoefening.

Katrien: Ik denk dat het vooral samenbrengt wat wij alle drie graag doen. Omdat we alle drie graag bewegen, omdat we alle drie graag een abstracte taal zoeken… Het was ook snel dat we zeiden: ‘Het mag geen gewoon Nederlands zijn, het moet iets anders zijn.’

Filip: En uit die taal volgden pruiken, en uit die pruiken volgden kostuums, enz…

Lisa: Ja, dat volgde echt allemaal uit elkaar.

Katrien: En toen bleek het iets van Playmobil te hebben, maar dat was allemaal niet zo voorbedacht.

Lisa: Dat is meer ons referentiekader dan bijvoorbeeld andere voorstellingen. ‘Hoe zouden ze het in The Sims doen?’ Daar lijkt het misschien nog het meest op.


fABULEUS: Zijn het drie anonieme figuren voor jullie, of hebben ze elk hun eigenheid?

Lisa: Ze hebben zeker hun eigenheid. Dat is een ander dakje om op te balanceren, tussen een soort algemeen mens die geen geslacht en geen wil heeft en alleen maar gewoon de dingen doet, en aparte personages die een naam en een leeftijd hebben. Daartussen wiegelt het een beetje. Er zijn dingen die wij heel erg samen doen, en er zijn dingen die heel erg van één personage zijn.

Filip: Ze hebben ook alle drie een naam… die het publiek niet weet.

Katrien: Ank, Brakk en Clement. Volgens het alfabet.

Filip: Zo is er veel wat niet veruitwendigd wordt, wat niet expliciet in de voorstelling komt, maar voor ons wel de bouwstenen vormt van de voorstelling, en dat vind ik heel leuk.
fABULEUS: Het is voor jullie generatie niet zo gebruikelijk om met pruiken en snorren op het toneel te staan. Jullie staan meestal als jullie zelf op de scène. Hoe is dat om te doen?

Katrien: In mijn opleiding is dat inderdaad heel belangrijk geweest: vanuit jezelf vertrekken en jezelf zijn op een podium. Maar ik heb niet het gevoel dat dat hier helemaal anders is, omdat ook dit heel erg vanuit onszelf vertrokken is, vanuit ‘Waar hebben wij zin in om te doen?’ En dat is dan voor mij evengoed jezelf zijn op een podium, omdat je dat gewoon keigraag doet:: een pruik opzetten.

Filip: Dat vind ik echt waar wat je zegt. Het ziet er helemaal niet uit als onszelf, maar ik moet opnieuw denken aan kindjes die wekenlang met Lego of zo een hele wereld gemaakt hebben en dan komen de ouders kijken… Wij hebben ook een wereld geconstrueerd, in al zijn abstractie en in al zijn kunstmatigheid… maar het is wel wat wij kunstmatig hebben gemaakt.

Lisa: Er is niet iemand anders die tegen ons heeft gezegd: ‘Jij moet dat soort personage zijn, want jij bent acteur. Go!’


fABULEUS: Hoe zijn jullie op het Zweeds klinkende brabbeltaaltje gekomen dat jullie in de voorstelling spreken?

Katrien: Bij mij is dat van vroeger. Ik keek graag naar de film Ronja de roversdochter en naar Zweedse jeugdprogramma’s. Ik verstond er niks van, maar ik was gefascineerd door de toonhoogtes, alsof er meer emotie in lag dan in het Nederlands.

Filip: Dat is ook wel een van Katriens stokpaardjes: spelen met taal.

Katrien: Dat is waar. De grote uitdaging van ons brabbel-Zweeds is: hoe kun je een emotie of een sfeer duidelijk maken zonder dat mensen de betekenis begrijpen? Dat vind ik superleuk om te doen en om naar te zoeken.

Lisa: Je krijgt daardoor door hoeveel er in klank zit. Als we aan het improviseren zijn, merken we het meteen als iets ‘klopt’ in die taal. Er zijn helemaal geen woorden nodig om te begrijpen wat iemand bedoelt.

Filip: Tegelijk heb je ook direct een andere wereld. Doordat het een andere taal is, komen al de superbanale dingen die wij doen, in een ander daglicht te staan. We zijn ook een beetje aliens.

Katrien: De taal helpt om de dingen vanuit een ander perspectief te bekijken.

Filip: Eigenlijk zegt die vanaf het begin: ‘Dit is een wereld met andere regels.’

Katrien: En dat zorgt ook bij het publiek voor een vervreemding die ik wel belangrijk vind, dat je op een andere manier naar ons kijkt.
fABULEUS: Wat is Randi De Vlieghes rol?

Katrien: Ik heb het gevoel dat Randi de perfecte man is om ons hierin te coachen.

Filip: Als het gaat over de grens tussen vormelijk en theatraal… dat is ook het parcours dat Randi sowieso volgt.

Katrien: Omdat we continu met drie op scène staan, hebben we een derde oog nodig.



Filip: Ook omdat het gaat over hele gewone dingen doen, waardoor je soms een beetje verloren loopt als speler of als maker in ‘Dit is eigenlijk gewoon een banale actie.’ En dan helpt het dat iemand als Randi kan helpen dat naar waarde te schatten en die actie een beetje beter te profileren. ‘Als je dat op die manier doet, dan krijgt het meer spanning, en wordt het interessanter om naar te kijken.’ En in het ideale geval is hij ook de dirigent, als we in muzikale termen spreken.
Peter Anthonissen




SNIPPERDAGEN DE LESMAP




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina