Criminologie



Dovnload 73.35 Kb.
Datum26.08.2016
Grootte73.35 Kb.


Criminologie

Criminologie = wetenschap van misdaad (regelovertreding) en van reacties daarop.


Onderwerpen binnen de criminologie:

  • Misdaad / criminaliteit (beschrijvende criminologie en etiologie zijn hierbinnen goed ontwikkelde terreinen)

  • Preventie

  • Victimologie (gericht op slachtoffer)

  • Penologie (leer van het straffen, o.a. de effecten of wat is de beste straf)

  • Functioneren strafrechterlijk systeem (bestuurs- beleidsvraagstukken)

  • Definitie tot crimineel en crimineel gedrag (valt ook onder de bovengenoemde)

Waarom is het ene gedrag wel crimineel en het andere niet? Bij roodlicht oversteken wordt niet gezien als crimineel gedrag terwijl het toch een overtreding is.


Drie elementen om crimineel gedrag te demarqueren:

  • Empirische kennis, d.m.v. waarnemingen

  • Theoretisch verklarende onderbouwing / kader

  • De kennis in het onderzoek moet weerlegbaar zijn door nieuwe feiten (falsifieerbaar)

Criminologie is een multidisciplinair vak, doel = bijdrage leveren aan de afname van crimineel gedrag
Zelfredzaamheid: wat doen mensen zelf om crimineel gedrag te voorkomen? Hoe kan de politie dit stimuleren? Uit onderzoek is gebleken dat afname van politie leidt tot afname zelfredzaamheid
N.a.v. IRT-affaire is er onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van georganiseerde criminaliteit in Nederland. Men dacht dat dat niet bestond in Nederland. Bleek er wel te zijn. Dit heeft geleid tot een aanpassing van het beleid
Onderzoek naar HALT, het alternatief. Bleek succesvol project en is landelijk ingevoerd
Er is weinig onderzoek gedaan naar slachtoffers van criminaliteit. Tegenwoordig is er een bureau voor slachtofferhulp.
Cie. Roethof is destijds 60 projecten gestart om v.v.c. te bestrijden. Heeft geleid tot heel veel kennis over dit fenomeen en bestaat tegenwoordig onder de noemer integrale veiligheid.
Buikhuisen is een criminoloog die onderzoek naar biologische aspecten van criminelen (biosociaal onderzoek). Doel was om te kijken of d.m.v. medicijnen deviant gedrag verholpen kon worden.
Populaire redeneringen en hun beperkingen:

  • Misdaad als drama (Derrick, Baantjer)

  • Crimineel is anders dan ik zelf ben (wat ik doe is niet crimineel)

  • Romantiek van de professionele crimineel (ouderwetse boef)

  • Crimineel als herverdeler van rijkdom (Robin Hood)

  • Misdaad als georganiseerde activiteit (komt bijna niet voor)

  • Jeugdcriminaliteit als product van hechte jeugdbende (hechte band is er nauwelijks)

  • Het politiek agenda probleem (politieke kleur bepaalt je mening over criminaliteit)

  • Criminaliteit is gevolg van armoede (welvaart in Nederland neemt toe, maar criminaliteit neemt niet af)

  • Criminaliteit is gevolg van gebrek aan moraal (criminelen hebben vaak dezelfde moraal maar laten zich door bepaalde omstandigheden verleiden tot crimineel gedrag)

Voorbeelden criminologische onderzoeken:



  • Pietje bel (Ben Rovers) = wees uit dat er veel crimineel gedrag was onder 11-12-13 jarigen, gedrag op latere leeftijd wordt erger naarmate ze ouder worden

  • Functioneren van Officieren van Justitie (Henk van de Bunt) = een officier is zowel magistraat, ambtenaar als productiemedewerker. Officieren geven allemaal een andere invulling aan de verschillende rollen

  • De Bokkenrijders (Anthon Blok) = historisch onderzoek, criminele bendes uit Limburg (1730-1760). Nette burgers die ‘nachts vanwege armoede gingen roven. Onderzoek geeft aan hoe bendevorming kon ontstaan. Oorzaak lag in het feit dat er geen centraal gezag was. Bendevorming verdween door ontstaan centraal staatsgezag. Komt in Nederland niet meer voor, maar nog wel in bepaalde Afrikaanse- en Oost-Europese landen.

  • Preventie jeugdcriminaliteit (Jan Terpstra) = evaluatie projecten gestart door cie. Roethof. Conclusie, dergelijke projecten niet meer doen (ging om jeugdaccommodaties). Hier werden de plannen gemaakt, spullen verkocht en bewaard, kortom het was een broeinest van criminele activiteiten.

  • Escalatie conflicten (Mark Velsen) = wanneer je je beledigt voelt kun je agressief gedrag vertonen. Er is een mechanisme van factoren die je tot agressie kunnen leiden.

Indelingscriteria soorten criminaliteit



  • Kenmerken daders (witte boorden of blauwe boorden)

  • Sociaal verband daders (georganiseerd)

  • Locatie criminaliteit (straat, thuis)

  • Setting criminaliteit (onderdeel van recreatief gedrag, zeg maar de zomers in zeeland)

  • Ernst criminaliteit (licht, zwaar)

  • Typen slachtoffers (b.v paki bashing = in elkaar slaan van allochtonen)

  • Wel of niet slachtoffer (drugsgebruik, gokken)

  • Aard strafbare daad

Definities criminaliteit:



  • Smalle definities: strafrecht geldt als criteria of iets strafbaar is of niet. Probleem hierbij is dat niet alle delicten in het strafrecht zijn opgenomen. De parkeerboete is bijvoorbeeld opgenomen in het administratief recht. Ook tussen landen onderling is er een verschil tussen inhoud van het wetboek van strafrecht. Daarnaast komen en verdwijnen er artikelen in het strafrecht.

  • Brede definities: criminaliteit = sociaal schadelijk gedrag. Definitie mist de term ‘gedrag oproepen waaruit een sanctie van het strafrecht volgt als gevolg van een handeling.

  • Criminaliteit als sociale constructie of sociale definiëring:

  • Wie definieert? (media, politiek, groeperingen)

  • Wat wordt gedefinieerd?

  • Waaruit bestaat de definiëring? (normen, religieuze componenten)

  • Hoe verloopt het definiëringproces?

  • Welke gevolgen heeft het definiëringproces? (wat je definieert als crimineel gedrag vraagt ook om een sanctie van dat gedrag)

  • Welke omstandigheden spelen daarbij een rol?

Kannenberg affaire = aanleg van een NAVO hoofdkwartier in een voormalige Limburgse mergelgrot. Bij aanleg veel asbest gebruikt. Na bekend worden van het gevaar van asbest zijn er geen maatregelen genomen. Het hoofdkwartier is nog lange tijd open geweest met als gevolg een groot aantal mensen dat longkanker heeft gekregen. De Nederlandse regering wilde het hoofdkwartier kost wat kost in Nederland houden. Het probleem was dat er meerdere landen bij betrokken waren en die geen van allen de volledige verantwoordelijkheid droegen. Nederland wilde de basis graag openhouden vanwege onder meer prestige en werkgelegenheid. Is dit crimineel gedrag, wie zijn de slachtoffers, wie is verantwoordelijk


v.b. van media die van een mug een olifant maken:

folk devils and moral panics: the creation of the mods and rockers (1972)



  • Paaszondag 1964 (vernielingen gepleegd door gropeje jongeren, schade was +/- 5000 pond)

  • De media schrijven: day of terror by scootergroups, youngsters beat up town, wildones invade seaside.

  • De constructie van een probleem ( men ging elkaar napraten en het probleem werd steeds groter gemaakt)

  • Reacties publiek

  • Maatregelen (groot pakket)

  • Belanghebbenden en experts (kwamen met hun eigen belang en pro-filiatie)

  • Reacties jongeren (kwamen het weekend erop massaal naar die locatie)

Morele paniek (proces zoals hierboven) bevat 5 elementen:



  • Verhoogde belangstelling (angst)

  • Krachtige afkeuring

  • Scheppen consensus

  • Overdrijving

  • Kortstondigheid

Affaire dutroux = voorbeeld van morele paniek, leidde tot witte marsen (moral cruisade)

Factoren die van invloed waren op deze affaire:


  • Toevalligheden

  • Institutionele factoren

  • Historische context

  • Sociale bewegingen

Verschillende manieren om criminaliteit te onderzoeken:



  • Vraagstelling (wie, waar, hoe, waarom, hoeveel)

  • Kwantitatieve en/of kwalitatieve methoden

  • Omvang criminaliteit

  • Registratie door politie en justitie (= bijna nooit zuiver)

  • Onderzoek daders (daders zullen nooit alles vertellen)

  • Onderzoek slachtoffers (slachtoffers willen er niet meer over praten, weten zich niet alles meer te herinneren of hebben bepaalde feiten verdrongen)

  • Directe waarneming (wordt niet beïnvloed door registratie of dark-number, speelt echter wel in een bepaald circuit dat moeilijk waarneembaar is)

Criminaliteit in Nederland:



  • Sterk gestegen sinds de jaren zestig (is Nederland gewelddadiger geworden, is de aangifte bereidheid gestegen, is de politie registratie verbeterd?)

  • De gelegenheid tot criminaliteit is groter geworden

  • Groeiende individualisering (minder duidelijke normen en afnemende controle)

Het gaat hier echter om mogelijke verklaringen
Nederland is op het gebied van vermogenscriminaliteit gestegen van laag naar hoog in de statistieken. Op het gebied van geweldscriminaliteit is Nederland gestegen van laag naar hoog in de middenmoot. De hoeveelheid gevangenen (relatief) is in Nederland sinds 1980 verdrievoudigd. Europees gezien zit Nederland qua aantal gevangen hoog in de Europese middenmoot. Nederland kent echter nog steeds lage straffen.
Geschiedenis typen verklaringen criminaliteit:

  • Spirituele verklaringen -> niet wetenschappelijk te verklaren

  • Klassieke criminologie -> keuze vrijheid dader

  • Wetenschappelijke (positieve) criminologie -> ontstaan begin 20e eeuw -> situatie afhankelijk

  • Nieuwe (kritische) criminologie -> 1970

Waarom meerdere theorieën:



  • Moeizame falsifieerbaarheid

  • Gaan ze wel echt over hetzelfde

  • Weerbarstige theorieën

Rationele keuzetheorie



  • Bouwt voort op klassieke theorie

  • Bentham en Becarria gingen uit van de vrijheid van de burger en vertaalde dit door naar criminaliteit. Zij verzetten zich tegen de oude manier van het opleggen van straffen naar willekeur. Zij pleitten voor een vast strafrecht. Straffen moeten in verhouding staan tot de daad. Criminaliteit is een vrije keuze.

Belangrijkste kenmerken zijn:



  • Individu als eenheid

  • Bewust en doelgericht handelen

  • Rationele afweging alternatieven, kosten baten en maximaal nut

  • Beïnvloed door beperkingen (constraints), gelegenheden (opportunities) en hulpmiddelen (resources)

Waarom is er in de ene wijk meer criminaliteit dan in een andere wijk. M.b.v. de volgende theorie is dat (deels) te verklaren. Theorie heeft hoog gehalte van blaming the victim. Het is de schuld van het slachtoffer -> slachtoffer is de aanleiding.

Felsen (Amerikaan): uitgangspunt crimineel gedrag is afhankelijk van gelegenheid en aanwezigheid van controle. Gelegenheid en controle zijn afhankelijk van zeer alledaagse en vaak onopvallende routinegedragingen en situaties. Iedere criminele handeling heeft zijn eigen handelingsstructuur. Voor de analyse daarvan zijn van belang :


  • Setting: tijd, plaats waar mensen bij elkaar komen (uitgaan, scholen)

  • GOT: Guardian, Offender, Target -> bepalen verhouding gelegenheid en controle en aanwezigheid van potentiële daders

  • VIVA: is een object interessant voor crimineel handelen

  • Value of target

  • Inertia of target

  • Visibility of target

  • Acces to offender (and the chance of easy exit)

Broken window theorie: direct anticiperen op eerste signalen om vervolg te voorkomen. Een gebroken ruit kan leiden tot verpaupering van een hele buurt.


Biologische verklaringen (traditioneel)

Atavisten = mensen die een terugval hadden in de evolutie. Aan de hand van kenmerken bepalen of iemand crimineel is of niet.

Lombroso = fysiognomie

Frenologie = criminelen onderscheiden zich door kenmerken van de schedel

Lichaamstypen (Sheldon, UK) lichaamsbouw en karaktereigenschappen:


  • Endomorphen

  • Mesomorphen

  • Ectomorphen

Psychologische kenmerken: criminelen zouden een lager IQ hebben. Oorzaak relatie IQ en crimineel gedrag leidt altijd tot veel commotie.


Persoonlijkheidskenmerken en crimineel gedrag:

  • Extraversie

  • Neuroticisme

  • Lage zelfdiscipline

  • Openheid (voor vernieuwingen) rigiditeit

  • Impulsiviteit

  • (beperkt) tijdsperspectief

  • onzorgvuldigheid

  • onvriendelijkheid (conflictueuze omgang)

Wat is de invloed van detentie op crimineel gedrag?

Leertheorie:

Waarom pleegt de een wel criminaliteit en de ander niet.


  • Klassiek conditioneringsproces = Pavlov -> bel – eten – kwijlen

  • Operante conditionering = pijn – huilen – snoep. Komt er achteraan, versterkt het proces (reinforcer)

  • Strafrecht = reinforcer

Differentiële associatietheorie (Sutherland, 1947) =



  • Crimineel gedrag is geleerd

  • Geleerd in interactie met anderen

  • Vooral intieme en persoonlijke contacten

  • Zowel techniek als inhoud worden geleerd

  • Richting motieven en driften geleerd uit definities/ opvattingen over wetten als positief en negatief

  • Indien overvloed positieve opvattingen over wetsovertreding: crimineel gedrag

  • Differentiële associatie verschillen naar: frequentie, duur, intensiteit, prioriteit

  • Leren van crimineel gedrag door differentiële associatie is normaal leren

  • Crimineel gedrag wordt niet verklaard uit algemene behoeften en waarden

  • (Differentiële associatie hangt samen met differentiële organisatie)


controle theorieën

David Matza:



  1. drift

  • losser worden sociale contacten

  • keuze mogelijkheid individu

  1. Neutralisering = waarom mag ik niet door rood rijden, iedereen doet het toch. Het is een rechtvaardiging van je eigen gedrag

Deze theorie geeft geen antwoord op de vraag waarom de een wel crimineel gedrag gaat vertonen en een ander niet. Er bestaat ook zoiets als een delinquente subcultuur. Volgens matza hebben criminelen dezelfde normen en waarden als gewone mensen en heeft dus geen verklaring voor deze delinquente subcultuur.
Hirschi, 4 elementen van sociale controle of binding

  1. attachment = affectieve gehechtheid of emotionele gehechtheid

  2. commitment = betrokkenheid, rationele afweging -> sociale zelfcontrole

  3. involvement = gebondenheid, tijd -> als je druk bent, dan heb je minder of geen tijd voor criminaliteit

  4. beliefs = morele opvattingen en overtuigingen

Deze theorie probeert een verklaring te geven waarom mensen geen crimineel gedrag gaan vertonen. De bovengenoemde factoren kunnen een oorzaak zijn waarom mensen geen afwijkend gedrag vertonen.

De verhouding tussen de elementen is echter niet duidelijk. Welk element is het belangrijkste. Waar ligt de grens tussen goed en fout. Het is een pessimistisch mensbeeld. Als mensen niet worden geremd door deze factoren, worden ze crimineel. Jeugdbendes kunnen hecht zijn en een bepaalde binding hebben. Volgens hirschi hebben criminelen geen attachment, terwijl dit in bendes toch vaak het geval is.


3 elementen veiligheidsbeleid (cie. Roethof)

  1. versterken toezicht

  2. versterken binding

  3. beperken mogelijkheden tot criminaliteit

theorieën over criminaliteit + maatschappelijke achterstand



  1. strain (spanning) = homogene opvattingen

  2. culturele diversiteit

  3. nieuwe Britse subcultuurtheorie

Strain theorie = Merton’s typologie of modes of individual adaption (tabel 10.1)



  • middelen om doelen te bereiken zijn ongelijk verdeeld –

Modes of adaption

Culture goals

Institutional means

Conformity (doelen + middelen)

+

+

Innovation (wel doelen maar geen middelen)

+

-

Ritualism

-

+

Retreatism (terugtrekken, bv zwervers)

-

-

Rebellion (verzet)

+/-

+/-

Albert K. Cohen (1955), boek over groepsgedrag

Hirschi = criminaliteit van individuele jongeren. Cohen zoekt verklaring voor groepscriminaliteit.

Merton, status frustratie = ontsnappen aan de bestaande maatschappij en lotgenoten zoeken.

Bestaande waarden uit de samenleving omdraaien, ontstaan van delinquente subcultuur. Bv studeren is dom.

Culturele diversiteit


Iedere laag in de maatschappij heeft zijn eigen cultuur. Walter B. Miller (1958), theorie over cultuur lagere sociale klasse. Focal concerns:

  • stoerheid

  • mannelijkheid

  • slimheid

  • behoefte aan opwinding

  • geloof in afhankelijkheid van het lot

  • zorg om moeilijkheden en het besef hiervan

  • behoefte aan autonomie tegenover omgeving

Cultuur van volwassenen wordt overgenomen door jongeren, vooral jongens. Theorie van Miller ging in Nederland begin jaren negentig voor bijna 100 % op.

De cultuur van de onderkant wordt wel erg homogeen voorgesteld. Hoe kun je zeggen dat iemand intrinsiek crimineel is, terwijl dit niet zo is. Veel jongeren zijn naar verloop van tijd niet meer crimineel (vaak rond 18-19-20), hoe verklaar je de afkeer van de criminaliteit.



Nieuwe Britse subcultuurtheorieën


Stuart Hall van het CCCS = Brits onderzoeksinstituut.

Denk aan de skinheads of aan de Hels Angels. Dit leken magische oplossingen voor problemen thuis. De nieuwe cultuur aanhangen was de oplossing van alle problemen. Deze magische subcultuur is echter niet falsifieerbaar. Het leidt ook tot romantisering van de subcultuur. Deze theorie focust zich daarentegen ook op de positieve effecten van de subcultuur en niet alleen op de negatieve.



Etikettering theorie


Howard S. Becker en Lemert.

Lemert maakt onderscheid tussen primaire en secundaire deviantie. Crimineel gedrag is dat gedrag dat als crimineel is gedefinieerd.

Becker -> gedrag is niet intrinsiek afwijkend, maar pas als het als zodanig gedefinieerd is.

Thomas – Theorama -> if men define situations as real, they are real in their consequences. Bv. In de gevangenis wordt je pas echt een crimineel. Criminaliteit is volgens labeling een gevolg van teveel controle. Ik zit in de gevangenis, dus ben ik fout. Ik loop bij bureau HALT, dus ben ik een jeugdcrimineel. Dit kan ook averechtse effecten hebben. Realiseer je wat je doet als je mensen als crimineel, ook met louter goede bedoelingen.


Straffen:

  • voor jeugd = 12 – 18 of maximaal tot 21

  • voor volwassenen = 18 tot oneindig

straffen en maatregelen voor in Nederland



  • procedurele sancties

  • transactie

  • sepot

  • voorlopige hechtenis

  • rechterlijke sancties

  • hoofdsancties

  • geldboete

  • gevangenisstraf/ hechtenis

  • taakstraf

  • bijkomende sancties

  • ontzegging bepaalde rechten

  • verbeurdverklaring

  • overige

  • maatregelen

  • onttrekking aan het verkeer van goederen

  • kaalplukken

  • schadevergoeding

  • plaatsing psychiatrisch ziekenhuis

  • TBS

Waarom straffen?



  • Vergelding = ook als er geen slachtoffer is of meer is, is het de dader wel aan te rekenen, is de samenleving gebaat bij de vergelding

  • Speciale preventie = voorkomen van recidive, wordt wel opgesloten tussen soortgenoten -> gevangenis als leerschool

  • Generale preventie = gericht op potentiële daders, afschrikken, normbevestiging, motivatie voor mensen om op het rechte pad te blijven. De vraag is of mensen worden beïnvloed door straffen opgelegd aan een ander.

  • Genoegdoening voor slachtoffer = is vrij nieuw

Wanneer iemand steeds een iets zwaardere straf krijgt, treedt er gewenning op. Op den duur maken straffen dan geen indruk meer. In Nederland wordt je bij je eerste veroordeling milder veroordeeld. Ook zit er in Nederland veel tijd tussen het plegen van het delict en de veroordeling. Dit komt door de werkdruk van het OM.


Abolitionisme = stamt af van het afschaffen van de slavernij. In dit geval het afschaffen van gevangenisstraffen. Er zijn hier goede alternatieven voor. Bijvoorbeeld Halt of taakstraf.

Er zijn absolute en relatieve abolitionisten. Abosluten zijn fel tegen straffen. Relatieven zijn niet voor afschaffen maar voor minderen van straffen.

Rijksen = korte straffen hebben meer zin dan lange straffen. De effectiviteit van straffen nemen na verloop van tijd af en krijgen een averechts effect.

Kanttekening abolitionisme = met-widening = er komen steeds meer alternatieve straffen. Het komt er niet meer bij, maar bovenop. Straffen richten zich alleen op de dader. De reikwijdte van de straffen worden groter. Er komen steeds meer mensen mee in aanraking.


Braithwaite = Australiër -> theorie van reintegrative shaming. Schaamte is de cruciale factor. Afwijkende of negatieve schaamte = door schaamte worden mensen geïsoleerd en komen ze terecht in een criminele subcultuur. Positieve schaamte = door contact met slachtoffer schaamt de dader zich zo en zal daardoor op het rechte pad blijven.
Vormen van victimisatie

  • Primaire victimisatie = individu als slachtoffer

  • Secundaire victimisatie = instelling als slachtoffer

  • Tertiaire victimisatie = samenleving of staat als slachtoffer

  • Wederzijdse victimisatie = beide partijen, zowel dader als slachtoffer

  • Geen duidelijk slachtoffer

Waarom worden mensen slachtoffer?

Jongeren komen op locaties waar de kans op slachtofferhulp groter is. Je leefpatroon heeft invloed op kans om slachtoffer te worden.

Waar komt de angst van slachtoffers vandaan?

Angst voor criminaliteit komt niet altijd door slachtofferschap. Andersom wel.

Definitie slachtoffer veranderd door de tijd


Activiteiten voor slachtoffers:

  • Strafrecht = bijvoorbeeld vergoeding voor het slachtoffer opnemen in de eis

  • Civiel recht

  • Slachtofferhulp

  • Materieel

  • Immaterieel

Hans Boutellier = solidariteit en slachtofferschap, aan te raden proefscrift.


Nieuwe trend = bevolking wordt gemobiliseerd om d.m.v. witte marsen of stille tochten zijn of haar ongenoegen te uiten over delicten en steun te betuigen aan de slachtoffers. Bevolking eist van justitie maatregelen.

Preventie = het d.m.v. doelgerichte, georganiseerde activiteiten voorkomen van ernstige problemen of van een verergering daarvan.

Preventie is goed op gang gekomen in de jaren zeventig. Verstedelijking heeft noodzaak van preventie versterkt.

Denk bij preventie ook aan riolering, vaccinatie, sociale huisvesting. Dit alles ter preventie. Heeft ook iets weg van heropvoeding van de onderkant van de samenleving. Als de onderkant veel problemen heeft, komt dat vanzelf bij de bovenkant.

Cie. Roethof, drie elementen:


  • Toezicht = rationele binding

  • Binding jeugd en samenleving = rationele keuze theorie

  • Gelegenheid tot criminaliteit = gelegenheidstheorie

Uiteindelijk is hier het integrale veiligheidsbeleid uit voort gekomen. Cie. Van Montfrans (BGM katwijk) heeft in 1994 en 1995 onderzoek gedaan naar jeugdcriminaliteit, met name naar Marokkanen en Antillianen. Dit is vooral een terugblik geweest op tien jaar Roethof. Conclusie: veel geëxperimenteerd maar weinig bereikt.
Primaire preventie = voorkomen voorlichting, bv door voorlichting

Secundaire preventie = voorkomen dat problemen blijven of langer duren, bv d.m.v. halt-bureau’s

Tertiaire preventie = ondervangen negatieve gevolgen, voorkomen ernstige gevolgen, bv d.m.v. jeugdreclassering of via rijksinrichting
Collectief t.o. individueel = hele bevolking of individu

Generale t.o. specifieke

Situationeel t.o. persoonsgericht

Indirect t.o. direct


Dadergericht = Halt of jeugdpreventie

Situationeel = hang en sluitwerk, betere straatverlichting

Slachtoffergericht = gedragsverandering potentiële slachtoffers
Methoden preventie (7 hoofdcategorieën)


  • Persoonsgericht = training sociale vaardigheden

  • Gezinsgericht = opvoedingsmethoden ouders beïnvloeden

  • Vriendengericht = te sterke binding vrienden kan ook averechts werken

  • Buurtgericht = buurtpreventieteams

  • Fysieke omgeving = hang en sluitwerk, betere straatverlichting

  • School/ werk

  • Directe interventie = straffen en belonen

Preventie is vaak een combinatie van maatregelen
Preventie cyclus:

  1. analyse

  2. doeleinden + doelgroep

  3. selectie en signalering

  4. interventie (-methode)

  5. organisatie

  6. uitvoering

  7. evaluatie

klassiek strafrecht = afschrikken

gelegenheidstheorie = reductie van de gelegenheid

sociale controle = opvoeding/ onderwijs

strain = achterstandsbeleid

labelling = aboliotionisme/ herstelrecht


John dos Passos -> heeft een goed boek geschreven over criminaliteit in New-York

Park en Burgess -> journalisten uit Chicago benoemd tot hoogleraar. Nu bekent als de Chicago-school. Gericht op de sociale ecologie, criminaliteit bevindt zich vaak in de zone om het centrum.

Conclusies Shaw en Mckay (van de Chicago-school):


  • geen verschil tussen delinquenten en niet-delinquenten op persoonskenmerken

  • controle buurt gedesintegreerd

  • ruime gelegenheid tot criminaliteit + geringe mogelijkheid tot maatschappelijke participatie

  • start delinquentie op zeer jonge leeftijd

  • formele sociale controle ineffectief

  • jongere leert zich zelf zien als crimineel




  • veel criminaliteit in buurten met lage sociale status

  • Veel criminaliteit in buurten met veel migranten, wanneer migranten situatie kunnen verbeteren, vertrekken ze uit die buurten. Gaat op voor alle etniciteiten in de buurt (Ita, Dld, Ier, Afr). Alle etniciteiten vertonen crimineelverdrag, dit is niet gebonden aan nationaliteit.

Chicago area project = problemen vanuit de buurt oplossen, niet alleen van buitenaf. Bewoners moeten zelf aan de slag (= self help commitee). Is begonnen in de jaren dertig. Weinig bekent over de effectiviteit hiervan. Vanuit Nederland weten dat een jeugdhonk kan uitgroeien tot een broeinest van criminaliteit.


Kritiek op Chicago-school:

  • De gedachte van ecologie berust op wonderlijke analogie

  • Wel geaggregeerde gegevens, geen zicht op individueel gedrag dat hieraan ten grondslag ligt

  • Het model v/d zone = te simpel, werkelijkheid is veel complexer

  • Hebben buurten met lagere criminaliteit sterkere sociale controle (denk aan slaapsteden)

  • Sterk steunen op de registratie gegevens van de politie

  • Bepaalde etnische groepen hebben systematisch een lager criminaliteitspatroon, onafhankelijk van waar ze wonen

  • Sommige wijken hebben een hoge criminaliteit terwijl ze juist hecht georganiseerd zijn

  • Onvoldoende oog voor de beleidscontext v/d stad (bijv. bij woningtoewijzing

B. Rovers -> buurt kenmerken + kenmerken van de personen in de buurten (gestoeld op de Chigaco-school). Arme wijken kennen meer jeugdige delinquenten. Rovers gaat verder dan alleen het buurtkenmerk. Buurtkenmerk is een van de kenmerken. Rovers haalt het analyse niveau naar beneden (ook kijken naar de personen).


Waarom vindt criminaliteit plaats en waarom op die plaats? Vraag onderzocht vanuit het IPIT. Deze twee zaken uit elkaar trekken, zijn verschillend.

Klemans (IPIT) baseert zich op politiegegevens.



  • Doelgericht keuzegedrag

  • Gedragsmogelijkheden + beperkingen

  • Hiërarchisch sequentieel (= in stappen volgend) keuze proces

  • Awareness space = op de hoogte zijn van de mogelijkheden

  • Buit

  • Risico (hoekwoning, tuin met een hoge schutting)

  • Afstand (waar woont de inbreker, goede vluchtroute, bekende omgeving)

Bestaat er eigenlijk wel een criminele buurt? Volgens Rovers niet echt. Er wonen wel criminele mensen. Criminele buurten bestaan wel in de vorm van sub-culturen.
Allochtonen en criminaliteit

Eerste stroom migranten ’50 ’60 en begin jaren zeventig (de gastarbeiders). Vanaf half jaren zeventig komt de gezinshereniging op gang. In 1975 werd Suriname onafhankelijk. Groot deel van de Surinamers is toen naar Nederland gekomen. De Spanjaarden en Portugezen keerden weer terug naar hun land na de val van het facisme in die landen. Dit waren achteraf gezien politieke vluchtelingen en geen gastarbeiders. In de jaren 80 komen veel goed opgeleide Antillianen naar Nederland. Eind jaren 80 begin jaren 90 komen de mensen van alle landen uit de wereld naar Nederland, ook wel de globalisering van de vluchtelingen genoemd.


Is er nu sprake van een criminaliteitsprobleem onder allochtonen?

Turken en Surinamers zijn problematischer t.o.v. vergelijkbare Nederlandse jongeren. Marokkanen zijn nog veel erger (onderzoek begin jaren 90 door Junger jr.) Ook Antillianen blijken veel erger. Vergelijking blijft zeer moeilijk.

Onderzochte verklaringen criminaliteit allochtone jongeren (Junger jr. 1990)


  • Straintheorie = mate criminaliteit afhankelijk maatschappelijke positie. Deze theorie verwerpt ze. Ze ziet hier geen relatie.

  • Subcultuurtheorie = zij verwerpt deze. Komt in haar onderzoek geen hechte jeugdbendes tegen.

  • (direct) gevolg van migratie = taalprobleem, angst teruggestuurd te worden, slechte relaties met ouders. Zwakke bevestiging voor deze theorie.

  • Gevangen tussen twee culturen = anomisch (=normloos), ook niet bevestigd want deze theorie gaat niet op voor chinezen in Nederland. Chinezen spelen daarentegen in bv Amerika een belangrijke criminele rol.

  • Sociale controle theorie = allochtone ouders hebben geen toezicht op hun kinderen, geen binding school. Junger lijkt in haar proefschrift deze (eigen) theorie te willen bevestigen

Vier vragen voor kwalitatief crimineel onderzoek



  • In hoeverre (en op welke wijze) hangt het crimineel gedrag van allochtone jongeren samen met hun maatschappelijke achterstand (Peter Buiks) > drift theorie van David Matza,

achterstand -> leefstijl -> criminaliteit = vanuit achterstand kun je kiezen uit verschillende leefstijlen en soorten of plegen geen criminaliteit. Buiks onderscheid drie leefstijlen op de kruiskade in Amsterdam 1) de wakaman = stoere mannen, succes symboliseert zich in consumptiegoederen 2) heroïne gebruiker = gemiddelde kosten voor gebruiker 300,- vraag is hoe komt hij aan dit geld? 3) rasta = toont zich zelf met zelf gekozen symboliek, de reggae stijl, een half religieuze en politieke opvatting van de wereld. Criminaliteit van hen komt voor en is een vorm van wraak tegen de westerse samenleving. In alle drie de groepen komt criminaliteit voor, echter op verschillende wijze. Hosselen = Surinaams voor handelen, zowel illegaal als legaal.

  • In hoeverre (en op welke wijze) hangt crimineel gedrag in groepsverband samen met de cultuur van het land van herkomst (Frank van Gemert) onderzoek naar de Berber Marokkanen in Rotterdam-Zuid. Cultuurkenmerken: 1) diepgeworteld wantrouwen jegens vreemden 2) zwak staatsgezag 3) eer als centraal element in een groep. Dit openbaart zich tegen de Nederlandse samenleving. Turken integreren succesvoller in de Nederlandse samenleving. Turken hebben een sterker staatsgezag en familiebanden blijven beter in tact. Turken zitten meer in de georganiseerde misdaad, zelfs hele generaties. Bij Marokkanen zul je dit niet snel aantreffen. Toch onlangs een zeer geslaagd project van Marokkaanse buurtvaders.

  • In hoeverre speelt hun afkomst in hun eigen beleving een rol in hun eigen beleving (van San) Antilliaanse jongens. Heeft gepraat met 30 criminele, 30 niet criminele en 30 moeders van Antilliaanse afkomst. Expressieve en instrumentele delicten. Hoe legitimeren ze deze delicten? Ze komen met verhalen over slavernij en discriminatie. Iedereen heeft het op hen gemunt. Ze bagatelliseren hun daden. Beledigingen en kwesties om respect zijn redenen om naar een wapen te grijpen. Moeders onderschrijven het verhaal van de slavernij niet. De respect kwesties onderschrijven ze wel. Mes waar ze mee steken hebben ze vaak van hun moeder gekregen.

  • Wat gebeurt er na een periode van crimineel gedrag (Hans Werdmöller). Onderzoek naar Marokkaanse jongeren in de pijp in ’80. In ’90 zocht hij, voor zover mogelijk, deze personen weer op. Criminaliteit sterk afgenomen bij een groot deel van de groep middels zogeheten reintegratie-traject. Ook een deel terechtgekomen aan de onderkant van de heroïne samenleving. Ook deel marginaal terechtgekomen in de maatschappij. Ook deel terechtgekomen in de blijvende criminaliteit.

Georganiseerde criminaliteit -> in Nederland dacht men tot eind jaren ’80 dat dit hier niet bestond. De politie was hier niet in geschoold en het strafrecht had hier geen antwoord op. N.a.v. de IRT-crisis kwam de parlementaire enquête cie. Van Traa over de bijzonder opsporingsmethoden van de politie.

Twee voorbeelden georganiseerde criminaliteit in Nederland:


  • De bende van Bruinsma

  • De heroïne handel, in de jaren ’70 waren dit vooral chinezen. De turken en koerden hebben deze handel van de chinezen overgenomen. De heroïne handel is sterk geïntegreerd in de Turkse samenleving. Ook binnen gewonen gezinnen. De handel was een bijbaan van huisvaders.

Georganiseerde misdaad = (definitie van onderzoeksgroep Fijnaut)



  1. primair gericht op illegaal gewin

  2. systematisch misdaden plegen met ernstige gevolgen voor de samenleving

  3. in staat zijn deze misdaden op betrekkelijk effectieve wijze af te stemmen, in het bijzonder door de bereidheid te tonen fysiek geweld te gebruiken of personen door corruptie uit te schakelen.

Activiteiten: drugs, vrouwen, wapens en auto’s. hasj is voorla een Nederlandse bezigheid, evenals pillen en nederwiet. Veel voormalig jenever stokers in Brabant produceren nu pillen.


Infiltratie (=binnendringing van vijandelijke of ongewenste personen): bv in bouwondernemingen (veelal in Turkije en Italië). Ontstaan zowel parasitair (=iemand die ten koste van anderen leeft) of symbiotisch (=het samenleven van twee ongelijksoortige organismen op of in elkaar tot wederzijds voordeel). Kop van de zeedijk is voorla in handel van criminelen, ook wereld van de gokmachines en de onderkant van de vervoerswereld worden beheerst door criminelen. Ook individuen op schiphol en in de Rotterdamse havens.
Beroepsgroepen: advocaten -> verdedigt ook criminelen, dat is zijn werk. Maar waar ligt de grens tussen verdedigen en afschermen van criminele activiteiten. Ook notarissen en accountants. Infiltratie in deze beroepsgroepen vindt plaats, maar op beperkte schaal. Beroepsgroep moet zich zelf hier ook tegen beschermen.
Wilwassen (=(zwart geld) legaal investeren en beleggen): geld uit het illegale verkeer d.m.v. verhullen brengen naar het legale verkeer. Anders kun je er niets mee doen. Fasen binnen witwassen:

  • storting (verplaatsing) om herkomst te verhullen

  • opsplitsen en samenvoegen

  • Rechtvaardiging d.m.v. aankopen waarvan de prijs discutabel is bv kunst.

  • Invlechten (integreren)

Er is een Meldpunt Ongebruikelijke Transacties (MOT), maar hier wordt weinig gemeld volgens onderzoek van het WODC.
Theorieën:

  • Hiërarchisch of etnische samenzwering (1ste theorie), wetenschappers dachten dat dit niet te onderzoeken was. Te gevaarlijk terrein. Eind jaren ’60 is onderzoek hiernaar in de VS begonnen. Dit i.o.v. president Johnson door Cressey. Volgens hem is het ontstaan in 1931, zegt niet waarom in 1931. Bloei van criminele organisaties is vooral ontstaan na drooglegging in VS. Gedragsregels in bendes geregeld volgens ‘the code’. Mensen die bedrijfsmatig en rationeel handelen, een maatschappij naast de maatschappij.

  • Netwerk/ antropologisch/ symbiotisch/ benadering: kwam snel na de theorie van Cressey door Albini. Cresey steunde in zijn verklaring teveel op de politieregistratie. Albini verzamelde informatie door met criminelen te spreken. Er bleek volgens hem helemaal geen strakke hiërarchie te zijn, maar groepen en individuen die bij bepaalde gelegenheden met elkaar samenwerkten. De georganiseerde misdaad vervult in een behoefte (drugs, drank). Is symbiotische verklaring overdreven? Wel een verklaring voor het ontstaan niet voor het voortbestaan.

  • Bedrijfsmatig: gewoon en kosten/ baten afweging op economische grondslag. Problemen worden soms anders opgelost, bv door liquidatie.

Benaderingen vullen elkaar aan.
Ontstaan maffia:

Staat


Latifondsi (= landheren)


Gabelotti (met campieri en guardianeria) (= leenheren)



Boeren
Hoe ontstaat nu georganiseerde misdaad in een klein dorpje in Italië waar ze nog niet eens verharde wegen hebben? Hangt samen met het ontstaan van centraal staatsgezag in Italië. Staatsapparaat was erg zwak in de uithoeken van Italië (in dit geval Sicilië). Nieuwe feodale (= tot het leenstelsel behorend, leenstelsel = stelsel waarbij lenen werden uitgegeven met de bedoeling een band te vormen tussen de gever en de ontvanger) verhoudingen ontstaan op Sicilië. Een 1ste proces van kapitalisme op het platteland. Landheren waren niet meer op het platteland, maar op afstand aanwezig. De gabelotti proberen macht te krijgen over de boeren in naam van de landheren. Gabelotti is eerste vorm van maffia. Later nemen ze de rol van de landheren over.


Geschiedenis maffia in fasen, naar Blok (1974)

1860-1918 = ontstaan

1918-1924 = zwakke staat, sociale strijd boeren, verharding en uitbouw van maffia

1924-1943 = fascistisch tijdperk, maffiosi vluchten naar VS of gaan ondergronds

1943-1960 = herstel maffia, infiltreren in de politiek

jaren ’60 = prima c’era la maffia: adesso c’ e la politica = eerst de maffia, dan de politiek



eind jaren ’80 begin jaren ’90 = operatie schone handen, maffia vertrekt ook richting Duitsland

Universiteit Twente Criminologie 1 W.A. van Houten




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina