D015689/02 verordening (EU) Nr. …/ van de commissie



Dovnload 471.23 Kb.
Pagina1/8
Datum21.08.2016
Grootte471.23 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8


D015689/02 VERORDENING (EU) Nr. …/.. VAN DE COMMISSIE

van XXX

houdende wijziging van Verordening (EU) nr. .../... tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures met betrekking tot de bemanning van burgerluchtvaartuigen, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad



DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 20 februari 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, houdende intrekking van Richtlijn 91/670/EEG, Verordening (EG) nr. 1592/2002 en Richtlijn 2004/36/EG(1), en met name artikel 7, lid 6, artikel 8, lid 5, en artikel 10, lid 5,

Overwegende hetgeen volgt:



  1. In Verordening (EU) nr. …/…2 van de Commissie zijn gedetailleerde regels vastgelegd voor bepaalde bevoegdheidsbewijzen van piloten en voor de omzetting van nationale pilotenvergunningen en nationale bevoegdheidsbewijzen van boordwerktuigkundigen en bevoegdheidsbewijzen van piloten, alsook de voorwaarden voor de aanvaarding van bevoegdheidsbewijzen van derde landen. In die verordening zijn ook regels uiteengezet met betrekking tot medische certificaten van piloten, de voorwaarden voor de omzetting van nationale medische certificaten en de certificering van luchtvaartgeneeskundige onderzoekers. Bovendien bevat Verordening (EU) nr. …/… bepalingen inzake de medische geschiktheid van cabinepersoneel.

  2. Volgens Verordening (EG) nr. 216/2008 moeten organisaties voor de opleiding van piloten en luchtvaartgeneeskundige centra houder zijn van een certificaat. Dit certificaat wordt afgegeven als aan bepaalde technische en administratieve eisen is voldaan. Daarom moeten regels betreffende de administratie en het beheersysteem van deze organisaties worden opgesteld.

  3. Vluchtnabootsers die worden gebruikt voor opleidingen, tests en controles van piloten moeten worden gecertificeerd op basis van een reeks technische criteria. Deze technische eisen en administratieve procedures moeten derhalve worden opgesteld.

  4. Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 moet cabinepersoneel voortdurend geschikt en bekwaam zijn om de hun toegewezen veiligheidstaken te vervullen. Degenen die betrokken zijn bij commerciële vluchtuitvoeringen dienen in het bezit te zijn van een attest zoals oorspronkelijk beschreven in bijlage III, subdeel O, onder (d), van OPS 1.1005, zoals bepaald in Verordening (EEG) nr. 3922/91 van 16 december 1991 inzake de harmonisatie van technische voorschriften en administratieve procedures op het gebied van de burgerluchtvaart3. Daarom moeten regels inzake de erkenning van cabinepersoneel en de bijbehorende attesten worden opgesteld.

  5. De toezichtscapaciteit van de bevoegde autoriteiten komt niet aan bod in Verordening (EU) nr. …/…. Deze verordening wijzigt dan ook Verordening (EU) nr. …/…., teneinde de administratie en het beheersysteem van bevoegde autoriteiten en organisaties erin op te nemen. Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 moeten ook regels betreffende een informatienetwerk tussen de lidstaten, de Commissie en het Agentschap worden opgenomen in Verordening (EU) nr. .../…

  6. Het is van belang de luchtvaartindustrie en de autoriteiten in de lidstaten voldoende tijd te geven om zich aan het nieuwe regelgevingskader aan te passen en onder bepaalde voorwaarden de geldigheid van certificaten te erkennen, waaronder attesten inzake veiligheidsopleiding die zijn vóór deze verordening van toepassing wordt.

  7. Om een soepele overgang en een hoog uniform niveau van burgerluchtvaartveiligheid in de Unie te waarborgen, dienen de uitvoeringsmaatregelen in overeenstemming te zijn met de laatste stand van de techniek, met inbegrip van de beste praktijken en wetenschappelijke en technische vooruitgang, inzake de opleiding van vliegtuigbemanningen. Daarbij dient rekening te worden gehouden met Verordening (EEG) nr. 3922/91, de technische eisen en administratieve procedures waarover de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (de ICAO) en de Europese gezamenlijke luchtvaartautoriteiten vóór 30 juni 2009 overeenstemming hebben bereikt, en bestaande wetgeving met betrekking tot een specifieke nationale omgeving.

  8. Verordening (EU) nr. .../… moet dienovereenkomstig worden gewijzigd.

  9. De maatregelen in bijlage III bij Verordening (EEG) nr. 3922/91 met betrekking tot het attest betreffende veiligheidsopleiding van cabinepersoneel worden verwijderd overeenkomstig artikel 69, lid 3, van Verordening (EG) nr. 216/2008. De maatregelen die bij deze verordening worden vastgesteld, dienen als de overeenkomstige maatregelen te worden beschouwd.

  10. Het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart ("het Agentschap") heeft ontwerpuitvoeringsbepalingen opgesteld en als advies ingediend bij de Commissie overeenkomstig artikel 19, lid 1, van Verordening (EG) nr. 216/2008.

  11. De in deze verordening vastgelegde maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het comité dat bij artikel 65 van Verordening (EG) nr. 216/2008 is opgericht,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EU) nr…/... wordt als volgt gewijzigd:



  1. Aan artikel 1 worden de volgende punten toegevoegd:

"6. de voorwaarden voor de afgifte, handhaving, wijziging, beperking, opschorting of intrekking van de cabinepersoneelattesten, alsook de rechten en de verantwoordelijkheden van de houders van cabinepersoneelattesten;

7. de voorwaarden voor de afgifte, handhaving, wijziging, beperking, schorsing of intrekking van certificaten van organisaties voor de opleiding van piloten en luchtvaartgeneeskundige centra die zijn betrokken bij de erkenning en luchtvaartgeneeskundige beoordeling van boordpersoneel in de burgerluchtvaart;

8. de eisen voor de certificering van vluchtnabootsers en voor organisaties die deze toestellen exploiteren en gebruiken;

9. de eisen inzake administratie en beheersysteem waaraan de lidstaten, het Agentschap en de organisaties moeten voldoen in verband met de regels in leden 1 tot en met 8."



  1. Aan artikel 2 worden de volgende punten 11, 12 en 13 toegevoegd:

"(11) 'cabinepersoneelslid': een naar behoren erkend bemanningslid dat geen lid van het cockpitpersoneel noch van de technische bemanning is en dat door een exploitant is aangewezen om taken uit te voeren die verband houden met de passagiers- en vliegveiligheid tijdens de vluchtuitvoering;

(12) 'boordpersoneel': cockpitpersoneel en cabinepersoneel;

(13) 'JAR-conforme certificaten, goedkeuringen of organisaties': certificaten of goedkeuringen die zijn afgegeven of erkend of organisaties die zijn gecertificeerd, goedgekeurd, geregistreerd of erkend door een lidstaat die de ter zake geldende JAR's heeft toegepast, overeenkomstig de nationale wetgeving die de JAR's en procedures weergeeft, en die zijn aanbevolen voor wederzijdse erkenning in het systeem van de gezamenlijke luchtvaartautoriteiten met betrekking tot deze JAR's."


  1. In artikel 4, lid 1:

  • de woorden "8 april 2012" worden vervangen door "deze verordening is van toepassing ";

  • de woorden "8 april 2017" worden vervangen door "8 april 2018";

  1. De volgende artikelen 10 bis, 10 ter en 10 quater worden ingevoegd:

"Artikel 10 bis

Organisaties voor de opleiding van piloten

  1. Organisaties voor de opleiding van piloten moeten voldoen aan de technische eisen en administratieve procedures die zijn vastgesteld in bijlagen VI en VII, en moeten worden gecertificeerd.

  2. Organisaties voor de opleiding van piloten die in het bezit zijn van een JAR-conform certificaat dat door een lidstaat is afgegeven of erkend vóór deze verordening van toepassing wordt, worden geacht in het bezit te zijn van een certificaat dat werd afgegeven in overeenstemming met deze verordening.

In dat geval zijn de rechten van deze organisaties beperkt tot die welke vermeld zijn in de door de lidstaat afgegeven goedkeuring.

Onverminderd artikel 2 brengen organisaties voor de opleiding van piloten uiterlijk op 8 april 2014 hun beheersysteem, opleidingsprogramma's, procedures en handleidingen in overeenstemming met bijlage VII.



  1. JAR-conforme opleidingsorganisaties die in een lidstaat worden geregistreerd vóór deze verordening van toepassing wordt, mogen opleiding verstrekken voor een JAR-conform bewijs van bevoegdheid als privévlieger (PPL).

  2. Uiterlijk op 8 april 2017 vervangen de lidstaten de in de eerste alinea van punt 2 vermelde certificaten met certificaten die beantwoorden aan het in bijlage VI vastgestelde formaat.

Artikel 10 ter

Vluchtnabootsers

  1. Vluchtnabootsers (FSTD's) die worden gebruikt voor opleidingen, tests en controles van piloten, met uitzondering van in de ontwikkelingsfase verkerende FSTD's die worden gebruikt voor opleidingen voor vliegproeven, moeten voldoen aan de technische eisen en administratieve procedures die zijn vastgelegd in bijlagen VI en VII, en moeten worden erkend.

  2. JAR-conforme FSTD-erkenningscertificaten die zijn afgegeven of erkend vóór deze verordening van toepassing wordt, worden beschouwd als zijnde afgegeven in overeenstemming met deze verordening.

  3. Uiterlijk op 8 april 2017 vervangen de lidstaten de in punt 2 vermelde certificaten door erkenningscertificaten die beantwoorden aan het in bijlage VI vastgestelde formaat.

Artikel 10 quater

Luchtvaartgeneeskundige centra

  1. Luchtvaartgeneeskundige centra moeten voldoen aan de technische eisen en administratieve procedures die zijn vastgesteld in bijlagen VI en VII, en moeten worden gecertificeerd.

  2. Goedkeuringen van luchtvaartgeneeskundige centra die door een lidstaat zijn afgegeven of erkend vóór deze verordening van toepassing wordt, worden geacht te zijn afgegeven in overeenstemming met deze verordening.

Luchtvaartgeneeskundige centra brengen uiterlijk op 8 april 2014 hun beheersysteem, opleidingsprogramma's, procedures en handleidingen in overeenstemming met bijlage VII.

  1. Uiterlijk op 8 april 2017 vervangen de lidstaten de in de eerste alinea van punt 2 vermelde goedkeuringen van luchtvaartgeneeskundige centra door certificaten die beantwoorden aan het in bijlage VI vastgestelde formaat."

  2. De volgende artikelen 11 bis, 11 ter en 11 quater worden ingevoegd:

"Artikel 11 bis

Erkenningen van cabinepersoneel en bijbehorende attesten

  1. De cabinepersoneelsleden die betrokken zijn bij de commerciële vluchtuitvoering met een luchtvaartuig als bedoeld in artikel 4, lid 1, onder b) en c) van Verordening (EG) nr. 216/2008 dienen te zijn erkend en in het bezit te zijn van het bijbehorende attest overeenkomstig de technische voorschriften en administratieve procedures die zijn vastgelegd in bijlage V en VI.

  2. Cabinepersoneelsleden die vóór de datum waarop deze verordening van toepassing wordt in het bezit zijn van een veiligheidsopleidingsattest dat werd afgegeven overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 3922/91 van de Raad ("EU-OPS"):

(a) worden geacht te voldoen aan deze verordening als zij voldoen aan de toepasselijke eisen van EU-OPS inzake opleiding, controle en recentheid; of

(b) moeten, als zij niet voldoen aan de toepasselijke eisen van EU-OPS inzake opleiding, controle en recentheid, alle vereiste opleidingen en controles voltooien voordat zij worden geacht te voldoen aan deze verordening; of

(c) moeten, als zij meer dan vijf jaar geen commerciële vluchtuitvoeringen met vleugelvliegtuigen hebben verricht, de basisopleidingscursus voltooien en met goed gevolg het desbetreffende examen afleggen zoals voorgeschreven in bijlage V, alvorens zij worden geacht te voldoen aan deze verordening.


  1. De veiligheidsopleidingsattesten die overeenkomstig EU-OPS zijn afgegeven, worden uiterlijk op 8 april 2017 vervangen door cabinepersoneelattesten die beantwoorden aan het in bijlage VI vastgestelde formaat.

  2. Cabinepersoneelsleden die betrokken zijn bij commerciële vluchtuitvoeringen met helikopters op de datum waarop deze verordening van toepassing wordt:

(a) worden geacht te voldoen aan de eisen inzake basisopleiding van bijlage V indien zij voldoen aan de toepasselijke bepalingen van de JAR's inzake opleiding, controle en recentheid voor commercieel luchtvervoer met helikopters; of

(b) moeten, als zij niet voldoen aan de toepasselijke eisen van de JAR's inzake opleiding, controle en recentheid voor commercieel luchtvervoer met helikopters, alle vereiste opleidingen en controles voltooien om te vliegen met helikopers, met uitzondering van de basisopleiding, alvorens zij worden geacht te voldoen aan deze verordening; of

(c) moeten, als zij meer dan vijf jaar geen commerciële vluchtuitvoeringen met helikopters hebben verricht, de basisopleidingscursus voltooien en met goed gevolg het desbetreffende examen afleggen zoals voorgeschreven in bijlage V voordat zij worden geacht te voldoen aan deze verordening.


  1. Onverminderd artikel 2 worden uiterlijk op 8 april 2013 cabinepersoneelsattesten die beantwoorden aan het in bijlage VI vastgestelde formaat afgegeven aan alle cabinepersoneelsleden die betrokken zijn bij commerciële vluchten met helikopters.

Artikel 11 ter

Toezichtscapaciteit

  1. De lidstaten dienen één of meer entiteiten aan te duiden als bevoegde autoriteit in die lidstaat met de nodige bevoegdheden en toegewezen verantwoordelijkheden voor de certificering van en het toezicht op personen en organisaties die vallen onder Verordening (EG) nr. 216/2008 en de uitvoeringsvoorschriften daarvan.

  2. Indien een lidstaat meer dan één entiteit als bevoegde autoriteit aanduidt:

(a) dienen de bevoegdheidsgebieden van elke bevoegde autoriteit duidelijk te worden omschreven wat betreft verantwoordelijkheden en geografische beperking;

(b) dient te worden voorzien in coördinatie tussen deze entiteiten om een doeltreffend toezicht te garanderen op alle organisaties en personen die vallen onder Verordening (EG) nr. 216/2008 en de uitvoeringsvoorschriften daarvan, binnen hun respectieve bevoegdheden.



  1. De lidstaten dienen ervoor te zorgen dat de bevoegde autoriteit(en) over de nodige bekwaamheid beschikt (beschikken) om het toezicht te garanderen op alle personen en organisaties die vallen onder hun toezichtprogramma, en dat zij over de nodige middelen beschikt (beschikken) om de in deze verordening vastgestelde eisen na te leven.

  2. De lidstaten dienen ervoor te zorgen dat het personeel van de bevoegde autoriteit geen toezichtactiviteiten verricht wanneer er bewijzen zijn dat daardoor direct, dan wel indirect een belangenconflict kan ontstaan, in het bijzonder als er familiale of financiële belangen in het geding zijn.

  3. Personeel dat van de bevoegde autoriteit toestemming heeft gekregen om certificerings- en/of toezichtstaken uit te oefenen, moet de bevoegdheid krijgen om minstens de volgende taken uit te voeren:

(a) de archieven, gegevens, procedures onderzoeken alsmede elk ander materiaal dat relevant is voor de uitvoering van de certificerings- en/of toezichtstaak;

(b) kopieën of uittreksels maken van dergelijke archieven, gegevens, procedures en ander materiaal;

(c) een mondelinge toelichting ter plaatse vragen;

(d) zich toegang verschaffen tot betrokken panden, exploitatieterreinen of vervoermiddelen;

(e) Audits, onderzoeken, beoordelingen en inspecties uitvoeren, met inbegrip van platforminspecties en onaangekondigde inspecties; en

(f) voor zover nodig handhavingsmaatregelen nemen of op gang brengen.



  1. De in punt 5 vermelde taken worden verricht met inachtneming van de wetgeving van de betrokken lidstaat.

Artikel 11 quater

Overgangsmaatregelen

Met betrekking tot organisaties waarvoor het Agentschap, overeenkomstig artikel 21, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 216/2008, de bevoegde autoriteit is:



            1. geven de lidstaten uiterlijk op 8 april 2013 alle gegevens met betrekking tot het toezicht van dergelijke organisaties door aan het Agentschap;

            2. worden certificeringsprocessen die vóór 8 april 2012 door een lidstaat op gang zijn gebracht, in overleg met het Agentschap door die lidstaat voltooid. Nadat die lidstaat het certificaat heeft afgegeven, neemt het Agentschap alle verantwoordelijkheden op zich als bevoegde autoriteit voor deze organisatie.

  1. Aan artikel 12 wordt het volgende punt toegevoegd:

"1b. Bij wijze van uitzondering op lid 1 mogen lidstaten beslissen de volgende bepalingen van bijlagen I tot en met IV niet toe te passen tot 8 april 2013:

  1. In artikel 12, lid 7, worden de woorden "leden 2 tot en met 6" vervangen door "leden 1b tot en met zes".

  2. De nieuwe bijlagen V, VI en VII, waarvan de tekst in de bijlage bij deze verordening is opgenomen, worden toegevoegd.

Artikel 2

  1. Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Ze is van toepassing met ingang van 8 april 2012.

  1. Bij wijze van uitzondering op de tweede alinea van lid 1 mogen lidstaten beslissen de volgende bepalingen niet toe te passen:

        1. bijlagen V tot en met VII tot uiterlijk 8 april 2013;

        2. punt ORA.GEN.200(a)(3) van bijlage VII voor houders van FSTD-erkenningscertificaten die geen goedgekeurde opleidingsorganisatie zijn en die niet in het bezit zijn van een Air Operator Certificate, tot uiterlijk 8 april 2014;

        3. bijlagen VI en VII voor niet-JAR-conforme goedgekeurde opleidingsorganisaties en luchtvaartgeneeskundige centra, tot uiterlijk 8 april 2014;

        4. punt CC.GEN.030 van bijlage V, tot uiterlijk 8 april 2015;

        5. bijlage V voor cabinepersoneelsleden die betrokken zijn bij de commerciële exploitatie van helikopters, tot uiterlijk 8 april 2015;

        6. bijlagen VI en VII voor opleidingsorganisaties die alleen opleidingen verzorgen met het oog op het verkrijgen van het bewijs van bevoegdheid als recreatief vlieger, het bewijs van bevoegdheid als privévlieger, het bewijs van bevoegdheid als ballonvaarder of het bewijs van bevoegdheid als zweefvlieger, tot uiterlijk 8 april 2015;

        7. bijlagen VI en VII voor opleidingsorganisaties die opleidingen verzorgen met het oog op de bevoegdverklaring voor vliegproeven in overeenstemming met FCL.820 van bijlage I bij Verordening (EU) nr. …/…, tot uiterlijk 8 april 2015;

  1. Wanneer een lidstaat gebruik maakt van de bepalingen in lid 2, moet hij de Commissie en het Agentschap daarvan in kennis stellen. In deze kennisgeving worden niet alleen de duur van deze afwijking en de redenen ervoor beschreven, maar ook het uitvoeringsprogramma met geplande maatregelen en het daarmee samenhangende tijdschema.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat overeenkomstig de Verdragen.

Gedaan te Brussel,



Voor de Commissie

De voorzitter




BIJLAGE

BIJLAGE V
ERKENNING VAN CABINEPERSONEEL DAT BETROKKEN IS BIJ COMMERCIËLE LUCHTVERVOERSACTIVITEITEN


[DEEL-CC]

SUBDEEL GEN - ALGEMENE EISEN

CC.GEN.001 Bevoegde autoriteit

In dit deel wordt onder bevoegde autoriteit verstaan: de autoriteit die wordt aangeduid door de lidstaat waar een persoon een cabinepersoneelattest aanvraagt.



CC.GEN.005 Toepassingsgebied

In dit deel worden de eisen vastgesteld voor de afgifte van cabinepersoneelattesten en de geldigheids- en gebruiksvoorwaarden voor de houders van deze attesten.



CC.GEN.015 Aanvraag voor een cabinepersoneelattest

Een cabinepersoneelattest dient te worden aangevraagd in de vorm en op de wijze zoals vastgelegd door de bevoegde autoriteit.



CC.GEN.020 Minimumleeftijd

Een kandidaat voor een cabinepersoneelattest moet minstens 18 jaar oud zijn.



CC.GEN.025 Rechten en voorwaarden

(a) De houders van een cabinepersoneelattest hebben het recht op te treden als cabinepersoneelsleden bij commerciële luchtvervoersactiviteiten met luchtvaartuigen als bedoeld in artikel 4, lid 1, onder b) en c) van Verordening (EG) nr. 216/2008.

(b) Cabinepersoneelsleden mogen de onder a) vermelde rechten alleen uitoefenen als zij:

(1) houder zijn van een geldig cabinepersoneelattest als bedoeld in CC.CCA.105; en

(2) voldoen aan CC.GEN.030, CC.TRA.225 en de toepasselijke eisen van Deel-MED.

CC.GEN.030 Documenten en administratie

Om overeenstemming aan te tonen met de toepasselijke eisen als bedoeld in CC.GEN.025(b), dient elke houder het cabinepersoneelsattest, de lijst en de opleidings- en controleregisters van zijn/haar luchtvaartuigtype of erkenningen van varianten bij te houden en op verzoek te verstrekken, tenzij de exploitant die een beroep doet op zijn/haar diensten deze gegevens bijhoudt en zonder uitstel beschikbaar kan stellen op verzoek van een autoriteit of van de houder.



SUBDEEL CCA - SPECIFIEKE EISEN VOOR HET CABINEPERSONEELATTEST

CC.CCA.100 Afgifte van het cabinepersoneelattest

(a) Cabinepersoneelattesten mogen alleen worden afgegeven aan aanvragers die met goed gevolg het examen hebben afgelegd na voltooiing van de basisopleidingscursus overeenkomstig dit deel.

(b) Cabinepersoneelsattesten worden afgegeven:

(1) door de bevoegde autoriteit; en/of

(2) door een organisatie die daarvoor toestemming heeft gekregen van de bevoegde autoriteit.

CC.CCA.105 Geldigheid van het cabinepersoneelattest

Het cabinepersoneelattest wordt voor onbepaalde tijd afgegeven en blijft geldig tenzij:

(a) het wordt geschorst of ingetrokken door de bevoegde autoriteit; of

(b) de houder tijdens de laatste 60 maanden de eraan verbonden rechten niet heeft uitgeoefend op minstens één luchtvaartuigtype.



CC.CCA.110 Schorsing en intrekking van het cabinepersoneelattest

(a) Als de houders niet voldoen aan dit deel, kan de bevoegde autoriteit hun cabinepersoneelattest schorsen of intrekken.

(b) De houders wier cabinepersoneelattest wordt geschorst of ingetrokken door de bevoegde autoriteit:

(1) moeten schriftelijk in kennis worden gesteld van dit besluit, en van hun recht om daartegen in beroep te gaan overeenkomstig de nationale wetgeving;

(2) mogen de aan hun cabinepersoneelattest verbonden rechten niet uitoefenen;

(3) moeten de exploitant(en) die een beroep doet (doen) op hun diensten daarvan zonder nodeloze vertraging in kennis stellen; en

(4) moeten hun attest teruggeven overeenkomstig de toepasselijke procedure die door de bevoegde autoriteit is vastgelegd.



  1   2   3   4   5   6   7   8


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina