Cursus Natuurgids terreinopdracht wateronderzoek



Dovnload 52.42 Kb.
Datum20.08.2016
Grootte52.42 Kb.

Cursus Natuurgids – terreinopdracht wateronderzoek

Ligt er op jouw terrein een poel, een vijver of een beek dan kun je daar biotisch en a-biotisch wateronderzoek in doen. Dit onderzoek geeft een beeld van de kwaliteit van het water.

Wanneer meerdere wateroppervlaktes aanwezig zijn, kun je de kwaliteit van deze met elkaar vergelijken.
De beste periode om wateronderzoek te doen is van april tot en met oktober. In de wintermaanden vind je weinig tot geen waterdiertjes.

Hierbij vind je twee verschillende invulbladen. Eén blad focust op het landschap rondom het water en het plantenleven in en rond het water. Het tweede invulblad onderzoekt de biotische waterkwaliteit.

Alles uit deze terreinopdracht is overgenomen uit de cursus Integraal Waterbeheer van Inverde vzw tenzij anders vermeld.

Als bijlage vind je in kopie:



  • Zoekkaart Algemeen voorkomende waterplanten

  • Zoetwater Zoekkaart: een sleutel voor ongewervelde dieren van stilstaand en stromend water

  • Amfibieën Zoekkaart


Wateronderzoek

Algemeen wateronderzoek:


Geef een korte beschrijving van het landschap rond de poel(en), het perceel zelf en de omgeving:

Luchttemperatuur:






Poel 1

Poel 2

Oppervlakte (m² = lengte X breedte)







Afstand tot de weg







% bedekking op/in het water door waterplanten (1)







Aanwezige waterplanten (determineer op soort, genus of familie of geef aantal verschillende soorten)








% bedekking van de oever met (oever)planten (1)







Aanwezige oeverplanten

(determineer op soort, genus of familie of geef aantal verschillende soorten)











Schaduw?









Welke amfibieën komen er voor en in welke vorm? (2)







Watertemperatuur(°C) (3)







  1. Aanwezigheid van waterplanten en oeverplanten:

    1. Waterplanten zijn van groot belang voor het gebruik van een poel door amfibieën. Ze bieden immers schuilplaatsen voor adulte watersalamanders en voor de larven van watersalamanders en kikkers. Watersalamanders en padden leggen hun eieren op of rond waterplanten, terwijl groene kikkers vaak zitten te zonnen op drijvende watervegetatie.1

    2. In stilstaand en traag stromend water kan je doorgaans opmerken dat de planten min of meer in afgelijnde zones groeien. Deze veranderingen maken deel uit van een ecologisch proces dat successie genoemd wordt. Open water, in het midden van de watermassa, wordt gewoonlijk gekoloniseerd door ondergedoken waterplanten en/of door planten met drijvende bladeren. Naarmate er zich meer organisch materiaal verzamelt op de bodem en het water bijgevolg minder diep wordt, neemt de hoeveelheid planten met drijvende bladeren toe. Dat vormt een zone die zich vermengt met de rietkraag die gekoloniseerd wordt door grote, uit het water oprijzende planten zoals Mattenbies, Lisdodde en rietachtige grassen. Doordat het pakket organisch afval steeds hoger wordt, krijgen de moerasplanten een kans. Hun habitat strekt zich uit van ondiep water tot zeer vochtige bodems. Na verloop van tijd ontstaat een relatief stabiele (climax)vegetatie van landplanten die gedomineerd wordt door bomen2.




  1. De meeste soorten amfibieën zijn slechts tijdens de voortplantingsperiode in of nabij een waterpartij te vinden. De tijdstippen en duur van de voortplantingsperiode verschillen enigszins tussen de inheemse soorten. Het is dus belangrijk om de poel in het voorjaar (tussen maart en juli) op meerdere momenten te bezoeken. Amfibieën kun je op verschillende manieren waarnemen zonder dat je deze hoeft te vangen in fuiken.

    1. Vangen met een schepnet

    2. Rechtstreekse waarnemingen (visueel of auditief) ’s avonds of ’s nachts

    3. Rechtstreekse waarnemingen (visueel of auditief) overdag

Nachtelijke inspanningen leveren doorgaans sneller en meer resultaten op dan bezoeken overdag. Warme nachten zijn productiever dan koude nachten3.


  1. De watertemperatuur is één van de bepalende factoren in de typologie van de levensgemeenschappen. Organismen leven binnen de grenzen van een bepaalde temperatuurtolerantie. Algemeen kan gesteld worden dat een stijging van de temperatuur (tot het optimum voor een bepaalde gemeenschap) leidt tot een versnelling van de chemische en biochemische reacties. Daardoor lossen mineralen gemakkelijker op. Dit leidt tot een toename van de biomassa en/of tot een versnelling van de ontwikkelingsfasen. Een belangrijk voorbeeld is de sterke algengroei in voedselrijke waters bij een stijging van de watertemperatuur. De aanwezigheid van zuurstof is hier ook sterk aan gekoppeld. Zuurstof is absoluut noodzakelijk voor leven, ook in water. De toevoer van zuurstof in water wordt door fotosynthese en beluchting veroorzaakt. Belangrijk is de zuurstofopname door het water. De hoeveelheid zuurstof, die water kan opnemen, is afhankelijk van de temperatuur. Hoe lager de temperatuur, hoe hoger de zuurstofopname door het water. Als voorbeeld geven we jou de zuurstofverzadigingswaarde bij een bepaalde temperatuur. Vanaf 25°C wordt het water als zuurstofarm beschouwd.



Graden Celcius

Aantal mg O2 per liter


5

12,5

10

10,9

15

9,8

20

8,8

25

8,1

30

7,5


Biotisch wateronderzoek:








Water 1




Water 2




N

Soortenlijst

Score

Soortenlijst

Score

1













2













3













4













5













6













7













8













9













10













11













12













13













14













15













Totaal (T)













Biotische index = T/N












Berekenen van de biotische index4:



  • Stap 1: Neem een staal uit het water, breng de dieren op naam o.b.v. de zoekkaart en maak een soortenlijst. Ter info: wanneer je werkt met de zoekkaart in bijlage: Geen enkele identificatie met deze kaart gaat verder dan het niveau ‘familie’, soms zelfs maar tot het niveau ‘stam’ of ‘klasse’. Denk er ook aan dat diergroepen met erg veel vertegenwoordigers, dieren kunnen omvatten die niet echt op elkaar lijken.

  • Stap 2: Zoek, aan de hand van onderstaande tabel, de score voor elk dier. Dieren die niet in de tabel voorkomen, tellen niet mee!

  • Stap 3: Tel de scores op zodat je een totaalscore krijgt voor het staal.

  • Stap 4: Bereken een gemiddelde score door de totale score te delen door het aantal types van dieren die werden meegerekend om die totaalscore te maken. Nogmaals dieren die niet in de tabel voorkomen tellen niet mee. Dit getal is de biotische index. Stel je hebt een score T van 20 en je hebt 6 verschillende types van dieren (N), dan is jouw biotische index 20/6 = 3,3. Het getal moet liggen tussen 0 (helemaal geen leven) en 10 (een zuiver bergriviertje – deze score is weinig waarschijnlijk). Hoe hoger de score, hoe zuiverder het water.

Materiaallijst:



1 Bauwens D., Jooris R., Verbelen D. & Dochy O., 2006. Poelen en amfibieën in West-Vlaanderen. Resultaten van een grootschalig poelenonderzoek door vrijwilligers in 2000-2005. Provincie West-Vlaanderen, Brugge, i.s.m. Instituut voor Natuur en Bosonderzoek, Brussel en Hyla, amfibieën- en reptielenwerkgroep van Natuurpunt, Mechelen.

2 Zoekkaart Algemeen voorkomende waterplanten. Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, AMINAL, Afdeling, Algemeen Milieu- en Natuurbeleid, 2003.

3 Idem 1.

4 Zoetwater Zoekkaart: Een sleutel voor ongewervelde dieren van stilstaand en stromend water. Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, AMINAL, Afdeling, Algemeen Milieu- en Natuurbeleid, 1998.




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina