D. De felle aanvallen van het nieuwe calvinisme op het hart van de evangelische beweging



Dovnload 55.19 Kb.
Datum25.07.2016
Grootte55.19 Kb.
D. De felle aanvallen van het nieuwe calvinisme op het hart van de evangelische beweging
Bijzonder pijnlijk zijn de felle aanvallen die nieuwe calvinisten, zoals bijvoorbeeld Paul Washer, doen op de boodschap en de praktijk van de evangelische beweging1.
D.1. De beschuldiging van easy believism
In hoofdstuk 9 is besproken wat volgens de Bijbel geloof en bekering zijn. Samengevat: je hoort van het evangelie, je erkent dat het de waarheid is en je gaat er op in. Je stelt je vertrouwen op Jezus, je bekeert jezelf, je neemt Jezus aan als Heer en Redder.

De nieuwe calvinisten vinden dat hier iets aan ontbreekt. Het geloof is in hun ogen niet echt als de calvinistische bekeringsweg niet is doorlopen. Eerst diep overtuigd worden van zonden (een zondaar worden) en daarna beleven dat de last van de zondeschuld wordt afgenomen en dat het geloof je is geschonken. Waarna je vervolgens nog allerlei kenmerken van de wedergeboorte en het zaligmakende geloof vertoont.

Ze denken dat mensen die deze bekeringsweg niet hebben doorlopen zichzelf voor de gek houden. Mensen die de speciale calvinistische bekeringservaring niet hebben beleefd, hebben in hun ogen geen zaligmakend geloof, ze hebben alleen historisch geloof.
Als je mensen oproept om in Jezus te geloven en zich tot Jezus te keren, zonder dat je eist dat ze deze calvinistische bekeringsweg doorlopen, dan maak je, je volgens het nieuwe calvinisme schuldig aan het prediken van easy believism.
De misleidende voorstelling van zaken

Zoals op zo veel punten2, zetten de nieuwe calvinisten zich ook hier weer af tegen ontsporingen in de evangelische beweging. Bijvoorbeeld tegen de ontsporing van de "doelgericht leven" gemeenten met hun vaak eenzijdige "positive only" boodschap en marketing technieken. Ze wijzen daar op en ze stellen het voor alsof die ontsporing kenmerkend is voor de gehele evangelische beweging. Hun boodschap: "Dat komt er nu van als je het calvinisme en de calvinistische bekeringsweg niet predikt". Het nieuwe calvinisme stelt het voor alsof die ontsporingen het automatische gevolg zijn van het niet prediken van hun bepaalde bekeringservaring, van het niet prediken van de vijf Dordtse Leerregels. En dat is uiteraard niet waar.

In de gezonde evangelische beweging worden geloof en bekering gepredikt. Je neemt Jezus niet alleen aan als je redder, maar ook als Heer. Je vertrouwt jezelf aan Jezus toe en je onderwerpt je aan Hem. Je komt van de troon van je leven af en Jezus neemt die plaats in. Het gevolg is het op gang komen van levensverandering. Zonder de werken is het geloof dood (Jakobus 2:14-25). En wie de noodzaak van de heiliging verwerpt, die verwerpt God (1 Thessalonicenzen 4:7,8) ). We moeten werken doen in overeenstemming met onze bekering (Handelingen 26:20). Dat moet geleerd worden.
Zie hoofdstuk 12, punt 12.2.2, voor een bespreking van de bekeringservaring die het calvinisme voorschrijft.

D.2. De beschuldiging van oneprayerism en decisionism
In de evangelische beweging is het gebruikelijk om mensen die het evangelie hebben gehoord en die behouden willen worden "tot de Heer te leiden". Je legt hen uit dat ze Jezus moeten aannemen (Johannes 1:12). Dat kunnen ze doen door in geloof Jezus uit te nodigen hun leven binnen te komen. Jezus zegt: "Zie ik sta aan de deur en Ik klop, indien iemand mijn stem hoort en de deur opent, Ik zal bij Hem binnenkomen .." (Openbaring 3:20). Zie de uitleg over geloof en bekering in hoofdstuk 9. Het fundamentele punt is dat je ingaat op Gods aanbod van genade.

Het gebed waarmee je jezelf overgeeft aan God, wordt wel het zondaarsgebed genoemd. In dat gebed erken je tegenover God dat je een zondaar bent en je vraagt Jezus om je leven binnen te komen als Redder en Heer. Het is een gebed waarin je Jezus aanvaardt als de Heer van je leven3. "Doch allen die Hem aangenomen hebben" (Johannes 1:12)


Het nieuwe calvinisme zet zich in het bijzonder af tegen het gebruik van het zondaarsgebed. De reden waarom het nieuwe calvinisme zich afzet tegen het zondaarsgebed is tweeledig. Ten eerste is het in strijd met de calvinistische bekeringsweg. De calvinistische bekeringsweg is een lijdelijk proces dat je ondergaat. Zelf iets doen, een keuze maken, Jezus aannemen is daar mee in strijd. Het geloof is, zo leert het calvinisme, een gave van God, het moet je gegeven worden. En ten tweede is het gebruik van het zondaarsgebed in sommige kringen van de evangelische beweging verworden tot een formule die losgemaakt is gemaakt van geloof en bekering. De nieuwe calvinisten zien dat en vinden dit een bewijs voor hun standpunt dat het gebruik van het zondaarsgebed en het aandringen op een beslissing niet goed is. Paul Washer noemt het manipulatie.
Het is geen formule

Corrie ten Boom zei in verband met het tot de Heer leiden van mensen dat je geen onrijpe vruchten moet plukken. Er is fijngevoeligheid voor nodig om te weten waar iemand geestelijk staat. Als je er een formule van maakt, die je mensen laat herhalen zonder dat ze het echt begrijpen, dan gaat het mis.


Ter illustratie van hoe dit functioneert in de praktijk van de gezonde evangelische en charismatische beweging, enkele voorbeelden.

Een van mijn vrienden heeft tot zijn pensionering gewerkt als leraar. Hij heeft de geestesgave van evangelist. Vanaf zijn bekering, vijftig jaar gelden, komen er regelmatig mensen tot geloof door zijn bediening en getuigenis. De laatste jaren ook geregeld asielzoekers met een moslim achtergrond. Hij neemt eerst de tijd om hen te onderwijzen. Dan komt er een proces op gang waarin deze mensen worstelen met de vraag of het waar is. En als ze daar uit zijn, dan worstelen ze met de vraag of ze christen zullen worden, omdat de kosten vaak hoog zijn. Mijn vriend volgt dat proces. Hij legt hen uit dat om behouden te worden ze Jezus moeten aannemen. Als ze op het punt gekomen zijn dat ze verlangen om behouden te worden, dan leert hij hun het zondaarsgebed bidden. Dan leert hij hen hoe ze Jezus kunnen uitnodigen hun leven binnen te komen. Bij sommigen, die lang aarzelen, dringt hij er wel eens op aan: "Wordt het geen tijd dat je Jezus aanneemt". Ze kennen de boodschap, ze weten dat het waar is, maar ze aarzelen. Dan dringt hij er op aan. Vele van de mensen die hij in de loop der jaren tot de Heer heeft geleid, leven nog steeds voor en met de Heer.


Een zuster die ik persoonlijk goed ken, heeft de gave van kinderevangeliste. Ze heeft bijvoorbeeld een keer 18 van de 20 kinderen van de middengroep van de zondagschool van de plaatselijke baptistengemeente tot de Heer geleid. Dat gebeurde onder leiding van Gods Geest. De kinderen hadden al veel over Jezus, over God en over het evangelie gehoord. Ze had het op haar hart om nog een keer het evangelie uit te leggen. En om daarbij te benadrukken dat God en zonde niet samengaan. Dat we daardoor in een verloren positie zijn, want we hebben allen gezondigd. En dat Jezus het zondeprobleem aan het kruis heeft opgelost. Toen ze dit doorgaf was er beslag op de kinderharten. Het werd doodstil en een grote ernst kwam over de kinderen. Deze zuster herkent dat. Als dat gebeurt dan is God aan het werk, dat is het moment dat de deur open is. En als de deur open is moet je binnen gaan, want je weet niet hoelang een deur open blijft. Jezus klopte op dat moment op de deur van de kinderharten. Daarop heeft ze de kinderen opgeroepen om Jezus aan te nemen. En ze heeft ze de gelegenheid gegeven om die stap te nemen. Ze heeft zelf het zondaarsgebed hardop voorgebeden. En de kinderen uitgelegd dat ze, als ze dat wilden, in stilte dat gebed mee konden bidden. In de weken daarna heeft ze telkens, zo tussen de bedrijven door aan alle kinderen individueel gevraagd of ze Jezus aangenomen hadden. Achttien van de twintig hadden dat gedaan. Twee hadden het bewust niet gedaan.

Het bewijs dat het echt uit God is, is uiteraard dat het zichtbaar wordt in de levens. Maar ook daar moet je voorzichtig in zijn. Bij kinderen is er vaak een langzame groei in het geestelijk leven. Tot ze op latere leeftijd, meestal in hun tienerjaren, tot diepere toewijding komen.


Een oudere vriend, inmiddels al overleden, was midden vorige eeuw voorzitter van Youth for Christ Zeeland. Hij vertelde me over een kinderevangelisatiemiddag in een kerk in Terneuzen. Er waren ongeveer 600 kinderen aanwezig. Die middag is het evangelie uitgelegd en de kinderen is gelegenheid gegeven om, in stilte, het zondaarsgebed mee te bidden. Hij vertelde me dat hij in de veertig jaren daarna telkens weer in evangelische kringen christenen was tegengekomen die getuigden dat hun wandel met Christus toen, in die samenkomst, was begonnen.
Veel kennis om je te bekeren en Jezus aan te nemen is niet noodzakelijk. Neem, mijn oudste broer. Die heeft de Heer aangenomen terwijl hij weinig van het evangelie begreep. Hij was christenen tegengekomen en Hij zag dat wat zij hadden echt was. Hij wilde het ook hebben. Een christen legde hem het evangelie uit. Hij begreep er niets van. Het enige wat hij begreep is dat je Jezus kon uitnodigen je leven binnen te komen. Na dat gesprek kreeg hij het boekje "De vier geestelijke wetten" mee. In het boekje staat ook een zondaarsgebed. Toen hij thuis kwam heeft hij het boekje doorgelezen. Hij begreep het nog steeds niet, maar hij kwam wel bij het zondaarsgebed. Toen heeft hij het zondaarsgebed gebeden. Dat was de start van een leven als christen. Een veranderd leven, een leven van vrucht dragen, mensen die via hem ook weer tot geloof kwamen en de vrucht van de Geest (Galaten 5:22). Dertig jaar dienst als oudste in de plaatselijke baptistengemeente. God heeft zijn veranderde leven, en vooral de vrucht van de Geest die ik als ongelovige opmerkte in zijn leven (liefde, blijdschap, etc.), mede gebruikt om mij te overtuigen van de realiteit van het geloof.

En dan zeggen de nieuwe calvinisten: "Helemaal fout, de bekering van die broer van jou".

Hij was niet eens overtuigd van zonde, hij was zich alleen bewust van de leegte en zinloosheid van zijn leven en hij zag in anderen wat Jezus voor hen deed. De bekering van mijn broer is volgens iemand als Paul Washer een duidelijk voorbeeld van easy believism, oneprayerism en decisionism. Al die termen vliegen je om de oren in zijn boodschap "Ten Indictments against the Modern Church".

In die preek val hij op felle en oneerlijke wijze de viergeestelijke wetten aan. Elke keer als ik die preek doorneem, wordt ik er niet goed van. Het oneerlijke is dat hij voortdurend een karikatuur maakt van de traditionele evangelische beweging, door op ontsporingen te wijzen. En vervolgens gaat hij dan te keer tegen bijvoorbeeld het tot de Heer leiden van mensen. En zoals ik dat inmiddels van Paul Washer gewend ben, ook deze keer weer zonder een behoorlijke onderbouwing voor zijn standpunt vanuit de Bijbel te geven. Als hij even in zijn Bijbel had gekeken, dan had hij daar voorbeelden van oneprayerism kunnen vinden. Neem bijvoorbeeld de moordenaar aan het kruis. Aan het begin spotte hij nog met Jezus (Mattheus 27:44), maar tijdens de uren aan het kruis drong tot Hem door dat Jezus rechtvaardig was (Lucas 23:39-41). Hoeveel Hij heeft begrepen is onduidelijk, maar we lezen dat Hij een simpel gebed uitsprak: "Jezus, gedenk mijner, wanneer Gij in uw Koninkrijk komt. " (Lucas 27:42). En onmiddellijk kwam het antwoord. "Voorwaar, Ik zeg u, heden zult gij met Mij in het paradijs zijn." (Lucas 27:43). Dat was het, zo eenvoudig was het, één gebed was genoeg. Het is maar één stap tot Jezus.



"Al wie de naam des Heren aanroept, zal behouden worden." (Romeinen 10:13.) Gelooft Paul Washer niet wat er in Romeinen 10:13 staat? Blijkbaar niet4. Behouden worden, dat gaat zo maar niet, je moet eerst een zondaar worden (diep overtuigd worden van zonde, etc.) en dan beleven dat het geloof je geschonken wordt. Dat moet je ervaren. Je moet merken dat je gelooft en daar moet je een innerlijke bevestiging op hebben. Simpelweg God op zijn woord nemen en op het woord van God gaan staan, dat kan niet. Dat is "decisionism".
Zelf begreep ik niets van het evangelie toen ik tot geloof kwam. Door contact met occulte zaken werd ik gekweld door boze geesten. In mijn grote benauwdheid heb ik tot God geroepen. En tot Jezus. Jezus hielp onmiddellijk. Ik was Jezus daar ontzettend dankbaar voor en ik wilde meer van Hem weten. Ik heb een Bijbel opgescharreld en heb toen voor het eerst van mijn leven in de Bijbel gelezen. In Genesis liep ik al gauw vast, maar toen ontdekte ik het Nieuwe Testament. Ik ben gaan lezen in het evangelie van Mattheus. Vanaf vers 1:1. Jezus was geweldig, zijn ontferming, zijn wijsheid, zijn ontmaskering van huichelarij, etc. Terwijl ik las vroeg ik me af: "Zou het ook voor mij zijn?". Toen kwam ik bij Mattheus 11:28, waar Jezus zegt "Komt tot Mij allen ....". Dat was het antwoord, Jezus nodigt iedereen uit, dus ook mij. Ik heb toen voor de tweede keer in mijn leven gebeden "Jezus ik kom tot U, voortaan wil ik U dienen". Dat was het begin van mijn leven met de Heer. Ik had geen speciale ervaringen bij die tekst of bij het aannemen van de Heer. Ik nam simpelweg Jezus op zijn woord. Hij zei: "komt tot mij allen ..". Dus kwam ik. Ik was gelukkig nog nooit een calvinist tegengekomen, want die had me verteld dat je niet zo maar kan komen. Die had me verteld over de onmacht van de mens om zich te bekeren. Die had me verteld over het verschil tussen de algemene roeping en de bijzondere roeping. Enzovoorts.

Ik had op dat moment zelfs geen idee waarom Jezus aan het kruis was gestorven. Enkele weken na mijn bekering, toen ik een Bijbelstudie bijwoonde, heb ik toch maar eens gevraagd "Dat kruis, waarom was dat nou precies?". Jezus had me gered van boze geesten, ik was mijn lege leven zat, ik wilde hebben wat mijn broer had en dat was genoeg, daarom heb ik met blijdschap zijn uitnodiging aangenomen om tot Hem te komen en heb ik zijn juk op me genomen.


In de Bijbel lezen we dat Jezus op de deur van harten klopt. Het enige wat er moet gebeuren is dat je de deur van je hart opent en dan zal Hij binnenkomen. De Bijbel spreekt over Jezus aannemen (Johannes 1:12). Bekering is geen lang proces.

De bekeringsschema's van nieuw calvinisten zijn geestelijk dodelijk, omdat ze de eenvoud van het evangelie verduisteren.


D.3. Verdacht maken van het geven van een mogelijkheid tot reageren
Sinds de dagen van Finney is het gebruikelijk in evangelische kring om een 'altar call' te doen. In de evangelieboodschap wordt aangedrongen op onmiddellijke onderwerping aan Jezus, op bekering. Zoekende mensen worden soms naar voren geroepen. Of uitgenodigd voor een samenkomst voor mensen die bezorgd zijn over hun ziel.

Dat vinden sommige nieuwe calvinisten eigenlijk maar niets. Paul Washer vertelt met instemming over een man die ergens het evangelie verkondigde en die de eerste weken geen gelegenheid gaf tot reageren. Laat staan dat hij er bij de toehoorders op aandrong om Jezus aan te nemen.


In de Bijbel wordt wel een mogelijkheid tot reageren gegeven. Als je werkelijk gelooft dan liet je, je dopen. Dan geef je publiek dit getuigenis van je geloof.

Zo maakten de Joden die Petrus hoorden, kenbaar dat ze geloofden. "Zij dan, die zijn woord aanvaardden, lieten zich dopen en op die dag werden ongeveer drieduizend zielen toegevoegd. En zij bleven volharden bij het onderwijs der apostelen en de gemeenschap, het breken van het brood en de gebeden." (Handelingen 2:41, 42)


D.4. De aanval op de vier geestelijke wetten
De brochure met de naam "De vier geestelijke wetten" is voor oudere evangelische christenen een bekend begrip. Speciaal in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw werd de brochure veel gebruikt. Het bevat een eenvoudige presentatie van het evangelie. In de vorm van vier geestelijke wetten. Zie, http://4laws.com/laws/downloads/DutEng4pWBw04Oct.pdf
De eerste wet luidt: "God heeft u lief en heeft een plan met uw leven". De tweede wet luidt "Doordat de mens zondig is, heeft hij het contact met God verloren. Daardoor kan Hij Gods liefde en Gods plan met zijn leven niet kennen en beleven". De derde wet luidt: "Jezus Christus is Gods enige antwoord op het probleem van de zonde. Door hem kunt u Gods liefde en plan met uw leven leren kennen en beleven". En dan volgt de vierde wet "Wij moeten persoonlijk Jezus als onze redder en Heer aanvaarden. Dan pas kunnen we Gods liefde en Gods plan met ons leven leren kennen." Vervolgens wordt uitgelegd hoe je Jezus kunt aannemen. Er wordt uitgelegd dat je dat door het geloof moet doen, steunend op zijn belofte dat Hij binnen zal komen als je Hem uitnodigt. Er wordt uitgelegd dat je God op zijn woord kunt nemen en dat dan de ervaring zal komen. Het boekje eindigt met wat instructie over hoe je als christen moet leven.
In de brochure komen alle onderdelen van het evangelie aan de orde. De zonde. Het werk van Christus. Ook de bekering. Daar wordt uitdrukkelijk aandacht aan besteed. Bekering betekent troonsafstand doen. Je neemt Jezus als Heer aan. Jezus wordt de baas, de Heer van je leven. Voortaan luister je naar Hem.
Als calvinist neemt Paul Washer aanstoot aan de boodschap van de vier geestelijke wetten. Neem alleen de eerste wet al. De boodschap dat God ieder mens liefheeft en een plan voor hem heeft. Een calvinist gelooft niet dat God de wereld heeft liefgehad en dat Hij zijn zoon voor alle mensen heeft gegeven. Hij heeft volgens hen alleen "de wereld van de uitverkorenen" lief. Een calvinist leest Johannes 3:16 als volgt "Alzo lief heeft God de wereld van de uitverkorenen gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die van God het geloof ontvangt het eeuwig leven hebbe, en niet verloren ga."

Een calvinist kan niet tegen een mens zeggen dat Jezus hem liefheeft.

Volgens een calvinist heeft God alleen met de uitverkorenen hoopvolle plannen. Niet met de mensen die hij heeft verworpen. Daar heeft Hij hele andere plannen mee, die heeft Hij voorbestemd voor de hel.
Paul washer beweert dat je in de evangelie prediking altijd moet beginnen met de toorn van God. Omdat Paulus dit in Romeinen 1-3 bij zijn uitleg van het evangelie ook doet. Omdat de vier geestelijke wetten dit niet doen, wordt het evangelie daar, volgens Paul Washer niet goed gebracht.

Zoals zo vaak is hij ook nu weer veel te zwart-wit in zijn oordelen. Ten eerste is de Romeinenbrief niet in de eerste plaats bedoeld als een evangelisatie boodschap. De brief is geschreven aan de gelovigen te Rome. En ten tweede hebben we de verslagen van de inhoud van enkele evangelisatieboodschappen in het boek Handelingen. Van Petrus op de pinksterdag en later nog twee keer (Handelingen 2, 3 en 10). Van Paulus in Antiochië, Athene en Rome (Handelingen 13, 17 en 28). In geen van de zes gevallen beginnen ze met de toorn van God over de zonde. Zo rechtlijnig als Washer het voorstelt is het niet.



De vier geestelijke wetten volgen de grote lijn van de Bijbel. De Bijbel begint ook met het positieve, met de schepping. Alles was goed, zo had God het bedoeld. Dan komt de zondeval. Door de zonde is het misgegaan. Maar God heeft er wat aan gedaan. Hij heeft Jezus gezonden die ons redt van de zonde en de gevolgen van de zonde. Het is droevig dat Washer in zijn onderwijs telkens de evenwichtige boodschap van de Bijbel uit balans haalt5.
Maar de voornaamste reden voor zijn toorn is de oproep om Jezus aan te nemen en het zondaarsgebed. En vooral ook de boodschap dat je daarbij niet noodzakelijk iets hoeft te voelen. Niet vooraf, niet tijdens en ook niet direct daarna. De boodschap dat geloof is, God op zijn woord nemen. Je doet in geloof wat de Bijbel zegt en je vertrouwt erop dat God zijn belofte op dat moment aan je vervuld. Als jij de deur voor Jezus opent, dan komt Hij binnen (Openbaring 3:20). Dit gaat lijnrecht tegen zijn calvinistische overtuigingen in. Volgens hem moet je wel wat voelen. Vooraf moet je schuld voelen en als het God behaagt om je het geloof te geven dan moet je daar een inwendig getuigenis, een belevenis van hebben.
D.5. De aanval op het tot de Heer leiden van de kinderen, op kinderbekeringen
Het is te verwachten dat nieuwe calvinisten ook moeite hebben met het tot de Heer leiden van kinderen op jonge leeftijd. Want hoe kan een jong kind door de vereiste calvinistische bekeringservaring heengaan?
Dit vinden we ook weer terug bij Paul Washer, in zijn boodschap "Ten indictments against the modern church" zegt hij dat hij zijn kinderen niet naar 98 procent van de evangelische zondagscholen of kampen kan sturen, omdat de kans groot is dat ze daar zijn kinderen zouden oproepen om de Heer aan te nemen, door Hem uit te nodigen om hun leven binnen te komen.
Als illustratie van de vijandige houding tegenover het tot de Heer leiden van kinderen neem ik het begin van het getuigenis van de ""nieuwe calvinist" Justin Peters Hieronder volgt het begin van zijn getuigenis, zoals dat staat op zijn site (Justin Peters Ministries). De Nederlandse vertaling staat er achter.
Truth be known, I have always struggled with giving my testimony.  All the times I have given it, in the back of my mind, it has never really made sense.  I was never comfortable with it, but I really didn’t know why.  I was supposedly “saved” and baptized at age 7.  Growing up in church, I knew all the right answers.  The two components of genuine conversion are faith in Christ (not just in Him but in His Person and sufficient atonement), and repentance of sins.  Did I have faith in Christ?  Yes, I did – just like I had faith in Santa Clause.  He was real to me too.  My faith in Jesus, like my faith in Santa, was immature and childish.  There is a big difference between a child-like faith and a childish faith.  A child-like faith (“Whoever does not receive the Kingdom of God like a child shall not enter it at all” Mark 10:15) is one that acknowledges absolute helplessness and inability before God.  Just as a child is completely unable to physically care for and provide for himself; i.e. a child cannot pay a mortgage, get a job, put food on the table, etc., so are we completely unable from a spiritual standpoint  to provide for ourselves.  And as far as repentance goes, exactly how does a 7 year old repent?  How does a child that young show genuine repentance?  From what does he repent?  The only commandment children are given in Scripture is to obey their parents.  I dare say that as I grew older I disobeyed my Dad and Mom more, not less.
"Laat de waarheid aan het licht komen, ik heb altijd geworsteld met het geven van mijn getuigenis. Alle keren dat ik mijn getuigenis gaf, voelde het nooit goed. Ik was nooit op mijn gemak als ik mijn getuigenis gaf, maar ik wist echt niet waarom. Ik werd, zo werd verondersteld "gered" en gedoopt toen ik zeven was. Toen ik opgroeide in de kerk, kende ik al de juiste antwoorden. De twee componenten van waarachtige bekering zijn geloof in Christus (Niet alleen in Hem, maar in Zijn persoon en zijn verzoenend werk aan het kruis) en bekering van zonden. Had ik geloof in Christus? Ja, dat had ik - precies zoals ik geloofde in Sinterklaas. Sinterklaas was echt voor me. Mijn geloof in Jezus, net als mijn geloof in Sinterklaas, was onvolwassen en kinderachtig. Er is een groot verschil tussen een kinderlijk geloof (child-like) en een kinderachtig geloof (childish). Een kinderlijk geloof (" wie het Koninkrijk Gods niet ontvangt als een kind, zal het voorzeker niet binnengaan." Marcus 10:15) is een geloof dat de eigen volkomen hulpeloosheid en onmacht voor God erkent. Zoals een kind absoluut niet in staat is om fysiek voor zichzelf te zorgen en te voorzien, dat wil zeggen een kind kan de hypotheek niet betalen, een baan krijgen, voor voedsel op de tafel zorgen, enzovoorts. Zo zijn wij volledig niet in staat om, vanuit een geestelijk standpunt bezien, voor onszelf te voorzien. Neem nu berouw, vertel me eens nauwkeurig hoe een zevenjarige zich bekeert, berouw heeft. Het enige bevel dat in de Schrift aan kinderen wordt gegeven is het bevel om hun ouders te gehoorzamen. Ik durf te zeggen dat naarmate ik ouder werd ik mijn vader en moeder meer ongehoorzaam was, niet minder."
Laten we op een rij zetten hoe Peters de bekering en het geloof van kinderen aanvalt. En hoe hij de deur van het koninkrijk voor hen sluit.


Bij hem is het misgegaan, dus hij vertrouwt het ook bij anderen niet

Hij heeft blijkbaar op zijn zevende jaar de Heer aangenomen en is toen gedoopt. Ik weet niet wat ik hiervan moet denken. Hij is wel in een erg extreme uithoek van de evangelische beweging opgegroeid. Ik maak al veertig jaar deel uit van de evangelische beweging in Nederland. Maar ik heb nooit gehoord dat er kinderen van zeven jaar werden gedoopt.

In de evangelische beweging leiden we, als het kan, onze kinderen op jonge leeftijd tot de Heer, maar het dopen volgt over het algemeen in de latere tienerjaren als de kinderen tot diepere toewijding komen. Ik vermoed dat het tot de Heer leiden van Peters niet met geestelijk inzicht is gedaan. Zie punt 2, hierboven.

En wat is dat voor een gemeente waarin hij verkeerde, waar hij niet na enige tijd als tiener merkte dat hij geen persoonlijk contact met God had. Als je in een levende gemeente bent dan wordt je doorgrondt en komt het verborgene van je hart aan het licht (1 Korinthe 14:24,25 ). Zijn hart werd blijkbaar niet doorgrond. Dan waren zijn problemen aan het licht gekomen. Hij heeft blijkbaar ook geen nazorg gehad, geen pastoraat.


Hij legt uit dat kinderen niet kunnen voldoen aan zijn calvinistische bekeringsschema

Nadat hij zichzelf als voorbeeld heeft gebruikt, gaat hij nu uitleggen waarom het, volgens hem, bij hem mis is gegaan. En waarom het, zo denkt hij, altijd mis zal gaan, als je kinderen tot de Heer leidt. Als je jonge kinderen tot de Heer leidt, dan val je volgens hem in de valstrik van easy believism en oneprayerism. Zie de punten 1 en 2 en 4 hierboven.

Kijk hoe Peters zijn calvinistische valstrik opzet. Hij begint met het geven van een definitie van bekering. Die definitie is calvinistisch en bevindelijk gekleurd. Vervolgens concludeert hij dat een kind daar (nog) niet aan kan voldoen, dus kinderbekeringen zijn eigenlijk onmogelijk in zijn ogen. Het tot de Heer leiden van kinderen is daarom uit den boze. Omdat kinderen niet aan zijn definitie van bekering kunnen voldoen, kunnen ze niet echt bekeerd zijn.

Laten we zijn calvinistische opvatting over bekering nader bekijken. Hij zegt dat bekering uit twee onderdelen bestaat. (1) Geloof in Christus en (2) bekering van zonden. Laten we eerst zien wat hij over geloof zegt. Ik citeer: " geloof in Christus (Niet alleen in Hem, maar in Zijn persoon en zijn verzoenend werk aan het kruis) ... Had ik geloof in Christus? Ja, dat had ik - precies zoals ik geloofde in Sinterklaas. Sinterklaas was echt voor me. Mijn geloof in Jezus, net als mijn geloof in Sinterklaas, was onvolwassen en kinderachtig. Er is een groot verschil tussen een kinderlijk geloof (child-like) en een kinderachtig geloof (childish). Een kinderlijk geloof ("wie het Koninkrijk Gods niet ontvangt als een kind, zal het voorzeker niet binnengaan." Marcus 10:15) is een geloof dat de eigen volkomen hulpeloosheid en onmacht voor God erkent. Zoals een kind absoluut niet in staat is om fysiek voor zichzelf te zorgen en te voorzien, dat wil zeggen een kind kan de hypotheek niet betalen, een baan krijgen, voor voedsel op de tafel zorgen, enzovoorts. Zo zijn wij volledig niet in staat om, vanuit een geestelijk standpunt bezien, voor onszelf te voorzien."


Wat is reddend geloof volgens hem?

- Geloof is niet slechts geloof in Jezus, maar in zijn Persoon en genoegzame verzoening

- Het reddend geloof erkent tegenover God de eigen absolute hulpeloosheid en onmacht.

Geloof dat niet de eigen absolute onmacht en hulpeloosheid tegenover God beleeft en erkent, is niet het ware zaligmakende geloof.

Schokkend hoe Peters door zijn calvinistische bekeringsschema het Bijbelse geloof vervormt. De Heidelbergse Catechismus haalt zulke bokkesprongen niet uit. Daar wordt geloof terecht omschreven als een zeker weten en een hartelijk vertrouwen. Je gelooft dat het waar is en je stelt er je vertrouwen op. Maar nee, volgens Peters is geloof het diep beleven en doorleven van de eigen onmacht om jezelf te redden.

Vanuit deze onbijbelse omschrijving van geloof komt hij vervolgens tot de conclusie dat een kind dit niet kan.

Een probleem voor hem is natuurlijk wat in Marcus 10:15 staat. Daar staat dat we juist als kinderen moeten worden, om het koninkrijk van God binnen te kunnen gaan. Volgens die tekst zijn kinderen juist bij uitstek geschikt om het koninkrijk Gods binnen te gaan. Net zoals een kind vertrouwt op zijn ouders en er vanuit gaat dat ze voor hem zorgen en dat ze doen wat ze beloven. Zo moeten wij in alle eenvoud op God vertrouwen en op zijn aanbod ingaan.

Maar nee, dat gaat tegen Peters calvinistische opvatting over wat geloof is in. Vandaar dat Hij de tekst volledig verdraait. Hij laat de tekst precies het tegenovergestelde zeggen, als wat hij betekent. Het worden als een kind staat bij hem voor het diep beleven van de onmacht en afhankelijkheid van God, net zoals een kind voor alles volledig afhankelijk is van zijn ouders. Maar dat is niet wat Jezus bedoelde. Hij zegt dat we Hem net zo moeten vertrouwen als een kind dat doet met bijvoorbeeld zijn ouders. En dat we eenvoudigweg God op zijn woord moeten nemen en zijn aanbod aannemen. De uitleg van Peters is bovendien onzinnig, want kinderen zijn wel afhankelijk van hun ouders, maar daar staan ze niet bij stil, ze vinden het vanzelfsprekend dat hun ouders voor hen zorgen, daar maken ze zich juist geen zorgen over, laat staan dat ze dit diep zouden doorleven.

Om zijn calvinistische bekeringsschema te kunnen handhaven is hij gedwongen om onderscheid te maken tussen kinderlijk en kinderachtig geloof. Met dat onderscheid verdraait hij tot het verderf van vele kinderen de Schrift. Want als door zijn verdraaiing van de Schrift mensen de idee krijgen dat ze kinderen niet op jonge leeftijd tot de Heer kunnen leiden, dan heeft de duivel een grote slag binnen gehaald.
Zie verder hoe Peters het geloof van kinderen belachelijk maakt, door het te vergelijken met het geloof in Sinterklaas. Hoe durft de man. Dit is misselijk makend, om het geloof van kinderen zo verdacht te maken. Corrie ten Boom vertelt dat ze vijf was toen ze de Here Jezus aannam door een eenvoudig gebed. En ik ken vele andere evangelische gelovigen die op jonge leeftijd de Heer hebben aangenomen en nog steeds met de Heer wandelen.
Tot zover de bespreking van wat Peters doet met geloof. We vervolgen met wat hij doet met repentance, met bekering. Ik citeer: "Neem nu berouw, vertel me eens nauwkeurig hoe een zevenjarige zich bekeert, berouw heeft. Het enige bevel dat in de Schrift aan kinderen wordt gegeven is het bevel om hun ouders te gehoorzamen. Ik durf te zeggen dat naarmate ik ouder werd ik mijn vader en moeder meer ongehoorzaam was, niet minder."

Vanuit zijn calvinistische opvatting over de bekeringsweg komt hij tot de conclusie dat een kind dat niet kan beleven. Bekering bestaat volgens hem uit het afkeren van zonden. En hij beweert dat een kind geen zonden heeft waar het zich met berouw van af kan keren. Alleen ongehoorzaamheid aan de ouders.

Om dat bevestigen keert hij weer terug naar zijn eigen "bekering" op zevenjarige leeftijd. In zijn leven was er geen enkele vrucht. Dat betekent dat zijn geloof inderdaad dood was. Maar is hij de maatstaf voor alle kinderen? Ik weet van kinderen die zwaar gepest zijn op de basisschool omdat ze christen waren, omdat ze "anders" waren. Het pesten begon toen ze weigerden om negatief over anderen te spreken, omdat ze wisten dat dit zonde was. Daarop keerden de leiders zich tegen hen.
Hier onder volgt het getuigenis van Corrie ten Boom. Ze vertelt hoe ze op vijfjarige leeftijd de Here Jezus heeft aangenomen.

Toen ik vijf jaar was, leerde ik lezen; ik was dol op verhalen, vooral die over Jezus. Hij was een lid van het gezin Ten Boom. Het was even gemakkelijk om met hem te praten als met mijn moeder en vader, mijn tantes of mijn broer en zusters. Hij was er ook.

Op een dag sloeg mijn moeder me gade, toen ik vadertje-en-moedertje speelde. Ze zag dat ik in mijn fantasiewereld van een klein meisje deed alsof ik op een deur klopte en wachtte … er kwam niemand.”Corrie, ik ken Iemand die voor jou deur staat en op dit ogenblik klopt.”

Deed zij een spelletje met me? Nu weet ik dat mijn kinderhart al voorbereid was op dat ogenblik; de Heilige Geest maakt ons klaar om Jezus christus aan te nemen, om ons leven in zijn hand te leggen. “Jezus heeft gezegd dat Hij voor de deur staat, en als je het vraagt, zal Hij in je hart komen,” ging moeder verder. “Zou je Jezus willen vragen om binnen te komen?” Op dat moment ogenblik was mijn moeder de allermooiste mens ter wereld voor mij.

Ja, Mama, Ik zou Jezus graag in mijn hart willen hebben.”



Zij nam mijn handje in haar hand en we hebben samen gebeden. Het was zo eenvoudig, en toch zegt Jezus Christus dat wij allen moeten komen, net als een kind, onverschillig hoe oud we zijn, wat onze plaats in de maatschappij of onze intellectuele achtergrond ook is.

Toen Moeder er later met me over sprak, kon ik het duidelijk herinneren.
Weet een kind van vijf jaar werkelijk wat het doet? Er zijn mensen, die zeggen dat een kind geestelijke dingen niet kan begrijpen – en dat we moeten wachten totdat een kind “zelf kan beslissen”. Ik geloof dat een kind moet worden geleid en dat wij het niet mogen laten zwerven.

Vanaf dat ogenblik werd Jezus een grotere werkelijkheid voor me. Moeder vertelde me later dat ik, al was ik nog zo jong, voor anderen begon te bidden.
Uit het boek “In het huis van mijn Vader – de jaren voor de schuilplaats” van Corrie ten Boom. Hoofdstuk 2 met de titel “Vijf jaar is niet te jong”6, pagina 23, 24.
Het zijn calvinistische fanatici, zoals Paul Washer en Justin Peters, die mij met hun schandelijke aanvallen op het geloof van kleine kinderen en andere soortgelijke aanvallen op het hart van de evangelische beweging, gedwongen hebben om mijn stem te verheffen en ernstig te waarschuwen tegen het nieuwe calvinisme.


1 Een duidelijk voorbeeld van wat ik bedoel is de boodschap Ten Indictments against the Modern Church van Paul Washer.

2 Zie bijlage C.

3 Een voorbeeld van zo'n gebed, uit "de vier geestelijke wetten" van Campus Crusade for Christ.

,,Heer Jezus, ik heb U nodig. Ik open de deur van mijn leven en aanvaard U als mijn Redder

en Heer. Ik dank U dat U mijn zonden vergeeft en eeuwig leven geeft. Wilt U nu over mij regeren

op de troon van mijn leven. Verander mij zo dat ik word zoals U me wilt hebben.” Dit staat erbij:

Zegt dit gebed ongeveer wat er in u leeft? Bid dan nu dit gebed en Christus zal in uw leven komen, want dat heeft Hij beloofd.


4 Het standaard antwoord waarmee bijvoorbeeld mijn schoonvader de eenvoudige letterlijke betekenis van een tekst als Romeinen 10:13 uitschakelde was het volgende. "Ja, er staat dat al wie de naam des Heren aanroept behouden zal worden, maar je moet wel op de goede manier de Heer aanroepen en dat kun je niet uit jezelf, dat moet je gegeven worden. Dat kun je alleen als de onwederstandelijke roeping komt."

5 Dat komt omdat hij uit één bijbelgedeelte verregaande conclusies trekt, in dit geval uit het begin van de Romeinenbrief, zonder dat hij rekening houdt met de context (Tot wie is de brief in eerste instantie gericht). En zonder dat hij Schrift met Schrift vergelijkt, zonder dat hij onderzoekt of er nog meer bijbelgedeelten iets zeggen over de zaak waarover hij spreekt.

6 Het gehele hoofdstuk “Vijf jaar is niet te jong” gaat over de geestelijke realiteit van kinderbekeringen.




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina